Menu

Aristoteles 384-322 v.C. (leerling van Plato)

Eerste grote systematicus, hij stelde zijn inzichten voor in cursussen.
Kennisleer: hij aanvaardt de betekenis van de vormen als kennisobject, MAAR gelooft niet dat ze een afzonderlijk bestaan zouden leiden, vormen bestaan alleen in de dingen zelf. De kennis van vormen gebeurt via een abstractieprocédé : nadat we talloze, concrete, onvolmaakte benaderingen van cirkels hebben gezien, vormt zich in onze geest het begrip ‘de volmaakte cirkel’. Het denkproces moest volgens strenge regels verlopen en hij ontwierp hiervoor: de logica.
Ervaring is volgens Aristoteles eerder ‘ondervinding’, dat wil zeggen inzicht dat men verkrijgt door ouder te worden en veel te hebben beleefd.


De wereldvisie is teleologisch; klemtoon op de doelgerichtheid die ogenschijnlijk in de wereld aanwezig is. De wereld kan men verklaren door het doel aan te wijzen waarnaar alles streeft. De causale/ oorzakelijke verklaring zette zich verder door bij de ontwikkeling van de moderne natuurkunde.
ethica en politiek: meer pragmatisch, meent dat de juiste inzichten uit de reflectie over de menselijke activiteit zelf moeten groeien.

Lees meer...

Plato 428-348 v.C.

Kennisleer volgens de denkwijze van de meetkunde  vormenwereld: hierin bestaat het basismodel, het prototype van alle dingen op volmaakte wijze. Onze wereld vertoont slechts benaderende realisaties van deze vormen, die vormen leiden een objectief bestaan in een aparte werkelijkheid. (Allegorie van de grot)
Volgens platonisten is een object mooi of goed, wanneer het meer dan een gewone gelijkenis met de Vormen vertoont. Het lelijke, het immorele, het onrecht is dan een object of een situatie die van de ideale Vorm afwijkt. De Vormen zijn kenbaar DUS is het mogelijk om het goede te kennen (ook toepasbaar op staatsordening).
Plato’s mensbeeld: de redelijke ziel is afkomstig uit de Vormenwereld, ze heeft een goddelijk karakter en is onverwoestbaar. Doordat de ziel in de vormenwereld alle vormen heeft gezien kan ze zich dat tijdens haar aardse bestaan herinneren .

Lees meer...

De Frontiers van de wereldgeschiedenis.

Het samenspel tussen plaats en tijd creëert een voortdurende dynamiek, met zones van verschuiving en overgang. Deze grenszones of frontiers zijn een centrale focus in de wereldgeschiedenis van vandaag. De frontiers zijn geen afgebakende grenzen, maar immer verschuivende zones van contact tussen verschillende sociale ruimtes, sociale systemen. Frontiers kunnen extern en intern zijn, als onderdeel van een veranderend systeem (figuur 23). De afbakening van sociale groepen zorgen voor overgangszones, zo ontstaan van synergieën, maar ook tegenbewegingen, is er plaats voor samenwerking, maar ook voor verzet. Frontierzones worden permanent gereproduceerd door samenlopende en dialectische processen van homogenisering (reductie van frontiers) en het heterogenisering (creatie nieuwe frontiers). Geschiedenis wordt gemaakt door door permanente verschuivingen in en tussen de frontierzones.

De frontierfocus in de wereldgeschiedenis noodzaakt onderzoek naar gelijkenissen en verschillen, naar verbanden en naar systematische veranderingen:

Grenszones van contact, van culturele, sociale en economische interactie

Ontstaan van nieuwe, hybride frontiers door doorkruising van culturele zones

Politieke eenheden bestaan bij gratie van grenzen, die proberen ze zo strikt mogelijk af te scheiden maar die vallen echter meestal niet samen met culturele en economische grenzen.

De vele projecten van migratie en kolonisering van rijken en staten vormen zo een permanent proces van een doorbreken van bestaande grenzen en het creëren van nieuwe periferieën en nieuwe geografische, maar ook culturele frontierszones. 16de eeuw is er een gigantische expansie en verschuiving van perifere frontierzones. Deze expansie bindt grote bevolkingsgroepen aan de Europese wereldeconomie.

Grenzen en frontiers moduleren op deze wijze wereldhistorische processen, via:

Politieke expansie

Menselijke migratie

Economische ruil of incorporatie

Culturele assimilatie

Religieuze verspreiding

De strijd om begrenzing, is een strijd om macht. Grenzen gaan over geografische plaatsen aan de buitenkant, maar ook over sociale categorieën en ruimtes intern. Het ontstaan van nieuwe frontierzones geven ruimte aan nieuwe vormen van organisatie en reactie. Externe en interne frontierzones spelen een eersterangsrol in maatschappelijke veranderingen. Ze leggen regels op, maar geven ook de ruimte om er tegen in verzet te gaan. De nieuwe frontiers leggen ook een groot paradox weer in de huidige geglobaliseerde wereld. Grenzen zijn niet verdwenen, maar geherdefinieerd.

Het is dit wat de wereldgeschiedenis maakt: connectie en interactie, assimilatie, conflict en verzet, in een wereld die groot is maar niet gelijk.

Fernand Braudel merkt de historiografische ongelijkheid tussen het Westen en de rest op. De ongelijke mondiale hiërarchie in deze kennisopbouw, nog steeds gecentreerd in Westers kenniscentra, blijft echter groot. Door die ongelijkheid moet de historicus voorzichtig zijn met het doorhakken van ‘de gordiaanse knoop van de wereldgeschiedenis’, de vraag naar de wortels van de hedendaagse mondiale ongelijkheid.

Lees meer...

Interactie tussen schalen van ruimte en tijd : welke onderzoeksraamwerk.

Sociale veranderingen zijn een meergelaagd proces dat verankerd is in een meergelaagde tijd en een meergelaagde plaats. De schalen van ruimte, plaats en regio veranderen doorheen de tijd. Tijd en plaats zijn afhankelijke variabelen. De keuze van de schaal van ruimte en tijd wordt bepaalde door de te onderzoeken sociale realiteit, de sociale verandering. Voor een zinvolle interpretatie van de geschiedenis in een mondiaal systeem is een vooraf samengesteld ‘raamwerk’ nodig die is opgebouwd uit 3 soorten analyse-eenheden: tijd, ruimte en onderzoeksthema. Dit raamwerk toont hoe je naar de wereld kijkt. Een belangrijk raamwerk is het concept beschaving. Analyse-eenheden kunnen we opdelen in casussen, netwerken en systemen.

Gevalsstudie of casusanalyse

Autonome eenheid in het bredere verhaal als voorbeeld of als uitzondering op de norm. Ze draagt echter maar bij tot een mondiaal perspectief wanneer ze in een ruimere context wordt geplaatst, door vergelijking of door te wijzen op verbanden. De aangewezen methode hiervan is de comparatieve analyse. Zij brengt op een systematische wijze gelijkenissen en verschillen tussen 2 of meerdere casussen in kaart. Hierdoor moet de vergelijking tweezijdig, wederkerig en geïntegreerd zijn. Een wederkerige vergelijking bevraagt uiteenlopende casussen vanuit een gelijke set van vragen. De geïntegreerde vraagstelling vermijdt statische momentopnames, de nadruk ligt op verandering en dynamiek.

Netwerken

Weefsel dat de wereld samen houdt. Het zijn ruimtes met minder zichtbare grenzen. In the Human Web van vader en zoon William en John McNeill is het menselijke web een metafoor voor de mondiale menselijke samenleving, zoals die vanaf de eerste grote beschavingen vorm krijgt. De verschillende webben spreiden alsmaar uit totdat ze één groot web vormen na 1500 n.t. die in de hedendaagse samenleving nu wordt omschreven als een enorm netwerk van samenwerking en competitie, ondersteund door massieve stromen van energie en informatie. Ook de Maps of Time van Christian kan gezien worden als een beeld van de verdichting van menselijke interactie en het collectief leren om de wereldgeschiedenis samen te vatten.

Het idee van netwerken is sterk aanwezig in de studie van economie en handel. Er bestaan al heel lang contacten tussen menselijke groepen over ecologische zones heen door interregionale ruil en verh beschavingen verenigt. Ze maakt de passage mogelijk voor kennis, culturen, religies en ziektekiemen. Ook elders in de wereld zijn er belangrijke handelsroutes met dezelfde effecten als de zijderoute.

Stedelijke netwerken zijn eveneens een goede indicator van economisch en politieke groei, aangezienstedelijke centra aanspraak maken op een aanzienelijk surplus. Het paradigma van wereldstedennetwerk legt de focus op een mondiaal netwerk met steden als schakelpunten. Wereldsteden zijn centrale schakels geworden op vlak van productie, handel, diensten, besluitvorming en monopolisering van informatie.

George Modelski en de fases van urbanisatie:

1ste fase: Steden zijn de basis van een urbane kenniscultuur met kennis van schrift, tijdsrekening en wiskunde. (3000-1000 vgt.)

2de fase: Steden verkijgen een groeiende sociale rol als centra van wereldreligies die het sociale leven domineren. (1000 vgt. – 1000 n.t.)

3de fase: Steden verwerven een groeiende politieke macht, als centra globaliserend systeem. (1000 n.t.)

4de fase: Steden worden economische macht en de basis voor materiële welvaart in de wereld. (in de toekomst)

Systemen

Een metafoor voor wereldgeschiedenis is systeem. Hierbij kan met aan specyfieke systemen denken (handelssystemen, politieke systemen) en algemene systemen (een zogenaamd wereldsysteem). De invalshoek is die van interactie. Een systeem wordt bestudeerd in zijn geheel. Het verschil van een netwerkanalyse is dat inter-connecties onderdeel zijn van systemische verschuivingen (slavenhandel in het Atlantische systeem is een gevolg van veranderende intercontinentale machtsverschuivingen). Hier verschuift de centrale focus in he onderzoek naar een overkoepelend inter-statensysteem.

Wereldgeschiedenis gaat niet alleen over connecties, maar ook over systemen van inter-connecties, zoals patronen in handelsrelaties, in migratie, in verspreiding van technologie, cultuur en ziektes. De verspreiding gebeurt door grote verschuivingen tussen maatschappijen door de geschiedenis heen. De systeemtheorie is holistisch. Een geheel kan nooit begrepen worden via zijn onderdelen alleen, er is een metaniveau dat een eigen dynamiek heeft. De metasystemen zijn oen historische systemen met een eigen tijdsverloop (ontstaan, groei, neergang). Een systeembenadering brengt horizontale (tussen gelijkwaardig subsystemen) en verticale (tussen micro- en macrostructuren en processen) in verbinding.

Immanuel Wallerstein (geïnspireerd door Fernand Braudel): De eenheid van analyse zijn de wereldsystemen, sociale systemen die een eigen coherentie en logica hebben, die een ‘wereld op zich’ vormen. Wallerstein onderscheidt 3 systemen:

Minisystemen: kleinschalige sociale systemen

Regionale wereldsystemen: wereldrijken

Wereldeconomieën: omvat meerdere politieke en culturele systemen. De belangrijkste wereldeconomie tot nu toe is het historisch kapitalisme.

Een globale (kapitalistische) economie overkoepelt een versnipperde politiek systeem (systeem van natiestaten, een inter-statensysteem) en een versnipperd cultureel systeem (wereldreligies). Deze moderne wereldeconomie heeft een aantal eigen kenmerken:

Ongelijkheid in verloop (fase, crissisen)

Ongelijjkheid in samenstelling (geografisch en sociaal)

De ongelijkheid is tegelijk een noodzakelijke voorwaarde voor het bestaan van de wereldeconomie. Binnen één economisch systeem doen zich opeenvolgende politieke conjuncturen voor.

Deze wereldsysteemanalyse is een voorbeeld van een paradigma, een heuristisch model dat systemen als uitgangspunt neemt voor een globale analyse van de wereld. De studie combineert diverse methodologische benadering:

Comparatief (vergelijking van diverse systemen zoals handelssystemen)

Inter-connectie (stromen of kettingen zoals goederenproductie in wereldsystemen)

Globaal (zoals klimaatsveranderingen)

De systeemanalyse heeft ook oog voor horizontale (tussen systemen) en verticale (in het systeem zelf) verbindingen.

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen