Menu

Localization of Function in the Brain (p 96)

Jean Cesar Legallis lokaliseerde de eerste breinfunctie, die van ademhaling. Hij voerde experimenten uit door delen van de hersenen uit dieren te verwijderen, ze te laten herstellen en hun gedrag nogmaals analyseren.

Marie-jean Pierre Flourens beschreef dat de cerebrale lobben alle vrijwillige acties regelen. Zo bewoog een duif niet meer zomaar nadat zijn cerebrale lobben verwijderd waren. Hij kon nog wel vliegen maar gaf de indruk van een slaperig dier. De cerebrale lobben zijn verantwoordelijk voor waarneming en hogere functies als geheugen en mening.

Hij beschreef dat een specifiek gebied, de medulla oblongata (the vital knot), belangrijke zaken regelde als hartslag, ademhaling en andere basisfuncties. Hij zag ook dat verloren functies langzaam deels herstelden, hij schreef dit toe aan de overige hersenen die het verlies aan functie overnemen.

Phineas P. Gage, een treinspoor bouwer, kreeg door een ongeluk een metalen staaf door zijn hoofd. Zijn gedrag was na dit ongeluk drastisch veranderd. Hij was veel sneller afgeleid, weinig vooruitziendheid, lichtzinnig en onbetrouwbaar in hun handelen. Deze staaf was door zijn frontale lobben gegaan.

Joseph Gall lokaliseerde de praat functie van de brein net achter de ogen na onderzoek bij mensen die niet meer konden praten.

Broca’s patiënt ‘Tan’ (hij kon alleen het woord ‘tan’ uitspreken) bleek na autopsie dat de lokalisering van de praat functie correct was. Het verbazende is dat de alleen de linker frontale lob deze functie heeft en niet de rechter die qua grootte, plaats volledig symmetrisch zijn. Dit is nogsteeds een mysterie.

Lees meer...

Phrenology (p 89)

Franz Joseph Gall claimde dat persoonlijkheidskenmerken getraceerd kunnen worden door de vorm van het gezicht. Hij onderzocht schedels van daklozen, gevangen, gekken en doden en ontwikkelde op basis hier van een doctrine. Hieruit ontstond Phrenology.

Johann Caspar Spurzheim was een assistent van Gall. Na de dood van Gall bracht Spurzheim Phrenology van een ‘wetenschap’ tot een cult.

Drie Amerikanen brachten later allerlei Phrenologie apparaten en handleidingen uit en wisten hier een aardige duit mee te vangen. Soms werd phrenologie als een vereiste bij een sollicitatie gebruikt.

Fouten Phrenologie: 1) Lokalisatie van eigenschappen op de schedel zijn willekeurig, 2) Phrenologie argumenten zijn circulair, 3) het gebruiken van onnozele is voor serieuze studenten van hersenfunctie onacceptabel en 4) phrenologie kan nooit gefalsifieerd worden.

Magendie was een criticus van Phrenologie en liet Spurzheim de schedel van de Franse wiskundige Pierre Laplace onderzoeken. Wat Spurzheim niet wist is dat Magendie de schedel had vervangen met die van een imbiciel. Spurzheim bewonderde de schedel enorm wat Magendie uiteindelijk publiceerde.

Pierre Flourens bracht de belangrijkste kritiek voort; de contouren van de schedel komen niet overeen met die van de hersenen. De aanname waarop Phrenology is gebaseerd is fout.

Lees meer...

Sensory Physiology (p 84)

Charles Bell beschreef dat dezelfde stimuli op verschillende zenuwen verschillende sensaties opwekken en verschillende stimuli op dezelfde zenuw dezelfde sensatie opwekt.

Johannes Peter Müller gaf aan dat zenuwen zelf verschillende impressies doorgeven aan het brein of bewegen naar verschillende delen van het brein waardoor deze alsnog specifiek worden.

Benjamin Franklin deed experimenten met een elektrisch geleidende doos waarin een persoon plaats kan nemen en de doos onder stroom kan worden gezet. De persoon zelf overkomt niets.

Galvani beschreef dat zenuwactiviteit elektrisch van aard is.

Emil Du Bois-Reymond wist voor het eerst definitief aan te tonen dat zenuwactiviteit elektrisch van aard is. Hij verwijderde een stuk van zijn huid en met wat geleidend materiaal wist hij de elektrische puls 30x sterker en daarmee waarneembaar te maken.

Hermann von Helmholtz gebruikte Thomas Young’s theorie dat het oog drie zenuwbanen kent die de primaire kleuren kunnen onderscheiden.

Verder meette hij de snelheid van zenuw reacties. Hij bevestigde o.a. een kikker op een trommel om de snelheid te meten en liet mensen op een knop drukken na een stimulus. Hoewel dit laatste experiment erg variabele data opleverde bleken de tijden gemiddeld langer te zijn voor een stimulus aan de teen dan aan het dijbeen.

Lees meer...

Experimental Investigations of Spinal Cord Functions (p 82)

Omdat de ruggenmerg minder complex is dan het brein werd deze eerst onderzocht. Robert Whytt deed experimenten met kikkers waarbij hij zowel de hersenen als ruggenmerg verwijderde. Kikkers zonder brein en ruggenmerg bleken na onthoofding geen stimuli meer te verwerken, kikkers met alleen het brein verwijderd bleken dit nog wel te kunnen; ze bewogen hun poot na knijpen.

Alfred Volkman ontdekte dat bepaalde reflexen alleen na onthoofding voorkomen.

Francois Magendie beschreef in een drie pagina tellende paper zijn experimenten met puppies waarbij een dorsal root section ervoor zorgde dat een deel van het lichaam sensatieloos wordt en na een ventral root section beweging niet meer mogelijk is. Charles Bell probeerde de claim op deze ontdekking eigen te maken door een paper die hij hiervoor al geschreven had. Bell’s claim is maar ten dele correct maar desondanks wordt dit feit regelmatig als de Bell-Megandie wet genoemd.

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen