Menu

Van standensamenleving naar de opkomst van moderne staten (1500-1800)

De standensamenleving wordt gekenmerkt door de stand als criterium van sociaal onderscheid, wat functionele differentiëring, een sociaal leven bepaald door de stand, een ongelijkheid en een beperkte mobiliteit met zich meebracht. Er bestond een sociale hiërarchie bepaald door status en traditie en een onderscheid tussen de eerste of biddende stand, de tweede of strijdende stand en de derde of werkende stand.

De eerste stand of de geestelijkheid vervulde een belangrijke functie in de samenleving (geestelijk leiderschap) en bekleedde een adviserende functie voor de vorst. Er was een onderscheid tussen hoge en lage clerus, waarbij de hoge geestelijkheid vaak van adel was.

De tweede stand bestond uit de adel waartoe men behoorde door geboorte, maar ook de vorst had de macht om onderdanen tot de adelstand te verheffen. Ze hadden extra privileges en toegang tot lucratieve overheidsfuncties. Er bestonden twee soorten adel la noblesse d’épee of adel van het zwaard en la noblesse de robe of adel van de tabberd. Er bestonden spanningen tussen de oude en nieuwe adel wegens de verdeling van functies en de toetreding tot de standenvergadering, waarin men eisen kon stellen en een onderscheid tussen rijke en armere adel.

De derde of werkende stand werd meenstal gedefinieerd als de burgerij van de steden. De burger door geboorte of kooprecht, wat verwijst naar het oligarchiseringsproces sinds de 15de, 16de eeuw. Regenten kregen belangrijke en lucratieve stedelijke ambten, maar zij zonden slechts een afvaardiging naar de staten generaal.

De landbouwbevolking had de markt als regulerend mechanisme met als hoogste sociale waarde de hoeveelheid productiemiddelen. Er was een grotere sociale mobiliteit en dus meer mogelijkheden tot individuele zelfontplooiing

Lees meer...

Kenmerken

Staatvorming is een proces op lange termijn en staten zijn heerschappij en bestuursstructuren: ze zijn relatief autonoom, gebonden aan een territorium, gecentraliseerd, gespecialiseerd en gedifferentieerd en ze steunen op gewelds en belastingenmonopolisering. Staten concurreren met elkaar en de ontwikkeling wordt gesteund door het handelen van elites en bevolkingen, een eeuwenlange machtsstrijd tussen menselijke samenlevingen.

Lees meer...

. Theoretische beschouwingen over staat en staatsvorming

Volgens Max Weber is de staat een politieke organisatie van een bepaalde menselijke samenleving binnen een specifiek territorium. De organisatie ervan is relatief duurzaam en de leiding is in handen van een bestuurlijke staf die regeert en bestuurt door middel van uitvaardigen en doorvoeren van regels via vaststaande procedures.

Norbert Elias bouwde voort op deze definitie en ontwikkelde de theorie verder uit. Hij geeft geen strikte of formele definitie van staat, maar een procesmatige benadering van staatsvorming. Belangrijke aspecten hierbij zijn dat een staat enkel kan ontstaan in een samenleving met een hoge functionele differentiatie, gekenmerkt door een gedifferentieerd en gespecialiseerd centraal bestuurapparaat met monopolie op geweld en belastingen. Zijn visie op de koningsfiguur of de ontwikkeling van monopolie mechanisme van macht draait rond de strijd om een machtsmonopolie volgens de wet van de survival of the fittest. Het is een blinde, ongestuurde strijd zonder teleologische visie en een machtsmonopolie gevestigd door belastingsinning en geweld. De macht wordt onpersoonlijker en meer geïnstitutionaliseerd door schaalvergroting en functionele differentiatie van de maatschappij. De instellingen worden gecreëerd in de schaduw van de vorst, professionaliseren zich en maken de vorst overbodig. Het is wel zo dat het uitspelen van de belangengroepen in de maatschappij afhankelijk zijn van de capaciteit van de vorst.

Norbert Elias heeft oog voor het procesmatige karakter en legt een groot gewicht bij endogene factoren, maar onderschat exogene factoren zoals oorlog, externe ordening van de staten en ontwikkelingen in het buitenland. Het is gebaseerd op het Frans model, maar weinig oog voor de verschillen in ontwikkelingen in Europa.

Charles Tilly stelt als begrip van staatsontwikkeling in West Europa een consolidatie van het staatsterritorium, verloop van centralisering, differentiatie van bestuur van andere organisaties en het tot stand komen van monopolisering en concentratie van dwangmiddelen. Hij heeft weinig ook voor het procesmatige en introduceert het begrip statelijkheid. Koen Koch spreekt hier over verstatelijking ten opzichte van ontstatelijking.

We zien bij Weber en Tilly relatief statistische definities, maar er zijn verschillen tussen staten en staatsontwikkeling afhankelijk van de plaats en tijd. De staat en het statenstelsel zijn voortdurend in ontwikkeling zonder gelijkblijvende structuren, maar voortgaande processen. Er is aandacht voor een noodzaak de fasen te onderscheiden in het proces, niet teleologisch te werk te gaan en een onderscheid tussen staatsvorming in enge en ruime zin.

Lees meer...

Het staatsvormingsproces

Het staatsvormingsproces is van groot belang voor de politieke, economische en sociale geschiedenis. Het bestaat uit verschillende stadia. In enge betekenis gaat het om de politieke, militaire, economische en institutionele eenmaking van staten en in ruime betekenis over natievorming, de omvorming van een staat tot politieke democratie en de ontwikkeling van de verzorgingsstaat.

BEGINPUNT

EINDPUNT

Vorsten als primus inter pares tussen honderden machthebbers

Monopolisering van de macht door staten

Legitimiteit van de vorst is sacraal

Legitimiteit van de vorst is van algemeen belang

Vorst is verantwoordelijk voor recht en vrede, zonder monopolie erover

Staat bepaalt het menselijke bestaan en legt zelf grenzen aan eigen competentie

Vorst heeft enkele persoonlijke dienaars en geen professionelen

Omvangrijk deel van de bevolking is tewerkgesteld als ambtenaar

Staat heeft geen exclusief commando over gewapende mensen

Staat kan de bevolking en economie mobiliseren voor oorlogvoeren

Vorst wordt geacht te leven van domeininkomsten

Staat legt beslag op een deel van het nationale inkomen en herverdeelt het daarna

Het succes van vorsten bij de uitbreiding van hun macht zorgt uiteraard voor nieuwe problemen zoals nieuwe gebieden bestuurd door één of andere vorm van rechtmatig bestuur (Machiavelli met il principe). We moeten het fenomeen staatsvorming echter relativeren. Misschien is het niet meer dan een tussenstadium in de geschiedenis, er is een verlies van bevoegdheden aan supranationale organisaties en een verlies voor de bevoegdheden van regio’s. De nationale staat is een typisch Europees product, maar niet altijd succesvol als exportproduct.

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen