Menu

Civilisations sont des continuités (Fernand Braudel).

Braudel definieert beschavingen als 4 overlappende (maar daarom niet in tijd en plaats gelijke) ruimtes of arena’s

Hij onderscheid er 4

1) Beschavingen zijn fysieke of ecologische ruimtes

Wordt gedefinieerd door de natuurlijke omstandigheden en de keuzes die de mens binnen die omstandigheden gemaakt heeft

2) Beschavingen zijn culturele ruimtes

Specifieke culturele standaarden en patronen (collectieve mentaliteit, religie)

3) Beschavingen zijn sociale ruimtes

Sociale patronen bepalen type van samenleving. Hierin ontwikkelen zich sociale groepen en verhoudingen

4) Beschavingen zijn economische ruimtes

Elke beschaving moet rijkdom, surplus creëren om te overleven

Basis is landbouw, hierop bouwen zich meestal systemen van industriële activiteit en handel

Een beschaving verbindt deze 4 tot 1 geheel en geeft er continuïteit aan.

Ze zijn niet eeuwig en kunnen verdwijnen door interne spanningen, wijzigingen van de fysische omgeving of door conflicten met andere volkeren. Religie is het hart van elke beschaving. (Braudel)

Lees meer...

Beschaving in het enkelvoud en het meervoud.

Beschaving in het enkelvoud krijgt haar moderne betekenis in de 18de eeuw

Civiliser/civilisation (aanleren van kennis, normen)

Beschaafd staat tegenover niet-beschaafd

Niet zozeer ruimtelijk (≠ tussen groepen) maar in tijd (≠ tussen periodes)

Iedereen kan deelnemen aan de beschaving, het is dus een inclusief concept

Lag aan de basis van het superioriteitsgevoel van het Westen in de 19-20ste

Beschaving wordt vervangen door de term modernisering

Raseigen, etnische kenmerken werden gekoppeld aan beschaving of niet-beschaving

Strikte connotatie met cultuur

Vanaf de 20ste E° koppeling doorbroken want

Er kunnen culturen bestaan zonder een beschaving te zijn

Beschaving staat niet gelijk met een hogere cultuur

Men verwijst nu naar neutrale termen zoals mensheid, menselijkheid,…

Beschaving als meervoudig concept verdringt in de 19de eeuw het algemene idee van een inclusieve civilisatie

In de 19de eeuw wordt een beschaving in Westerse ogen een analyse-instrument

Het zijn historische samenlevingsvormen met een ontstaan, groei, bloei en neergang. Wereldgeschiedenis is een cyclus van beschavingen

Beschavingen hebben een grote actieradius (afstand waarover een werking zich doet gelden) zowel in plaats als tijd en ze overkoepelen kleinere maatschappijvormen zoals culturen.

De noodzakelijke voorwaarden voor een beschaving om te ontwikkelen zijn

1) Permanente agrarische surplus

2) Economische specialisatie (ambachten, diensten, handel)

3) Sociale differentiatie (niet-agrarische elites)

4) Culturele en religieuze hiërarchie

5) Politieke machtsconcentratie

6) Ontwikkeling van steden

7) Ambtelijke bureaucratie

8) Schrift en ontwikkeling van technologieën

9) Uitbouw van contacten en netwerken

Wereldbeschavingen:

1) Vroege beschavingen = landbouwculturen

Mesopotamië

Nijlvallei en Indusvallei en valleien van de Gele Rivier

2) De grote klassieke beschavingen

Perzië

Griekenland, Hellenistische wereld, Romeins Imperium

China, India

Midden-Amerika (Olmeken)

3) Postklassieke beschavingen

Islambeschaving

Byzantium en orthodox Europa

China

Mongools Imperium

Midden-Amerika (Tolteken, Azteken) en de Andes

4) De wereld na 1500

Geen sprake van beschaving, wel van rijken

3 grote vragen bij het definiëren van een beschaving

Hoe komt men tot een goede werkbare definitie?

Nadruk op interactie en internconnectie moet gelegd worden

Wat doen we met het begrip ‘beschaving’ in de hedendaagse wereld?

Lees meer...

hegemonie en imperium

Het inter-statensysteem wordt gekenmerkt door opeenvolgende hegemonische cycli (in de kern) en nieuwe vormen van imperiumopbouw (buiten de kern).

Een hegemonie brengt economische, politieke en ideologische superioriteit in één staat samen.

Noord-Italiaanse stadstaten (15de eeuw)

Europees systeem

Holland (midden 17de-midden 18de eeuw)

Atlantisch systeem

Groot-Brittannië (19de eeuw)

Globaal systeem 1 (formeel imperialisme)

Verenigde Staten (2de helft 20ste eeuw)

Globaal systeem 2 (informeel imperialisme)

Afwisseling conflict en pacificatie

Wereldoorlogen: 1648, 1815, 1945

Nieuwe internationale (politieke) ordes

Pax Brittanica

Door de voortaan onbetwiste controle van het Britse rijk over de zeevaartroutes en een gecontroleerd evenwicht op het Europese vasteland gingen Europa en de rest van de wereld een relatief vreedzame periode tegemoet.

Pax Americana

Gedurende deze periode zijn er geen gewapende conflicten geweest tussen de Westerse naties hebben de Verenigde een vrijwel continu overwicht op de wereldorde gehad.

Mondiaal geopolitiek model: cycli van hegemonie en van imperiumopbouw

Koloniale imperia : twee golven kolonisatie en dekolonisatie

Tweede helft 20ste eeuw: supranationale organisaties en regionale integratie

21ste eeuw: staten, rijken of steden?

Het koloniale imperialisme van Europa

Koloniale imperia zijn geen geografisch afgebakende eenheden

Ze functioneren in een wereld met grote economische en politieke interdependentie

Politieke en territoriale dominantie door kernstaten

Formeel en informeel imperialisme

Via de formele imperialistische controle worden externe gebieden geïntegreerd in het globaliserende kapitalistische productiemodel, in de eerste plaats voor de levering van arbeid en grondstoffen. Tussen 1500 en 1900 komen bijna alle delen van de wereld gedurende een bepaalde periode onder rechtstreeks gezag van een beperkt aantal Europese kernlanden.

Informele dominantie wordt uitgespeeld door de dominante invloed die een staat kan hebben op andere staten.

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen