Menu

KRITISCHE PERIODE

  • kritische periode
    • functie ontwikkelt zich door groei van axonen vanuit synchroon-vurende neuronen naar de cortex
    • GABA start kritische periode
    • verschilt per cortexgebied

  • corticale neuronen blijken bij geboorte al ongeveer met dezelfde gebieden in beide ogen verbonden …

  • maar visuele ervaringzorgt voor fine-tuning
    • katjes: afwisselend linker en rechteroog, of scheelkijken  corticale neuronen reageren op slechts 1 oog  (later) geen stereoscopisch dieptezien
    • ontwikkeling gestuurd door neurotrofines
Lees meer...

DE ONTWIKKELING VAN HET VISUELE SYSTEEM

-kinderen < ~ 6 maanden

  • moeite met verschuiven van de aandacht
  • kijken met name naar gezichten
    • herkent nog geen gezichts-details
    • ITC leert geleidelijk een gemiddeld gezicht te herkennen
    • gezichtsherkenning = detecteren van afwijkingen

-algemene regel: visuele ervaringen gedurende de kritische periode zorgen voor ontwikkeling van het visuele systeem

  • periode bij mensen: ~ < 2-6 maanden?

1) bij afsluiting van één oog in de kritische periode blijkt dat oog na 4-6 weken blind

niet-actieve axonverbindingen verdwijnen

(bij afsluiten van beide ogen: niet blind, minder scherp)

  • blindgeboren met herstelde visus na de kritische periode

-wel locatie en helderheid, nauwelijks vormen en objecten

-visuele cortex gevoelig voor tast en auditieve waarneming

2) amblyopia (‘lui oog’) & strabisme (scheelzien): pleister over goede oog doet luie oog verbeteren (strabisme: correctie vóór het 6e levensjaar)

3) blootstelling aan stereozien (verschil tussen linker en rechter oog = retinale dispariteit) in kritische periode

4) astigmatisme (oogbol niet rond): corrigerende (cylindrische) lensen helpt niet goed na 3-4e levensjaar  blijvend corticaal effect

Lees meer...

BEWEGINGSWAARNEMING

  • rol magnocellulair systeem: grove patroonsveranderingen
  • rol parvocellulair systeem: verschil linker en rechteroog
  • beide geven input naar o.a.
    • mediale superieure temporele cortex (MST)

-ventraal MST: als objecten bewegen t.o.v. de achtergrond (ongeacht oogbewegingen!)

-dorsaal MST: expansie, contractie, rotatie  van belang voor eigen beweging

MST onderscheidt tussen effecten van oogbewegingen en object bewegingen

  • midden-temporele cortex (MT = V5)

-cellen reageren op bewegingen in een specifieke richting (onafh. van vorm, kleuretc.) én op foto’s die beweging suggereren (auto’s e.d.)

Lees meer...

VORMHERKENNING NA V1

  • toenemend omvang receptieve velden indien verder in de cortex  positieonafhankelijk
  • V2: complexere vormen als cirkels, lijnen onder een hoek
  • inferior temporal cortex (ITC): cellen reageren op diverse variaties van een stimulus (bv. spiegelbeeld, zwart/wit omkering, oriëntatie)
    • shape constancy, activiteit ongeacht perspectief
  • afwijkingen in waarnemingen bij beschadiging van dergelijke gebieden, bv.
    • visual agnosia (temporaal cortex): object wordt wel gezien maar niet herkend
    • prosopagnosia (fusiforme gyrus in ITC): gezichtsherkenning verstoord door beschadiging

fusiforme gyrus lijkt geleerde complex vormen te herkennen (met name, maar niet alleen, gezichten)

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen