Menu

Human relations of gedragsmatig managementperspectief.

Situering in de tijd

Ontstaan in de jaren 30. Bereikte en hoogtepunt in de jaren 50 en 60.

Vandaag vermengd met moderne varianten. De pioniers hadden een

sociologische en psychologische achtergrond. Mayo, Follet, Maslow,

Herzberg, McGregor.

Algemene kenmerken

Mensgericht: organisaties zijn groepen van mensen. Het complexe

mensbeeld stelt dat mensen uniek, grillig, complex en onvoorstelbaar zijn, en

dus niet geprogrammeerd kunnen worden. Bovendien beïnvloeden ze elkaar.

Naast de opgelegde regels wordt het handelen van de mensen ook beïnvloed

door aandacht, respect, betoonde interesse en sociale contacten. Deze

gevoelsmatige logica kan de rationele logica afzwakken of versterken. Dit kan

resulteren in interne conflicten. Een mens heeft de wil en de vrije keuze om

dan te kiezen welk soort gedrag hij volgt. Mensen hebben verschillende

waarden en normen en dus gedragspreferenties, zodat zij anders zullen

reageren in een zelfde situatie.

Onderzoekers willen hier inzichten verwerven in de verschillende facetten

(wensen, normen, noden, conflicten met rationele logica) van het complex

mensbeeld, om het eruit voortvloeiende gedrag te kunnen begrijpen en

verklaren. Toe te passen regels ontwikkelen is minder belangrijk, en ze zullen

genuanceerder zijn, omdat ze voor complexe mensen gelden

Mayo vond tijdens zijn onderzoek in de Hawthorne fabrieken dat arbeiders

beter presteren als er goede verhoudingen zijn tussen hen onderling en met hun

hiërarchische chef. Dit leidt tot grotere tevredenheid. Bij zijn onderzoek bleef

de controlegroep even goed presteren als de groep die gemanipuleerd werd. Dit

kwam omdat ze meer aandacht kregen door het onderzoek, meer contact met

de bazen, en een hechter groepsgevoel.

Follet toonde het belang aan van informele groepen in organisaties, en het

belang om die in kaart te brengen, en zo het gedrag van de leden te verklaren

en bij te sturen. Verschillende mensen zochten naar factoren die mensen

motiveren om goed te presteren. Maslow stelde een piramide van subjectieve

behoeften op.

Herzberg stelde een lijst op van satisfactiefactoren en dissatisfactiefactoren, die mensen motiveren of net demotiveren. Deze twee groepen staan zeer ver uit elkaar (laag loon demotiveert, hoog loon blijft niet motiveren).

McGregor vond dat de bazen hun werknemers moeten kennen, en

op basis van hun kenmerken moest handelen. Als de mensen lui en hardleers

zijn, moeten ze gemotiveerd worden door beloning, bestraffing en strikte

controle. Enthousiaste en creatieve mensen moeten gemotiveerd worden door

inspraak en betrokkenheid.

X theorie

Y theorie

Werken: liever niet!

Geen ambitie

Aversie voor verandering

Onverantwoordelijk

Willen geleid worden

Werken: graag!

Creatief

Veranderen kan

Verantwoordelijk

Zelf-sturing is mogelijk

Bijzondere aandachtspunten

- Plannen: het complexe mensbeeld beïnvloedt de formulering van doelen.

- Organiseren: er is ook een informele structuur, groepen en

groepsdynamiek.

- Leiden: De werknemersgerichte leiderschapstijl is de mees efficiënte en

effectieve, omdat de werknemers gemotiveerd worden, eventueel door

inspraak en participatie.

- Controleren: het complexe mensbeeld maakt controlesystemen

ongeschikt.

Lees meer...

Het klassiek managementperspectief

- Situering in de tijd

Ontstaan in het begin van de 20ste eeuw. Heropleving in de jaren 50 en vanaf midden jaren 80 tot nu. De huidige strekking wordt ook de planmatige, normatieve, neoklassieke of rationele benadering genoemd. De pioniers waren mensen met een technische achtergrond (ingenieurs).

2 hoofdrichtingen:

1) Wetenschappelijk management: focus op productieonderneming =Taylor en de Gilbreth’s

2) Klassieke organisatietheorie gaat over alle soorten organisaties = Fayol & Weber

- Algemene kenmerken

Het is een mechanistische benadering: organisatie als machine. Formele regels worden voorgeschreven, opgelegd, gecontroleerd en dus automatisch uitgevoerd. Dit mens-machinebeeld vereist enkele

basisveronderstellingen.

1) De mens is een rationeel wezen die denkt en handelt op basis van rationele criteria. Beslissingen resulteren altijd in één beste oplossing.

2) Mensen dezelfde eigenbelangen nastreven. Iedereen streeft hetzelfde ‘beste’ of ‘meeste’ na.

De strekking is zeer normatief, omdat er maar 1 beste oplossing is. De logica van

de mensen moet onderzocht worden, en de inzichten geperfectioneerd.

“Time and Motion”- studies bestudeerden welke handelingen de arbeiders

deden, en hoe dit geperfectioneerd kon worden om hun job zo efficiënt en snel

mogelijk te doen.

Taylor en Fayol stelden lijsten met regels op, die samen tevatten zijn in enkele richtlijnen.

1) Training, selectie en taakverdeling zorgen voor meer efficiëntie. Het management moet het productieproces ondersteunen en verbeteren op basis van wetenschappelijke principes. Hiervoor moeten ze goed samenwerken met de arbeiders. Compensatie in functie van prestaties.

2) Fayol hecht ook veel belang aan centralisatie, harmonisatie. In deze regels zijn de managementfuncties te herkennen.

Weber paste dergelijke principes toe op grote en overheidsorganisaties. Hij

stelde richtlijnen op met betrekking tot de bureaucratische organisatie, die volgens hem het meest efficiënt en effectief was. Hier is een ver doorgedreven taakverdeling, om specialisatie te bevorderen. De bevoegdheden en verantwoordelijkheden zijn goed afgebakend. De bevelstructuur is sterk hiërarchisch en er moeten veel regels en procedures gevolgd worden.

- Bijzondere aandachtspunten

1) Plannen: Doelen van de organisatie (de werking) staan centraal, en

zijn duidelijk omschreven, om duidelijke functies en verantwoordelijkheden te krijgen. Het verbeteren van de werking en de efficiëntie is het hoogste doel

2) Organiseren: Formele structuur, ver doorgedreven taakspecialisatie.

Coördineren via regels en directe supervisie. De bureaucratische structuur geldt als de meest efficiënte.

3) Leiding geven: Een eenduidige, autoritaire leiderschapsstijl geldt als de

meest efficiënte en effectieve.

4) Controleren: Radicale en strikte controles, met een mechanistisch,

ingenieurachtig karakter.

5) Belangenconflicten en sociale harmonie: Deze strekking is ontstaan

tijdens de sociale strijd tussen werknemers en werkgevers, met ideeën

van klassentegenstellingen. Naast efficiënt zijn moeten bedrijven ook

zorgen voor harmonisatie van de klassen in functie van de industrie. Zo

moeten werknemers eerlijk vergoed worden naar prestatie. Dit

ideaalbeeld is nooit bereikt, door gebrek aan creatieve arbeid, verlies

van motivatie en dergelijke.

6) Fordisme: de concrete toepassing van de Tayloristische principes en het

lopende band principe. Harmonisatie door het betalen van hoge lonen.

Hij weerde wel werknemersorganisaties, en het te hoge tempo, werkdruk

en afstompend karakter zorgde voor verzet van de werknemers.

Tekst Ford p 100 en video.

Lees meer...

Wat zijn perspectieven

Management haalt haar inzichten, modellen en theorieën uit verschillende basiswetenschappen (metakarakter). Theorieën vertrekken vanuit aannames of perspectieven van waaruit de onderzoekers de werkelijkheid willen begrijpen en verklaren. Er zijn verschillende perspectieven in de basiswetenschappen, die complementair of tegenstrijdig kunnen zijn. Management kent dus veel perspectieven. Andere inzichten bieden andere adviezen. Door de perspectieven in vraag te stellen en te vergelijken, kan je ook de adviezen kritisch bekijken. De perspectieven ordenen is niet makkelijk, omdat ze uit verschillende basiswetenschappen worden samengebracht, of ze zijn tijdsgebonden. De 4 hoofdstromingen worden gegeven, met nog enkele additionele stromingen;

1) Klassiek management perspectief

2) Humans relations

3) Management perspectief van systeemsbenadering

4) Contingentie benadering

+ Kwantitatief management perspectief

+ Besluitvormingstheorie

+ Stakeholdersbenadering

+ Institutionalisme

Lees meer...

Actuele onderwerpen en trends

Buiten de opsomming van algemene thema’s heeft elke soort organisatie

zijn eigen actuele aandachtspunten.

- Mondialisering/globalisering = bedrijven en organisaties die wereldwijd actief zijn. bv. discussie tussen het rijke Noorden en het arme Zuiden populair. Management houdt zich bezig met hoe de bedrijven dit kunnen aanpakken, en wat de problemen zouden kunnen zijn.

- Multiculturalisme & genderproblematiek: nationaliteit, religie, geslacht,

etniciteit en dergelijke kunnen zorgen voor clichématige beeldvorming

van organisatieleden.

- Maatschappelijke verantwoordelijkheid & bedrijfsethiek: geweten v/d organisatie. Die moet zich bewust zijn van de positieve en negatieve invloeden die ze heeft op de samenleving.

- Duurzaam ondernemen: lange termijn overleving van de samenleving.Ecologische, sociaal-maatschappelijke (discriminatie, ongelijkheid), en institutionele dimensie (participatie, inspraak). Verwant met sociale verantwoordelijkheid.

- E-business: veel economische activiteiten krijgen een elektronische verschijningsvorm.

- Kwaliteitszorg: kwalitatief product, goed beheer en transparant management.

- Corporate governance/deugdelijk bestuur: Grote ondernemingen worden

niet langer door de aandeelhouders geleid, maar door de managers, die

niet altijd dezelfde doelstellingen hebben. Meerderheidsaandeelhouders

kunnen meer gericht zijn op het belang van het bedrijf, en zo

minderheidsaandeelhouders benadelen, die enkel hoge dividenden

willen. Management ontwerpt hiervoor de benodigde controlemechanismen en stimulansen, zoals prestatielonen en raad van bestuur. Het ethisch gedrag van het management is belangrijk.

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen