Menu

John Locke 17e eeuw – empirisme

An Essay Concerning Human Understanding’ : wie aan filosofie wil doen, moet allereerst een grondig onderzoek doorvoeren van de wijze waarop het menselijk verstand werkt. Zekerheid van kennis aantonen door aan alles te twijfelen. De ziel beschikt niet over aangeboren intuïties die ons zouden toelaten de basispostulaten van de wetenschap te kennen.
Bij geboorte is ons verstand een onbeschreven blad, de indrukken die daarop komen zijn de ideas, voorstellingen, alle dingen waar we ons van bewust zijn. Er zijn ideas of sensation (zintuigelijk) en ideas of reflection. Maar we moeten eerst ideas of sensation hebben voor we kunnen nadenken.
Er bestaan primaire kwaliteiten (mathematische en mechanisme aspecten van de werkelijkheid) en secundaire kwaliteiten (indrukken van die primaire kwaliteiten, geur, kleur, smaak).
We onderzoeken de dingen nooit op zich: we bestuderen ze via onze voorstelling ervan. Wij maken associaties tussen voorstellingen die zich geregeld samen voordoen. Het denken is een associatieproces dat uitsluitend door de aard van onze vroegere ervaringen wordt bepaald.

Lees meer...

Leibniz 17e-18e eeuw - rationalisme

Geen systeembouwer, Hij kende alle gebieden van de wetenschap en filosofie.
Er bestaan volgens hem talloos veel substanties, deze noemt hij monaden. Ze hebben geen uitgebreidheid, maar samenstellingen ervan kunnen wel materiële en uitgebreide kenmerken krijgen. Binnen elke monade is er een soort ziel. Ze kunnen een ontwikkeling doormaken maar ze oefenen op elkaar geen invloed uit.
God is de hoogste monade: heeft alle andere geschapen dat ze met elkaar in Harmonie zijn, ondanks het feit dat ze niet met elkaar in contact staan.
Het principe van voldoende grond: God kon kiezen tussen een onbeperkt aantal mogelijke werelden en hij heeft die gekozen die de best mogelijke combinatie van alle eigenschappen had.
Het theodicéeprobleem: God is almachtig omdat hij deze wereld heeft doen ontstaan, alwetend omdat hij kennis had van alle mogelijke werelden en oneindig goed omdat hij de best mogelijke wereld heeft gekozen. De wereld kan niet volkomen volmaakt zijn want dan zou hij gelijk zijn aan God.

Lees meer...

Spinoza 17e eeuw- rationalisme

De methode om tot betrouwbare kennis te komen is degene waarin ons verstand zijn mogelijkheden ten volle realiseert. Rede = datgene in de mens dat hem het dichtst bij God doet komen. (= Descartes)
Stelt dat de Bijbel een verzameling van historisch gesitueerde teksten is, die aangepast zijn aan het bevattingsvermogen van de grote massa. Scheidt filosofie van theologie.
God is de substantie, de grondslag van de werkelijkheid, het uitgangspunt van het axiomastelsel v.d. wereld. De substantie is iets dat op zichzelf bestaat, de dingen rondom ons ontstaan en vergaan en komen dus door iets anders tot stand. De substantie is oorzaak van zichzelf en vertrekpunt van het denken. Er kan maar één substantie zijn en die moet oneindig en eeuwig zijn. (= Pantheïsme, hij beschouwd God en Natuur als 2 synoniemen)
De attributen: oneindig aantal zijnswijzen waarin de substantie zich uitdrukt. We kennen er 2 van: het denken en het uitgebreide (materiële wereld). De concrete dingen rond ons zijn modi, die voortvloeien uit de substantie. = parallellisme tussen denken en materie (2 verschillende attributen van God)
De vrijheid van de wil bestaat niet in Spinoza’s wereldbeeld want ook de mentale processen zijn gedetermineerd. Alleen God is volkomen autonoom.
Ethisch ideaal voor de mens is dichter bij God komen en dus het verhogen van de autonomie. De hoogste vorm van autonomie is redelijk denken. De hoogste ethische waarde is inzicht krijgen in de hoogste werkelijkheid. Ultieme geluk: liefde tot het eeuwige, oneindige en onveranderlijke wezen
Staatsvisie = mechanicistisch. De Samenleving bestaat uit groepen en mensen met allerlei belangen, die kunnen worden voorgesteld als krachten die op elkaar inwerken. MAAR: hij zegt dat de natuurtoestand blijft bestaan, mensen blijven egoïstische wezens. Hij verdedigd democratie als enige staatsvorm.

Lees meer...

René Descartes 16e eeuw – rationalisme

Wanneer men over de totaliteit van de wereld ware kennis wil verwerven, moet men beroep doen op de methode van de wiskunde: vertrekken van begrippen en axioma’s die duidelijk, klaar en eenvoudig zijn. Daaruit moet men dan, op deductieve wijze, tot stellingen komen.
Methodische twijfel: twijfelen aan alles, MAAR ‘Je pense donc je suis’. Het bestaan van een kennend object staat dus vast.
Godsbewijs: Het volmaakte wezen waarvan ik mij een begrip kan vormen moet per definitie bestaan want anders zou het niet volmaakt zijn. (= ontologisch godsbewijs van Anselmus)
De buitenwereld; daarover bezitten we heldere en duidelijke ideeën, maar dat betekent daarom niet dat het ook bestaat; maar God heeft ons die ideeën ingeprent, en een volmaakt wezen zou ons niet bedriegen.
Dit rationalisme gaat meestal gepaard met nativisme, de opvatting dat de menselijke geest over aangeboren ideeën beschikt. Het impliceert ook dualisme , de opvatting dat er twee substanties bestaan in de werkelijkheid. Descartes aanvaardt misschien zelfs 3 substanties: het materiële, het denken en God.
Descartes heeft een mechanistische visie op de natuur: heel de wereld is beschrijfbaar met de principes van de mechanica en dat de basisaxioma’s daarvan aangeboren zijn.

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen