Menu

De kerkelijke hiërarchie: episcopaat en diocees

1) kerkelijke diocesen zijn gebaseerd op de Romeinse civitates, bestuurd door een bisschop

2) Kerk streeft er naar om het aantal diocesen laag te houden  vergroting gezag bisschop

3) Bisschoppen hebben een sleutelfunctie bij overgang van Late Oudheid naar Vroege ME:

1) Vertegenwoordigen de Christelijke Kerk op regionaal niveau

2) Hebben inbreng in het wereldlijke bestuur

5 belangrijke taken voor bisschoppen:

1) waken over de juiste geloofsopvatting - uitoefenen van leergezag door te preken, door aan kerkvergaderingen deel te nemen en door het schrijven van bijbelcommentaren

2) wetgeving van en controle op kerkelijke regels

3) wijden geestelijken in en superviseren hen

4) spreken recht i.v.m. Kerk, geloof en christelijke moraal – laten zich hier vaak bijstaan door aartsdiaken (= ‘eerste diaken)

5) beheren het aan het bisdom verbonden vermogen, en dienen aan liefdadigheid te doen

Lees meer...

De geestelijkheid en haar taken

Hiërarchie

- Kerk heeft al vroeg een geordende geestelijkheid of clerus en is daarom al snel goed gestructureerd

1) Voornaamste taak van de clerus: het leiden van de kudde naar het eeuwige heil

2) In de Vroege ME zijn er acht wijdingsgraden: 4 hoge (priester, bisschop…) en 4 lage (exorcist, akoliet…)

Inwijding geestelijke

- Moet zich de kruin laten scheren (tonsuur)

- Als aspirant staat hij onder het gezag van de bisschop geniet van ‘het privilegium fori’ (onttrekking van de wereldlijke rechtbanken) en het ‘privilegium immunitatis’ (vrijstelling van elke fiscale en militaire verplichting in de publieke sfeer)

Sacramenten

= de zichtbare door Christus ingestelde tekenen van de persoonlijke band tussen God en de gelovige (toegediend door hoger gewijde geestelijken)

Eucharistie

gezamenlijke herdenking van het Laatste Avondmaal, later kregen ze ook een utilitair karakter (beden afsmeken …)

Doop

- volwaardig lid worden van de gemeenschap

- redding van de ziel

1) tijdens het leven kun je veel zonden begaan, dus werd in het begin meestal gedoopt aan het sterfbed

2) Vroege ME doopte men vlak na de geboorte, om iemand op te nemen in het zielenheil, de peetouders leggen dan de geloofsbelijdenis af

Biecht

men bekent schuld  vergeving  boetedoening

- boetedoening was in het begin in het openbaar en heel zwaar, later wordt dit privaat

- priester gaat een boetedoener systematisch vragen stellen met bedoeling tot het inzien van de zonden

=> in totaal 7 sacramenten, maar slechts deze drie worden toegelicht

Wat moeten de geestelijken kennen en kunnen?

- Ingewikkelde rituelen en formules i.v.m. sacramenten kennen (liturgie)

- Bijbelteksten uitleggen

- Opleiding was echter niet al te goed => op den duur was het al heel wat wanneer een priester een liturgische formule correct kon uitspreken

Morele eisen

Aan hogere geestelijken worden hoge morele eisen gesteld, maar pas vanaf de Karolingische Tijd wordt dit in de praktijk omgezet

Kanunniken

- gaan samen kapittels vormen (priesters verbonden aan een kathedraal die bijeen gaan wonen)

- kanunniken zijn geen monniken!

Celibaat

Hoewel bv. Augustinus een algemeen klerikaal celibaat wil, zijn de regels in het westen aanvankelijk los:

- in het ORR mogen gehuwde mannen priester worden, maar ongehuwde priesters mogen er niet achteraf trouwen

- uiteindelijk zal in het westen het priestercelibaat ingevoerd worden, in het oosten niet

Lees meer...

Materiële rijkdom. Accumulatie en redistributie

Kerk wordt snel rijk

vooral in het Oosten, door:

  • overname vermogens van heidense heiligdommen
  • schenkingen van keizers en particulieren (om eigen lot veilig te stellen: Hemel afkopen)

1) sleutelpositie in de maatschappelijke herverdeling van inkomen (dienstverleningsplaatsen)

2) moreel gezag in de hele samenleving

+ Kerk heeft geen centrale kas, maar vermogens in afzonderlijke instellingen

Armenzorg

≠ uit zorg voor armen, maar om eigen toekomst in hiernamaals te verzekeren

Verdere schaalvergroting vanuit twee richtingen

Eigenkirchen

= kerken gesticht door aristocraten op hun eigen domeinen

- zeer populair tot XI

- redenen:

* eigen zielenheil veilig stellen

* economische aspect: inkomsten abdijen

* familiepatrimonium onverdeeld houden: niet ingepikt worden door hogere adel omdat deze niet willen stelen van de Kerk

* kinderen onderbrengen in eigen klooster (minder erfenis…)

‘Kerk van en voor de aristocratie’

schenkingen door leden van de aristocratie en stichten van eigen kloosters …

Motieven:

- verzekering zielenheil

- prestige

- gronden genereren opbrengsten

- familiegoed wordt uit de handen van de koningen weggehouden

Tienden

= heffen van belastingen (tiende) op de middengroep van vrije boeren

- gaat terug op een oudtestamentisch gebod

- tiendplicht wordt in de loop van de 9e/10e eeuw verplicht in Europa

- adellijke bezitters van kerken en kloosters houden meestal een groot deel van de tienden voor zichzelf  verzet hiertegen bij de boeren

- XII: Cisterciënzers waren tegen, maar draaiden na een eeuw bij

Lees meer...

De verhouding tussen keizer en paus

Theocratisch gezagsprincipe

‘hoogste gezagsdrager is enkel verantwoording verschuldigd aan God’ uit zich in drie opvattingen over de verhouding wereldlijke macht – geestelijk gezag

Caesaropapisme

wereldlijke machthebber = hoofd van de Kerk

- Keizer als representant van God op aarde

- ORR: bleef lang bestaan

- WRR: barbaarse koningen laten zich voorstellen als vorst en herder

1) Constantijn, Theodosius en barbaarse koningen in het westen zijn voorbeelden van caesaropapisme  Constantijn en Theodosius houden zelfs toezicht op de inhoud van de geloofsleer

2) Pausen (en Ambrosius van Milaan – eind 4e eeuw) zijn er tegen  paus Gelasius I (eind 5e eeuw) formuleert een compromis: tweezwaardenleer

Hiërocratische ideologie

hoogste geestelijke autoriteit ligt bij paus en hoogste bisschoppen en niet bij de wereldse heersers

Tweezwaardenleer

> Gelasius (eind V)

scheiding wereldlijke macht en geestelijk gezag: aan de ene kant de wereldlijke macht , aan de andere kant geestelijke autoriteit

- bestonden naast elkaar, maar als het erop aankomt, heeft paus net iets meer autoriteit

- in Westen: ontbreken sterke keizer: pauselijke macht neemt toe

Begin 8e eeuw

keizer van Constantinopel verliest het gezag over Rome >>> einde van zeggenschap over de paus, verwijdering geaccentueerd door:

- Byzantijnse aantasting van het kerkelijk bezit in Zuid-Italië en Sicilië

- Voorkeur van aantal keizers voor het iconoclasme

- Keizer biedt te weinig bescherming tegen de Langobarden

Oosters Schisma (1054)

Paus vindt een nieuwe bondgenoot in de Franken (> vrees expansie ORR)

- Paus geeft Franken extra legitimatie (cf. zalving Karel V)

- Franken bieden bescherming in Midden-Italië

- Vorming en erkenning van pauselijke staat (res publica Sancti Petri)

- bondgenootschap Karolingers – pausen leidt tot verwijdering kerken in Oost en West, met als gevolg schisma’s

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen