Menu

Nederzettingen protohistorie

De huizen hebben meestal grote afmetingen (25-30 meter) en zijn woonstalhuizen. Zo is het Hilversumhuis drieschepig (vb. Emmerhout), in tegenstelling tot de Bandkeramische woningen, die nog vierschepig waren. Dit werd bekomen door het weghalen van de nokpalen en het verbinden door middenstutters. In de IJzertijd evolueerde dit tot tweeschepig om vanaf de Romeinse bezetting de huidige situatie te bekomen. De ingang bevond zich aan de langste zijde, en elke kamer had zijn eigen specifieke functie.

Het betreft veelal open nederzettingen, maar in de loop van de midden-Bronstijd ziet men versterkingen optreden. Er heerst een gemengde landbouw met kleine dorpjes van enkele eenheden. Een uitzondering hierop is de site van Hoogkarspel, een eiland waar men door de bevolkingsdruk een gestructureerd dorp vormde met tien tot vijftien huizen naast elkaar.

In Centraal-Europa en El Argar zijn grotere dorpen aanwezig, met een permanente bewoning. In de noordelijke en westelijke gebieden is er echter primitieve, extensieve landbouw op de slechte zandgrond (wat leidt tot uitputting door gebrek aan wisselslag en bemesting) en rotten de houten huizen vrij snel door het grondwater. Dit zorgt er voor dat in deze gebieden de mensen na een bepaalde tijd hun huis verlaten en een nieuw gehucht genereren per generatie. Dit fenomeen noemt men de zwervende erven.

Hieraan gekoppeld ziet men zwervende grafvelden met een 1/1 relatie tussen erf en grafveld in de nabijheid van het dorp. Deze volgen de locatie en functioneren eveneens een generatie lang. In de late Bronstijd wordt het zwervend erf behouden maar gaat men over tot urnenvelden, die vast en langer in gebruik blijven.

Een ander opmerkelijk fenomeen is de manifeste aanwezigheid van de dolk in de midden-Bronstijd. Het ideaal van de krijgsman zat duidelijk diep ingebakken in de martiale samenleving.
Toch blijven er veel vragen rond de vorm van de maatschappij. De rol van de vrouw is afhankelijk van complex tot complex en wisselend, en mede daardoor over het algemeen onbekend. De gelijktijdig geschreven Ilias duidt op de belangrijke rol van de godsdienst maar bij onderzoekers zijn geen of nauwelijks tempels bekend.

Lees meer...

Oost-Europees Complex

Reeds in het midden van het neolithicum vormde Oost-Europa een voortrekker op het gebied van mijntechnologie, denk maar aan de bloeiende silexmijnen. Vooral de ontginning van arsenicumhoudend metaal gebeurde in de kopermijnen, zoals die van Rudna Glava.

De twee toonaangevende culturen zijn die van

  • Tiszapolgar leunt sterk aan tegen het Anatolische voorbeeld.
  • Bodrogkereztur duidt op een autonome productie van metalen.
Lees meer...

Centraal-Europees Complex

Ontstaan vanuit de neolithische klokbekerculturen die de stap zetten naar de metallurgie, dit onder invloed vanuit Oost-Europa, iets wat duidelijk te zien is in de verschillende culturen.

De Unetice-cultuur is genoemd naar een grafveld van zo’n zestigtal graven in de buurt van Praag. In de omgeving ervan zijn sporen gevonden van een naderhand versterkte nederzetting waar men leefde van veeteelt en de landbouw. De vlakgraven, dus zonder bovengrondse monumentaliteit, duiden op een relatief zwakke sociale differentiatie. Het betreft inhumaties in foetale houding, waarbij de zij waarop men ligt afhankelijk is van het geslacht van de dode. Er rond vond men een klein aantal metalen en gendergerelateerde grafgiften, zoals spelden en kleine dolken. Een soortgelijke vindplaats is die van Resmeck.

De opvolger is de Hugelgräbercultuur, eveneens gekend door zijn grafheuvels, die een groter verspreidingsgebied kent. Aanvankelijk betreft het hier inhumaties hoewel er in latere generaties ook sprake is van crematies. Opmerkelijk is dat de doden nu meer onder een grafheuvel worden begraven. Ook gebeuren er begravingen in houten kisten, zoals de vondst in Thuringen, iets wat diende voor de goede bewaring, en met toevoeging van metalen (zoals spelden, banden en wapens) die getuigen van een grote bloei en vooral een eigen ontwikkeling in de metaalproductie.

Het zogenaamde ‘prinsengraf’ van Leubingen (een soortgelijk voorbeeld is te vinden in Helmsdorf) is een bekend voorbeeld van een monumentale grafheuvel, met afmetingen van dertig meter doorsnede en acht meter hoogte. Het betreft een houten grafkamer in tentvorm, afgedekt door een stenen kern en dan aarde. Binnenin bevindt zich het lijk van een grote, oudere man die op de rug ligt, met daarbij ook het skelet van een jongere persoon. Het is onduidelijk of het al dat niet gaat om gelijktijdige begraving, of het om een herbegraving gaat. Vorsers sluiten uit dat de jongeman een offer was, omdat dit ritueel slechts voorkwam bij de Scythen. Daarnaast is veel rijk materiaal gevonden, waaronder stenen artefacten (een hamerbijl, scepters als statussymbool, …) maar ook metalen bijlen, dolken en andere wapens. Bij een hellebaard is de Oost-Europese invloed duidelijk merkbaar, iets dat duidt op de sociale status die de dode had. In Helmsdorf wordt een gelijkaardig graf als Leubingen gevonden. Beiden zijn het graf van een personen uit de elite, een positie die mogelijks verkregen is door controle over de ertsbronnen.

We kunnen dus stellen dat op sociaal vlak, de Unetice-cultuur nog relatief zwakke sociale differentiatie vertoont, terwijl in de Hugelgräbercultuur dit veel sterker aanwezig is. Men gaat ervan uit dat de Hugelgräbercultuur een vrij complexe sociale structuur kende, met een grotere rol voor de groep. De aanwezigheid van enkele elitegraven zal zich doorheen de tijd uitbreiden tot meer graven, die duiden op een bredere basis. Ook wordt de rol van de vrouwen duidelijk door de rijke graven. Of zij stonden in hoog aanzien, of anders kon een hoge positie slechts bereikt worden door een bloedband via de vrouw.

De schijf van Nebra

In 1991 werd een merkwaardige ontdekking gedaan in de buurt van Halle in Duitsland. Er werd namelijk een depot gevonden uit de Unetice-cultuur ( 16e eeuw), die naast een hielbeitel, twee zwaarden en twee armbanden, een bijzonder object bevatte. Het ging om een bronzen schijf met een diameter van ca.30 cm die aan een zijde versierd was met ingelegde gouden motieven, waaronder bolletjes, een volle cirkel, een maan alsook twee boogvormige elementen. Dit voorwerp zou een hemelschijf moeten zijn. Het was duidelijk dat de hemelschijf in die tijd al aan een restauratie onderworpen geweest was, daar sommige delen ontbraken en andere overdekt waren met nieuwe elementen. De cirkel en de maanvorm beelden hoogstwaarschijnlijk de zon en de maan af. Daarnaast zouden de bolletjes sterren afbeelden, waaronder een ensemble van 7 sterren die waarschijnlijk verwijzen naar de Pleiade. De gebogen vorm zou dan weer een boot voorstellen, namelijk de boot die iedere dag de zon van zijn ondergang nar de zonsopgang voert. Het laatste boogvormig element, alsook een boogvormig element dat ontbreekt, zouden kunnen gediend hebben om de tijd en de seizoenen aan te duiden. Daarom wordt de schijf gezien als een soort kalender of hemelschijf. Kennis van de hemel en sterren vinden we dus niet alleen terug bij grote, machtige beschavingen als Egypte, maar ook hier in Scandinavië. Een ander voorbeeld van een voorwerp uit het noorden dat er op wijst dat men kennis had van tijd, seizoenen en de hemel, is Stonehenge.

Lees meer...

Scandinavisch Complex

Iets later dan de anderen, (in de loop van de 18e eeuw v. C.) ontstond deze erg rijke cultuur, ondanks de afwezigheid van metaalertsen. Deze rijkdom is te wijten aan de amberwinning, mogelijk aan de Baltische stranden, en het handelsnetwerk via de Noordzee en de rivieren. Amber is goudkleurig, brandbaar fossiel hars dat geliefd was omwille van de bewerkbaarheid voor sieraden zoals kraaltjes. De amberroutes liepen tot in het Middellandse Zeegebied.

Vooral in Jutland zijn enorm veel grafheuvels te vinden, die in de 19e eeuw massaal werden opgegraven door de bloei van de archeologie. Het betreft hier inhumaties in houten kisten of stenen grafkamers, en in een later stadium crematies. De eiken, onversierde sarcofagen waren uitgeholde boomstammen, die blijk geven van een goede conservering door de organische zuren. De heuvels zelf werden afgedekt met stenen of plaggen en vormen vaak een relatief klein grafveld, ingericht op de ruggen.

Via ondermeer de vrouw van Egtved is de kledij van deze cultuur bekend. Het is echter onbekend of deze trui, touwrok en kousen dagelijkse kledij waren. Velen menen van niet door de medeaanwezigheid van sieraden in brons, waarvan een schijf de opvallendste is, en berkenbasten doosjes, mogelijks met rituele functie. Andere vondsten zijn de vrouw van Skodstrup met een fijn wollen haarnetje en mannen, zoals die van Muldbjerg, met capes, hoed en een soort peplum met riem.

Talrijk zijn ook de sporen van de rijke en gevarieerde bronsproductie. Voorbeelden hiervan zijn een scheermes of statussymbolen zoals de schijven, bijlen en wapens.

Men bouwde drieschepige, houten gebouwen met een strodak die functioneerden als een woonstalhuis. Deze waren twee- of driedelig met ook een stal (een soort veeboxen) en vermoedelijk ook een opslaggedeelte. Deze wijzen op de gemengde landbouweconomie.

Per fase werden een paar boerderijtjes gevonden met enkele bijgebouwen. Een dergelijke kern had een dichte band met een funeraire plaats.

Ook voor Scandinavië moet maritiem transport erg belangrijk geweest zijn. De vele afbeeldingen van boten op rotsgraveringen en metalen objecten wijzen hierop. De schepen lijken echter complexer in elkaar te steken, dan de schepen die teruggevonden werden in Dover. Ze hebben namelijk een uitgesproken voor -en achterschip, en worden meestal bemand door roeiers. Soms is zelfs een zeil afgebeeld. Deze schepen zouden gebruikt geweest zijn voor enerzijds lokaal maritiem transport ( langs de kusten van de Baltische Zee), maar waarschijnlijk werden ook grotere afstanden over de zee afgelegd (misschien zelfs via de Baltische Zee naar de Noordzee). Het is tevens niet helemaal uitgesloten dat amber via rivieren als de Oder of de Weichsel werd ingebracht.

Een merkwaardig graf uit de vroege Scandinavische bronstijd, is het graf van Kivik (ca. 1700v.C-1500v.C.). Deze zou kunnen getuigen over de lange reisafstanden per boot. Onder een stenen grafheuvel werd namelijk een grote stenen grafkamer gevonden, die versierd was. Acht platte stenen waren versierd met afbeeldingen van paarden, tweewielige wagens, gespaakte wielen, boten, enz. Mogelijkerwijze zijn het afbeeldingen die de lange reizen van de overledene afbeelden. Inspiratie voor dergelijke afbeeldingen moeten we halen in Oost-Europa, of zelfs is de Aegeïsche wereld, en zouden kunnen wijzen op de prestige die men verwierf door het maken van dergelijke grote reizen.

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen