Het woord ‘sociologie’ is afkomstig van
- Gepubliceerd in Sociologie
- Reageer als eerste!
Socius = “gezellig”
Logos = “wetenschap”
Sociologie : wetenschap over sociale zaken!!
Socius = “gezellig”
Logos = “wetenschap”
Sociologie : wetenschap over sociale zaken!!
○ bv. boer verkoopt producten goedkoper aan familieleden
○ bv. geen woekerrente: men mag niet te winstgevend zijn
○ Hoe? Door differentiatie: opsplitsing , verzelfstandiging van de economie
○ In alle pre-industriële samenlevingen is het economisch leven sterk verwoven met andere dimensies (bv. religieus, politiek, sociale dimensies)
○ Individuen werden niet beschouwd als ‘economische actoren’ zonder meer
■ Bv. lijfeigenen: niet zomaar werknemer/arbeider maar er bestonden ingewikkelde sociale en politieke verhoudingen tussen heer en lijfeigenen die altijd (en dus ook tijdens economische transacties) een rol speelden
○ ontstaan van economisch subsysteem (=kapitalisme) : vrije markt
■ Geleidelijke evolutie
○ Bestond niet in pre-industriële samenlevingen: economische motieven werden getemperd door andere motieven en ‘homo economicus’ , de mens die zuiver handelt op grond van economische motieven bestond niet; economische motieven waren verweven met andere waarden
■ Bv. Potlatch: winsten of voorraden werden feestelijk verspild of vernietigd, op arbeid werd neergekeken en financiële transacties stonden in een kwalijk daglicht
■ Bv. ME: geen woekerinteresten
■ Bv. gedrag van Poolse aristocraten/landadel in de 17e eeuw
○ + omgekeerd : prijs stijgen , productie dalen
○ Traditioneel economisch denken ‘irrationeel’
○ Ontstaan van een economische sfeer, afgebakend van de rest van de samenleving
○ Eerste vorm: handelskapitalisme uitbreiding economisch sfeer tot productie sfeer
■ Gevolg: afschaffen van gilden en ambachten: belemmeren vrije markt
■ Gevolg: hoge vlucht van manufactuurkapitalisme (17e – 18e E) en later van industrieel kapitalisme (19e E – 20e E)
○ Aangezien geen enkele samenleving kan bestaan zonder ‘materiële reproductie’, gingen al de andere domeinen van het maatschappelijk leven afhangen van dit verzelfstandigde economisch systeem
■ Economie werd dominant
■ Marxistische theorie: geformuleerd in de doctrine van de economische onderbouw
○ Huidige maatschappij: overgang van industriële naar dienstenmaatschappij (= tertiair)
■ = samenleving waar een groot deel van de werkende bevolking is tewerkgesteld in de dienstensector en nog slechts een minderheid werkt in de industrie (secundaire sector)
○ Deze evolutie heeft belangrijke maatschappelijk gevolgen
○ Alles wordt herleid tot handelsobject: veralgemeende commodificatie
■ Nieuwe activiteiten of activiteiten die tevoren nog niet in de economische sfeer slagen, gaan nu wel in die sfeer terecht komen
○ Menselijk lichaam: hygiëne en medische verzorging, handel in bloed, organen en nageslacht
■ Doel: genetische beheersing van het bestaan
○ Maatschappelijk/sociale voorzieningen: onderwijs en informatie, opinieonderzoek en beïnvloeding bv. datingsite
■ Doel: beheersing van politieke besluitvorming
○ Geestesleven: wetenschappelijk onderzoek, verwerking en verbreiding van kennis en van geestes- en kunst producten bv. psychiater
■ Doel: beheersing van normen en waarden
○ Onze relatie tot de natuur: milieubehoud, milieuvriendelijke productie en urbanisatie
■ Doel: beheersing van de natuur en heel de planeet
○ Op al deze terreinen heeft het kapitalisme, zichzelf nieuw leven in geblazen; nauwelijks een activiteit te bedenken dat niet valt onder de dominantie van de economische logica
○ Van zodra de economie zich bezig houdt met zaken die thuishoren in de leefwereld van mensen, brengt zij de symbolische reproductie van de maatschappij in gevaar; de economie dringt door tot alle aspecten van het leven
○ Er zijn een aantal menselijke activiteiten die niet ongestraft vereconomiseerd worden
■ Bv. opvoeding, zorg, ontspanning, affectie, esthetische beleving, vriendschap, religieuze ervaring: horen thuis in de leefwereld en kunne niet economisch worden verhandeld
■ Als dat wel gebeurt, worden die activiteiten in hun kern aangetast
○ Deze pervertering doet zich op grote schaal voor in onze maatschappij: mensen ontspannen niet maar kopen hun verveling af door televisie te kijken, kopen gemoedsrust bij de psychiater, advies bij consulenten, avontuur en opwinding onder de vorm van geprefabriceerde reizen, enz.
○ Dit gaat gepaard met:
○ zinverlies & vrijheidsverlies:
■ zinverlies: als teveel activiteiten gekoloniseerd worden door de economie, gaat de eenheid en de samenhang van de leefwereld verloren en daaraan ontleent het individu normaal gesproken een gevoel van zin
■ vrijheidsverlies: men gaat zijn behoeftenstructuur aanpassen aan wat op de markt verkrijgbaar is
○ industriële revolutie: fabriek
○ arbeidsethos
○ consumentisme
- De ‘Frankfurter Schule’
→ Institut für soziale Forschung : rijke joodse zakenman investeerde zijn geld in sociaal wetenschappelijk onderzoek
→ Onderzoekers; van joodse afkomst bv. Adorno
=> Communicatieonderzoek dat kritisch was = eigen wetenschapsopvatting
■ Feiten = producten van mensen, niet zomaar feit maar nagaan maar bekijken in welke mate die handelingen bekritiseerbaar zijn, niet enkel beschrijven
■ + Emancipatorische wetenschap: wegen laten zien van hoe het zou kunnen zijn, wat de samenleving zou kunnen zijn: feiten bestuderen + bekritiseren
■ + geïnspireerd op Marxistisch denkbeeld
→ Problemen onder Hitler: joden + kritiek + communistisch instituut overgebracht in New York
- New School for Social Research (N.Y.)
→ Adorno: overgeplaatst naar VS: geconfronteerd met kapitalisme en consumptiemaatschappij
→ Keizerrijk (conservatief) opkomst van fascisme en doorbraak van nazisme consumptiemaatschappij
=> Kritische blik op die maatschappij in zijn boek
→ Onderzoek naar wat maakt mensen vatbaar voor het fascisme
=> Welk persoonlijkheidstype is geschikt om in te passen in zo’n regime ? wanneer is iemand geneigd tot een autoritair gedrag? F-schaal
=> Onderzoek Adorno: zijn mensen die een autoritaire opvoeding hebben genoten, meer autoritair dan anderen
→ Ontwikkeling v schalen voor elk levensdomein om mate van bevooroordeeld denken te meten
→ Resultaat: respondenten die bevooroordeeld waren op één schaal, waren dat ih algemeen ook op andere schalen
=> Vooroordelen ten opzichte van joden gingen samen met vooroordelen tegen andere minderheden
=> Conclusie: mensen met rigidere opvattingen vertonen volgende kenmerken
→ onderdanig t.o.v. superieuren & bazig t.o.v. ondergeschikten
=> Onderdaniger/ondergeschikt gedrag ten aanzien van mensen die zij beschouwden als superieur en baziger/wreder ten aanzien van mensen die zij als inferieur beschouwden; dus geen radicale bullebak
→ intolerant in seksuele en religieuze attitudes
→ opvoedingspatroon: ouders tonen geen directe affectie en liefde, maar blijven afstandelijk en gedisciplineerd (~socialisatieproces)
=> gevolg: wanneer de volwassene geplaagd wordt door onverwerkte angsten, kan hij die enkel controleren door rigide attitudes aan te nemen
→ niet bestand tegen ambivalente situaties: hang naar duidelijkheid
= situaties van instabiliteit en onzekerheid men wil zekerheid, men kan niet om met ambivalentie (= tweewaardigheid)
→ rigide denkschema’s dat leidt tot stereotiep denken
= stereotype vooroordeel : bv. het is een jood, dus het is inferieur
→ negeren van inconsistenties
=> zolang het een negatieve attitude is t.o.v. groep stemt men ermee in; stereotype opvatting van ‘de jood’ fungeert als verzamelnaam voor al wat men afwijst, ook al gaat het om onderling tegenstrijdige zaken
- Kritiek
→ Twijfel over betrouwbaarheid van de schaal
→ Autoritaire houding is geen persoonlijkheidskenmerk maar weerspiegelt waarden en normen van een bepaalde subcultuur
=> Ook bevestiging door ander onderzoek
→ Hartley: individuen met een negatieve houding t.o.v. leden van één minderheid, hebben vaak ook negatieve houdingen t.o.v. leden van andere minderheidsgroepen
→ individuen met negatieve houdingen t.o.v. bestaande groepen , nemen ook negatieve houdingen aan t.o.v. groepen waarvan men nog nooit kon gehoord hebben
=> autoritaire opvoeding in Kaiserreich
→ in het Kaisserreich heersde een militaire eenduidigheid
- wanneer dit werd vervangen door een instabiele samenleving, snakt men naar een nieuwe duidelijkheid, nieuwe indeling, nieuwe helderheid
- deze helderheid wordt gevonden in de Führer
- etymologie
→ Israëlieten reinigen zich om de zoveel jaar: ze namen een bok en die beladen ze met alle zonden van Israël
→ alle zonden worden dus symbolisch op de bok gelegd en deze wordt naar de woestijn gedreven en sterft
= reinigingsritueel
- Nu: eigen tekortkomingen projecteren op een ander maar ook uw eigen angsten, zodat men van die angsten wordt bevrijd en verlost
→ men gebruikt geen dieren maar andere mensen, vaak de outsiders die niet tot eigen dominante groep behoren
→ Zondebok = andere groepen die beladen worden met schuld van alles wat fout loopt en zo wordt de dominante groep gezuiverd
=> Combinatie van twee deelmechanismen:
1. overdracht
→ wanneer stereotypen werven geraken met gevoelens van angst, worden stereotypen vaak schadelijk en krijgen een hatelijke of vijandige inhoud
→ stereotypering gaat samen met overdracht
○ = ongenoegens gericht tegen objecten die niet aan de oorsprong liggen van de beleefde angstgevoelens
○ Mensen kunnen hun ongenoegens afwentelen op de zondebokken die de schuld krijgen voor alles wat dwars zit hoewel zij dit niet kunnen verhelpen
○ Komt vaak voor in situaties waar gedepriveerde sociale (vaak etnische) groepen met elkaar in competitie treden voor het verwerven van economische beloningen
○ situatie waarbij mensen worden geconfronteerd met iets dat hen angst aanjaagt
■ overdracht doet zich voor wanneer men angst ‘temt’ = vrees: van ‘angst’ naar ‘vrees’
○ verklaring verzinnen = middel om angst om te zetten tot vrees = denkbeeldige oorzaak creëren
2. Projectie
= onbewust toeschrijven van eigen wensen of kenmerken aan anderen
■ In situaties waar individuen gefrustreerd worden, of in omstandigheden waarin zij zich erg moeten beheersen, zijn zij vaak niet in staat om eigen gevoelens te herkennen. Deze worden geprojecteerd op anderen
■ omgekeerde van eigen ideaalbeeld en projecteren op de ander. vb. blanken in Afrika
■ van lust overlopende zwarten = stamt van eigen seksuele frustraties van blanken af
■ het beeld van de ander weerspiegelt meer zichzelf dan de ander
=> zondebok mechanisme : projecteren van alles wat men niet is of niet wil zijn op de ander + de ander de schuld geven van wat men liever niet heeft = dubbele psychische reiniging