Menu

THEODORE ROOSEVELT

Theodore Roosevelt resideerde in het Witte Huis van 1901 tot 1909 en was een Republikein.

Onder zijn bewind nam het Progressivisme een hoge vaart en veranderde er heel veel in de VS, zijn presidentschap wordt als een van de meest succesvolste en belangrijkst gezien…

Na de Amerikaanse burgeroorlog kende men een sterk Congres en een zwakke president.
Theodore Roosevelt gaf het Witte Huis terug een centrale plaats in het politieke landschap, zijn presidentschap wordt ook wel de ‘Imperial Presidency’ genoemd. waarbij het witte huis een centrale rol speelt aan de macht.

Hij kwam uit een zeer welstellend gezin, hij zetelde op zijn 23 jaar al in de State Assembly van New York, dezelfde staat waarvan hij later Gouverneur zou worden.

Als kleine jongen had hij een redelijk slechte gezondheid, zo leed hij ondermeer aan astma.
Toen zijn eerste vrouw en moeder op dezelfde dag stierven en zijn gezondheid verslechterde (astma)

vertrok hij naar het Dakota Territory om er twee jaar als veehouder te werken.
Hij was een erg veelzijdig en energiek man: zo heeft hij niet alleen als rancher geleefd maar ook als ontdekkingsreiziger, historicus, jager en militair.

Theodore Roosevelt was een ware conservationist en bracht zijn voorliefde voor de natuur met zich mee naar het Witte Huis. Onder zijn regeerperiode werd ruim 1 miljoen km2 land gereserveerd voor het behoud van natuurschoon en unieke ecosystemen alsmede archeologisch belangrijke gebieden. Het systeem van Nationale Parken in de VS werd sterk uitgebreid, niet alleen met nationale parken maar ook met nationale bossen, monumenten en beschermde natuurgebieden voor diverse vogel- en diersoorten. Ze kwamen onder controle van de National Forest Servic.

In 1906 werd ook de ‘Pure Food and Drug Act’ aangenomen door ondermeer kritiek van Upton Sinclair op de gevaarlijke inhoud van bepaalde producten en zgn. medicijnen. Ook werd de kwaliteit v/h vlees door de federale overheid geïnspecteerd en werden bepaalde producten verboden voor hun overdreven inhoud van bepaalde, gevaarlijke en illegale stoffen (cocaïne,…)

Het was de eerste regeringsmaatregel ter bescherming van de consument.

In 1902 moest Theodore Roosevelt interveniëren in een 163-dagen durende mijnwerkersstaking van de United Mine Workers of America omdat de verwarmingsmogelijkheden van vele huishoudens in het gedrang kwam. De mijnwerkers kregen 10 % opslag en een 9uur werkdag.

Hij bond ook de strijd met de corruptie in de administratie en met de grote trusts die volgens hem misbruik maakten van de gehele samenleving. Theodore Roosevelt wordt ook wel de ‘Trustbuster

genoemd omdat hij veel grote bedrijven verplichtte zich te splitsen in verschillende kleine bedrijven. Hij maakte echter een onderscheid tussen goed en slechte trusts, of respectievelijk diegene die het algemeen belang dienen en vooruitgang brengen en diegene die de consument uitzuigen, de markt manipuleerde en veel ambtenaren omkocht.

Theodore Roosevelt had als doel een moderne, sociaalrechtvaardige en industriële samenleving uit te bouwen, waarbij de klemtoon van de macht bij de nationale, federale, regering lag
Hij wou een einde maken aan de laisser-faire politiek ten opzichte van de economie.

Men noemde zijn beleid de Square Deal of New Nationalism:

  • regeringscontrole over ondernemingen
  • consumentenbescherming
  • bescherming van de natuurlijke hulpbronnen
  • President werd de spilfiguur van de macht en het politieke leven, iedere actie of daad is veroorloofd tenzij het is verboden door de Grondwet.

Op het buitenlandsvlak was hij een echte internationalist/expansionist, volgens hem moest de VS betrokken zijn bij de internationale politiek en moest het zelf een imperiale mogendheid worden…
Zijn grootste succes op buitenlands gebied was volgens hem de realisering van het Panamakanaal.
In die tijd was Panama een deel van Colombia, daardoor had hij een pact gesloten met de Colombiaanse regering het plan werd echter in de Colombiaanse Senaat verworpen.
Daarop steunde hij een separatistische beweging die streefde naar een onafhankelijk Panama, de VS erkende als eerste het nieuwe land en kreeg in ruil voor haar steun de concessie om een kanaal te bouwen van de Atlantische naar de Grote Oceaan.

Roosevelt bouwde tijdens de Spaans-Amerikaanse Oorlog een vrijwilligersleger op eigen kosten, de zgn. ‘Rough Riders Regiment (1898)’Theodore Roosevelt was leider ervan en is er gaan vechten.

Roosevelt breidt de 19eeuws Monroedoctrine uit met de Roosevelt Corrolary, deze houdt in dat in
Latijns Amerika de VS het recht opeist om in deze landen de interveniëren wanneer in deze landen de politieke stabiliteit in het gedrang kwam of als de Amerikaanse belangen in gevaar kwamen. De VS intervenieerde diverse malen in Midden-Amerika en het Caraïbische gebied.

Ook in het Verre Oosten had Amerika interesse, maar omdat Amerika als laatkomer arriveerde, en een groot deel al was ingenomen door de Europeanen, eisten ze een Open Door Policy t.o.v. China waardoor iedereen zich er vrij zou mogen komen vestigen en handel drijven…

De marine werd onder Roosevelt sterk uitgebreid en de ‘Great White Fleat’ werd de hele wereld rondgezonden om te laten zien dat Amerika een grote mogendheid was geworden.

Roosevelt schoof na zijn twee ambtstermijnen (een traditie geschapen door Washington) William Howard Taft naar voor als nieuwe presidentskandidaat voor de Republikeinse Partij.


Tussen 1909-1910 ging Roosevelt op expeditie naar Afrika in opdracht van het Smitsonian Institution en het American Museum of Natural History , daar schoot en ving hij en zijn gevolg meer dan 100.000 dieren om ze in musea over geheel Amerika ten toon te stellen. Hij is ook op expeditie geweest naar het Amazonegebied in Brazilië waar hij een zijrivier van de Amazone ontdekt, nl. de Rio Teodoro.

Na vier jaar regeren had Taft zowel de Democraten als een groot deel van zijn eigen Republikeinse Partij tegen zichzelf in het harnas gejaagd en in 1911 brak ook Roosevelt met zijn protégé door zichzelf als kandidaat voor het presidentschap op te werpen. Tijdens de nomineringsconventie van de Republikeinen in 1912 was het lange tijd onzeker of Taft de meeste delegatieleden voor zich zou weten te winnen maar na twee weken was het voor Roosevelt duidelijk dat Taft aan het langste eind zou trekken. De oud-president brak hierop met zijn partij en richtte zijn eigen Progressieve Partij op. Deze partij kreeg de volksnaam Bull Moose Party nadat Roosevelt had verklaard zo fit als een eland (Engels: Moose) te zijn.

Tijdens de verkiezingen slaagde Roosevelt er niet in om de overwinning naar zich toe te trekken maar hij haalde zoveel stemmen weg bij de Republikeinen dat ook Taft een verlies moest verwerken. De uiteindelijke overwinning ging naar de kandidaat voor de Democratische Partij, die, hoewel hij minder stemmen vergaarde dan zijn twee concurrenten bij elkaar opgeteld, met gemak de overwinning in het kiescollege behaalde. Als gevolg van deze splitsing in de Republikeinse Partij zou deze laatste een steeds meer conservatieve koers gaan varen in de decennia die volgden.

Woodrow Wilson (1913-1922) werd verkozen als de nieuwe president.

Lees meer...

THE PROGRESSIVE ERA (1895 – 1920)

McKinley's presidentschap leidde tevens het begin in van het Progressieve tijdperk in de Amerikaanse politiek. Dit tijdperk werd gekenmerkt door een breuk met de corruptie die na de Burgeroorlog in de Amerikaanse politiek was geslopen. Ook waren de Progressieven tegen verkwanseling van de overheidsuitgaven. Verder wordt in deze periode een aantal amendementen op de grondwet aangenomen die o.a vrouwenkiesrecht en de directe verkiezing van senatoren regelde. Ook werden in een aantal staten maatregelen geïntroduceerd die burgers meer invloed gaven met betrekking tot het bestuur, zo kon een referendum op vraag van de burgers worden uitgeschreven.

De industriële revolutie, de énorme pool van werkkrachten, de immense immigratie en de explosieve stedengroei leidden tot sociaal-economische wantoestanden zo was de armoede er groot, waren er veel ziektes en was corruptie schering en inslag.
Tijdens de periode 1895-1920 worden deze zaken grondig aangepakt, dit aan de hand van het ‘progressivisme’. Het verschilt echter van het socialisme, zo blijft er een kapitalistische vrije markt maar worden de excessen ervan aangepakt d.m.v. wetgeving.

Het Progressivisme is langzaam aan gegroeid, zo begonnen journalisten de wantoestanden in hun artikelen aan te kaarten, ze werden de Muckrakers genoemd.

Zo schreef Lincoln Steffens een boek van gebundelde artikels ‘The Shame of the Cities’ (1904) waarin hij de corruptie in de steden aanklaagde. Verder schreef Upton Sinclair in 1906 ‘The Jungle’ waarin de wantoestanden in de vleesindustrie van Chicago worden besproken.

Jacob Riis publiceerde in 1890 ‘How the Other Half Lives’ waarin hij met tekst en foto’s de slechte leefomstandigheden in de achterbuurten van New Hork beschreef.

Een ander bekend figuur is Jane Adams, een sociaal werksterin de achterbuurten van Chicago, die in 1889 het buurthuis ‘Hull House’ stichtte, haar werk was een voorbeeld voor andere buurt- en armhuizen, ze kreeg in 1931 de Nobelprijs voor de Vrede.

Het idee en de invloed van het progressivisme verspreide zich als eerste in de steden daarna in de staten en als laatste op het federaal niveau ( het Congres).

Het idee dat het de taak was van de overheid om verbetering te brengen kreeg meer een meer voorstanders, desondanks er toch wel wat verzet was tegen deze groeiende overheidsinmenging.

Zo werd er gepleit voor betere werkomstandigheden (kortere werktijden, veiligheid op de werkvloer,…), betere leefomstandigheden in het algemeen en in bijzonder betere huisvesting en hygiëne (riolering, verlichting, openbare gebouwen,…)

Robert M. La Fallette, de gouverneur van Wisconsin tussen 1901 en 1906, was een van de boeegbeelden van het Progressivisme. Het was hij die de aanzet gaf tot de Wisconsin Idea’:

  • sociale hervormingen, zo was kwam er ondermeer een verbod op kinderarbeid en werd er een stelsel voorzien om arbeiders met een werkongeval op te vangen
  • democratisering van het belastingstelsel: mensen met hoge inkomens betalen meer dan mensen met lage inkomens…
  • gehele democratisering van het politiek stelsel, zo kregen vrouwen stemrecht (vanaf 1920 over het gehele land) en werden verder ondermeer de Primary Elections ingevoerd: uit verschilleden kandidaten voor een bepaald ambt (o.a. senator) werd er een persoon geselecteerd die dan de verkiezingsstrijd moest aangaan.

Verder werk ook de strijd aangebonden tegen alcoholmisbruik en prostitutie

Op 6 september 1901 werd echter president McKinley op de Pan-Amerikaanse tentoonstelling in Buffalo neergeschoten, waarna hij bezwijkt aan zijn verwondingen. Zijn vice-president Theodore Roosevelt nam echter het roer over.

Lees meer...

IMPERIALE MOGENDHEID

Met de presidentverkiezingen van 1896 werd William McKinley verkozen als nieuwe president.
Hij stond een meer agressief buitenlands- en protectionistisch handelsbeleid voor om zo de binnenlandse economie te beschermen.
McKinley's presidentschap was ook het begin van de overzeese expansie van de Verenigde Staten, men was met name geïnteresseerd in het eigen Westelijk Halfrond waar het al sedert de aanname van de Monroe-doctrine Europese inmengingen afwees.

Eén van de gebieden die McKinley's aandacht trok was het koninkrijk Hawaï. Naast uitbreiding van de buitenlandse markt voor Amerikaanse producten zag de president ook het potentieel in van de aanleg van een marinebasis op de eilanden Voor zijn presidentschap, als lid van het Congres, pleitte hij reeds voor de annexatie van de eilandengroep.

In 1894 bracht een staatsgreep een einde aan het koninkrijk, geholpen door Amerikaanse bedrijven die investeerde in Hawaï. Hawaï werd een republiek en in 1898 werden de VS en de Hawaïaanse President Sanford Dole het eens over een verdrag ter annexatie van de archipel bij de Verenigde Staten. Op 6 juli 1898 nam het Congres de annexatieresolutie aan, en op 30 april 1900 werd Hawaï een territorium van de VS.

Verder werd op het Westelijk halfrond ondermeer Cuba en Puerto Rico nog altijd bestuurd door Spanje, steeds werden meer en meer berichten over Spaanse wreedheden in Cuba in de VS gepubliceerd wat de publieke opinie fel tegen Spanje deed keren.

Uit voorzorg, en om Amerikaanse belangen in Cuba te beschermen, werd begin 1898 een marineschip, de U.S.S. Maine naar de haven van Havana gestuurd. Het werd aangevallen en daardoor werd de roep om oorlog steeds luider en luider…
Hoewel de oorlog begon om Cuba breidde die al snel uit naar de andere Spaanse bezittingen, o.a. Puerto Rico en de Filipijnen.
Na slecht 113 dagen oorlog werd met Spanje de ‘Vrede van Parijs’ getekend, hierdoor verloor ze Guam, de Filipijnen en Puerto Rico aan de VS, Cuba werd een aparte staat.

Verder werd in 1867 Alaska voor $ 7 miljoen gekocht van de Russen.

Lees meer...

DE VERSTEDELIJKING

Na 1880 zit men een enorme groei van de steden, dit is te verklaren door de toenemende immigratie, industrialisatie en de verbetering van de infrastructuur.

Er zijn veel meer staten die steden krijgen in deze periode, zo gaan veel boeren uit het oosten in de steden wonen daar ze niet opkonden tegen de zware landbouwconcurrentie uit de MidWest.

Zo spreekt de groei van Chicago tot de verbeelding: in 1840 had het 4.000 inwoners, in 1900 woonden er 1,7 miljoen mensen…

Vanuit het buitenland kwam een ware volksverhuizing op gang met miljoenen immigranten vanuit alle hoeken van de wereld die in de Verenigde Staten een beter bestaan wilde opbouwen, weg van de honger en oorlogen van het moederland, de pogroms en discriminatie.

In de periode 1870-1920 immigreerde in totaal ongeveer zo’n 25 miljoen immigranten naar de VS.

Zo kwamen tussen 1880 en 1920 zo'n 2 miljoen Joden Amerika binnen en kende de decennia van 1900 tot 1920 de influx van ongeveer 2 miljoen Italianen. Vele miljoenen arriveerde ook vanuit Duitsland, Polen, Rusland, het Habsburgse Rijk, Oost-Europa en Scandinavië. Ook vanuit Canada arriveerde er een miljoen Franstaligen die voornamelijk naar New England trokken.

Andere immigranten die het land binnenstroomden vestigde zich over het algemeen in min of meer gescheidde gemeenschappen. Zo ontstonden er een grote Italiaanse gemeenschap in New York City, vestigde vele Ieren zich rond Boston en werd de Midwest het nieuwe thuis voor Duitsers en Scandinaviërs.

Tijdens deze grote immigratiegolf vestigden vele nieuwkomers (vooral Italianen, Russen,…) zich in wijken van dezelfde etnische groep omdat ze het Engels niet machtig waren of omdat ze een stukje van hun oorspronkelijke thuis misten. Het is het begin van de zgn. Ghetto’s.
In de slums was het slecht leven door de geringe openbare diensten (geen scholen, parken, riolering,…) en vele ziektes (cholera, tyfus, pokken).
De politici zagen deze nieuwe immigranten graag komen, ze vingen ze op in ruil voor stemmen.
Sommigen politici brachten ook echt wel verbeteringen aan… (riolering, openbaar vervoer, scholen)

In 1921 en 1924 ontstonden er wetgevingen (quota) om de immigrantenstroom te beperken. Zo werden ernstige chronische en mentaal zieke mensen geweerd.
Een groot deel van de immigranten kwamen in New York op Ellis Island, waar ze geïnspecteerd werden en keken of ze genoeg geld bij hadden.

De Verenigde Staten verstedelijkt meer en meer, vooral aan de Eastcoast. In de grote steden komt zelf de mobiliteit in het gedrang, daarom worden ondermeer metro’s aangelegd en trams en trolleybussen in gebruik genomen…
De mobiliteit in het gehele land werd verzekerd door de spoorwegen en door de steeds meer populair wordende auto.
Henry Ford ontwikkelde in 1908 de T. Ford waarvan er in 1908 10.000 exemplaren werden gemaakt, wanneer hij een lopende band systeem invoert in 1913 worden de productiekosten zodanig verkleind dat de automobiel ook bereikbaar werd voor de ‘gewone man’

Het leven werd praktischer en gemakkelijker. Zo werden er grote warenhuizen opgericht, typ- en naaimachines ontwikkeld en kwam er massaproductie inzake kleding.
Verder maakt de eerder aangehaalde ontwikkeling van de gloeilamp het leven niet alleen praktischer, het laat het ook toe dat er ’s avonds geleefd en gewerkt kan worden.
Verder wordt tijd en ruimte nog meer gecomprimeerd door de ontwikkeling van de telefoon door Alexander Graham Bell.

Door de grote economische groei, de hogere lonen, de kortere werkdagen en betere leefomstandigheden ontstaat er rond 1900 een nieuwe wijze waarop de vrije tijd werd besteed aan sport, cultuur en showbusiness. Men evolueert naar een massacultuur waarbij iedereen mee kan participeren (musicals, vaudevilles, film,…)

Er ontstaat ook een massapers, met een steeds grotere inbreng van de advertentie-industrie.

De grote krantenmagnaten waren William Randolph Hearts en Joseph Pulitzer

Ook de ‘hoge’ cultuur verspreidt zich steeds meer via scholen, universiteiten, bibliotheken,… door sponsering van grote bedrijfsleiders of bepaalde maatschappelijke groepen.

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen