Menu

De morfologie van de middeleeuwse stad

Kenmerkend voor middeleeuwse steden waren omwallingen / stadsmuren en poorten met kantelen, wachttorens en ophaalbruggen. Steden waren immers een feodaal product en dus moest de grond beschermd worden.

Oude Romeinse steden

Oude Romeinse steden werden vaak uitgebreid en beschermd => profiteren van de verstedelijking en bloeien weer op (bv: Kamerijk)

Nieuwe steden

Nieuwe steden werden vooral op strategische handelsplaatsen opgetrokken (rivierkruisingen, natuurlijke havens,…).

Pirenne – thesis

Verstedelijking gebeurde in nabijheid van oude machtscentra (cf. Gentse feodale abdijen die ook impulsen voor verstedelijking geven)

Feodale morfologie

- De handelaren en ambachtslieden vestigden zich vaak aan een burcht of abdij die bescherming bood.

- Later voorzag de stad zelf in haar bescherming door een gracht met muren.

- Bij groei van de steden werden nieuwe, grotere omwallingen gebouwd.

- De aanleg van wegen en versterkingen kostte wel enorm veel geld. De gemeenschappen hielden dan ook een openbare werken met een eigen boekhouding bij.

Stratenpatroon

basisvorm van de middeleeuwse stad = rond of halfrond (hoewel er veel afwijkingen zijn)

- Rond één of meerdere centra breidde de stad zich stelselmatig uit

- gestichte steden hebben een dambordpatroon zoals dat in de Romeinse tijd gebruikelijk was.

- Bij de ongeplande, oncontroleerbare constant uitbreidende steden in de middeleeuwen was zo’ n structuur echter onmogelijk.

Lees meer...

Het verschijnsel stad

Demografische context

Verstedelijking > bevolkingstoename sinds X (ongeveer verdubbeling in Europa in drie eeuwen)

ð men trok weg naar minderbevolkte gebieden ofwel urbaniseerde men zich

ð bevolking in de steden bleef maar groeien:

- 1000 – 1300: relatieve overbevolking => expansie naar O – Europa

- Tussen 1300 en 1500 daalde de Europese bevolking. Hierdoor werden de stedelingen de grootste bevolkingsgroep.

- In 1500 leefde 10 % in steden van meer dan 5000 inwoners. In Iberië en Italië was dit al 14%. Slechts enkele steden telden meer dan 100.000 inwoners, de meesten echter minder dan 10.000.

=> duurzame globale verstedelijkingstendens: zet zich steeds door, ondanks demografische neergang

Economisch

grote steden lagen altijd naast de zee of rivieren om bevoorrading mogelijk te maken: vervoer per schip was het voordeligste

ð grootste steden waren dan ook de centra van de wereldeconomie (in het Noorden Antwerpen en Amsterdam) doordat de economie alsmaar uitdijde

ð Hoofdsteden gingen de macht centraliseren

Evolutie in productie

Oorspronkelijk waren de steden ontstaan door de plattelandsvlucht. Ook later bepaalde het platteland de stedelijke bevolking. Als de stad groeide moest het voedsel van verder komen.

- Door de stedelijke markten ging men marktgerichtte producten produceren

- Zo breidde het aanbod en de verscheidenheid aan producten uit.

- Stedelingen investeerden hun kapitaal, naast in voeding, wol, leer, kleur- en brandstoffen en bouwmaterialen, ook in grond buiten de stad. Daaronder vielen ook wijngaarden, steengroeven en veestapels.

- Schaarsere goederen konden nu van veel verder in het groot ingevoerd worden. Vooral textiel en wol, alsook aluin uit Turkije, amber van Pruisische stranden en teer uit Polen

- zo zorgde de steden ook voor meer werk in het buitenland

- Rond steden woonde ook veel volk omdat er veel landbouw nodig was en het geld in de steden zat.

Jan de Vries

Ontwikkelde een methode om op sociaal-georgrafisch gebied de verstedelijkingen te reconstrueren.

- Venetië was rond 1500 de grootste stad met ca 120.000 inwoners.

- Dichtbevolkte gebieden waren de Povlakte (Milaan, Turijn, Genua), de Zuidelijke Nederlanden en de golf van Napels. Hieraan wordt ook het overwicht van de Noord-Italiaanse (haven)steden duidelijk.

- Op de tweede plaats kwamen gebieden rond Parijs, Londen, Holland en Luik.

- Ook de Rhônevallei en de kusten van de ligurische zee bleken sterk verstedelijkt.

- Iberië was buiten bepaalde gebieden dunbevolkt.

- In Italië leefde één op de drie in een grote stad. In midden Europa was het gemiddelde één op de tien.

=> De Vries zijn methode houd echter geen rekening met steden met minder dan 10.000 inwoners houwel die in de M.E. zeer belangrijk konden zijn.

Lees meer...

DE VERSTEDELIJKTE SAMENLEVING

Stadsvorming vanaf 10e eeuw => grootste invloed op industrialisatie. Eerst in Zuid-Europa, later in andere gebieden. In de stad voorzien de mensen niet in hun eigen voedsel. Ze jagen en vissen niet en doen niet aan landbouw. De stad lokaliseert het bestuur, de handel en diensten.

Lees meer...

Algemene Conclusie

  1. Religie heeft in deze grootscheepse strijd voor de katholieke kerk een mobiliserende rol kunnen spelen
  2. Toch was ze niet doorslaggevend, want daarvoor ontbrak het zowel aan islamitische als aan christelijke en zelfs katholieke zijde te duidelijk aan solidariteit
  3. concrete resultaat van deze episode:

* definitieve aftakeling van het Byzantijnse rijk enerzijds

* westers systeem van autonome machtssferen voor religie, staatsmacht en markteconomie, inclusief zijn twee vormen van kolonisatie (plantages en handelsposten) dat werelddominant werd.

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen