Menu

Het menselijk geheugen

Ebbinghaus voerde in 1885 een experiment uit over hoeveel mensen zich nog konden herinneren na het leren van zinloze lettergrepen. Uit het diagram op blz. 171 blijkt: hoe langer de interval is tussen de stimuli en het oproepen hiervan, hoe slechter dit gaat, maar het daalt minder snel naarmate de tijd vordert (asymptoot). Na 24 uur wist Ebbinghaus nog 33,8 procent van het geleerde materiaal te herinneren. Door dit materiaal nogmaals over te leren

bereikte hij een winst van 64,1 procent ten opzichte van het originele materiaal. Toen cognitieve psychologie gescheiden werd in 1960 van het Behaviorisme ontstond er een grote impuls op het gebied van het menselijk geheugen. Dit had 2 redenen: veel vragen waren er over het geheugen van mensen aangezien de Behavioristen zich alleen op dieren richtten & aan de hand van het onderzoek naar het menselijk geheugen konden meer vragen op ander gebied worden beantwoord.

Lees meer...

Categorieën in de hersenactiviteit

Dit stukje gaat erover dat tekort aan kennis over verschillende categorieën gevolgen zijn van schades aan verschillende gebieden in je hersenen, bijvoorbeeld mensen met een beschadiging aan hun temporal lobe hebben een tekort aan kennis over biologische categorieën, zoals dieren, fruit en groenten, ze kunnen dus bijvoorbeeld geen eend herkennen, maar ze kunnen slechts zeggen dat het een dier was, meer niet.

Lees meer...

Theorie van de delta rule

Deze theorie gaat over de delta rule. Dit model illustreert 1 van de vele mechanismen die er zijn om schema abstractie te bereiken. Het is interessant om te zien dat de schemarepresentatie onmisbaar is als het gaat om synaptische sterktes. De synaptische sterkte van een verbinding tussen een input en een output is een maat van hoe typisch een symptoon

is voor een ziekte. Verder moet je dit experiment van Gluck & Bower zelf maar doorlezen vanaf blz. 165.

Lees meer...

Abstraction versus Instance Theories

We hebben reeds semantische netwerken gezien en schema’s als 2 verschillende manieren om conceptuele kennis te representeren. Maar het blijkt dat dit nog niet genoeg is. Daarom zijn er nog 2 theorieën: abstraction & instance theories. Maar de schematheorie die we al behandeld hebben is een voorbeeld van een abstraction theorie.

Instance theories houden in dat we geen centrale concept opslaan maar specifieke instanties. Wanneer de tijd komt om te beoordelen hoe typisch een specifiek object is van vogels in het algemeen, vergelijken we het met specifieke vogels en maken dan een beoordeling van het gemiddelde verschil. De twee theorieën verschillen dan wel een beetje, maar algemeen gezien geven ze dezelfde voorspellingen. Bijvoorbeeld voorspellen ze beiden een betere verwerkingsproces van centrale leden van een categorie.

De effecten van een categoriale structuur kan verklaard worden door het aannemen dat mensen the centrale leden ‘pakken’ of dat ze specifieke instanties opslaan van categorieën.

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen