Menu

Romantiek Literaire kenmerken

Kunstsociologische kenmerken

Tot eind 18e eeuw bepaalden poëtica's de normen voor literatuur; Romantiek: afkeer van zulke algemene normensystemen, auteur bepaalt zelf schoonheidsnormen:

  • Persoonlijke poëticale reflectie: vb. inleiding van Wordsworth in Lyrical Ballads (1800), inleiding van V. Hugo in Cromwell (1827)
  • Creatio: doorbreking van bestaande literaire normen: Wordsworth en Coleridge: "Emotion recollected in tranquility": bron van lyrische creativiteit.
  • Genie-cultus: nadruk op esthetische vermogens kunstenaar.
    • Kunstenaar is geen vakman maar buitengewone geniale persoonlijkheid => poeta vates: bezield, geïnspireerd dichter met profetische allures: ziener: bemiddelt tussen alledaagse en bovenpersoonlijke waarheid

Lord Byron (G. Gordon): invloedrijkste romanticus uit zijn tijd doordat hij het romantische persoonlijkheidsideaal gestalte wist te geven: Byronic Hero: held die opbokst tegen moderne wereld vanuit marginale positie van kunstenaar.

  • Weerstand tegen elke buitenwereldse dwang (preromantische helden als Werher radicaliseren, machogedrag t.o.v. vrouwen en problemen → beeld van de femme naïve)
  • Immoreel en cynisch zelfbeeld (heiligdommen die burgerij vereert bespotten, demonische held van de 'zwarte romantiek': flirten met thematiek van duistere en met dood, slachtoffer van immorele vrouwen → beeld van de femme fatale)
  • Mal-du-siècle-gevoel: radicalisatie mode 1e helft 18e eeuw (isolement wordt eenzaamheidscultus, onzekerheid over oude idealen wordt individualisme, cultuurmoeheid en levensverveling worden spel met leven en dood (decadentisme, ...))

→ niet opgewassen tegen maatschappij

Formele kenmerken

Idem als preromantiek maar met eigen accenten

  • Originaliteit en variatie
    • Cf. preromantische Shakespearecultus: door variatie in expressiemiddelen individuele bijzonderheid van esthetische ervaring uiten.
    • Streven naar vrijheid: strakke metrische schema's vervangen door losser ritme en nieuwe versvormen.
    • Voert vaak tot hyperindividualistische, pathetisch aandoende kunstwerken
  • Stilistische eenvoud: nieuwe, eerder informele dichtkunst waarin men toon en ritme van conversatie (= uitgangspunt) gebruikt om eenheid aan gedichten te geven.

Individualistische thematiek

'ik' is centraal

  • Geniale individu vs. de maatschappij: kunstenaar komt in opstand tegen druk en beklemming buitenwereld
    • Bewondering grote persoonlijkheden
    • Verheerlijking vrijheidsstrijd
    • Centraal: trouw, vrijheidsdrang, zelfbewustzijn

J. W. Goethe (Egmont, 1787) en F. Schiller (Wallenstein, 1800): historische drama's over vrijheidstrijd(ers)

H. von Kleist: Prinz (Friedrich) von Homburg (1810)

Lord Byron: invloedrijke beschrijving romantische persoonlijkheidstype (vb. Don Juan, 1819-23)

Stendhal: Le rouge et le noir (1830)

H. Heine: Reisebilder: verdedigt Franse omwenteling van 1830 en hekelt maatschappelijke toestanden.

A. de Lamartine: poëzie heeft naast filosofische en religieuze ook politieke en sociale betekenis, poëzie moet aanslaan bij het volk.

  • Esthetische genie tegen banale wereld (cultus van inspiratie → mysterieuze opwelling)
    • Sterk doorgedreven individualisme
    • De kunstenaar is een individu dat zich onderscheidt door zijn vermogen schoonheid te scheppen, hij communiceert wel met gelijke maar staat er boven door zijn grotere sensibiliteit, kennis, …

P.B. Shelley: leidraad is spirituele schoonheid en extreem individualisme (Hymn to Intellectual Beauty, 1816)

J. Keats: cultiveerde individualistische en romantische visie op de dichter als goddelijke schepper. "A thing of beauty is a joy forever" → schoonheid is duurzamer dan bv. Edelmetaal → kunstenaar is schepper schoonheid => kunstenaar is superieur.

Irrationele motieven

  • Ongeremde passionele emotie
    • Tegenstelling tussen gewoon - buitengewoon (wegvluchten uit het irrationele)
    • Liefdesmotief (geïdealiseerde liefdesbeleving en grenzenloze passie) en motief van smart

Goethe: Die Wahlverwantschaften (1809): romantische liefdesroman bij uitstek.

Shelley: Alastor, or the spirit of Solitude (1816): allegorische zoektocht naar ideale liefde

A. de Musset: Les Nuits ('30): romantische verscheurdheid en weemoed (motief van smart later ook bij Baudelaire (symbolisme) en Dostojewski (realisme))

  • Romantisch verlangen (motief van de nacht), Sehnsucht (verlangen van het verlangen)
    Novalis (F. L. von Hardenberg): enkel nacht, natuur en sprookje is waardevolle werkelijkheid: machteloosheid en toch euforie; blauwe bloem is symbool voor het onbereikbare
    Leopardi

Escapistische motieven

  • Natuur als object van Sehnsucht (Coleridge: Kubla Khan)
    • Onbestemd en onbepaald verlangen drijft dichter naar natuur → ideale toevluchtsoord (trekken zelf natuur in: weerspiegeling romantische gedachte)
    • Natuur als spiegel van stemmingen en gevoelens (cf. preromantiek)

Wordsworth: illustreren situaties, gebeurtenissen uit landelijke leven. Landman is onbedorven, op het land vindt men de zuiverste 'essential passions of the heart'

  • Fascinatie voor duistere en bovennatuurlijke
    • Cf. preromantiek
    • Verschil horror (extreem, angstaanjagender) en terror (meer preromantiek, het onbestaande)
    • Gelijkenis met 18e-eeuwse Gothic Novel
      • Hoffmann: Die Elexiere des Teufels (1815)
      • M. Shelley: Frankenstein (1818)
      • E. A. Poe (eerste): The Murders in the Rue Morgue (1841)
      • R. L. Stevenson: Dr. Jekyll and Mr. Hyde (1886)
      • Bram Stoker: Dracula (1897): geeft een realistisch tintje => schokkender
    • Bovennatuurlijke: Coleridge: The Ancient Mariner (1778)
  • Kinderlijke, ongerepte
    • Cf. preromantiek
    • Wordsworths lyriek: gevoel van kinderlijke verwondering, thematiseert ongereptheid kind vb. Lucy-Poems (1799)
    • W. Blake: Songs of Innocence (1789) en Songs of Experience (1792): respectievelijk optimisme en menselijke deugd vs. duister en het Kwade
  • Historische thematiek: ontvluchten in geïdealiseerd verleden (kunstenaar = historicus: wil verleden reconstrueren). Doorbraak met Sir W. Scott.
  • Exotisme (typisch 19eeeuw, niet in preromantiek) door kolonisatie: nostalgie naar het geografisch verwijderde
    • Cf. preromantische passie voor primitieve en universele oertoestand
    • Nu concentreren op het andere van een vreemd milieu

F. R. Chateaubriand (oriëntalisme): Atala (1801), René (1802): geëxalteerde beschrijvingen van exotische landschappen

Religieuze thema's

  • Nieuwe bloei religieuze gevoel omdat mystieke eenwording met sacrale tegemoetkomt aan verlangen naar ideale toestand.
  • Religie Romantiek is die van de Verlichting: pantheïstisch of deïstisch: centraal religieuze eenwording van mens en natuur

W. Blake: doorbreekt conventies en ontwerpt visionaire beelden die pogen te getuigen van een verruimd kosmisch bewustzijn vb. Book of Urizen
Coleridge: Frost at Midnight

De Lamartine: Harmonies poétiques et réligieuses (1830): christelijk idealisme tegen heidense atheïsme van Lord Byron.

Goethe: opgaan individu in kosmisch, pantheïstisch gevoel.

B. Realisme in het kader van de Romantiek

  • Originaliteitstreven: nieuwe 'verboden': onesthetische motieven (vb. criminaliteit): cf. romantici
  • Sociale thematiek: verbonden met volk (ongerepte): arbeidersklasse, onderdrukten; emancipatie: vrijheidscultus: strijd tegen onderdrukking
    vb. Sand: vrouwenemancipatie
    Hugo: onrechtvaardigheden in Les Misérables
    Sue: les mystères de Paris: stedelijke onderwereld
  • Gevoel en maatschappij: tragisch conflict
    Balzac: La Comédie Humaine
    • Komedie met alle menselijke drijfveren
    • Moderne, realistische Dante
      → Authenticiteit vs. druk van de moderne samenleving (geld, macht), wil terug naar tijd voor Franse Revolutie
    • Thematische spanningsverhouding tussen gevoel en maatschappij: cf. romantici

Lees meer...

Literaire ontwikkelingen in de negentiende eeuw

A. Continuïteit t.o.v. de 18e eeuw

18e eeuw: 2 nieuwe houdingen: benadrukken kritische rede (Verlichting) en emotionele (preromantiek), beiden ontstaan in Engeland, snel uitgebreid naar continent, wordt voortgezet in 19e eeuw.

  • Romantiek (1e helft 19e eeuw) en symbolisme (2e helft) bouwen voort op preromantiek: overgang van rationele cultuur- en kunstvisie naar een meer op het gevoel gerichte esthetica (hoewel ook realistische elementen voorkomen in romantische literatuur: gevoelsesthetica)
  • Realisme (1e helft: romantisch, 2e helft: gewoon) en naturalisme (2e helft) zijn erfgenamen van Verlichting (hoewel ook romantische elementen voorkomen in realistische literatuur: kritisch, pragmatisch)

B. Cultuurhistorische context

Industriële Revolutie

  • Rond 1800: Engeland economische wereldmacht (bloei kapitalisme, snelle evolutie van de wereld) => mechanisering en rationalisatie beheersen economische én sociale leven.
  • Sociologisch vlak: polariteit tussen kapitaal en arbeid: sociale spanning
  • Economische en sociale verschuivingen => voortdurende dynamiek (↔ hiërarchische Ancien Regime)

Culturele gevolgen

→ gemeenschappelijke

  • Fundament maatschappij: economie: waarden worden minder gerespecteerd, eerder gerelativeerd (nu voor kleine groepen, vroeger vb. Dante's beschouwing voor hele bevolking)
  • Individualisme: basiswaarde (naast geld): wordt dominant

→ verschillende

  • Romantici: individualisme met pessimistisch fatalisme
    • Keert terug in symboliek
    • Melancholie (Spleen)
    • Enige wat mens kan redden tegen waardenvermindering is schoonheid
    • Zoeken naar expressiemiddelen die de wereld haar betovering kunnen teruggeven.
  • Realisten: kijken naar het nieuwe: bewondering voor wetenschap, … (geneest ziektes, …)
    • Zien vooral voordelen, radicalisering optimisme
    • Toch niet alles zomaar aannemen: kritiek tegen irrationalisme
  • Symbolisten: veel verloren, contact met existentiële is verloren
    • Poète maudit: beleeft het decadente → voelt zich onvolledig => innerlijke verscheurdheid
    • Voor sommigen is wereld een kille lelijke omgeving in een sfeer van pessimisme en ondergang (Nietzsche, Schopenhauer): schrijvers trekken zich terug in een kleine kring van ingewijden.

C. Kunstsociologische situatie: autonomie van de kunstenaar

  • Autonomie van de kunstenaar (droom van de Humanisten)
    • Kunstenaar stelt zich individualistisch op, ontdoet zich van externe dwang (door economische steun)
    • Nieuwe levenshouding: stedelijke bohèmekringen: bohémien misprijst burgerlijke levenswijze, trekt zich terug in sociale sfeer (wordt beschreven in H. Murger's Scènes de la (vie) bohème)
    • Sociale rollen van de kunstenaar: dandy (opvallend uiterlijk), snob, flaneur (wandelt over boulevards): kunstenaar houdt zich enkel bezig met intellectuele (geaccentueerd door flaneur)

  • Gevolg autonomie: kunst als oppositie
    • Realistische literatuur: kritische oppositie tegen geïndustrialiseerde en verburgerlijkte samenleving ('kleinburgerlijk': saai, kortzichtig, …)
    • Esthetische oppositie: romantici en symbolisten stellen realiteit in vraag: weigeren zich in te laten met moderne wereld (houden zich bezig met wat geen waarde meer heeft: esthetische)
  • Radicaalste uitdrukking autonomie: l'art pour l'art binnen het symbolisme(esthetisch)
    • Theoretische basis: T. Gautier
    • Frankrijk: Baudelaire (symbolisme), Flaubert (realisme), Parnassiens (dichtersvereniging onder C. L. De Lisle)
    • Schilderkunst: primauteit van esthetische kwaliteiten: enkel eigen esthetische visie is van belang.
    • Angelsaksische wereld: Art for art's sake-beweging: kunstenaars plaatsen zich boven samenleving, trekken zich terug om zich te wijden aan de Schone Kunsten (W. Pater)

Lees meer...

Preromantiek situering

A. Inleiding

Vernieuwende visie op het schone + nieuwe motieven:

  • Schoonheid vanuit het perspectief van het subject: burger streeft naar intimiteit
  • Subjectieve emotie: tegen nuchterheid burgerlijke maatschappij en classicistische strengheid
  • Niet-klassieke motieven
  • Ook aanwezig bij realistische romanciers uit Verlichtingsbeweging
  • Geleidelijke opgang in 18e eeuw

Situering van Preromantiek

In Verlichting reeds kiemen nieuwe esthetica (Sterne, Richardson): vooral in de 2e helft 18e eeuw

  • Rationele cultuur van Classicisme wordt door preromantiek in vraag gesteld: emotionele zal zich in 19e-eeuwse romantiek doorzetten
  • Preromantici delen zelfde overtuigingen als Verlichtingsintellectuelen, maar proberen troosteloze nutteloosheid te bestrijden (combinatie Classicisme en Romantiek)

Filosofische achtergrond

Rousseau: belangrijk Verlichtingsdenker, tegelijk ideoloog van de preromantiek.

  • Opmerkelijk literair debuut doordat hij in 2 prestigieuze prijsvragen bekroond werd:
    • Discours sur les sciences et les arts (1750): intellectuele vooruitgang in de geschiedenis staat gelijk met zedelijke achteruitgang => slogan: retour à la nature, keert terug in preromantiek.
    • Discours sur l'origine et les fondaments de l'inégalité parmi les hommes (1755): oorspronkelijke natuurtoestand (bon sauvage) geperverteerd door 3 factoren die ongelijkheid in de hand werken: ontstaan van privé-eigendom, van autoritaire gezagsvormen en ontaarding van macht in willekeur.
  • Deze ideeën liggen aan basis voor latere werken:
    • Du contrat social, ou Principes du droit politique (1762): ongelijkheid enkel uitbannen op basis van sociaal contract (volonté générale: elk lid van de samenleving onderwerpt zich aan de wil van de gemeenschap).
    • Grondgedachte Rousseau: mens is van nature goed, maar verdorven door maatschappij => belangrijke rol voor opvoeding: vb. Emile ou l'Education (1762): zet opvoedingsidealen uiteen: opvoeding moet alle hindernissen wegnemen die ontwikkeling goedheid in de weg staan (ongereptheid kind vrijwaren).

B. Kenmerken van de Preromantische esthetica

Originaliteit van de literaire vormgeving

Kunst vanuit vormvrijheid: afwijken van esthetische norm, van klassieke en classicistische vorm

→ originaliteit (creatio i.p.v. imitatio): lichtend voorbeeld = Shakespeare (ook terug te vinden in Verlichtingsdenken: Sterne en Richardson, niet bij iedereen, vb. Voltaire)

vb. Shakespeare: in de 17e eeuw werd zijn werk conform aan de classicistische normen gemaakt, in de 18e eeuw worden zijn werken gelezen en gespeeld => Shakespeare-cultus

Thematische kenmerken

Motieven betreffende het niet-rationele:

  • Subjectieve emoties: persoonlijke emotie: duidelijkst in liefde(s-), verdriet
    • Rousseau: Julie ou la nouvelle Héloïse (1761): briefroman, liefdesrelatie met nooit eerder beschreven emoties; op het einde van zijn leven worden zijn werken ambivalent: naast verlichtingsideeën ook depressieve stemmingen => innerlijke tegenspraak (vb. in Confessions (1765-70), Rêveries du promeneur solitaire (1776-78))
    • Sturm und Drang-beweging: Goethe, Het lijden van de jonge Werther (1774)
    • Escapistisch motief: terug naar het niet-rationele: naar het échte leven
  • Natuurmotief
    • Religieuze bewondering voor natuur: vb. J. Thomson, The Seasons (1730)
    • Woeste ongebreidelde grootsheid van de natuur:
      • Spontane creaties van de natuur worden verheerlijkt: vb. overwoekerde ruïnes (ongetemd ↔ burgerlijke zedelijkheid)
  • Bovennatuurlijke en angstaanjagende
    • Graf- en maanpoëzie, Graveyard Poetry (dood, nachtzijde): T. Gray
    • Griezelroman, Gothic Novel (duistere kant)
      • Kenmerken: terugkerende stereotiepen: angstaanjagend décor, gevaarlijke en mysterieuze tegenstanders en onschuldige heldin, plot: geweld en bovennatuurlijke gebeurtenissen, motieven: seksueel verlangen, bezitsdrang, zucht naar kennis
      • Ontstaan rond 1775: vb. H. Walpole, The Castle of Otranto (1764: prototype)
  • Cultus van het ongerepte: bewondering voor wat aan rationaliteit van de burgerlijke wereld ontsnapt
    • Le bon sauvage
    • Het ongerepte verleden (Keltische en Oudgermaanse cultuurpoëzie)
    • Volksziel: vb. J. G. von Herder brengt ongerepte cultuur volk weer onder aandacht.
    • Kinderlijke, onschuldige
  • Nostalgie naar het verleden: terugkeer naar Germaanse verleden:
    • Herontdekking Oudscandinavische poëzie
    • Ossianisme:
      • Ontleend aan bundel van vermeende Keltische liederen, toegeschreven aan Ossian, uitgegeven door J. MacPherson: eigenlijk vervalsing, eigen werk op basis van beperkt oraal folkloristisch materiaal
      • Wordt enorm succes: aanleiding tot internationale stroming van imitaties (vb. Goethe's Werther leest werk van MacPherson, Herder wijdt hoofdstukken aan Ossian)
      • Ossian model voor Keltische wereld, werd daarom uitdrukkingsmiddel voor preromantische gevoelens.
  • Appreciatie voor Keltisch en Oudgermaanse sfeer ↔ Romeins-Franse pseudo-classicisme:
    • Patriottische gevoelens (volksliederen)
    • Ongerepte natuur en oerkracht
    • Heldhaftige daden voorouders
    • Sentimentele liefde (vaak melancholisch)
Lees meer...

De Verlichting: ontstaan en betekenis

A. Inleiding

Burgerlijke mentaliteit:

  • pragmatisme, scepticisme, rationalisme, l'homme cultivé
  • sentimentalisme, subjectivisme (preromantiek): reeds in Renaissance, radicaler in 18e eeuw, wordt het uitgangspunt, doordat burgerij nieuwe dominante stand wordt

Ontstaan en betekenis Verlichting

Theoretisch-filosofische stroming (geen strikte literatuurstroming, beïnvloedt wel latere schrijvers)
Intellectuelen maken wel gebruik van literatuur om ideeën Verlichting kenbaar te maken aan het publiek.

Het zijn radicale ideeën, onder impuls van nieuwe ideeën uit de 18e eeuw:

  • democratische ideeën, tegen absolutisme (vrijheid, gelijkheid, broederlijkheid)
  • rationalisme
  • scepticisme: twijfelen aan absolute waarheden
  • radicale verdraagzaamheid (godsdienstig en metafysisch pluralisme)
  • pragmatisme: concrete alledaagse leven

Rol schrijver-intellectueel verandert: Classicisme: hoveling; ideaalbeeld nu: kritische, pragmatische burger (cf. Renaissance) → l'homme cultivé vs. le gentilhomme

Ontstaan

  • Engelse burgerij: vernieuwingsbeweging: verspreid zich over Europa
  • Franse Verlichting: zeer combattief (tegen macht koning en Kerk); Diderot en D'Alembert, Voltaire, Rousseau
  • Duitse Verlichting: saai en nuchter, onder invloed van Engelse (eerste fase: Engels empirisme) en Franse voorbeelden (onder Frederik de Grote), wordt opgedrongen door heersers

Intellectuele pijlers van de Verlichting

  • Filosofie: taakuitbreiding: naast theorie ook Praktische Rede, Gezond Verstand (vanuit ethiek bv.)
    • Rationele verklaring voor alledaagse dingen, logica van het alledaagse leven
    • Descartes (voorloper): Discours de la méthode (1637): geeft raad hoe men zijn leven moet organiseren

Filosofie wordt belangrijk in 18e-eeuwse maatschappij:

  • Filosofie wordt basisdiscipline in universiteiten (eind 18e - 19e eeuw)
  • Filosofie verovert de salons (Diderot)
  • Filosofische publicaties verdubbelen (theologie neemt af)
  • Religie: traditionele theïsme verliest aan invloed, pogingen om religieuze denken een rationeel fundament te geven => nieuwe ideeën (vooral bij vrijmetselaars)
    • Ontstaan deïsme (merendeel bevolking)

- Schepper verantwoordelijk voor ontstaan kosmische orde, grijpt niet persoonlijk in in zijn schepping

- Mens is verantwoordelijk voor eigen daden

- Belangrijke component vrijmetselarij

  • Freethinkers: wijzen elke vorm van religiositeit af (kleine groepen)
  • Ethiek: tendens tot filosofische, rationele fundering; Hume: ethiek is beoordelen menselijk gedrag door mensen.

  • Encyclopedieën en andere filosofische geschriften (verspreiding vanuit Engeland, encyclopedie: centrale dingen)
    • Diderot en D'Alembert: L'encyclopédie (1751-1771, 33 dln.): over alles wat geleerden belangrijk vonden: wetenschap, ambacht, …

- D'Alembert: wiskunde en natuurkunde

- Diderot: literatuur en filosofie

- Bijdragen van andere Verlichtingsdenkers: Voltaire, Rousseau, Montesquieu

  • Psychologieën: commentaar over alledaagse dingen, beschrijvingen (vb. beroepen)
  • Voltaire

- Afkomstig uit provincie, kwam naar Parijs, reputatie van berucht en gevreesd satiricus, verdedigde onvoorwaardelijke tolerantie

- Ondervond onverdraagzaamheid (werd tot de orde geroepen en verbannen => leert Engelse verlichtingsdenken kennen)

- Trekt zich terug in slot van Cirey (leefde in concubinaat met markiezin)

- Drie jaar lange verblijf aan hof Frederik de Grote

- Ideeën Voltaire: metafysisch vlak: deïsme; politiek vlak: vrijheid, gelijkheid, broederlijkheid

B. Vertegenwoordigers van het Verlichtingsdenken

Conventionele literatuurvormen om verlichtingsdenken te verspreiden: brief, essay, journalistieke artikels, conte philosophique (Voltaire, uitgangspunt is een filosofisch probleem)

Enorme opgang romangenre (belangrijk: bestudeert alledaagse leven)

Filosofisch geïnspireerde literatuur

  • G. Lessing: toneelstuk Nathan der Weise
    • Pleit voor religieuze tolerantie (jood wordt vervolgd vanwege geloofsovertuiging, maar blijft zelf verdraagzaam)
    • Prioritair is het goede handelen, wat los staat van geloof en ras, mensen die elkaars religie niet aanvaarden kunnen toch een nauwe band hebben
    • D. Diderot: vecht voor autonome individu: mens en autoriteit gaan niet samen
      • Antiklerikale roman La Religieuse, dialoog- en briefroman Le neveu de Rameau en dialoogroman Jacques le fataliste et son maitre
      • Bewonderde Engelse burgerlijke literatuur (Richardson)
    • Voltaire: contes philosophiques: strijd tegen godsdienstig fanatisme en politiek absolutisme
      • Micromégas (1752): buitenaards wezen bekritiseert Westerse wereld
      • Candide ou l'optimisme (1759): satire op filosofisch optimisme van Leibniz, pleidooi voor burgerlijk pragmatisme (men moet zich bv. bezighouden met tuinbewerken)
    • A. Pope: geeft uitdrukking aan verlichtingsmentaliteit

Burgerlijke zedenroman in Engeland

  • D. Defoe: Robinson Crusoe (1719)
    • Lofzang op burgerlijke deugden
    • Exotisch kader sluit aan bij koloniale expansie van Engeland ('bewerken en beschaven')
    • Religie: bekering: men moet verantwoordelijkheden opnemen

Moll Flanders (1722): geromanceerde biografie, reeks van losstaande, vaak realistische taferelen, vorm is verwant aan schelmenroman (Moll is een picaro die tot inkeer komt)

  • J. Swift: Ier, tegen uitbuiting armen, misantroop, hekelt vooruitgangsoptimisme, toont aan dat menselijke ambitie tot onmenselijke machtsstrijd leidt.
    • Gulliver's Travels (1726): ridiculiseert nieuwe burgerlijke klasse, groteske overdrijvingen:
      • Verkleining menselijke zwakheden en ijdelheden: eiland Lilliput (hoge en lage hakken = Tories - burgers)
      • Vergroting ervan: eiland Brobdingnag (vliegende stad Laputa: geleerden en filosofen doen er de gekste dingen vb. zonlicht uit komkommer halen)
      • Verdierlijking: paarden op Houyhnhnm (Yahoo: slechte mensen)
      • Confrontatie van problematische held met problematische samenleving. Hierdoor is Swift een voorloper van het 19e-eeuwse realisme.
    • H. Fielding: eerste die erin slaagt de menselijke komedie (parodie op het lichaam) in de vorm van een verhaal te gieten.
      • The History of Tom Jones, a Foundling (1749): vondeling ontpopt van onstuimige jeugd tot voorbeeldige echtgenoot, symbool van aanvaardbare middelmaat.
      • Joseph Andrews (1741): parodie op Richardson's Pamela, Fielding's satirische toon wijkt af van die van Richardson.

Sentimentele zedenroman

Ook hier zeden burgerij centraal, manier waarop verhaal intersubjectieve relaties en psychologie naar voor brengt verschilt. Anticipatie op realisme uit 19e eeuw.

  • S. Richardson: Pamela or Virtue rewarded (1740-41): keukenmeidroman, deugd overwint en Pamela wordt beloond. Prototype voor wensdroomliteratuur. Clarissa Harlowe (1747-48): briefroman gebaseerd op zelfde intrige.
    • Richardson stelt privé-sfeer, huiselijk kader centraal. Hoofdpersonages zijn concrete burgers .
    • Aandacht voor morele problemen: komt vaak neer op bevestiging puriteinse zedelijkheidsidealen.
    • Toegenomen belang emotionele in romanliteratuur.
    • L. Sterne: The life and opinions of tristram shandy, Gentlemen. (1760-67): voor hoger geschoolden, stelt publiek op proef, levensverhaal, niet volgens chronologisch schema, plotloze roman, collage, experimenteel, grappig
    • A.-F. Prevost: sterk beïnvloed door didactische roman van F. de Fenelon, Telemaque; Manon Lescaut (1761): vermenging moralisme en emotionaliteit, zoals Richardson.

Europees verschijnsel met zwaartepunt in Engeland.

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen