Menu

Definities en theorievorming

Er is een verband tussen etniciteit en nationalisme. Etnie is een groep van mensen die een gemeenschap vormen in het bewustzijn van hun historisch gegroeide culturele eigenheid gekenmerkt door bepaalde karakteristieken. De natie ontstaat als een etnie zich politiek gaat organiseren of zijn etnische culturele eigenheid met politieke middelen wenst te affirmeren. Het nationalisme heeft dus een civiele en etnische component.

De civiele component verwijst naar het institutionele niveau van een op volkssoevereiniteit gebaseerde moderne staat, bevat een notie van het staatsburgerschap, is individualistisch liberaal democratisch en heeft een open en inclusief karakter.

De etnische component verwijst naar een volk met een eigen bestaan, oorsprong en verleden, is emotioneel beladen, organicistisch, anti-individualistisch anti-liberaal en anti-democratisch en heeft een exclusief karakter wat kan leiden tot onverdraagzaamheid.

Lees meer...

Wortels van het nationalisme

Nationalisme als ideologie of beweging die van een bepaalde natie die streeft naar de realisatie van een eigen staat (= politiek aspect) en/of het behoud van een eigen culturele entiteit (= culturele aspect). In praktijk is een nationale staat uitzonderlijk, bestaat een sterk emotionele lading en is er primordialisme versus contextualisme.

We vinden de wortels terug in de romantiek en de oorlogen van de Franse revolutie als aspect van liberale en conservatieve ideologieën en als product van een zeker moderniseringsproces. Er ontstond een massabeweging vanaf de tweede helft van de 19de eeuw. Oude dynastieke vorstendommen werden weggevaagd en nieuwe staten ontstonden op basis van het nationale principe (theoretisch).

Het is geen gelijklopende beweging aangezien het verschilt van land tot land, zich verbindt met ideologieën en diverse historische gedaanteverwisselingen ondergaat (= contextualisme).

Lees meer...

Engeland: veel kansen voor de burgerij

De sociale verhoudingen veranderde,. Er ontstond commercialisering van de landbouw versterkt door de enclosure beweging die de productiviteit bevorderde en het ontstaan van de markt voor industriële producten op het platteland. In de steden ontstond een sterke commercialisering dankzij de ontwikkeling van de wolhandel en de welstellende klasse van handelaren kregen veel aandacht voor infrastructuur. Er ontstonden betrekkelijk open relaties tussen de stedelijke elite en de commercieel ingestelde adel.

Er ontstond een overgang van persoonlijk bewind naar parlementaire, constitutionele monarchie tijdens de 17de eeuw. Dit dankzij grote interne spanningen en het dwarsbomen van het vorstelijk absolutisme door het parlementair stelsel dankzij financiële afhankelijkheid van vorst en een bloedige burgeroorlog.

De machtsverhoudingen werden vastgelegd op het einde van de 17de eeuw met de Habeas Corpus Act (1679) dat de persoonlijke vrijheid vrijstelde en gericht was tegen onrechtvaardige jurisdictie en de Bill of Rights. Deze laatste legde de basis van de parlementaire democratie, het ontstaan van een pluralistische samenleving en van een unitaire staat geregeerd door de vorst maar bestuurd door oligarchie vertegenwoordigd in de nationale vergadering en vormde een voorbeeldfunctie voor heel Europa.

De Bill of rights (1689) stipuleerde geen wetgevende macht door de koning, enkel belastingheffing van toestemming van het parlement, geen bestendig leger tijdens vredestijd, elke onderdaan mag petities tekenen, ieder parlementslid is vrij om te spreken en debatteren en het parlement moet geregeld samenkomen.

Lees meer...

Frankrijk als gesloten standensamenleving

We zien op het platteland weinig commerciële activiteiten met voornamelijk kleine boeren benadeeld door heffingen van de landeigenaren en koning. Er zijn veel boerenopstanden. De adel haalt zijn inkomsten uit pachtopbrengsten en semi-feodale heffingen. In de steden is er minder handel en industrie dan in Engeland, maar een sterke greep van de vorst op de handel door mercantilistische politiek. Er is geen open relatie tussen adel en burgerij, maar eerder een afkeer.

De koning regeert hier als absolute vorst aangezien de macht van de adel daalde sinds de 16de eeuw door het ontnemen van hun functies in bestuur, rechtspraak, belastingheffing en militair en de centraliserende en absolutistische tendensen van Richelieu onder Lodewijk XIII. De Fronde opstand (1648-1653) was het laatste verzet van de adel tegen de vorst. We zien een uitbreiding van de hofadel, een versterking van de macht en het prestige van de vorst en een uitbreiding van koninklijke bureaucratie met een maatschappelijke carrière via ambtenarij en het ontstaan van la noblesse de robe.

Dankzij deze ontwikkelingen was de politieke structuur relatief stabiel, maar er waren slecht gemiddelde ontwikkelingsmogelijkheden voor handel en nijverheid door immobiliteit van de agrarische structuur, ontplooiingsmogelijkheden voor burgerij en ambtenarij en een groeiend verzet tegen de aantasting van politieke autonomie van steden door de vorst. Ook was er een sterke financiële afhankelijkheid van de boeren.

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen