Menu

Aristocratie.

‘macht van de beste burger’.
Bij een rurale economie bestaat de elite vnl. Uit grootgrondbezitters.
MAAR : De Grieks-Romeinse aristocratie was een stedelijke elite:
o Men woonde verplicht in de stad.
o Een persoon zijn status kwam overeen met diens positie in de stedelijke instellingen en
rijksinstellingen.
o Alle belangrijke monumenten zijn dan ook terug te vinden in de kernstad.
o Als raadslid hoorde je een residentie te hebben in de kernstad.
o ‘status expenditure’ vnl. in steden : je bent wat je uitgeeft.
o Politieke functies: enkel voor de hoogste census-klassen.
verplichte ‘vrijgevigheid’ voor rijken, raadsleden en magistraten (liturgieën / ‘munera’).
o Bv. Herstel theater.
o Bv. Spelen.
Keizertijd: erkenning de iure:
o ‘honestiores’ senatoren, ridders, stadsraadsleden (‘ordo decurionum’) en hun familie,
veteranen.
· Nooit lijfstraffen.
· Verbannen in plaats van de doodstraf.
o ‘humiliores’: de rest.
Sociale stratificatie aristocratie:
o Relatief open :
 enige formele vereisten: burgerrecht + vrijgeboren
 Vermogen (je kunt rijker worden)
 Enkel mannen mogen openbare functies bekleden, MAAR ook vrouwen kunnen
statuspositie bekleden.
· Door vrouw van/moeder van te zijn.
· Door het priesterschap.
· Door schenkingen te doen.
o Informele criteria :
 Opleiding (vnl. retoriek en letteren)
 Afkomst (aanzien ~ familie)
 Talent (noodzakelijk voor verkiezingen)
 …
Ideaalbeeld aristocraat: scoort hoog op alle criteria (rijk, van goede familie, gecultiveerd,
talentrijk, lid van stadsraad, …)
In de praktijk : veel ‘status dissonance’ (hoge score op één of enkele criteria, lage score op
andere criteria)
o Bv. rijke vrijgelatenen, keizerlijke slaven (familia caesaris), …

Lees meer...

Timocratie.

Indeling burgerbevolking komt overeen met het vermogen zowel in Athene als in Rome. Aan dat
vermogen zijn er specifieke rechten en plichten verbonden.
Athene (Solon): op basis van opbrengst in graan
Rome : op basis van vermogen uitgedrukt in geld (maar alles wordt meegeteld)
o Vijf classes
o + twee ordines
o eerste ‘classis’: min. 100.000 sestertiën
o proletarii (‘capite censi’): de ‘bezitslozen’ : hebben niks
o ridderorde (ordo equester): min. 400.000 sestertiën (2de e.v.C. ?)
o Ordo senatorius (senatoren): min. 1.000.000 sestertiën (sinds Augustus)
o Voor de ridderorde en de ordo senatorius volstond het niet om gewoon het geld te
hebben, je moest ook ‘fatsoenlijk’ zijn (oftewel : zo benoemd door de keizer).
Relevantie?
o Hierbij moet men rekening houden met de context en ook in welke periode men zit !
o Deze indeling van de bevolking had invloed op :
· De samenstelling van het leger.
· Uitzonderlijke belastingen.
· Stem- en kiesrecht. Bv. Comitia Curiata.
· Bekleding politieke functies voorbehouden aan hoogste vermogensklassen.

Lees meer...

Grieks-Romeins civilisatieproces.

Hellenisatie & Romanisatie :
o verhaal van verspreiding Grieks-Romeins maatschappijmodel .
Lokale volkeren worden ingedeeld in of erkend als civitates (lettl. ‘burgerschappen’)
o Behoud eigen instellingen => geleidelijke evolutie naar Grieks-Romeins model.
Vb. Verovering Gallia Comata door Julius Caesar in de jaren 50.
o Romanisatie : eerste fase :
 Verovering door Caesar in de jaren 50.
· Oprichten van provincies. En stammen werden civitates.
· Beleid werd uitgetekend door Augustus.
· Bv. Civitas van de Nervii, Parensii.
· Behoud van de locale economiën en eigen instellingen.
· Elke civitas één hoofdstad (oppidum).
· Relatie met Rome geregeld in verdragen en in de provincie wet (grote variatie).
· Evolutie:
© Stichting Romeinse kolonies. Door veteranen maar ook door Romeinse
burgers.
 Lyon (43 v.C.)
 Keulen (50 n.C.)
 Xanten (110 n.C.)
© Ook veteranen worden Romeinse burgers wat zorgt voor een toename
van het aantal Romeinse burgers. De civitates vol veteranen trekken
ambachtslieden zoals pottenbakkers aan gezien er daar markt is voor
hun producten.
© Er is dus sprake van een romanisatie van de autochtone bevolking.
o Romanisatie: tweede fase:
· Als de civitas voldoende geromaniseerd is kreeg deze een erkenning als
‘municipium latinum’. Dit hield in dat :
· Men een stadsgrondwet kreeg.
· Men stedelijke instellingen naar Romeins model kreeg.
· De burgers ‘latijns burger’ werden. Dit hielt in dat men onder het Romeins recht
viel. (maar zonder politieke rechten)
· Magistraten en raadsleden kregen volwaardig romeins burgerschap.
· Dit versnelt de toename van het aantal volwaardige burgers.
o Romanisatie: derde fase
· Civitas werd ‘municipium romanum’.
· De burgers verkregen volwaardig Romeins burgerschap, dus ook politieke rechten.
· Civitas genoot ruime autonomie (eigen rechtspraak, wetgeving, …).
· Constitutio antoniniana (212 n.C.).
· Dubbel burgerschap: men was Romeins burger en burger van de eigen stad (patria).

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen