De relatie heer-boer.
- Gepubliceerd in Geschiedenis
- Reageer als eerste!
Er komt een inkomenscrisis bij de heren, waardoor abdijen en heren failliet gaan. Deze crisis ontstaat
doordat kleinere heerlijkheden opgenomen worden in een land, maar ook doordat de
ontginningsmogelijkheden ten einde zijn en door zowel de concurrentie tussen de heren onderling en
tussen de heren en de nieuw opgekomen burgerij. De reacties hierop zijn de opslorping van de banale
rechten door de staat: er ontstaat een soort feodalisme d’état. De grondheren zorgen dan weer voor een
versterking door het vervangen van de vaste cijns door een tijdpacht. In Engeland leidt dit tot de
enclosure movement, in Oost-Europa zal men opteren voor de 2e feodaliteit, met een versterking van de
seigneurie fonciere. De oorzaken hiervan zijn een ernstig arbeiderstekort, en hun status als de
graanschuur van Europa, door de commercialisering van de rogge-export. De heersende groepen hebben
geen onderlinge concurrentie en er is geen centraal gezag aanwezig. Dit zal leiden tot verval na de
dalende productiviteit van de boeren. In Zuid-Europa doet men dan weer aan helftwinning of mezzadria.
Dit houdt in dat de boeren de helft van de opbrengst van het gepachte land moeten afstaan aan de
pachtheer.
