Menu

RELIGIEUZE TOLERANTIE IN DE REPUBLIEK De vroegmoderne tijd

 meeste regio’s gold slechts één confessie als de officiële en religieuze minderheden werd er streng vervolgd – de Republiek vormde hier als enige een uitzondering op

  • officiële of publieke Kerk was de gereformeerde
  • overheid betaalde calvinistische predikanten in ruil voor preken en het voltrekken van dopen en huwelijken
  • ! enkel leden vd gereformeerde kerk konden een publieke functie opnemen !
    • slechts 20 % vd bevolking officieel lid in 1620
    • groot deel vd bevolking woonde als liefhebber de gereformeerde diensten bij (ontrekken aan de strenge calvinistische discipline)
  • 1579: Unie van Utrecht: erkenning principe van gewetensvrijheid
    • geen vrijheid van eredienst! (katholieke of lutherse diensten waren dus in theorie illegaal)
    • schuilkerken en synagogen werden toch oogluikend toegestaan
    • wereldlijke overheid stelde de concordia of sociale harmonie boven het ‘monopolie van de waarheid’

 positief voor de handel

 atheïsme of de radicale filosofie van Spinoza werden niet geduld

Lees meer...

NIEUWE LEKEN ? De vroegmoderne tijd

 Europese bevolking pas diepgaand gekerstend in de VMT dankzij de systematische aanpak vd confessionele kerken

  • catechismus: zowel bij protestanten als bij katholieken
  • censuur op teksten met afwijkende ideeën
    • Romeinse Index van Verboden Boeken 1564
  • Regelmatige visitatie van parochies of kerkgemeenschappen door dekens of andere kerkelijke ambtenaren
  • doel: gewone mensen doordringen van de juiste christelijke leer

 effect op de gewone gelovigen ?

  • veel verboden op bijgelovige praktijken en zgn ‘losbandig gedrag’ lijken maar kortstondig effect te hebben gehad
  • protestantse woordcultuur vs. Katholieke beeldcultuur
  • huishouden als belangrijkste plaats voor devotie
    • grotere leesvaardigheid dankzij catechismus
    • groter boekenbezit in protestantse gebieden
  • meer eenvoudigere organisatie van tijd en ruimte
  • soberdere en rationelere aanpak
    • promoten van devotionele lectuur en individueel gewetensonderzoek
    • stroomlijnen vd heiligenverering
    • calvinisten ontvankelijker voor nieuwe kapitalistische werkethiek (Max Weber)
    • 17e E: bollandisten onderwierpen middeleeuwse heiligenlevens aan historische kritiek (Acta Sanctorum)
  • protestanten: voldoening vd persoonlijke relatie met god en Christus
  • katholieken: aantrekkingskracht ve direct, mystiek contact met het ‘heilige’

 sacramentaliën

Lees meer...

EEN NIEUWE CLERUS: De vroegmoderne tijd

 vroege Reformatie was gevoed door het ongenoegen over de laatmiddeleeuwse clerus

  • anglicanisme: behoud vd middeleeuwse parochies en bisdommen, met de vorst aan het hoofd van de Kerk
  • lutheranisme: priesterschap van alle gelovigen maakten de clerus en kerkelijke hiërarchie overbodig
    • niet haalbaar in de praktijk
    • leiding vd kerk door het Staatshoofd: bouwt kerkelijke bureaucratie uit
  • gereformeerden: nadruk op participatie van leken (predikanten echter grote autoriteit)

  • vorming van de clerus stond voor allen centraal
    • tussen 1551 en 1650: 45 katholieke en 26 protestantse universiteiten
    • verschil katholieke – protestantse clerus

 gewijde, celibataire figuren vs een bij voorkeur gehuwde ambtenaar vd kerk

 beiden: nadruk op respectabiliteit en voorbeeldfunctie

 Gevolgen van de hervorming van de clerus

  • protestantse gebieden: inkrimping van de geestelijke stand

(verdwijnen vd kloosters)

  • katholieke gebieden: stijging van het aantal geestelijken

 hernieuwde aantrekkingskracht van religieuze orden !

  • jezuïeten vanaf 1540 met Ignatius van Loyola ‘

 soldaten van Christus

 enkel verantwoording aan paus

 missionarissen in overzeese territoria

 stedelijke colleges met humanistische georiënteerd onderwijs

 rationele benadering vh geloof en ascetische levensstijl

Lees meer...

Confessionele identiteiten

3.1 RELIGIO VINCULUM SOCIETATIS

 eerste decennia vd Reformatie: periode van grote religieuze opwinding en verwarring

  • revolutionaire ideeën van al dan niet theologisch geschoolde denkers
  • experimenteren met kerkorganisatie
  • gewone mensen op zoek naar nieuwe vormen van spiritualiteit
  • veel onduidelijkheid omtrent deze of gene leer en de inhoud ervan

 verandering vanaf 1560:

  • Concilie van Trente schiep klaarheid op de doctrine vd Rooms-katholieke kerk
  • Goed georganiseerd karakter vd calvinisten hield de Reformatie consolideren in Europa
  • 1555: Godsdienstvrede van Augsburg: compromis voor eindeloze reeks van religieuze conflicten
  • Church of England kreeg onder Elisabeth I een vaste vorm met een unieke combinatie van middeleeuwse katholieke instellingen en een calvinistische doctrine

 een religieuze confessie kenmerkt zich door

  • eigen instellingen
  • heldere doctrine
  • nadrukkelijk omschreven lidmaatschap (geloofsbelijdenis! )
    • lutheranen: Augsburgse Confessie
    • anglicanen: Book of Common Prayer & Thirty-Nine Articles
    • gereformeerden: Heidelbergse catechismus
    • katholieken: Professio fidei tridentina
  • sacramenten

 gevolgen vd confessionalisering

  • ontwikkeling van de verschillende religieuze culturen
  • weinig onderling contact tussen mensen met verschillende confessionele achtergrond (vb. Zelden interconfessionele huwelijken)
  • structurele parallellen:
    • nadruk op belang vd rechte leer
    • bekommernis om een goede opleiding vd clerus
    • ontwikkeling van gelijkaardige instrumenten voor propaganda en censuur
  • vroegmoderne confessionalisering was onlosmakelijk verbonden met het staatsvormingsproces en de modernisering
Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen