Menu

Maletzke’s massacommunicatiemodel

  • Geeft de verschillende componenten van massacommunicatie weer
  • C = communicator , M = Message , C = Receiver
  • Wat beïnvloedt de communicator ? : zelfbeeld , team , sociale omgeving,..  Bepalen wat we te zien of te horen krijgen in de media
  • Doorgeven van de boodschap is afhankelijk van soort medium , effect , beeld van het medium
  • Wat beïnvloedt de ontvanger ? ; zelfbeeld , persoonlijkheidsstructuur , waarden en normen , sociale groep , …
  • Zie extra uitleg boek
Lees meer...

Tweede aanpassing aan ABX-model

Toevoeging van een nieuw element, nl. C(=communicator). Deze ‘channel’-rol is een soort ‘gatekeeper’ voor de verzending van boodschappen over de omgeving tussen A en B in. In deze versie is A = een bron in de samenleving (vb. politicus) en B voor een lid in de samenleving. C heeft de taak om de noden van B te interpreteren en te voldoen door boodschappen naar B te versturen via een kanaal of medium. Nu is er echt sprake van een massacommunicatiemodel.

X = gebeurtenissen of de objecten in de sociale omgeving waar communicatie plaats vindt

A= advocate rol: hebben iets te zeggen over de X’en tegenover het publiek in zijn geheel

C= mediaorganisatie. Zij kiezen uit de A’s maar kunnen ook rechtstreeks ervaring met de bron hebben.

Lees meer...

Model van Westley en Macleans

Eerste aanpassing aan ABX-model

- Persoon A neemt waar , X1,X2,X3,X4  communiceert over 1 bepaald object met B B kan feedback geven en zelf ook observeren en daardoor weet het van bepaalde gebeurtenissen.

- Verschillen tussen massacommunicatie en inter-persoonlijke communicatie

1) Feedbackmogelijkheden bij massacommunicatie is beperkter dan bij inter-persoonlijke communicatie

2) Het groter aantal X’en en A’s waaraan een individu B wordt bloot gesteld

Lees meer...

Aansluitend bij ABX: cognitieve dissonantietheorie

Mensen hebben cognities , dit zijn kennis , opinies , attitudes ,.. over zichzelf en hun omgeving

Tussen cognities kunnen 3 soorten relaties bestaan

  • Consonnant : consistent , cognities sluiten bij elkaar aan  roken is ongezond en ik rook niet
  • Dissonnant : niet consistent , spreken elkaar tegen  roken is ongezond maar ik rook wel
  • Irrelevant : Wanneer 2 cognities totaal niets met elkaar te maken hebben  de wereld is rond en ik rook

De mate van dissonantie is afhankelijk van : roken en weten dat het ongezond is

Proportie tussen consonnante en dissonante cognities : “ ik weet dat ik rook en ik vind het cool “ & roken is ongezond en roken is duur “  hoe meer nadelen in de cognitie , hoe slechter voor het onevenwicht

 mensen proberen dissonantie dus te verminderen

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen