Menu

De val van het communisme in Centraal- en Oost-Europa

Centraal- en Oost-Europa lagen in de jaren ’80 nog steeds onder de knoet van Stalinistische partijbonzen die soms al decennia aan de macht waren. Al voor Gorbatsjovs hervormingen vertoonden hun regimes echter barsten. Vroegere periodes van detente hadden geleid tot meer contacten met het Westen en dissidenten eisten de toepassing van de in 1975 ondertekende akkoorden van Helsinki over mensenrechten. Net als in de SU zat de economie in een diep dal. De centraal geleide planeconomieën botsten op hun limieten, en de roep om marktgerichte hervormingen klonk steeds luider.

Polen speelde in dit proces een voortrekkersrol. Na het hardhandige bewind van Gomulka duidde de partij in 1970 de hervormingsgezinde Edmund Gierek aan. Hij startte een ambitieus hervormingsprogramma, gefinancierd met westerse leningen. Om die af te betalen voerde Polen zo veel mogelijk uit, wat ten koste ging van de binnenlandse consumptie en de bevolking meesleurde in verarming.

In 1980 barstte de bom. Er braken felle stakingen uit op de scheepswerf van Gdansk. De arbeiders verenigden zich in een onafhankelijke vakbond, Solidarnosc, onder leiding van de charismatische Lech Walesa en eisten met steun van de Kerk politieke hervormingen. De SU reageerde door Gierek te laten vervangen door generaal Jaruzelski, die Solidarnosc verbood, de leiders liet arresteren en de noodtoestand uitriep.

Al gauw startte Jaruzelski een eigen hervormingsprogramma, daarin verder gestimuleerd door de liberalisering in de SU. Paus Johannes-Paulus II, een Pool, zorgde voor extra druk van buitenaf. Uiteindelijk organiseerde de partij in 1989 parlementsverkiezingen waarin ook andere partijen zich verkiesbaar konden stellen. Het werd één grote triomf voor Solidarnosc, dat de communisten reduceerde tot een bijrol. Zo viel een eerste dictatuur, het begin van een lange reeks fluwelen revoluties.

Na het neerslaan van de Hongaarse opstand in 1956 leidde Janos Kadar het land met ijzeren hand. Toch zocht ook dit regime naar economische hervormingen met de hulp van westers kapitaal. Dat leverde een bescheiden groei op van de economie, maar pas na 1985 kreeg deze hervorming een nieuwe dynamiek. De partij dumpte Kadar in 1988 en organiseerde naar hun normen zeer vrije verkiezingen. De partij verliet haar communistische principes en koos voor de sociaal-democratie. Toen overal nieuwe politieke bewegingen opdoken, bleek opnieuw dat hervormingen in stilte een revolutionair karakter gekregen hadden.

Eén maatregel van het nieuwe regime had enige tijd later een enorme impact: het land liet een deel van de prikkeldraad langs de grens met Oostenrijk weghalen. Toen Oost-Duitsers in 1989 hun vakantie in Hongarije doorbrachten, stelde dat land de grens met Oostenrijk open. Zo konden de Oost-Duitsers voor het eerst sinds 1961 legaal naar het westen, wat ze prompt massaal deden.

In Oost-Duitsland had Erich Honecker al sinds 1961 de touwtjes stevig in handen. Ondanks relatief goede economische prestaties en een toenadering tot het westen dankzij de Ostpolitiek van Willy Brandt, symboliseerde de Berlijnse muur nog altijd de onvermurwbaarheid van het regime. De Oost-Duitsers zagen echter wat er gebeurde in Polen, Hongarije en Gorbatsjovs SU. Toen duizenden burgers via Hongarije naar het Westen begonnen te vluchten en anderen massaal op straat kwamen, liet Gorbatsjov weten dat de Sovjettroepen in Oost-Duitsland niet zouden optreden.

De partij dwong Honecker tot aftreden, kondigde verkiezingen aan en bevestigde het recht op vrije doorgang. Op 9 november 1980 ging de Berlijnse muur open, waarop de uitzinnige bevolking die prompt begon af te breken. De hele partij zakte als een pudding in elkaar en gematigde en hervormingsgezinde krachten zochten elkaar om een nieuwe grondwet uit te werken.

Een andere dynamiek haalde deze ontwikkelingen in. Nu Oost-Duitsland niet langer communistisch was, klonk de roep om hereniging met het Westen steeds luider. De West-Duitse kanselier en christendemocraat Helmut Kohl kon de grootmachten overtuigen om hun bezettingsrechten op te geven. Duitsland bevestigde de territoriumoverdrachten aan Polen en de SU en beloofde de onschendbaarheid van de Pools-Duitse grens te respecteren. Niets stond de formele hereniging nog in de weg, die dan ook officieel volgde op 3 oktober. Berlijn werd opnieuw de hoofstad van een land dat op een democratische manier herenigd was, maar spoedig zou kennismaken met de problemen van die hereniging.

De Tsjecho-Slowaakse hardliners die na de onderdrukking van de Praagse Lente de plak zwaaiden, wezen Gorbatsjovs hervormingen af. Steeds meer dissidente stemmen lieten zich horen, bijvoorbeeld via een organisatie van intellectuelen als Charta 77 of in de charismatische figuur van Vaclav Havel. Onder impuls van de val van de andere regimes trok de protestbeweging de straat op. Zelfs met een arrestatiegolf kon het regime het tij niet meer keren, zodat eind november 1989 het machtsmonopolie van de communistische partij eindigde. Havel werd president en Gorbatsjov trok de Sovjettroepen terug, zonder bloedvergieten. Het land hernam snel zijn democratische traditie uit het interbellum, waardoor de wens van vooral Slowakije om onafhankelijk te worden op een vreedzame en ordelijke manier in vervulling kon gaan.

Zelfs in Bulgarije, toch beschouwd als een van de strengste regimes, maakte een paleisrevolutie een einde aan het communistisch bewind. De enige uitzondering op de regel van geweldloze overgangen vormde Roemenië. Vanaf 1965 installeerde Nicolae Ceaucescu er een harde dictatuur, geschoeid op stalinistische leest. Met westers geld forceerde hij de industrialisering van het hoofdzakelijk op landbouw gerichte land. Internationaal nam hij een opmerkelijke positie in, onafhankelijk van Moskou.

Ceaucescu negeerde de signalen in Oost-Europa, maar eind 1989 braken ook in zijn land protestbetogingen uit. Toen het leger weigerde de orde te herstellen, begon de Securitate, de geheime veiligheidspolitie, grof geweld te gebruiken. Soldaten die zich bekeerden tot het dissidente kamp vochten terug, en in de grootste chaos moest Ceaucescu de wijk nemen om uiteindelijk geëxecuteerd te worden. In het nieuwe bestuur domineerden de communisten nog altijd en de democratie was nog heel zwak, maar een van de meest repressieve dictaturen was nu toch geëindigd.

Achteraf valt op hoe onverwacht en geweldloos de communistische regimes gevallen zijn. De groeiende contacten met het Westen dankzij de detentes, de Helsinki-akkoorden en de moed van de dissidenten speelden allemaal een rol. Toch woog vooral de beslissing van Gorbatsjov om niet tussen te komen door. De vergelijking met de gebeurtenissen op het Tiananmenplein in China, eveneens in 1989, maakt dat duidelijk.

Lees meer...

De crisis in de SU

Terugkijkend vormt het jaar 1985 een cruciale fase in de geschiedenis van de SU. Toen kwam Michaël Gorbatsjov aan het hoofd van het Politbureau. Zijn voorgangers Brezjnev, Andropov en Tsjernenko hadden ofwel te lang of te kort geregeerd en zo de verstarde SU aan de economische afgrond gebracht. Het regime zette in op een jonge, krachtige bestuurder die als landbouwminister ervaren had hoe desastreus de economie eraan toe was.

Onmiddellijk pakte Gorbatsjov uit met de perestroika: plannen om de centraal geleide planeconomie te hervormen. Het land volgde nog steeds de recepten uit Stalins tijd die alle economische vooruitgang afremden. Met een voorzichtige politiek van decentralisatie, meer ruimte om te ondernemen, minder bureaucratie en het stimuleren van de productiviteit hoopte hij de economische motor weer op gang te krijgen.

Om de verwachte tegenstand van het establishment voor te zijn, probeerde hij via de glasnost een politiek van open en kritische communicatie over het systeem in te voeren om de publieke opinie aan zijn kant te krijgen. De glasnost ontwikkelde al snel een eigen dynamiek die leidde tot meer vrijheid van meningsuiting en pers, grotere mobiliteit, constitutionele hervormingen en zelfs de terugkeer van dissidenten als Andrei Sakharov. In 1987 veroordeelde Gorbatsjov publiek de misdaden onder Stalin en er rolden zelfs nieuwe geschiedenisboeken van de persen.

Veel van zijn maatregelen botsten echter op weerstand van de partijkaders en bureaucraten. Uiteindelijk bleef het economisch systeem nagenoeg ongewijzigd, ook in de levensbelangrijke landbouw. Uit angst voor politieke onrust hield hij vast aan geleidelijke hervormingen en liet hij het oude systeem niet vallen. In alle stilte knabbelden de constitutionele hervormingen ondertussen wel aan het machtsmonopolie van de communistische partij. Bij verkiezingen in maart 1989 konden ook andere kandidaten opkomen. Er kwam een Congres van Volksafgevaardigden dat een uitvoerend orgaan aanduidde. Beiden mochten wetsontwerpen indienen en vrij debatteren. Gorbatsjov zelf won de presidentsverkiezingen.

Zijn inspanningen lokten ook veel kritiek uit. Conservatieven konden de hervormingen niet appreciëren, terwijl de progressieve krachten de maatregelen niet ver genoeg vonden gaan. De bevolking rekende hem de voortdurende economische malaise aan. Etnische groepen maakten handig gebruik van de politieke ruimte om eisen tot onafhankelijkheid te formuleren, zoals in de Baltische staten Letland, Estland en Litouwen, die in het interbellum nog onafhankelijkheid gekend hadden. Elders leidden etnische spanningen tot geweld, zoals in Georgië of tussen Azerbeidjan en Armenië.

Op het internationale toneel verliet Gorbatsjov het ideologische pad en pleitte hij voor universele menselijke belangen en de vooruitgang van wetenschap en technologie. Hij transformeerde het imago van de SU van militaire en revolutionaire agressor naar een constructieve actor die troepen- en wapenreducties onderhandelde. Hij brak de uitzichtloze militaire campagne in Afghanistan af. Dankzij die detente kon hij de drukkende militaire kosten beperken en zijn binnenlandse agenda van openheid verder uitvoeren. Het was een grondige breuk met de heel gespannen relaties van begin jaren ’80 en leverde belangrijke resultaten op, zoals een akkoord in 1987 om kernrakketten te vernietigen en het START-verdrag van 1991 (Strategic Arms Reduction Treaty). De Koude Oorlog was nu heel ver weg.

Lees meer...

Hfst 26: De internationale opstand tegen het sovject communisme

In de jaren ’80 keek de wereld verbaasd toe hoe het Sovjetcommunisme eerst structureel veranderde en uiteindelijk volledig van het politieke toneel verdween. Na 74 jaar kwam er in 1991 een definitief einde aan de SU. Tot ieders verrassing verliep die overgang zonder noemenswaardig geweld: de regimes implodeerden gewoon. Toch is het etiket ‘revolutie’ op zijn plaats, want repressieve regimes ruimden plaats voor vrije verkiezingen, de burgerdemocratie en een retoriek van mensenrechten. In die zin echode deze revolutie de principes van de Franse en de Amerikaanse Revolutie of de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens uit 1948.

De ommekeer werkte sterk door in de internationale politiek, waar de Koude Oorlog en de bipolariteit nu tot het verleden behoorden. De herstart bracht nieuwe uitdagingen en frustraties, maar vooral de hoop op een meer vreedzame internationale orde.

Lees meer...

China na Mao

- Na dood Mao: competitie over leiderschap

 De machtigste figuur = leider van de gematigden = Deng Xiaoping

Hervormingen van Deng: liberalisering

- Focus op economische groei en modernisatie

- Installeren van een nieuw systeem: een ‘Huwelijk’  een plan- en markteconomie

 gaat enkele kapitalistische praktijken aanmoedigen: investeringen, privéondernemingen

Zonder het socialisme af te schaffen

- Gaat het land openen voor Buitenlandse investeringen

 her verwelkomen van Westerse kennis, technologie, …

 Door hervormingen: transformeren van China

 grootste successen worden geboekt op het platteland  markteconomie: meer producten verkopen

- Deng’s hervormingsprogramma  onvolmaaktheden

 de snelle economische groei  inflatie

 Men had de problemen van de snelle groei kunnen overwinnen

- Deng’s tijdperk wordt echte onderbroken door het weigeren van politiek hervormingen

 men weigert om te democratiseren  overtuigd dat men er niet klaar voor was

 Zou enkel zorgen voor chaos en verwarring

De democratiseringsbeweging

- Opvolger Deng = Hu Yaobang

 aanmoedigen van politieke vrijheid  steun van de studenten

 gaat demonstraties niet onderdrukken  de partij gaat hem vervangen

 na zijn dood  serie van studenten demonstraties op Tiananmen plein

 Demonstranten eisen democratie

- Repressie van Deng’s regime

 zien als tegenaanval tegen een Westers geïnspireerde samenzwering

- Democratiseringsbeweging: in vraagstellen van de macht van de partij

 laat zien hoe diep liberale waarde al zijn geïntegreerd  grote kracht voor politieke verandering

 Na Deng: een nieuwe generatie

- Opvolger Deng = Jiang Zemin

 opzoek naar verzoening met het Westen + grotere integratie in de wereldeconomie

 constant opzoek naar manieren om de Chinese te ontwikkelen

 steeds grotere invloed van China op de internationale handel

 lid van de wereldhandelsorganisatie

- Opvolging door Hu Jintao  voortzetten van het economisch beleid van Jiang

 enorme demografische groei

 centrale positie voor China in de internationale economie en politieke orde

toch nog zwarte kanten: schenden van de mensenrechten, falen voor een meer democratisch systeem,

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen