Menu

Overeenkomsten met het jodendom en het christendom

- men gelooft in één masculiene god

- geloof in het leven na de dood

- bekering draagt bij tot de individuele redding in het hiernamaals

- duidelijke levens- en wereldbeschouwing (orthodoxe joden en) moslims gaan hierin verder dan christenen (en andere joden):

* elk facet van het leven is doordrenkt met religie

* wereldlijk en geestelijk recht: in principe geen onderscheid (sharia)

* wereldlijk en geestelijk gezag: in principe geen onderscheid (kalief is staatshoofd én leider van de islamitische gemeenschap)

  • Islam schept een gevoel van loyaliteit tussen de Arabieren

- jodendom en christendom worden getolereerd als ‘volkeren van het Boek’, in de ME zagen de christenen de moslimgemeenschap als een sekte

Lees meer...

Kerstening en syncretisering

Kerstening heeft langer geduurd dan gedacht

- vertraagde sociale en mentale penetratie

1) sociaal: ‘eerst elite, daarna massa’

2) mentaal: geloof blijft lang oppervlakkig

- Karolingers proberen gewone gelovigen bewust te maken van wat het geloof betekent (ook enkele andere vorsten proberen dit), maar het is moeilijk: Bijbel wordt bijvoorbeeld niet in de volkstaal geschreven

- geestelijken proberen het heidendom uit te roeien, vb. door vernietiging van heidense cultusplaatsen

- later gaat men deze heiligdommen omvormen tot kerken vb. Pantheon

- meer effect want zo wordt de superioriteit van God bewezen en wordt respect getoond t.a.v. de verliezers

Syncretisering

men spreekt tegenwoordig vaak van ‘syncretisering’ (versmelting van oude en nieuwe geloofselementen), waarom?

1) Dag- en maandaanduidingen zijn van voorchristelijke periode, ook sommige feesten (vb. midzomerfeest in Zweden en Noorwegen)

2) Heidense goden en praktijken worden geïdentificeerd met christelijke heiligen en riten (vb. Sint-Anna in Bretagne)

3) Religieuze ambiguïteit wordt lang geaccepteerd (vb. gietvormen voor zowel een crucifix als een Thor-hamer)

4) Constantijn als sol invictus

5) Iconografie Maria is afkomstig van de godin Isis

6) Rol van de heiligen? spelen in op polytheïsme en oude patronage in het Romeinse Rijk

7) Magie van het christendom: * relieken

* mirakelen

* exorcisme

* boeteboeken

= lijsten van alle mogelijke zonden (heel levendig beeld van hoe verschillende culturen met elkaar in aanraking komen)

Vroege ME

christelijke praktijken zijn vaak gebed in een sfeer van magie

11e eeuw

kerkhervormingen parochiegeestelijkheid wordt in het gareel gedwongen (magische element verdwijnt, simpele catechese en toediening sacramenten staan centraal). Nog tot na de ME zijn er voorbeelden van verering van heidense goden.

Lees meer...

Missie en bekering

Christendom is gericht op verbreiding:

1) apostelen: prediking ‘einde der tijden’ om de mensheid te redden

2) na 311 (godsdienstvrijheid): bekeren van barbaarse heidenen, toch is er vaak de idee dat het heidendom en christendom onverenigbaar zijn

3) ca. 450: Sint-Patrick (Ierland): na in Gallië in aanraking te komen met het christendom : verspreiding ervan in Ierland  ontstaan van ascetische monnikendom

Bekering

in sommige streken zorgen barbaren voor een terugval van het christendom, maar meestal worden ze verbazingwekkend snel tot het christendom bekeerd:

Clovis

waarom?

- Politiek-strategisch  het voor zich winnen van de Gallo-Romeinse elite

- ‘heil’  door zijn doopsel krijgt zijn leiderschap een goddelijke dimensie

- Religieus argument om oorlog te voeren

‘Gefolgschafts – denken’

onderdanen volgen het voorbeeld van de leider: groepsbekering

nuances:

- Bekering = oppervlakkig

- Missionering blijft duren: nieuwe religie vond moeilijk ingang

- Onderwerping en bekering van overwonnen volkeren

bekeerlingen

beschouwen hun hele familie als bekeerd

>>> Dit stramien (elitebekering – algemene bekering) herhaalt zich in de volgende eeuwen

Bekering is dus niet enkel het resultaat van missionering, maar ook van diplomatieke onderhandelingen

heidendom blijft vaak lang bestaan, naast het christendom (strategie van de ‘double insurance policy’), vb. grafgiften blijven bestaan tot in de 8e eeuw.

Kerstening

De manier waarop enkele gebieden gekerstend worden:

1) Angelsaksisch Engeland: niet stelselmatig gewelddadig

2) 7e eeuw: Baskenland en Slavisch gebied over de Donau samengaan van missionering en gebiedsuitbreiding door de Merovingers

3) 8e eeuw: Friezen en Saksen gedwongen kerstening door Karolingische hofmeiers

4) Vroeg VII: bekering van onze gewesten door Amandus met steun van de Frankische vorsten

Kerstening van de Friezen

wordt aangevat door Willibrordus en de Pippiniden, maar veel verzet hiertegen (in brand steken van nieuwe kerken) Karel Martel breekt Friese verzet

Kerstening van de Saksen:

1) begonnen door Sint – Bonifatius, met wisselvallige steun van de Franken oppervlakkige penetratie van het geloof

2) Karel de Grote koppelt gedwongen kerstening aan militaire onderwerping

>>> Widukind (leider van de Saksen) laat zich dopen, met Karel de Grote als peetvader = ‘vaderlijke genade’ (Er zijn in de ME meerdere voorbeelden hiervan te vinden.)

3) Opstanden volgen want de bekering wordt gezien als verraad.

a. slechts na tientallen jaren wordt Saksen gekerstend

b.gebruik van geweld bij kerstening wordt later teruggeschroefd

4) Andere tactiek: het zenden van autochtone missionarissen

Kerstening van Scandinavië

Lodewijk de Vrome

begonnen onder Lodewijk de Vrome, waarschijnlijk met de bedoeling: ‘dreiging van de Vikings tegengaan door inmenging in hun binnenlandse politiek’ >> lukt niet!

10de eeuw

- kerstening komt opnieuw op gang, mede door de uitstraling van het Duitse Rijk

- koning van Denemarken bekeert zich

- kerstening houdt stand doordat deze een periode is van militaire en politieke successen (vb. verovering van Engeland)

Tot 12de eeuw

nog heidense rituelen waar te nemen

Kerstening van de Slavische volkeren:

Ten oosten van de Elbe

1) men (= vooral de Saksen zelf!) past de tactiek toe zoals die op de Friezen en Saksen (militaire onderwerping – gedwongen kerstening) >>> veel verzet

2) doorslaggevend is de combinatie kruistocht – (Duitse) kolonisatie – kloosterstichtingen (vb. cisterciënzers)

Begin 10e eeuw:

bekering van de eerste vorsten van Bohemen, Polen wordt gekerstend door de Bohemen

Zuidelijke Slaven:

1) concurrentie tussen Oost – Franken en Byzantijnse Rijk

2) ca. 860 zetten twee Byzantijnse monniken, Kyrillos en Methodios, het gesproken Slavisch op schrift

3) communicatieve mogelijkheden van Byzantijnse monniken worden vergroot (Bijbel in een volkstaal vinden de Oost – Franken niet kunnen)

4) compromis waarbij de Franken hun invloed op dit gebied grotendeels verliezen

Kerstening van de Magyaren

(= Hongaren) gebeurt door de bekering van hun heersers: koning wordt tot een heilige verheven met de bedoeling om de invloed van het christendom te vergroten

Midden 11e eeuw:

- enkel Baltische volkeren, Esten en Finnen zijn als enige in Europa nog niet bekeerd

- gewelddadige kerstening heeft slechts beperkt succes

- slechts diepgaande kerstening door openheid naar geloof toe door aristocratie

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen