Menu

Ontwikkelingen in de negentiende en twintigste eeuw

De structurele verschillen tussen west, oost en midden Europa ontplooiden zich verder. Op economisch vlak zag men de industrialisering in het westen ten opzichte van een veel tragere ontwikkeling in het midden en oosten.

Op politiek vlak ontstonden de moderne nationale staten ten opzichte van een minder geleidelijke ontwikkeling, een ondermijning van de macht van de vorst en adel door de burgerij ten opzichte van een sterke positie van establishment van de adel en processen van centralisering, bureaucratisering en democratisering ten opzichte van een sterke positie van het anti liberale en anti democratische establishment. Daarnaast was er een gematigd nationalisme ten opzichte van zeer extreme vormen van nationalisme met een politisering van het natie begrip vanaf de achttiende eeuw, een collectieve nationale identiteit ten opzichte van problemen en een dominantie van het civiele ten opzichte van de etnische variant van het nationalisme in bepaalde perioden.

Lees meer...

De culturele ruimte

Er was een discrepantie tussen de wereld van de geletterde elite en de wereld van de anderen. De manieren om de wereld te begrijpen waren een volkscultuur met sterke lokale en regionale verschillen, kerk en geloof en wetenschap. De culturele reformaties van renaissance, hervorming en verlichting hebben vooral hun stempel gedrukt op West Europa.

Lees meer...

Politieke ontwikkeling en staatsvorming

Een standenmaatschappij met principiële rechtsongelijkheid en sterke reglementering ontstond. Er waren variaties in de verhouding tussen de standen en het centraal gezag en de legitimiteit van de vorst.

In het Westen ontstond uit de middeleeuwse monarchieën betrekkelijk sterke dynastieke staten tijdens de zeventiende en achttiende eeuw. Ondanks oorlogen bleven de kernterritoria relatief stabiel, maar het centraal gezag van de vorst varieerde. Er was een differentiatie tussen economie en politiek, markt en staat en burgerlijke maatschappij en vorstelijk gezag. Het Westerse kolonialisme was gericht op gebieden buiten Europa vanwege handelsbelangen en niet territoriale expansie.

In het Oosten en midden was er een dominantie van imperiale rijken (Duits, ottomaans en Russisch) en een territoriale expansie binnen Europa en inlijving van aangrenzende gebieden. De impact van burgerlijke lagen in het Ottomaanse Rijk en Rusland was laag: weinig differentiatie tussen staat, religie, politiek, economie, staat en civil society. In het midden van Europa was er wel vorming van burgerlijke lagen, mar de keizers en adel behielden een zeer grote politieke macht.

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen