Menu

De periode van de landsheerlijkheden (11de – 13de eeuw)

Tussen de 11de en de 13de eeuw ondergingen de Nederlanden een metamorfose op politiek, economisch, demografisch en religieus vlak? Door de politieke versnippering konden en aantal feodale heren centraal gezag verwerven en zij werden landsheren. Er kwam bovendien een groei van de steden door de toename in handelsvolume en bevolkingsstijging. In de kerk kwamen er onder impuls van Gregorius VII hervormingen en de kerk werd een functionele organisatie. Het cultureel monopolie van de kerk werd echter doorbroken door de opkost van de burgerij.

Lees meer...

De “ijzeren” tiende eeuw

Er zijn zeer weinig bronnen overgeleverd uit de vroege middeleeuwen, en de overgeleverde zijn weinig representatief. Na het uiteenvallen van het Karolingsche Rijk herstelden bepaalde gebieden zich, maar de Lage Landen niet. Rivieren zorgden wel voor een bindende rol binnen het gebieg, hoewel de Nederlanden door de politieke evolutie gemarginaliseerd raakten tussen Frankrijk en het Duitse Rijk. Daardor konden er machtige landsheerlijkheden ontstaan. West-Francië werd verbrokkeld door de feodaliteit, waardoor bijvoorbeeld Vlaanderen zijn macht kon vergroten. Dit gebeurde eerst naar het zuiden, tot aan Amiens, en later naar het oosten.

Over de Schelde was immers veel gebeurd. In 911 waren de Karolingers uitgestorven en de hertogen van Frankenland (één van de vier stamhertogdommen) werden koning. De Ottonen probeerden met de “Rijkskerk” (het geven van bestuur van wereldlijke territoria aan geestelijken) de verbrokkeling van het feodalisme tegen te gaan. Door hun tegenwoordigheid als Roomse keizers, schonken de Duitse koningen veel aandacht aan hun positie in Italië. Daardoor kon de verbrokkeling binnen Duitsland voortduren, en duurde het tot de 19e eeuw voor de Duitse eenmaking een feit was. Lotharingen kende geen etnische identiteit, en pogingen om het als een apart koninkrijk te laten voortbestaan mislukten. Otto I benoemde zijn broer, aartsbisschop van Keulen, tot hertog van Lotharingen (953). Na zijn dood werd het gebied in twee delen opgesplitst: Opper-Lotharingen (het huidige Franse Lorraine) en Neder-Lotharingen (grofweg de Nederlanden ten oosten van de Schelde). De plaatselijke adelijke families verzetten zich tegen keizerlijke inmenging, en zorgden voor nog minder interne samenhang.

Lees meer...

De tegenstelling tussen droom en werkelijkheid 8ste en 9de eeuw

Vier aspecten verdienen verdere nadruk.

- economie: grond is macht. Afgezien van een kleine handel in luxeproducten over lange afstand, was de economie beperkt tot de landbouw. In bepaalde gebieden ontstond het domoniaal systeem (hofstelsel): afhankelijke boeren bewerkten de grond van een heer, en kregen in ruil vruchtgebruik over een hoeve. Dit systeem verankerde de boeren sociaal, en later ook juridisch.

- sociale verhoudingen: Karel de Grote en zijn zoon stonden onder de invloed van kerkelijke raadgevers. Het streven naar eenvormigheid was een belangrijk kenmerk: actieve wetgeving met de capitularia, controle op het lokale bestuur, en de territoriale indeling in gouwen (pagi) met en gouwgraaf aan het hoofd.

- religie: ook een streven naar eenvormigheid. In de kloosters werd overal de Regel van Benedictus ingevoerd. Voor de stadsclerus was er de minder strenge Regel van Augustinus. Er was geen scheiding tussen kerk en staat, en de koning of keizer had de hand in kerkelijke en religieuze zaken.

- cultuur: deze was elitair. Versierde handschriften werden geproduceerd, een “tekstkritische” uitgave van de bijbel werd uitgegeven, en de eenvoudige karolingische minuskel moest de kennisoverdracht versnellen.

De inzet was echter groot en de beschikbare middelen beperkt en de tijd veel te kort. We kunnen nog het beste spreken van “de ontgoochelde hoop van de Karolingen”.

Lees meer...

Fatale bedreiging 8ste en 9de eeuw

Na de dood van Lodewijk de Vrome (840) werd het rijk met het Vedrag van Verdun in 843 verdeeld onder zijn drie zonen. Lotharius I kreeg de keizerskroon en Midden-Francië, Karel de Kale West-Francië, en Oost-Francië ging naar Lodewijk de Duitser. Bij het overlijden van Lotharius I in 855 kreeg zijn tweede zoon Lotharius het noordelijk deel, dat dan Lotharingen werd genoemd. Met de verovering door Hendrik de Vogelaar in 925 werd de Schelde de grens tussen Frankrijk en Duitsland.

Naast de eerder genoemde zwaktes moeten ook de invallen van de Noormannen vermeld worden. Pas na 60 jaar kwam de trage Karolingische defensie op gang. Via de weerstand tegen de invallen hadden de plaatselijke heren hun positite versterkt en enkelen zouden het later tot hertog of graaf schoppen. Dit is van bepalend belang voor de latere geschiedenis van de Nederlanden

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen