Menu

Rechtssysteem

Rechtszekerheid moet er zijn of je opent bv. geen winkel (want dan zou je dat niet durven). In de oudheid zien we niet alleen burgersamenlevingen, maar ook de eerste rechtsstaten: de idee van de res publica: het algemeen belang: iedereen moet zeker zijn van zijn rechten en plichten. Het zit erg ingebakken in de samenleving en er wordt een hele rechtsleer rond ontwikkeld. In de praktijk zien we dat justitie openbaar was en dus waren ook alle rechtszaken openbaar. Opmerkelijk is dat er bijna geen politiemacht bestond in de oudheid: dat is vreemd in zo’n rechtsstaat. Het leger werd ingeschakeld wanneer het helemaal misliep, en ook lokale munities en raadsleden en verenigingen (bv. collegiae) werden hiervoor ingeschakeld. Het contractstelsel bestond ook al en er bestond een soort bescherming van privaat bezit.

Lees meer...

Technologie

Reeds veel aandacht aan besteed: men heeft meer en meer technologische dingen kunnen identificeren. Technologie was veel meer verspreid dan voorheen gedacht, en deze kennis gaat niet verloren. Technologische ontwikkeling was een belangrijke ontwikkeling en vormde een basis voor een verdere ontwikkeling van de middeleeuwse technologie. Zo kenden de Romeinen watermolens (bv. het watercomplex van Barbegal), de schroef van Archimedes, mijnbouw (niet zo primitief als men dacht, zeker in de Romeinse periode), massaproductie (was er eigenlijk niet echt, maar wel kleine ateliers, bv. ceramiek in reuzenovens), mobiliteit (wegen, bruggen, rivierwegen, haveninstallaties: het Romeinse wegennet was overal, niet alleen voor militaire maar ook voor handelsdoeleinden, maar relatief traag en duur). In de middeleeuwen kan men hierop voortbouwen: “Dwergen op de schouders van reuzen”.

Lees meer...

Ideologie en status

Volgens Finley is deze determinant dominant. Niet landbouw, maar handel geeft de hoogste inkomsten (aangezien landbouw ook risicovol is). Liberales: dokters, architecten, intellectuele beroepen, etc. Sordidi: alle ambachten: werden beschouwd als schandelijk en schaamtevol. Wat is de relevantie en representativiteit van deze ideologie? Ze is gelijkend aan de ideologie van de Europese aristocratie van de 17de-18de eeuw. Er waren echter tegenvoorbeelden van aristocraten die in de handel of in het bankwezen actief waren: Solon, Demosthenes, etc. Handel was een bron van rijkdom. Samenstelling van grote vermogens: land + slaven + leningen met intrest. Belang van de private verenigingen: collegia: zeer belangrijk! De collegiae waren een integraal deel van de stad, ze zorgden voor bemiddeling bij conflicten, speelden een rol in religieuze festivals, etc. De beschermheren van de collegiae zijn aristocraten, maar in de collegiae zelf zaten gewone mensen met succes (winkeluitbaters, handelaars, etc.).

Lees meer...

Monetisatie en financieel systeem

Er ontstaat een geldeconomie met muntgeld ca. 600 v.C. Dit kende een snelle verspreiding via de Griekse kolonies en de Romeinse veroveringen. De nominale waarde ligt hoger dan de eigenlijke, intrinsieke waarde. Er zijn kleine denominaties (kleinhandel). Legal tender: er is een wettelijke verplichting om het geld te aanvaarden als betalingsmiddel: het is dus een wettig betaalmiddel, maar er was geen papieren geld, er waren geen wisselbrieven (slechts in rudimentaire vorm, maar dat stelde niets voor). Account money: er was wel een uitgebreide kredietmarkt, er wordt gewerkt met een soort van rekeningen, voornamelijk in het Romeinse leger: soldij in geld, maar ze krijgen het niet allemaal in geld uitbetaald. In principe houdt de legerhouding het geld bij. Ze konden wel vanalles betalen met geld op hun ‘rekening’.

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen