Menu

Hiërarchisering van de rechtspraak

Koningen en territoriale vorsten poogden boven de diverse traditionele vormen van rechtspleging hun hoger gezag te vestigen en hun wetten bij voorrang op lokale privileges te laten gelden voor alle onderdanen binnen hun territoria, en aan hun rechtspraak zoniet het monopolie, dan toch de hoogste geldigheid toe te kennen (in Engeland hadden de koninklijke rechtbanken – King’s Bench en de Bench of the Common Pleas – veel succes, terwijl in Frankrijk het parlement van Parijs met hun onafhankelijke rechters veel bijval oogstte).

Op die manier was er de mogelijkheid als politiek of economisch zwakkere in beroep te gaan tegen uitspraken op regionaal of lokaal niveau. Op lange termijn versterkte de rechtspraak van de kroon de positie van de boeren en daarmee ook die van de koning als hoogste waarborg van rechtvaardigheid. De vorst kon gratie verlenen en iedere rechtsgang ontbinden.

Romeinse recht

  • bevatte veel elementen die de vorsten goed konden gebruiken in hun pogingen om hun centraliserende optreden te rechtvaardigen.
  • sterk centralistische en absolutistische inslag (vb. ‘de vorst is niet gebonden door de wet’). Daartegen bestond er weerstand.
  • geestelijke rechter aan de King’s Bench in de 13de eeuw, Henry Bracton, schreef een traktaat over de wetten en gewoonten in Engeland, waarbij hij de superioriteit verdedigde van de Engelse openbare juryrechtspraak en het natuurrecht.
  • Het Engelse recht beschermt meer het belang van het volk (dan dat dit bij het Romeinse recht het geval was).
  • Pogingen tot codificatie van het geldende recht op de schaal van koninkrijken bleven uitzonderlijk tijdens de Middeleeuwen.

Kerkelijk recht

  • aanzienlijke invloed in de bestuurs- en gerechtspraktijken van de jonge staten
  • rationele onderzoek van feiten door de rechter alvorens iemand in beschuldiging te stellen vond zijn model in de Kerk: de inquisitio, het gerechtelijk onderzoek

Recht aan de universiteiten

Aan de jonge universiteiten kon men rechten studeren, zowel kerkelijk recht als Romeins recht. Er was dus ruimte om een rationeel rechtsdenken te ontwikkelen, los van religieuze voorschriften. Dit gaat samen met de opkomst van het stedelijk milieu.

- universitair geschoolde juristen verwierven sleutelposities in alle openbare besturen, in en buiten de staat.

- Daarnaast werd de rechtspraak en regelgeving steeds vaker vervuld door academisch opgeleide juristen. Hun activiteit droeg bij tot de verrechtelijking van het openbare leven (vb. verdediging van private eigendommen, beschikking bij testament, enz.).

- universitaire studie zorgde ook voor de sociale stijging voor burgers die dankzij hun technische kennis via een kerkelijke of lekencarrière invloedrijke posities verwierven in steden en vooral ook aan hoven, waarmee het machtsmonopolie van de ridders doorbroken raakte.

Lokaal

De lokale voorschriften en rechtspraak stonden veel dichter bij de werkelijkheid en waren ook veel eenvoudiger afdwingbaar dan de wetgeving van de vorsten door de combinatie van sociale controle en gemeenschappelijk belang.

Lees meer...

Oorlog

Charles Tilly

Amerikaans historisch socioloog Charles Tilly zegt dat ‘oorlogen staten maakten en staten oorlog maakten’. Hiermee bedoelt hij dat d.m.v. oorlog de grenzen van een staat werden gevormd en dat instellingen binnen die staat gevormd werden door de onderlinge competitie tussen diverse politieke eenheden. Staten gebruikten anderzijds veruit het grootste deel van de middelen (financiële, materiële en diensten) om oorlogen te voeren.

Oorlog

De oorlog zorgde voor schulden en die schulden dienden met forse rente terugbetaald te worden. In deze ontwikkeling speelden ook belangengroepen een rol die, omdat ze baat hadden bij hun staat in oorlog, de besluitvorming in die richting stuurden.

Daarnaast komt nog de adel die steeds een drijvende kracht vormde achter de vanzelfsprekendheid waarmee oorlog werd beschouwd als een vast onderdeel van de aanhoudende politieke competitie.

Nieuw technieken

Op het slagveld deden nieuwe technieken zijn intrede:

- Condottiere: huurlingenleider die zijn compagnieën verhuurde aan de meest biedende partij.

- De boogschutters uit Wales die onder andere verantwoordelijk waren voor honderden Franse doden bij de slag van Grécy en daarmee het einde van het ridderleger als dusdanig inluidde.

- De bouw van muren rond de steden, die de belegeraars, die met grotere aantallen soldaten de stad moesten omsingelen, in de kosten deed jagen.

- Het kanon omstreeks 1330, dat dan op zijn beurt de muren van de stad bedreigde, maar wel nog duur was in fabricatie en bediening.

Toch konden degene die artillerie konden betalen om de meest geduchte concurrenten een definitieve slag toe te brengen. Opstanden waren in Frankrijk, de Nederlanden en Noord-Duitsland vaak de gelegenheid voor een vorst om met zijn militair overwicht de autonomie van grote steden te beknotten. Zo kwam in die tijd de offensieve actie weer in het voordeel, mits de militaire organisatie aangepast was aan de nieuwe uitdagingen.

Frankrijk

Wat ook modern was, was het feit dat de Franse koning 20.000 tot 25.000 soldaten en officieren in vast betaalde dienst had als gens d’armes. De oorlog werd immers meer en meer een permanent bedrijf dat constant inzetbare getrainde troepen vereiste.

Legitimatie

Naarmate meer onderdanen ingeschakeld werden bij de oorlogvoering, en er met het parlement of vergaderingen van steden en standen onderhandeld moest worden over troepenleveringen en subsidies, groeide de noodzaak deze inspanningen te rechtvaardigen. Een voor de hand liggende legitimatie was de religieuze. De cultus van een nationale heilige was een middel hiertoe (cf. Frankrijk: de heiligen Denijs en Michiel).

Lees meer...

Van vorstendom naar staat

Wisselvalligheid van de dynastieke strijd

- droeg bij dat onderdanen hun loyaliteitsgevoelens in de eerste plaats richtten op hun lokale en regionale leefverbanden

- Daarnaast kwam op ruimer niveau het gezag van een heersend vorstenhuis.

- Heraldische symbolen, publieke ceremoniën, slogans en genealogische geschiedschrijving ondersteunden de banden tussen vorsten en onderdanen.

=> Zoiets abstracts als een staat drong maar langzaam door tot het collectieve bewustzijn.

Langdurige conflicten

Anderzijds wakkerden langdurige conflicten, omwille van opvolgingskwesties, zowel de wederzijdse vijandschap als de eigen identiteit van volkeren aan (cf. honderdjarige oorlog).

-Direct gevolg van de honderdjarige oorlog is het feit dat de Franse monarchie de meubelen heeft gered en dus versterkt uit het conflict is gekomen.

- In Engeland kon de kroon na 1420 roem noch gewin halen uit alle inspanningen en bleven het parlement en de baronnen geduchte tegenspelers.

Noord Italië

In sommige gebieden, alwaar de verstedelijking hoog was, stonden het economische en demografische gewicht van de burgers de concentratie van vorstelijke macht in de weg.

Het gezag dat de Duitse keizers opeisten over Noord-Italië was al in de twaalfde eeuw gestuit op de krachtige weerstand van de Lombardische steden.

In Noord-Italië controleerden de steden de omliggende gebieden. Plaatselijke adelgeslachten voerden er een militair getint gezag uit. Enkel in Venetië was er sprake van een republikeinse staatsvorm onder het bestuur van raden en een verkozen doge.

Het verschil tussen deze ‘stadstaten’ en monarchale staten is dat vanuit de traditie van lokale rechten de dominante steden aan de kleinere steden, waarover ze controleerden, geen eenvormig bestuurssysteem oplegden. Zo vormden zich enkele grote regionale staten onder leiding van Milaan, Venetië en Florence.

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen