Menu

Van Kleine Revolutie tot Brabantse Omwenteling 1780 - 1814

Tallozen veloren hun functie en hun machtsbasis. Er rees verzet in de provinciale staten, weldra regende het protesten van alle besturen en braken er rellen uit. In de steden werden burgerwachten gevormd. Hendrik van der Noot was een belangrijke woordvoerder van de grieven, hij beschouwde de provinciale privileges als grondwettelijke basis voor het politiek bestel die de soeverein beloofd heeft te respecteren. De statenvergadering wezen aanpassingen niet af, maar eisten inspraak en waren tegen de radicale ‘Gleichschaltung’ van het bestuur met de Oostenrijkse erflanden.

De landvoogden schrokken van de omvang van het protest en schorten in 1787 eigenmachtig alle hervormingen af en nodigden iedereen uit om hun bezwaren op papier te noteren. Jozef II was verbaasd en woedend en riep de landvoogd en vertegenwoordigers naar Wenen voor een uitbrander en een poging om hen te overtuigen van de goede bedoelingen van de keizer. Jozef II was bereid de gerechtelijke hervormingen terug te schroeven op voorwaarde dat de kerkelijke hervormingen van kracht bleven. (hij probeerde de zwakste tegenstander, de kerk, hiermee te stigmatiseren) Een nieuwe minister en legerbevelhebber slaagden er redelijk goed in het vorstelijk gezag te herstellen tegen 1788.

In 1789 verloor de regering haar greep op het gebeuren. De Staten van Henegouwen en Brabant weigerden mee te werken aan de hervormingen waardoor de privilegies van de provincies werden ingetrokken. De kerkelijke oppositie bereikte een hoogtepunt met de veroordeling van het onderwijs in het Seminarie-generaal. Ook de ondergrondse of vanuit ballingschap opererende oppositie kreeg wind in de zeilen. De door de Verlichting beïnvloedde burgerij had in het begin nog sympathie voor de hervormingen, maar gaandeweg kregen ze een afkeer van het ‘tirannieke’ optreden van de overheid. Een groep van Brusselse advocaten vormden in 1789 een geheim genootschap ‘Pro aris et focis’ (Voor altaar en haard) die uit was op gewapende volksopstand. Ze organiseerden een samenkomst van 2800 weerbare mannen in Brabant. Daarna vielen ze de Kempen binnen, voerden het ‘Manifest van het Brabantse Volk’ in (de hertog werd vervallen van de troon verklaard). Dit leger veroverde Gent, Brussel,… tot ze alle provincies, op Luxenburg na, bevrijd hadden.

Lees meer...

Jozef II of revolutie van bovenaf 1780 - 1814

In 1781: grote opwinding want Jozef II bracht een bezoek aan de Oostenrijkse Nederlanden. De reacties van de bevolking liepen uiteen: velen voelden zich enorm vereerd, de lokale besturen waren teleurgesteld omdat de keizer geen feestelijke hulde toestond, de centrale bestuursinstellingen waren niet gerust in de bedoelingen van de keizer (ze vreesden dat het theresiaanse compromis in het gedrang kwam: akkoord tussen Maria Theresia: hoge mate van zelfbestuur in ruil voor betere overheidsfinanciën en hogere belastingsopbrengsten) en het meest ongerust waren de bisschoppen.

Het oordeel van de keizer over de Zuidelijke Nederlanden: onoverzichtelijke structuur, slecht werkende instellingen, trage en onbetrouwbare justitie en een bemoeizieke kerk.

Jozef II slaagde erin het Barrièretraktaat op te zeggen, maar mislukte in zijn poging de vrije doorgang van de Schelde te forceren. Op binnenlands vlak had hij hervormingsbeleid aangepakt: nieuwe bestuurswetenschap: cameralisme. De keizer wilde een streng gecentraliseerd bestuur in Brussel waar Weense instanties alle touwtjes in handen hadden. Hij had enkel oog naar hervormingsvoorstellen van de regeringsleden als die pasten in zijn plan.

Minder talrijk waren de hervormingen die persoonlijk op Jozef II terug gingen: invoering van burgerlijke tolerantie: joden en protestanten kregen volledige burgerrechten. Dit was vooral symbolisch, maar voor velen was werd hiermee de eeuwenoude samenwerking kerk en staat, contrareformatorisch staatsmodel, opgezegd. In 1783 wilde Jozef II de ‘nutteloze’ kloosters afschaffen en met de opbrengst de hervorming van het parochiewezen financieren. De Geheime Raad poogde de draagwijdte van de tolerantiewetgeving te minimaliseren. Jozef II besefte dat hij voor radicale hervormingen nieuwe mensen nodig had. De landvoogden kregen een louter ceremoniële rol.

In 1784 voerde Jozef II definitieve, radicale en veelomvattende hervormingen in. Het meest voorzichtig bleef de economische politiek: de keizer stond maatregelen toe om macht van de stedelijke ambachten te doorbreken, in 1786 voerde hij vrijhandel voor graan in, dit werd echter snel weer ingetrokken, de meeste economische maatregelen waren protectionistisch geïnspireerd. De sociale politiek was meer vernieuwend: verspreiding welvaart bevorderen en hervorming van de armenzorg, hygiëne en volksgezondheid kregen veel aandacht, volksonderwijs: inspectie ingevoerd en een normaalschool opgericht.

Op kerkelijk vlak: drastische maatregelen. De bisschoppen kwamen unaniem op tegen de invoering van een volledig burgerlijke huwelijkswetgeving die de rol van de kerk beperkte. De storm brak definitief los door de oprichting van een Seminarie-generaal, die moest alle andere priesteropleidingen vervangen door een op jozefistisch herdersideaal gestoelde scholing.

Het kerkelijke ongenoegen bracht de overheid in het nauw toen het begrip vond bij ander groepen die zich eveneens bedreigd voelden. Dit gebeurde in 1787: de Collaterale Raden en Secretarie van Staat en Oorlog werden vervangen door de Algemene Regeringsraad, recht: de keizer schafte alle bestaande rechtbanken af en verving ze door een uniforme gerechtelijke systeem. De veelheid aan heerlijke jurisdicties, schepenbanken, justitieraden, kerkelijke rechtbanken, enz. moest plaats ruimen voor één Soevereine raad van Justitie te Brussel, twee beroepshoven en een veertigtal rechtbanken van eerste aanleg.

Lees meer...

Nationale verzoening 1780 - 1830

Rond 1800 kwam de door velen gewenste ‘nationalisering’ van de revolutie, waarbij nu ook de oud-orangisten betrokken werden. In veler ogen was de rol van Oranje in Nederland echter uitgespeeld.

In 1801 kwam er een nieuwe staatsgreep: verandering personeel en staatsstructuur. Het nieuwe staatsbewind was minder democratisch en centralistisch. De oude regenten kwamen vaak terug aan de macht in samenwerking met Bataafs personeel. De oude gewestnamen werden hersteld.

Rond 1800 begonnen de Fransen zich meer als bezetter te gedragen, samen met de nationalisering van de revolutie leidde dit tot een nieuw vaderlands gevoel (1800 – 1813). Dit gevoel was cultureel, nauwelijks politiek. Met de vrede van Amiens (1802 – 1803) kwam er nieuwe hoop: de handel en scheepvaart leefden weer op, daarna zouden de Britten dit weer aan banden leggen. De experimenten inzake staatsvorm blijven doorgaan in opdracht van de Fransen. In 1805 kwam er een nieuw systeem met een soort president: Jan Schimmelpenninck. Dit bewind duurde slechts 1 jaar, maar was toch van belang: belastingshervorming en schoolhervorming.

In 1806 werd Nederland een monarchie onder de broer van Napoleon: Louis Bonaparte. Hij bouwde voort op het beleid van Schimmelpenninck. In 1808 werden de gilden (relicten Ancien Regime) afgeschaft. Lodewijk deed het niet goed genoeg volgens Napoleon, waarna Napoleon het Koninkrijk Holland bij het Franse Keizerrijk inlijfde.

De inlijving was een duidelijke breuk: volledig verlies van onafhankelijkheid, invoering Franse wetboeken (blijvende invloed), bestuur en administratie werden hervormd door de typische Napoleontische gelijkschakeling. De Franse bezetting werd steeds drukkender. Verzet rees, maar bleef vooral cultureel, niet activistisch.

(zie kaartje op blz. 231: De politieke evolutie 1780 – 1806)

Lees meer...

Bataafse revolutie 1780 - 1830

Net als de restauratie van 1787 werden de binnenlandse zaken in de Republiek door een buitenlandse interventie op zijn kop gezet tijdens de Bataafse revolutie. De revolutie werd in geregelde, Bataafse banen geleid door samenwerking van de patriotten. Als de Fransen een bepaalde stad naderden, namen de Bataven (patriotten) de stad over en onthaalden ze de Fransen als broeders zonder bloedvergieten.

In de internationale politiek was de Bataafse Republiek een satelliet van Frankrijk. Deze status werd geformaliseerd in het Haags Verdrag van 1795.

Tussen de Bataafse Republiek en haar Franse zuster werd een schijn van gelijkheid opgetrokken. De Bataven kregen de mogelijkheid om in eerste jaren te bewijzen wat ze waard waren op binnenlands gebied. De bestuursstructuur van de gewesten werd tijdelijk aangepast in afwachting van een nieuwe grondwet en de Staten-Generaal bleven nog even bestaan.

Op de hervorming van het staatsbestel hadden de Bataven 3 verschillende visies die hen in 3 groepen verdeelde: unitaristen, federalisten (provinciale soevereiniteit) en moderaten/pragmatici (meer naar eenheidsstaat geneigd). In de tijd zelf was er meer een tegenstelling tussen de revolutionairen en de moderaten.

Het ontwerpen van een grondwet was de belangrijkste taak van de Nationale Vergadering (1796), de opvolger van de Staten-Generaal. Dit werd via democratische volksvertegenwoordiging (met uitzonderingen op wie stemrecht kreeg) georganiseerd. De constitutionele discussie had echter geen bevredigende uitkomst en het uiteindelijke compromis werd verworpen.

Door dit onvermogen om een grondwet te maken hebben een aantal radicale Bataven met behulp van de Fransen een staatsgreep gedaan in 1798. Op korte tijd kwam er nu een grondwet met unitarisch beginsel en een blauwdruk voor de inrichting van een nieuwe samenleving. Het was een typisch product van de Nederlandse Verlichting al bleef het veelal in het stadium ‘goede bedoelingen’.

De Staatregeling van 1798 had een democratisch centralistische toonzetting. Politieke impulsen kwamen voortaan van bovenaf, het uitvoerend bewind bestond uit 5 directeuren en 8tal vakministers (agenten). Met het provincialisme werd radicaal gebroken door de inrichting van 8 departementen. De Staatsregeling was een duurzame doorbraak en het belangrijkste staatsvormende moment sinds de Opstand.

Het radicale regime van 1798 was niet populair behalve op het vlak dat ze het constitutioneel probleem hadden opgelost. Na 6 maanden kwam er een nieuwe coup met militaire steun. Het nieuwe bewind wilde de revolutie nationaal maken.

De grondwet van 1798 werd gezien als hoogtepunt van de staatsvorming maar ook als dieptepunt van natievorming omdat: door de zuiveringen waren vele Bataven van de politiek vervreemd en na enkele jaren volledig gedepolitiseerd. Het economisch verval sloeg ook enorm hard toe, enkel de landbouw kon zich redden, de voortdurende oorlog met Engeland en steeds meer kolonies gingen verloren.

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen