Menu

De christelijke leer

  • Boodschap

= kerygma

= evangelie

“Na Johannes heeft Jezus gepredikt in Galilea, hij ging rond al weldoende en genas allen die onder de heerschappij van de Duivel stonden, maar men heeft hem aan het kruishout geslagen. God heeft hem echter de derde dag doen opstaan en laten verschijnen aan ons als getuigen. Hij gaf ons de opdracht te prediken dat hij zal terugkomen als rechter van levenden en doden; hij is de door de profeten voorspelde Messias en allen die in hem geloven en zich laten dopen, bekomen vergiffenis van de zonden en de garantie van het eeuwig leven. “

  • Paulus
  • heftige onenigheden:

Jezus  door zijn verrijzenis de periode van de joodse Wet beëindigd

PaulusJacobus

afschaffing van de Wet je moet eerst jood zijn voor je Christen kan worden

  • Griekse invloed

- Verzwakking Messiasgedachte

- “Christos” begint als naam te fungeren

- Jezus = Heer = Zoon van God

- Ontstaan van de idee van de maagdelijke geboorte

- Heer = verlosser

- Klemtoon: * nabije terugkomst van de Heer

* laatste oordeel

* wederopstanding

  • Kerygmatische Jezus

Belangstelling voor Jezus’ leven en prediking wordt groter  onstaan evangeliën

  • Conventies

REDEN: nood aan precieze formulering van de begrippen Vader, Zoon en Geest

  • Concilie van Constantinopel

3 goddelijke personen, maar 1 God = leer van de drieëenheid

  • Congres van Nicea

Goddelijkheid van Christus als dogma

  • Nadruk

- wederkomst van Jezus

- verrijzenis van het vlees

- laatste oordeel

- onsterfelijkheid van de ziel

  • III – IV

Kerkelijke hiërarchie krijgt definitieve vorm

  • Dogmatiseringstendens

Aanvankelijk: doopsel en geloof in de Heer volstonden om verlost te zin

Later: steeds grotere nadruk op de belijdenis van het juiste credo (wie hiervan afwijkt wordt gebanvloekt en verliest het eeuwige leven: “buiten de Kerk geen heil”

  • Evolutie van de leer

- Griekse invloed: Griekse filosofie en wetenschap worden vermengt met geloofselementen

- ME: filosofisch – theologisch systeem dat zich in zijn geheel als de ware leer opdringt

- Renaissance: introduceren van nieuwe wijsgerige en wetenschappelijke hypothesen roept achterdocht op

- Heden: restanten van de Griekse invloed verwijderen

  • Filosofie en christendom

Heftige dialoog tussen filosofie en christendom vormt één van de wezenlijke karakteristieken van het westerse denken

  • XII

Kritisch opstellen tegenover dogma’s en kerkelijke gezagsargumenten

 begin ME: langdurige stilstand

 dankzij Arabieren kwam het westen, via Spanje, opnieuw in contact met de Grieken door vertalingen uit het Arabisch

Gevolg: heftige discussie:

Theologen moeten alleen  studie van het werk van Aristoteles was de openbaring volgen oodzakelijk om de waarheid te eren kennen

  • Thomas van Aquino

- synthese van christendom en filosofie

SCHOLASTIEK

- onderwijs = volgens vaste regels:

  1. lectio = lectuur van de filosofische tekst
  2. commentaar = opmerkingen van de magister

- onduidelijkheden in de tekst  houden van disputationes (discussies) waarvan het uitgangspunt altijd reeds aanvaarde waarheden was

= oorzaak voor het feit dat de wijsbegeerte en de wetenschap gedurende meer dan 1000 jaar ter plaatse bleven trappelen

Lees meer...

Het ontstaan van het christendom

Algemene karakterisering

Christendom = openbaringsgodsdienst EN verlossingsgodsdienst

> judaïsme

  • Evolutie in het judaïsme

- Aanvankelijk polytheïstisch = verering van meerdere goden

- Later henotheïstisch = verering van 1 God, zonder het bestaan van andere goden te loochenen

- VI : monotheïstisch = geloof in 1 God

  • Laatste eeuwen voor Christus

- ‘uitverkoren volk’

- Verwachting van een ‘koning’ (= ‘gezalfde’ = Messiah = Christos)

- Koning zou het ‘Rijk Gods’ vestigen

- Mazdeïstische ideeën: strijd tussen God en Satan

  • Ontstaan van het christendom

- Beslissende gebeurtenis = kruisdood van Jezus

- Geloof dat Hij uit de dood was opgestaan speelt cruciale rol

Historische gegevens

  • Bronnen

- Tacitus: vermelding van een zekere Christus, stichter van de christenen, die onder Pontius Pilatus werd ter dood gebracht

- Flavius Iosephus: vermelding van het feit dat Jacobus, broer van Jezus in 62 werd terechtgesteld

- Oudste christelijke teksten

  1. authentieke brieven van Paulus
  2. evangeliën van handelingen
  3. overige teksten

  • Brieven van Paulus

Paulus’ christendom ≠ leer van Jezus

Maar: een leer over de dood en verrijzenis van Jezus  verwijst nooit naar uitspraken van Jezus

  • Evangelies

- Marcus: putte uit een niet bewaarde ‘Quelle’ van gezegden van Jezus

- Mattheus en Lucas: putten uit Marcus en de ‘Quelle’

- Johannes: staat los van de andere evangelies  grotendeels theologische verwerking

 Jezus bracht waarschijnlijk een eschatologische prediking = prediking betreffende het einde der tijden (‘het Rijk Gods is nabij’)

Lees meer...

Hellenistische en Romeinse filosofie (III – V)

- Verlies van contact met staatsinrichting van de stadstaat

- Desinteresse voor politiek

- Gevoel van onmacht tegenover de wereld en gebeurtenissen die zich erin voordoen

- Interesse in de individuele moraal

  • Centrale vraag

= Hoe kan het individu in deze wereld stand houden en hoe kan het gelukkig worden?

  • Viertal antwoorden
  • Stoïcisme

= zich door redelijk inzicht onderwerpen aan de wetten van de kosmos op een toestand van ‘apatheia’ (= onberoerdheid) te bereiken

  • Epicurisme

= genieten van het leven, zonder overdaad te doen om de ‘antaraxia‘ (=onverstoorbaarheid) te bekomen

  • Scepticisme

= er is geen enkele methode om met zekerheid tot kennis te komen, er bestaan geen positieve zekerheden (=dogmata)

 soepel nastreven van doeleinden waarvan de realisatie ‘probabel’ is, met als einddoel een epicuristische antaraxie

  • Neoplatonisme

= wereld is een emanatie, een uitstorting van zichzelf van de godheid

 door ascese en meditatie de stadia van de emanatie terug doorlopen en zo tot vereniging met God te komen

MAAR: Deze hellenistische filosofieën zijn amper haalbaar en alleen enkelingen van hoog intellectueel gehalte konden deze echt nastreven

Lees meer...

Aristoteles (384 – 322 v.C.) wijsbegeerte

  • Kennistheoretisch

Aanvaardt vormen als kennisobject, maar loochent dat ze een afzonderlijk bestaan zouden leiden:

  • geringer vertrouwen in de strikt wiskundige methode:

kennis van de vormen gebeurt door een abstractieprocédé = nadat we talloze, concrete, volmaakte benaderingen van cirkels hebben gezien, vormt zich in onze geest het begrip ‘volmaakte cirkel’

DUS: denken is gebouwd op ervaring = “empeiria” = inzicht dat men krijgt door ouder te worden en veel te hebben beleefd

  • ontwikkeling van de logica

wiskundige methode voldoet niet  noodzaak om toch het denkproces olgens strenge regels te laten verlopen

  • Formele en informele logica
  • Formele logica

= logica die eerder de vorm, of de structuur van het denken onderzoekt in plaats van de inhoud

- Begrippen samenvoegen tot oordelen

- Oordelen samenvoegen tot gevolgtrekkingen

 syllogisme ( maior – minor – conclusio )

- Gevolgtrekkingen samenvoegen tot bewijzen

 axioma’s: iets kan niet tegelijk zichzelf en zijn tegendeel zijn

  • Informele logica

= logica die correcte redeneringen poogt te onderscheiden van drogredeneringen (‘fallacies’) door de inhoud ervan te onderzoeken

  • Drogredeneringen (informele logica)

- Ad hominem argument = discussie pogen te winnen door de tegenstander aan te vallen op zijn persoon (op de man spelen)

- Gezagsargument = ontkrachten of ondersteunen door naar een autoriteit te verwijzen

- Bad company / good company = naar personen verwijzen die met dit standpunt in verband kunnen worden gebracht

- ‘iedereen doet het’ = van mening zijn dat een bepaalde houding / bepaald gedrag correct is, omdat iedereen deze houding heeft of dit gedrag vertoont

- Anekdotiek - drogredenering = verwijzen naar een anekdote om een standpunt of stelling te ‘bewijzen’

- ‘begging the question’ = datgene wat men moet bewijzen al gevolg van een beargumenteerde redenering, reeds opnemen in de redenering zelf

- Cirkelredeneringen = de conclusie van een redenering baseren op bepaalde premissen, maar de premissen zelf ondersteunen door de conclusie

  • Na Aristoteles: dubbele tendens
  • Theoretische aanpak

Nadruk op de creatieve rol van de menselijke geest bij de kennisverwerving:

- Eenvoudige deductieve logica

- Algemene uitspraken

- Gevaar: te ver afwijken van de werkelijke wereld

  • Empirische aanpak

Alleen door ervaring kunnen decisieve resultaten worden bekomen:

- Houdt zich strenger aan de ervaringsgegevens

- Niet duidelijk hoe men tot algemene wetten kan komen

- Probleem: moeilijkheid om tot een logica van de inductie te komen

= trekken van een algemeen besluit uit een aantal bijzondere gevallen

  • Teleologische wereldvisie

Klemtoon op de doelgerichtheid die ogenschijnlijk in de wereld aanwezig is:

- Wereld: verklaren door het doel aan te wijzen waarnaar alles streeft

- Niet: Platonische vormen liggen aan oorsprong van alles wat bestaat

- Maar: doeleinden van de dingen  veroorzaken stuwkracht naar een meer volmaakt realisatie

= CAUSALE / OORZAKELIJKE VERKLARING

 zette zich sterker door bij de ontwikkeling van de moderne natuurkunde

 won ook het pleit in de biologie door Charles Darwin zijn evolutietheorie en de ontdekkingen in de moleculaire biologie

  • Ethica en politiek

NIET: uitgaan van een ideaalbeeld (zoals de platonisch gerichte filosofen deden)

MAAR: meent dat de juiste inzichten uit de menselijke activiteit en de reflectie hierover moeten groeien

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen