Menu

Leven en werken (Trier 1818, Londen 1883)

Leven

Opleiding en milieu

  • Vader was joods advocaat
  • Familie werd protestants op opportunistische redenen
  • Studeerde rechtswetenschappen, wijsbegeerte en geschiedenis
  • Schreef zijn thesis over Epicurus en de analoge positie van de Jong - Hegelianen

Parijs: Franse socialisten

  • Confrontatie met nieuwe maatschappijvormen
  • Krijgt inzicht in de mogelijkheden van revolutionaire actie
  • Zwakheid: ontwikkelen maatschappijvisie naar eigen wensen
  • Marx: objectieve analyse van de geschiedenis om de ware evolutie – tendensen te achterhalen

Friedrich Engels

  • Brengt Marx in contact met klassieke Engelse economisten
  • Grondig door Marx beïnvloed
  • Legde sterkere nadruk op de metafysische aspecten van het dialectisch materialisme
  • Paste dialectiek toe op natuur (Marx: mensheid)

Houding tegenover Hegel

Gelijkenissen

  • Wereld is onderworpen aan dialectische ontwikkelingswetten, waar het menselijk individu geen greep op heeft
  • Geschiedenis als vooruitgang naar hogere vrijheid
  • Antropocentrisme
  • Behoefte om het in de filosofie over de reële mens te hebben

Verschillen

  • Wereldvisie is materialistisch ipv idealistisch
  • Staatsfilosofie: minacht opvatting van de eindtijd waarin vrijheid gerealiseerd zou zijn

REDEN: ziet afgrond tussen vrijheid waarover het idealistisch systeem spreekt en de reële situatie van de grote massa van de mensen

Werken

  • 1846: Misère de la Philosophie
  • 1848: Manifest der kommunistischen Partei
  • 1859: Zur kritik der politischen Ökonomie
  • 1867: eerste deel van Das Kapital (deel 2 en 3 postuum uitgegeven in 1885 en 1886)
Lees meer...

Aanval op het hegeliaanse christendom: Feuerbach

  • Fout van Hegel

Filosofie gaat uit van de theologie

  • Nieuwe filosofie

Moet in de eerste plaats op de mens gericht zijn: ombuigen van de filosofie van het Absolute tot een filosofie van de mens (= antropologie)

- Aandacht voor zintuiglijkheid

- Aandacht voor de medemens

- Mens = eindig, sterfelijk, heeft behoeften, gewaarwordingen, overtuigingen en gevoelens

  • Antropologie als kern van de godsdienst
    • “Das Wesen des Christentums”

Ontwikkeling godsdiensten = groeien naar het inzicht dat de mens zichzelf als hoogste voorwerp van inzet en verering moet stellen

    • God is een projectie van de mens

- Goddelijk wezen = wezen van de mens dat geobjectiveerd, aanschouwd en vereerd wordt alsof het een ander, vreemd wezen was

- God = projectie van eigenschappen die de mens bij zichzelf positief vindt

- God = mens ontdaan van alle beperkingen

    • Historische visie

Religie en ontwikkeling ervan = positief : opeenvolging van noodzakelijke tadia in de groei van de mens tot zelfkennis

    • God – is – dood – theologie

(100 jaar voor Nietsche!)

Stelde vast dat in het alledaagse leven van de mens de godsdienst geen realiteit meer was, maar een loutere ‘idée fixe’

  • Historische betekenis van Feuerbach

- Antropologie en godsdienstopvattingen had grote invloed op Marx

- Godsidee is projectie van de menselijke natuur inspireerde in de 20ste eeuw tal van vrijzinnige kringen

- Antropologisering wordt aangevoeld als één van de meest overtuigende aanvallen op het godsgeloof, waardoor het een vaak terugkomend thema van de apologetica (‘geloofsverdediging’) werd

Lees meer...

De paradox van de Hegelianen

  • Oud – Hegelianen

- Rechts – Hegelianen

- Volgden Hegel na, zonder veel afwijkingen of creativiteit

- Verdedigers van kerk en staat

- Bekleedden leerstoelen aan universiteiten

- Hadden weinig invloed

  • Jong – Hegelianen

- Links – Hegelianen

- Denkers die schrijven voor de toekomst, in een bijna journalistieke taal

- Tot grote massa’s gericht en in nauw contact met het wereldgebeuren

- Tasten gevestigde waarden aan: * christendom

* politieke structuur

* sociale structuur

* economische structuur

- Vertrekken vanuit Hegel, maar radicaliseren zodanig, dat hun werk uiteindelijk als afbraak van Hegel kan worden beschouwd

- Feuerbach : stelde Hegels godsdienstige visie in vraag

- Marx : wilde maatschappelijke structuur hervormen

  • Oorzaken van grote verschil leermeester – leerlingen
    • Veranderde tijdsomstandigheden

1830: definitieve einde van het Ancien Régime

1831: Hegel sterft

DUS: gewijzigd tijdsbeeld vereist een nieuwe ideologie, een vernieuwde kritiek op het staatsbestel en het christendom

- kritiek op de Kerk als vernieuwing in het denken, maar ook als omvorming van de maatschappij zelf

- revolutionaire denken moet de massa kunnen bereiken

  • Filosofie van Hegel zelf

- Geschiedenisvisie

= theorie van ontwikkeling

 begrippen tegenspraak en negatie konden ook als omwenteling worden geïnterpreteerd

- Religie en maatschappijordening

Hegel meende een filosofie te hebben opgebouwd die greep had op de werkelijkheid

 Jong – Hegelianen verwijten hem dat hij via zijn begrippenspel niet met de ware religieuze mens / maatschappij in voeling kan komen

- Synthese van staat en religie

Eenheid van staat en godsdienst als ideaal

 Jong – Hegelianen verwerpen dit omdat juist hierin de macht van de traditie het sterkst was

Lees meer...

Opmerkingen

  • Maatschappijvisie

- Ancien Régime en romantiek als waardevolle stadia in een ontwikkeling, waardoor hij als het ware de wapens van de Verlichting heeft bot gemaakt

- Meest irriterende / fascinerende aspect van de hegeliaanse denkwijze = het enerzijds waarderen en anderzijds relativeren van om het even welke instelling of gedachte

  • Werk van Hegel vanuit wetenschappelijk standpunt

- Analyses geven blijk van psychologisch en historisch doorzicht

- Bedolven onder ingewikkeld netwerk van begrippen

- Onderlinge samenhang is grotendeels zoek

  • Vergooide zoveel fantasie en reële denkkracht aan een zo hopeloze onderneming als zijn filosofische opzet

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen