Menu

Charles Darwin (1809-1882) (p 301)

Darwin’s grootste inspiratie kwam uit zijn wereldreis met de H.M.S. Beagle. Hij trok op Cambridge al veel op met de geestelijke en botanist John Stevens Henslow. Bij toeval werd Darwin uitgenodigd als naturalist op de Beagle. Een oom betaalde zijn onkosten.

Darwin was religieus en vroeg zich bijvoorbeeld af waarom God zoveel verschillende dieren had geschapen. Op de Galapagos eilanden vondt hij schildpadden en vinken met afwijkende elementen (bijv een langere snavel om tussen de rotsen te pikken en een korte op andere eilanden). Door de sterke stromingen en winden konden de beesten niet naar de andere eilanden. Vele lange en moeilijke jaren later publiceerde hij zijn evolutietheorie.

De theorie van Thomas Robert Malthus dat de populatiegroei zo groot is dat er op een bepaald moment te weinig eten zal zijn bracht Darwin op het idee dat hierdoor goede eigenschappen (in het gevecht om eten) meer kans hebben op overleven.

Één van de redenen dat zijn evolutietheorie pas 20 jaar na zijn eerste ideën uitgegeven werd was dat zijn verslag van zijn reis op de Beagle (The Voyage of the Beagle) een succes was. Ook leed hij aan vermoeidheden, waarschijnlijk Chagas disease die hij opgelopen had in Argentinië. Toen hij samen met Alfred Russel Wallace, die gelijksoortige ideeën had, samen hun theorieën openbaarde was de reactie lauw. Pas toen in 1859 Darwin zijn On The origin of Species by Means of Natural Selection, or the Preservation of Favorable Races in the Struggle for Life werd zijn theorie een hit.

Gregor Mendel demonstreerde aan het eind van de 19de eeuw de overerving van fysieke karakteristieken in planten. De basis van de moderne genetica.

In Darwin’s The Descent of Man beschreef Darwin wat hij daarvoor alleen gehint had; dat mensen afkomstig zijn van apen. Hij onderzocht hiervoor apen in de Londense dierentuin die hij o.a. in spiegels liet kijken om hun reactie te meten. Ook bekeek hij gezichtsuitdrukkingen van normale mensen, kinderen en zwakzinnigen. Hij kreeg veel erkenning van over de hele wereld voor zijn bijdrage maar niet door het britste koningshuis. Hij werd wel in Westminster Abbey begraven; hij onderhield altijd goede banden met religieuze mensen (waaron een vicaris).

Darwin, Freud en Einstein worden gezien als de drie grote ‘disturbers of thought’.

Lees meer...

Conclusion (p 298)

Freud’s ontwikkeling van psychoanalyse en de latere aanpassingen samen met de invoering van psychoactieve drugs en andere aanpakken op therapie hebben de behandeling van mentale zieken gerevolutionaliseerd.

Lees meer...

Sigmund Freud (1856-1939) (p 276)

Freud deed 3 jaar langer over zijn studies dan zijn leeftijdgenoten vanwege diverse –voornamelijk wetenschappelijke- taken. Uiteindelijk belande hij bij Theodor Meynert die een grote indruk maakte op Freud en bij hem zag hij de eerste hysterische patiënten. Nog belangrijker was de case van Josef Breuer.

Anna O, wiens echte naam Bertha Pappenheim was, ontwikkelde een aanhoudende hoest gevolgd door een hele reeks symptomen als verlamming, visuele problemen, niet goed meer kunnen praten en ze wisselde tussen twee persoonlijkheden welke één ze omschreef als ‘vergeten tijd’.

Breuer behandelde haar 18 maanden. De gesprekken over hoe de symptomen zich ontwikkelden waren zeer emotisch, na deze gesprekken voelde zij zich vaak beter. Het loslaten van die emoties noemde Breuer catharsis. Deze case vertelde Breuer aan Frued en noemde Pappenheim Anna O., Freud’s interesse was gewekt.

Freud experimenteerde in zijn beginjaren met cocaïne en begon steeds grotere doses te nemen, hij had het geluk nooit verslaafd te zijn geraakt. Velen, ook bekenden van hem, overleden aan de gevolgen van cocaïne. Uiteindelijk stopte hij met het gebruik ervan. Wat hij echter zijn hele leven niet wist te stoppen was zijn nicotine verslaving. Diverse serieuze pogingen tot het stoppen van sigaren faalden.

Freud kon dankzij een beurs 5 maanden naar Parijs en hoorde hier de colleges en demonstraties van Jean-Martin Charcot, toentertijd één van de belangrijkste neurologen. Hij beschreef mannelijke hysterie en Freud vertaalde delen van Charcot’s werk en ging terug naar Wenen. De Vienna Society of Physicians wees mannelijke hysteria af, en daagden hem uit een geval hiervan te vinden. Een maand later deed Freud dit.

In 1886 begon Frued een privé kliniek in Wenen. Hij probeerde traditionele technieken, toen deze niet werken gebruikte hij hypnose en kwam hij erachter dat gebeurtenissen in de jeugd bij patiënten vaak te maken hadden met klachten. Effectief waren de behandelingen m.b.v. hypnose niet en ook deze techniek liet hij voor wat het was.

Freud ging terug naar Breuer’s aanpak van catharsis wat hij eerst ‘Breuer’s method’, daarna ‘psychical analysis’ en uiteindelijk ‘psychoanalysis’ noemde. Samen schreven zij hier een artikel over: Studien über Hysterie.

Later noemde Freud het overbrengen van beelden en gevoelens naar de therapeut transference en de therapeut’s reactie countertransference. De relatie tussen Freud en Breuer brak vanwege meningsverschillen over Freud’s analyse van Herr K.

Seduction theory

Freud begon een lange briefwisseling met de physician Wilhelm Fliess met wie hij zijn onderzoek besprak. Hij kwam met hem uiteindelijk tot zijn seduction theory: hysteria komt voort uit presexuele (dus nog niet sexueel actieve) sexuele schok. In slechts 4 maanden wist Frued 18 patiënten te vinden waarin deze sexual shock een oorzaak zou zijn voor hun hysterische klachten. Deze korte tijd werd gewantrouwd. Uiteindelijk zouden vooral vaders de oorzaak zijn van deze sexual shock bij dochters.

Er waren legitieme kritieken op zijn stellingen, 1) zo zou hij patiënten beïnvloeden in hun antwoorden, toentertijd gebruikte hij een quasihypnotische pressure techniek om zijn antwoorden te verkrijgen. 2) Ook was sexueel misbruik bij kinderen in die tijd geen taboe, er waren al veel gevallen beschreven. Pas in 1905 kwam hij terug van zijn seduction theory in zijn Three Essays on the Theory of Sexuality. De bekentenissen van deze sexuele misbruiken werden door Freud als fantasieën weggezet. Andere kritieken waren dat 3) hij zijn theorieën gebruikte in het opstellen van zijn klinische rapporten; 4) de patiënt reacties waren niet spontaan maar opgeroepen door zijn pressure techniek; 5) toen Freud 3 bevestigingen van ouders kreeg van sexueel misbruik wekte dit argwaan en het kon niet onafhankelijk bevestigd worden.

Dreams and slips of the tongue

Frued dacht dat dromen toegang bieden tot het onderbewustzijn. Hij schreef hierover het boek The Interpretation of Dreams dat vaak tot zijn belangrijkste bijdrage wordt gerekend. Een andere weg naar het onderbewustzijn waren de dagelijkse versprekingen, triviale fouten en tijdelijke fouten in het geheugen. Dromen en slips of the tongue zijn vaak uitingen van onderdrukte wensen en verlangen.

In dezelfde periode beschreef Frued zijn psycho-sexuele theorie van persoonlijkheids ontwikkeling. Het opgroeien bestaat uit 5 fasen (oraal, anaal, fallisch, latent en genitale). Elk van deze fase brengt bepaalde instinctieve ontwikkelingen met zich mee en wanneer deze teveel of te weinig worden bevredigd kan het kind niet goed naar de volgende fase.

Het controversiële Oedipus complex zei dat gedurende de fallische fase een jongen sexueel aangetrokken zal zijn tot de moeder en aggresief naar de vader. Deze fase zou voorbij zijn wanneer de jongen beseft dat hij gecastreerd kan worden door de vader. Bij meisjes treedt het castration complex op waarbij de teleurstelling over het ‘al gecastreerd zijn’ optreedt. –NEE, GEEN GRAPJE, P290!—

De mind zoals Frued omschreef bestaat uit de id, ego, en superego. De id is volledig bewust en de basis voor impulsen en drive (de biologische ondergrond). De ego haalt zijn energie uit de id en is het instrument van redenatie. De superego bestaat uit absolute standaarden van moraliteit en ethiek.

Freud legde vergeleek de id en ego met een wagenmenner en zijn paarden. De paarden zorgen voor energie en drive (id), en de wagenmenner de sturing (ego).

Freud and his followers

Toen Freud’s psychoanalytische aanpak populairder werd ontstond er een club die de Wednesday Psychoanalytic Society is gaan heten. Alfred Adler splitste op een bepaald moment met Freud om meer nadruk te leggen op sociale factoren, gezonheid en harmonieus gedraag. Hij naam 9 leden van de Society mee. Ook Carl Jung werd na een periode van 7 jaar, één van veel correspondentie, verstoten door Freud. Freud was autoritair, paternalistisch en dogmatisch.

Freud’s dochter Anna Freud was de belangrijkste vrouwelijke aanhanger van Frued’s orthodoxe psychoanalyse. Heel Anna’s leven stond in het teken van Freud, zelf trouwde ze nooit. De belangrijkste bijdrage van Anna was het uitbreiden van psychoanalyse naar kinderen.

Karen Horney bekritiseerde Freud en zei dat vrouwen niet jaloers zijn op de mannelijke anatomie maar op de kansen en status die mannen verwerven.

Freud verdiende zijn geld als therapeut maar hij heeft dit werk nooit leuk gevonden. Hij analyseerde mensen vooral om zijn eigen theorieën te toetsen, het helpen van hen interesseerde hem niet. Ook had hij een hekel aan Amerikanen. Een interessante vraag die hij laat in zijn leven stelde was: “Wat wil een vrouw?” -> iets wat hij nooit heeft kunnen ontdekken.

Freud onderschatte het gevaar van de nazis en bleef lang in Wenen. De psychoanalytische aanpak werd verbannen in Duitsland en veel boeken hierover werden vernietigd. In ’38 vertrok hij uiteindelijk toch naar Engeland. Een jaar later stierf hij.

Lees meer...

Reformation of Institutions for the Mentally Ill (p 256)

Philippe Pinel bestudeerde de gestoorden, o.a. in de literatuur. Vooral het werk van Joseph Daquin wist hem te boeien: gestoorden zijn ziek en moet begrepen en behandeld worden met natuurlijke middelen. Toen Pinel het bestuur kreg van de Bicetre Asylum in parijs liep hij rond en observeerde de gevangenen. Hij haalde veel van de kettingen van gevangenen weg en dit bleek effectief, na enkele jaren werden sommigen vrijgelaten. Hij verbeterde de atmosfeer in de Bicetre en gaf beter eten. Later wist hij in het Salpêtrière asylum dezelfde successen te behalen; dit leverde hem roem in heel Europa op.

De wilde jongen van Aveyron (later Victor genoemd) zou enkele jaren in het wild hebben geleefd. Hij liep op zowel armen als benen. Toentertijd was men overtuigd dat de samenleving de inherente goedheid van de mens gecorrumpeerd had. De wilde jongen ‘bewees’ het tegendeel, hij was grotendeels apathisch en gromde als een dier. Hij werd als een ongeneesbare gek beschouwd. Met héél veel moeite wist Jean Marc Gaspard Itard hem wat beschaving bij te brengen maar hij leerde nooit praten. Itard beschouwde de opvoeding een mislukking, de French Academy of Science zag echter de verbeteringen in Victor en beschouwde dit als bewijs dat moeilijk opvoedbare kinderen ook opgevoegd kunnen worden.

Johann Guggenbühl stichtte een instituut in de Alpen om mensen die leiden aan cretenism te helpen (een ziekte waarbij mentale en fysieke groei belemmerd zijn). Uiteindelijk bleek dit een farce en Guggenbühl vluchtte met een fortuin. Het had wel enig effect in de aandacht voor mentaal zieken.

William Tuke was een quaker die een, na een bezoek aan een gekken instituut, besloot een betere inrichting op te richten: het Retreat for Persons Afflicted with Disorders of the Mind nabij York. Deze instelling leek meer op een boerderij dan op een reguliere instelling.

Dorothea Lynde Dix stelde de deplorabele staat van de Amerikaanse instituten aan de kaak en klaagde deze aan in rechtbanken. Ze hervormde instituten en in totaal 40 instituten danken hun oprichting aan Dix. Ze gaf zelfs een lezing aan koningin Victoria.

Veel van de instituten die werden opgericht werden overspoeld door de geestelijk zieken en vertoonden om deze reden het barbaarse gedrag waar ze om bekend stonden. Ook de oorlogen en tijden van crisis waren oorzaak van de lage investeringen in deze instituten: goed werk ging snel verloren.

Lightner Witmerrichtte de eerste psychologische kliniek op in Amerika. Hij geloofde dat psychologische hulp de mentaal zieken kon helpen, veel psychologen in die tijd vonden van niet (incl. Münsterberg).

Witmer behandelde veel kinderen met spraakproblemen, hij betitelde één hiervan visual verbal amensia waar het lezen van woorden van meer dan twee letters moeilijk is. Uiteindelijk begon hij formeel de Klinische Psychologie en richtte hij het blad Psychological Clinic op.

Egas Moniz boorde gaten in het hoofd van de mentale zieken en sneed zenuwbanen in het hoofd door. Deze behandeling hadden een kalmerend effect in apen. De behandeling heet prefrontal leucotomy, het doel was de frontale lobbe. Nu zijn deze bekend als lobotomie. Hij beweerde in korte tijd 19 patiënten met succes behandeld te hebben, hij negeerde hierbij de zware bijeffecten en overdreef de successen.

Moniz, Fulton en Freeman brachten lobotomie op grote schaal in de praktijk. Vele duizenden ondergingen lobotomie, ook de zus van J.F. Kennedy. Op de International Mental Health Conference in wenen 1953 werd lobotomie beschreven als ‘het veranderen van een mens in een plant’.

Andere methoden raakten ook in zwang, bijvoorbeeld electroconvulsive therapie (ECT): het toedienen van elektrische schokken. In 1941 gebruikte 43% van de mentale instellingen ECT. ECT is de enige die tot de dag van vandaag nog weleens gebruikt worden.

Tijdens de helft van de 20ste eeuw kwamen de eerste psychoactieve drugs op de markt. Chlorpromazine werd gebruikt voor schizofrenie en Lithium wordt gebruikt voor depressies en bipolair. Doordat lithium een vrij verkraagbare zout is werd financiering vanuit de farmaceutische industrie voor onderzoek lang uitgesteld. Deze drugs zijn voor een groot deel verantwoordelijk voor de afname van 560.000 mentale patiënten in 1955 tot 150.000 in 1984 in de US.

Franz Anton Mesmer leefde in een tijd waarin magnetisme en elektriciteit pas kort bekend waren. Nadat hij een poging had ondernomen deze als genezing te gebruiken en dit algemeen werd afgewezen vestigde hij zich in Parijs. Zijn behandeling bestond uit een circusachtige voorstelling waarin hij zelf soms als magiër gekleed ging.

De French Acadamy of Science stelde een commissie op met o.a. Benjamin Franklin die Mesmer’s claims op genezing moesten onderzoeken. Deze bestempelde zijn activiteiten als gevaarlijk, nutteloos en Mesmer werd als mysticus aangewezen.

De poging van John Elliotson om mesmerisme in Engeland te brengen faalde, John Elliotson verloor hierdoor zijn academische positie.

James Esdaile gebruikte mesmerisme succesvol als anesthetisch middel bij operaties en paste dit meer dan 3000 keer toe. Toen in 1846 ether werd ontdekt als anesthetisch middel verdween de belangstelling van mesmerisme.

James Braid wist uiteindelijk in 1843 te ontdekken dat concentratie en de suggestie van slaap genoeg is voor dezelfde staat als mesmerisme, hij kwam met de term hypnose.

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen