Menu

Herleving van de levensbeschouwelijke-ideologische strijd 1935-2005

De integratie van de grote sociale bewegingen consolideerde het Belgisch politieke systeem terwijl nog steeds sterke ideologische tegenstellingen, zowel op etnisch-cutlureel als levensbeschouwelijk vlak, in het naoorlogse België heersten.

Een overwegend Vlaams-katholiek kamp kwam eens te meer tegenover en Waals-antiklerikaal blok te staan in de repressieproblematiek, de koningskwestie en schoolstrijd.

Onmiddellijk na WOII werd gebruik gemaakt van een zuiverings –en repressiepolitiek tegen de collaborateurs. In Vlaanderen kreeg men de indruk dat de repressie zich vooral keerde tegen katholieke Vlaamsgezinden en een instrument was in handen van linkse groeperingen. De Vlaamse beweging was door de repressie murw geslagen terwijl er meteen na WO II een meer volks en socialistisch wallingantisme opkwam. Het wallingantisme zou echter weer verzwakken na een korte opleving van de Waalse economie.

Het katholieke Vlaanderen kreeg een tweede opdoffer met de afwikkeling van de koningskwestie. De linkse partijen maakten de terugkeer van de koning afhankelijk van een parlementsbeslissing terwijl de CVP zich volledig achter de koning schaarde wat hen verkiezingswinst opleverde. De volksraadpleging van 1950 leverde voor België 58 % voor op maar een zeer ongelijk resultaat: in Vlaanderen stemde een grote meerderheid voor terwijl in Brussel en Wallonië de meerderheid tegen een terugkeer was. Nadat in juli 1950 de koning door de CVP-regering werd teruggehaald braken en er stakingen en onlusten in vooral Wallonië uitbraken bezweek de regering voor revolutionaire dreiging en dwong ze de koning tot troonsafstand t.v.v. Boudewijn I. De koningskwestie had de relaties tussen de CVP en andere partijen en tussen Vlaanderen en Wallonië vergiftigd en bleek zelfs vooral tegenstanders te hebben in industriële centra.

De CVP probeerde daarop de rest van haar programma te verwezenlijken en lokte vooral met de schoolstrijd en organisatie van sociale zekerheid spanningen uit. Ze stimuleerden de financiering van vrij onderwijs en ondernamen pogingen om de sociale zekerheid te hervormen in minder etatistische richting. Vanaf 1954, toen de CVP haar absolute meerderheid verloor, voerden de linkse partijen een antiklerikaal beleid op het vlak van onderwijs en lokten ze verzet van ACW uit met hun sociale-zekerheidspolitiek.

In 1958, toen de antiklerikalen de verkiezingen verloren, bleken links en rechts bereid om te ontwapenen aangezien het kiezerskorps een consensuspolitiek. Er werd een schoolpact afgesloten waarin de vrije schoolkeuze centraal stond. Inzake de sociale zekerheid kwam men ook tot een compromis door het systeem van vrije ziekenfondsen met staatsinterventie voor financiën en organisatie.

Dit systeem zorgde ervoor dat de overheid werd versterkt in deze voorzieningen en men tot een ideologische pacificatie kwam maar zonder de ondergraving van verzuiling, zoals wel in Nederland gebeurde.

Lees meer...

Vormgeving van de overlegeconomie en verzorgingsstaat 1935-2005

In België versterkten de sociale bewegingen na 1945 hun invloed in het spoor van de overwinning op het fascisme. Een uitloper van de herwonnen democratische gedachte was de invoering van het vrouwenstemrecht voor nationale verkiezingen in 1948.

Er werden meteen pogingen ondernomen om het politieke landschap te vernieuwen en de verzuiling te doorbreken met de Union Démocratique Belge. Het kiezerskorps bleef echter trouw aan de traditionele partijen en de nieuwe partij faalde. Deze partijen hadden ook een ander profiel aangenomen: de katholieke partij werd onder de naam Christelijke Volkspartij een ledenpartij met een progressief en personalistisch programma en een afzwakking van het confessionalisme.

De BWP was door de oorlogspolitiek van De Man gecompromitteerd en werd ook hervormd tot een ledenpartij losgekoppeld van vakbonden, ziekenfondsen en coöperaties: de Belgische Socialistische Partij en terugkerend naar het programma van Quaregnon. Het ABVV werd opgericht als een fusie tussen de socialistische en communistische syndicale organisaties.

De communisten hadden na WOII groot prestige en succes verworven en deden dus de BSP naar links opschuiven. Zij ondervonden echter spoedig de weerslag van de Koude Oorlog en werden geleidelijk geneutraliseerd waarna binnen BSP de gematigde vleugel ook weer de overhand kreeg.

Tot 1949 maakten de socialisten permanent deel uit van coalitieregeringen met de CVP en bouwden ze samen verder aan overlegeconomie en de verzorgingsstaat. Met de Besluitwet voor sociale zekerheid en verzekering op het werk en het repartitiestelsel werd de basis gelegd voor de verzorgingsstaat. Het bedrijfsleven werd ook publiekrechtelijk georganiseerd door de paritaire commissies, ondernemingsraden en overkoepelende economische en sociale organisaties.

Met het Pact van sociale solidariteit en het ontstaan van driehoeksoverleg tussen werkgevers, werknemers en de staat kwam de overlegeconomie tot stand. De arbeidersbeweging, vooral via ziekenfondsen en vakbonden, hadden hun macht op sociaal-economisch gebied gevoelig uitgebreid. Het zorgde er zelfs voor dat de christelijke arbeidersbeweging sterker werd dan haar socialistische tegenhanger.

De middenstandsbeweging, de Boerenbond en de werkgevers (VBO) zouden ook in toenemende mate geïntegreerd worden in het overleg. Op die manier kwam een neocorporatieve staatsstructuur tot stand waarbij de belangengroepen ook via politieke partijen het parlement en regering beïnvloedden.

Lees meer...

Dekolonisatie 1935-2005

België zou snel en nagenoeg onvoorbereid overgaan tot de dekolonisatie van Congo, Rwanda en Burundi. Dit had alles te maken met het feit dat kolonisatie een randfenomeen was gebleven in het Belgische politieke leven.

Congo werd na 1908 vooral beheerst door het Belgische grootkapitaal en de succesvolle katholieke missies. De economie werd beheerst door de Société Générale en haar dochterondernemingen en gericht op ondermeer de ontginning van koper, diamant, goud en uranium. In het onderwijs, volledig in handen van de Kerk, werd weinig middelbaar en hoger onderwijs opgericht.

Aan het begin van de jaren 50 geloofde men nog in een blijvende eenheid tussen Kongo en België maar vanaf 1956 verschenen verscheen voor het eerst het zwart nationalisme. In 1958 werd in België reeds beslist om op lange termijn naar emancipatie over te gaan. Onlusten begin 59, een “gebrek” aan tegenkrachten, een afzijdige publieke opinie en kerk versnelden deze ontwikkeling. De blanke kolonisten waren niet politiek georganiseerd. Er werd dus redelijk snel beslist onafhankelijkheid te verlenen aan Congo.

De nieuwe staat kreeg politieke structuren als blauwdruk van Belgische instellingen maar bleek niet aangepast aan de heterogene Kongolese samenleving en personen kregen steeds meer betekenis in het politieke vacuüm in Congo. De radicale Lumumba kwam tegenover de pro-westerse Katangese leider Tsjombé te staan en enkele dagen na de onafhankelijkheid brak in juli 60 een opstand uit in het leger.

Na de exodus van de blanken en een interventie van de VN kon de eenheid wel hersteld worden maar dat met de vestiging van een militaire dictatuur door Mobutu in 1965.

De Belgische dekolonisatiepolitiek was onvoldoende voorbereid en mislukt, ook in Rwanda en Burundi die in 1962 onafhankelijk werden.

Etnisch geweld in de jaren 90 leidde tot een ware genocide in Rwanda en Congo werd na de verdrijving van Mobutu in 97 verscheurd door burgeroorlogen.

Lees meer...

Integratie van internationale verbanden 1935-2005

België wilde zijn veiligheid en exporteconomie waarborgen via bredere internationale structuren zoals het Benelux-samenwerkingsverband uit 1944, de Organisatie der Verenigde Naties in 1945 en de NAVO in 1949. De socialistische politicus P-H Spaak speelde in de relatie met de VS en in buitenlandse politiek een belangrijke rol tussen 44 en 66.

Hij steunde ook de Europese eenmakingsbeweging door de EGKS en de Beneluxlanden hadden een grote invloed op het onstaan van Euromakrt en Euratom, de EG voor Atoomenergie. Het rapport-Spaak lag verder ook aan de basis van het Verdrag van Rome van 1957 waardoor de EEG werd opgericht.

Brussel werd de standplaats van de Europese Commissie en dus een belangrijk Europees beslissingsorgaan en vanaf 1966 het burgerlijk en militair hoofdkwartier van de NAVO.

België zou ook zijn steun blijven verlenen aan de Europese eenmaking was samen met Nederland de pleitbezorger van de toetreding van G-B tot de EG en stimuleerde mee de fusie van de reeds bestaande Europese instellingen en de vorming van een politieke EU.

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen