Menu

De sociologie als satire of het contingente als leidraad.

-> Individualistisch uitgangspunt: de samenleving= opstelsom van individu‟s.

De maatschappij kan beschreven worden als sciensefiction.( het contingente: de wereld had ook anders kunnen zijn). Een goed voorbeeld daarvan is Samuel Butler met erwhon. Het vertelt het verhaal van victoriaanse engeland waarin alles omgekeerd is, uurwerken verboden, machines beperkt,enz...

1. Het mattheus-effect

ROBERT MERTON:

  • Mensen die we bevoorrechten zijn als bevoorrecht.
  • Mattheus-effect: veel voorkomend sociaal fenoneem ->vernoemd naar bijbel
  • Wetenschappers die een reputatie hebben opgebouwd zullen met verder werk hun reputatie gemakkelijker kunnen vergroten dan onbekende wetenschappers.Bekende wetenschappers krijgen dus ook betere kansen dan anderen.
  • Invloed op wetenschap: de ideeën in een wetnschap worden dus makkelijker beïnvloed door bekende wetenschappers en zo blokkeert het de vooruitgang en vernieuwing van ideeën.
  • Bekend voorbeeld: overheidsuitgaven


2. Onbedoelde gevolgen

-> gevolgen van redelijk handelen

  • Uit de theorie van Robert Merton blijkt dat individueel handelen vaak onbedoelde gevolgen heeft die leiden tot perverse effecten.
  • Het is redelijk handelen om wat een bekend wetenschapper zegt als waarheid te beschouwen. Door dat redelijk handelen is er een onbedoeld gevolg dat de wetenschap kan afgeremd worden.
  • Die effecten zijn een complex samenspel van verschillende individuele bedoelingen en motieven, zij zijn een belangrijk onderdeel van het sociale of van de sociale werkelijkheid.


KARL POPPER

  • Studie van onbedoelde effecten om de sociologie te verklaren

Lees meer...

De voorgeschiedenis

Er zijn twee belangrijke verschillende opvattingen over het „sociale‟

  1. De eerste is gegroeid uit een aantal sociologen die zich verzet tegen de mensen die alles tot gedrag van individu willen terugbrengen
  2. De tweede is gegroeid uit reactie tegen de wetenschap die de verklaring van menselijk handelen tot natuur willen reduceren.


1. Opkomst van de sociologie

Die 2 verschillende betekenissen vinden hun oorsprong in de groei van de sociologie: De sociologie als wetenschap onstond in de 19e eeuw, meer bepaald door het conflict tussen verlichting en tegen-verlichting.

VERLICHTING

  • Grote aandacht voor individu-> alle mensen gelijk door gemeensch. natuur
  • Rede en rationaliteit zijn een onderdeel van de menselijke natuur
  • Geloof, religie en bijgeloof = slecht want zorgt voor het afwijken van de rede
  • Groot toekomstoptimisme: als de mens zich laat leiden door de rede, zal hij erin slagen grote vooruitgang te boeken


UTILITARISME

  • Stelling dat mensen van nature redelijk zijn moet aangevuld worden, want hoe komt een mens tot redelijk handelen? -> Antwoord/aanvulling van de utilitaristen:
  • Iedereen streeft dezelfde doelen na: pijn vermijden en plezier maximaliseren !
    • Hume: De mens wordt gedreven door passies en rede
    • Bentham: De natuur heeft de mens onder het heerschappij van pijn en plezier gezet.

EMPIRISCHE WAARNEMING

Kritiek op utilitaristen

-> Men moet de mens gaan observeren en waarnemen ipv uittegaan dat de mens een uiteigenbelang handelend wezen is. Minder kijken naar de natuur, meer kijken naar hoe men handelt.


Empirisme:

  • Beweging die aandacht heeft voor de omstandigheden waarin de mens leeft
  • Mens observeren om zicht te krijgen op de levens van gewone mensen
  • Verschillende sociologen deden observernd onderzoek:
  1. Frédric Le play: bestudeerde het leven van de arbeidersklasse. Hij wou de relatie tussen gezinsbudget en levenswijze van het arbeidersgezin aantonen. Die methode wordt nog steeds aanvaard
  2. Adolphe Quetelet: sociologie beschreef hij als „sociale mechaniek‟. Uitvinder BMI
  3. Charles Booth: ook onderzoek naar het leven van arbeidsgezinnen
  • Dankzij het onderzoek van die 3 sociologen kreeg de samenleving voor het 1st inzicht op het leven van gewone mensen.


2. De verankerde mens

  • Belangrijk voor onstaan sociologie = DE TEGENVERLICHTING
  • Mensen worden gedetermineerd door hun omgeving, het individu wordt verankerd in de omstandigheden waarin hij leeft.
  • Materiële en culturele omstandigheden.
  • Dit „tweede‟ pad wordt in H4 besproken.
Lees meer...

De houding van de socioloog

1. BELANGSTELLING VOOR SAMENHANG

Marcel Mauss -> grondlegger etnologie

  • Zijn visie: we moeten sociale verschijnselen in hun totaliteit bestuderen
  • Bekende essay: „Le don‟: In een aantal stammen in noordwesten vd VS worden goederen niet verhandeld, of geruild maar weggegeven. Die gifteconomie steunt op 3 principes: (1) verplicht te geven (2) verplicht de gift te aanvaarden (3) verplicht op middelange termijn een geschenk terug te geven. Dit giftprincipe is bij ons ook nog zichtbaar voor geschenken & uitnodigingen.
  • Volgens Mauss kan zo‟n praktijk slecht worden begrepen door ze in samenhang met het geheel van de bestudeerde samenleving te zien, en er zo de logica van te snappen
  • In gifteconomie blijven de deelnemers steeds met elkaar verbonden want: ze staan telkens in een hiërarchische verhouding van schuldeiser en schuldenaar.
  • Uitwisselingsysteem= Totaal sociaal verschijnsel ->uitwisseling van giften houdt verband met de religieuze opvattingen. Die regels vormen ook een juridisch kader voor het sociale en economische leven. Het vervult politieke functies door hiërarche van invloed te creëren.


De sociologen van vandaag

  • de aandacht gaat vooral naar de wijze waarop de manier van werken, de vorm van het gezin,.. enzovoort met elkaar worden beïnvloed.
  • Groeiende specialisatie van sociale wetenschappen: politicologie, comunicatiewetenschappen,..


2. AFSTANDELIJKE BETROKKENHEID

-> Om eigen maatschappij beter te kunnen observeren, is het best dat sociologen zich op de rand van hun samenleving opstellen, dat leek hen de enige manier om hun kritische functie te kunnen vervullen. Losmaken en distaniëren van belangen en vooringenomenheden.

  • Max weber:

Volgens weber, dienen alle sociologen hun kritische functie te vervullen op basis van empirisch-analytische kennis. Hij was van oordeel dat teveel sociologen onvoldoende empirisch onderzoek verrichtten en zich niet op basis van onderbouwde inzichten, maar uit-nek-kletsende in het publieke debat begaven.

  • De gewenste houding: de socioloog is betrokken bij zijn samenleving, maar kan tegelijk voldoende afstand houden om deze waar te nemen.


3. EMPERISCH GEZIND

  • Emile Durkheim: grondlegger moderne sociologie
  • Hij is tegen de moralisten en de economisten die op basis van abstracte opvattingen, de maatschappij beschrijven. De werkelijke mens kan volgens Durkheim nooit tot een abstract principe worden herleid. De complexiteit van het individu en de maatschappij vraagt aandacht en kan alleen via zorgvuldig emprische en experimentele studie in beeld worden gebracht.
  • De afwezigheid van zo‟n abstract en vereenvoudigd mensbeeld speelt in het voordeel van de sociologie. Het verplicht de sociologen ertoe hun stellingen en opvattingen steeds meer aan werkelijkheid te toetsen.


4. RESPECTVOL

  • Emile Durkheim ligt ook aan de basis van de 4e houding Hij was vrijdenker en godsdienst= verschijnsel, dat op emperischanalytische wijze moest worden verklaard.
  • Zijn boek: Les formes élémentaires de la vie religieuze-> hij zet zich af tegen de wijze waarop een aantal vrijdenkers over religie hadden nagedacht. ( die dachten dat geloof slechts een vergissing was en dat we het zo snel mogelijk moesten vergetn). Durkheim zei dat een instelling die zo verspreid is, kan men geen vergissing noemen. Hij zegt dat om religie te beggrijpen zijn begripsvermogen te kortschiet, en niet dat mensen dom of onwetend zijn.
  • Taak houdt in dat men zich als socioloog in de situatie van zijn studieobjecten kan inleven.

Lees meer...

De taak van de socioloog: cijferaar, mythejager, levenskunstenaar.

De sociologie moet de sociale werkelijkheid voor mensen doorzichtig en beheersbaar maken. Zij moet de mensen via sociologische kennis meer greep geven op hun eigen leven.

1. CIJFERAAR

  • De empirisch-analytische taak: inzicht verwerven in de samenhang die zich in samenlevingvormen,organisaties,groepen,.. voortdoet en vat krijgen op de regelmaten en oorzaak-gevolg relaties die er zich in aftekenen.
  • VOORBEELD: in 1998 doken geruchten op dat meisjes het beter doen op school dan jongens. Sociologen vroegen zich af of dit echt zo was en of het een nieuw verschijnsel was. Wat bleek uit onderzoek was dat het verschijnsel zich ook voordeed in andere landen. 2 sociologen deden onderzoek in 2002 en kwamen tot conclusie dat meisjes het inderdaad beter doen als jongens. Maar het verschijnsel bestond echter al sinds 1957. Dus wat blijkt is dat gedurende 40 jaar jongens het al slechter deden, maar dat het opeens na lange tijd een „probleem‟ wordt. De volgende vragen die de sociologen zich dan stellen is „ waarom?‟. Het waarom van een verschijnsel is vaak complex te beantwoorden. Om die waaromvraag toch beantwoorden werd er onderzoek gedaan, 4500 lln werden geïnterviewd. Na analyse bleek dat het slechter presteren van de jongens vooral te maken heeft met de houding. ( meer stoerdoenerij)Wat merkbaar is dat de meisjes die voorsprong wel verliezen zodra zij de arbeidsmarkt bekomen. Op die manier leidt dit empirisch onderzoek ons tot inzichten in het maatschappelijk leven.
  • Emperisch onderzoek is dus nuttig bij het uitstippelen en evaluren van het beleid van de overheid en andere organisaties.
  • Opleiding van de socioloog: leren van verschillende methoden om te observeren en waar te nemen, waarnemingen registreren, waarnemingen analyseren. De opleiding tot socioloog bestaat voor een groot deel uit leren van inzichten en methoden waarmee die stroom aan gegevens op een efficiënte manier kan worden omgezet in verstaanbare en bruikbare info.


2. MYTHEJAGER

  • het verwerven van empirisch-analytische kennis verloopt zelden conflictloos. Weerstand tegen nieuwe kennis is een wijdverbreid verschijnsel. Het verwerven van betrouwbare kennis over het handelen en samenleven van mensen zal daarom dikwijls tot spanningen en conflicten leiden.
  • Daarbij staat de socioloog niet noodzakelijk tegenover de overheid; zijn bevindingen kunnen evengoed botsen met die van andere belangengroepen. De onderzoeker heeft in het verleden zelfs al bondgenoot geweest van de overheid VOORBEELD: in de jaren 90 was er een lerarentekort, iedereen nam aan dat dit kwam door de lage lonen ( fout overheid). Uit heel wat socio onderzoek bleek dat de lagelonen en het statusverlies niet de oorzaak waren voor het leerarentekort. Niemand luisterde naar die bevindingen dus nam de overheid actie. Ze liet een boekje publiceren „ feiten en mythen over leraren‟. Zo slaagde de overheid erin de problematiek realisticher te maken.
  • KRITISCHE FUNCTIE: de socioloog zal met zijn onderzoeksresultaten dikwijls tegen de bestaande belangen en vooroordelen ingaan. Hij verschijnt dan als een soort mythejager. Achter de werkelijkheid zoals zij lijkt te zijn, toont hij een diepliggendere werkelijkheid die mensen soms liever niet onder ogen zien. Een zo nuchter en realistisch mogelijke kijk op de werkelijkheid die de beste kansen biedt op welvaart,welzijn en vrijheid voor iedereen.


2 PIONIERS:

1. KARL MARX en 2. SIGMUND FREUD

  • Karl Marx: volgens marx was de beschrijving van de werkelijkheid en de visie op de geschiedenis die een bepaalde maatschappij werden verspreid, waren in de eerste plaats opgezet om de sociale en economische positie van de dominante groepen of klassen te vrijwaren. Achter de schijnbaar objectieve beschrijving van de economische en sociale wetmatigheden, schuilt het belang van de dominante klasse.
  • Freud: bij hem vinden we ook het idee van dubbele werkelijkheid. Volgens hem wordt het gedrag van mensen ook georiënteerd door het onderbewustzijn. De inhoud van dat onderbewustzijn kan volgens analyse aan de opp. van het bewustzijn worden gebracht. Eenmaal bewust van het onbewuste, kan de patiënt een grotere mate van controle over zijn handelen en leven verwerven.


3. LEVENSKUNSTENAAR

  • Niet alle sociologen vinden kritische taak eve belangrijk. Zij vragen zich af of zo een kritische functie altijd wel nuttig is, en men de maatschappelijke rol van de myhtes niet onderschat.
  • Deze sociologen volgen het denken van friedrich Nietzsche. Niet de feitelijke juistheid van een uitspraak is belangrijk, maar de overtuiging of dat geloof de mensen helpt te leven. (tegen-verlichting). Deze sociologen vragen aandacht en respect voor de mogelijke postieve functies van mythe, bijgeloof en onberedeneerde aanvaarding.

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen