Menu

Kritiek op Homans

1. Grensvervaging tussen de psychische en de sociale werkelijkheid tot één domein waar dezelfde gedragswetten gelden. Critici wezen erop dat sociale verschijnselen aan eigen wetmatigheden onderhevig zijn, Homans zag deze niet aangezien hij zich enkel bezighield met elementaire interacties.

2. Eerst eenvoudige interacties verklaren en pas daarna overstappen naar complexe interacties = verkeerde veronderstelling. Homans gaan ervan uit dat de werkelijkheid bestaat uit eenvoudige bouwstenen (directe ruilinteracites) die tot een complex bouwwerk (maatschappij) kunnen worden samengebracht. Hij verliest uit het oog dat eenvoudige interacties niet op zichzelf bestaan. Zij veronderstellen de ruimere maatschappelijke context waarin ze zijn ingebed. Zonder die context zouden ze niet mogelijk zijn. Bvb groet.

3. Behavioristisch uitgangspunt: de sociale werkelijkheid is een zinvolle werkelijkheid. Indien men in empirisch onderzoek waarnemingen verricht van gedragsreacties, op dezelfde manier zoals men dieren waarneemt, dan is de kant groot dat het meest constitutieve deel van de sociale werklijkheid uit het oog wordt verloren, zoals zingeving, perceptie, evaluatie. DUS: niet zo raar dat Homans specificiteit van sociale werkelijkheid weigert te erkennen.

4. Kritiek v symbolisch interactionisme: idee dat preferenties gegeven zijn. Preferenties en behoeften worden volgens hen, zeker gedeeltelijk, sociaal geconstrueerd.

5. Homans: mens heeft perfecte informatie. Meestal kampt de actor echter met een deficit aan informatie dat hij probeert op te lossen door de situatie te interpreteren en er betekenis aan te geven.

Lees meer...

Een vergelijking tussen Homans en Blau

1. Ze onderstrepen beide het belang van primaire ruilrelaties en van de individuele voorkeuren die daaraan ten grondslag liggen. Blau heeft ook oog voor emergente sociale verschijnselen die uit het directe ruilgedrag voortkomen maar specifieke, niet tot psychologische gedragswetten te herleiden, karakteristieken aannemen.

2. Homans heeft geen nood aan aanvullende benaderingswijzen naast het ruilparadigma.
Blau is pluralistischer, hij erkent het functionalisme bij verklaring van macro-sociologische verschijnselen: het scheppen van wederzijds vertrouwen is een functie van de sociale ruil. Erkent ook het conflictparadigma: zijn analyse van macht benadrukt bvb de ongelijke verdeling van bronnen.
Blau sluit ook nog aan bij ‘impression management’: sociale ruil wordt voor een belangrijk deel bepaald door de indruk die mensen op elkaar trachten te maken dmv allerlei kleine maar betekenisvolle gebaren en houdingen.

Lees meer...

Sociale ruil en macht

= Voorbeeld van hoe eenvoudige sociale interacties kunnen overgaan in stabiele sociale structuren. Het is ook een voorbeeld van hoe ruil omslaat in iets anders dan ruil.

De emergentie van macht uit ruil. Hoe valt macht te verklaren uit ruil? Ruil kan soms vorm van monopolie aannemen.
Voorbeeld: A ↔ B ↔ C ↔ D
en E bezit water => E moet altijd water geven, anderen geven vanalles terug. Op de duur: ongelijke ruil! A, B, C, D kunnen nog maar 1ding geven, namelijk gehoorzaamheid: bevelen en wensen machthebber gehoorzamen.

Machtsverschillen ontstaan wanneer de een de ander voortdurend voorziet van belangrijke diensten zonder dat die iets van gelijke waarde kan terugdoen. Dit is het geval indien:

  • De ontvangende partij niet beschikt over hulpbronnen om aan de gever een gewaardeerde wederdienst te bewijzen, zodat geen directe ruil kan plaatsvinden.
  • De ontvangende partij dat waaraan hij behoefte heeft niet uit een andere bron kan putten.
  • De ontvangende partij niet in staat is of niet bereid is zich de schaarse goederen door geweld toe te eigenen.
  • De ontvangende partij zijn behoeften niet kan of wil wijzigen zodat hij zou kunnen afzien van de goederen die hij aanvankelijk nodig had.

→Als al deze voorwaarden vervuld zijn, is de enige manier om het ruilonevenwicht te compenseren de gevende partij macht te schenken.

De voorwaarde van de interactie wordt door de machthebber opgelegd: hij bepaalt wat de ondergeschikte moet doen en wanneer hij het moet doen, volledig in tegenstrijd met de beginselen van de elementaire ruil.

Na het ontstaan van machtsrelaties doen er zich nog verdere emergente processen voor die niet verklaarbaar zijn met Homans’ model (op voet van gelijkheid met elkaar ruilende mensen). Vb. enerzijds legitimering en organisatie, anderzijds oppositie en sociale verandering.

Iemand met macht kan eisen stellen aan ondergeschikten, maar niet ongelimiteerd: normen van sociale rechtvaardigheid. Hoe meer diensten de machthebber verleent aan zijn ondergeschikten, hoe meer hij mag eisen. Zijn gedrag wordt dan gelegitimeerd en hij zal beloond worden met sociale bijval en loyaliteit.

Organisatie en legitimatie kunnen geanalyseerd worden vanuit een ruilproces, enkel nadat een vorig ruilproces het ontstaan heeft gegeven aan machtsstructuren. Deze ruil is SECUNDAIR.

Machthebber gaat dingen organiseren. Hij wordt wat van hem wordt verwacht. Als hij hun leven niet goed organiseert dan wordt hij niet geaccepteerd, de macht wordt als niet voldoende beschouwd. Indien de ondergeschikten de machthebber niet legitimeren zullen ze oppositie voeren en de machtsstructuur trachten te veranderen zodat er opnieuw een rechtvaardig evenwicht ontstaan tussen eisen en diensten.

Lees meer...

De ruiltheorie van Blau

Bio- en bibliografische situering
1918-2001. Studeerde sociologie en sociale psychologie. Centrale onderzoeksdomein: (bureaucratische!) organisatie -> Wat is de relatie tussen het eenvoudige ruilgedrag en instituties? Hij ontwikkelde een eigen structuralistische variant van het ruilparadigma. De psychologische grondslag van het ruilhandelen staat niet langer centraal, wel de emergente sociale verschijnselen van de ruil. Hij heeft zich dus ook beziggehouden met structuuranalyse, niet enkel met ruiltheorie.

Intellectuele situering
→ Steunt grotendeels op Homans’ ruiltheorie. Blau erkent veel meer dan Homans dat institutioneel gedrag emergente sociale verschijnselen vertoont die niet te reduceren zijn tot de eigenschappen van subinstitutioneel gedrag. Blau wil aantonen hoe structuren zoals sociale stratificatie emergeren uit eenvoudige, directe ruilrelaties → Microsociologische perspectief verbinden met macrosociologische perspectief. Blau probeert ook aan te tonen hoe ruil kan omslaan in iets anders dan ruil, namelijk in machtsprocessen of in waardeconsenses.

Economische vs. Sociale ruil
→ aanvulling op Homans’ ruiltheorie:
Blau: onderscheid tussen economisch een sociale ruil is van belang
- om de specificiteit van sociaal gedrag aan te duiden
- om de omslag van ruil naar macht of naar waardeconsensus te begrijpen.
Sociale ruil: sociale interactie buiten de economische sfeer vertoont belangrijke overeenkomsten met economische transacties.
MAAR Blau: Verschillen tussen economische en sociale ruil ook belangrijk:

Sociale: tegenprestaties individuen zijn niet nauwkeurig bepaald ↔ Enonomische: exact bepaald wat geruild wordt en op welke manier, ruilbepalingen vaak contractueel bepaald (prijs, leveringsdatum, …).

  • Sociale: algemene verwachting dat de ander een verleende dienst zal beantwoorden met een wederdienst, waaruit en wanneer deze plaatsvindt wordt overgelaten aan de betrokkene. De aard van de wederdienst moet ongespecificeerd blijven, anders sociale karakter weg!Sociale karakter → creëert wederzijds vertrouwen: begint met kleine sociale transacties met weinig risico’s en waarin de betrokkenen hun betrouwbaarheid kunnen bewijzen.
  • Economische: De persoon van wie men goederen of diensten krijgt doet niet ter zake ↔ Sociale: verkregen beloningen worden niet volledig losgekoppeld van de persoon van de ruilpartner. Voorbeeld: vriendschap

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen