Er kunnen een viertal processen onderscheiden worden in de sfeer van productieverhoudingen:
Individualisering van het werk
Proces waarbij de arbeidsbijdrage tot de productie voor elke arbeider individueel is omschreven. Nu: werk ad vitam is aan het verdwijnen, vast werk bestaat nauwelijks nog. Contracten duiden aan wanneer je ontslagen kunt worden (aan de hand van regels). Arbeiders worden gezien als permanente interimarissen. Om flexibiliteit van het bedrijfsleven te verzekeren. Ontslaan en terug aannemen wanneer nodig mogelijk maken.
Overexploitatie van arbeiders
Verwijzing naar een kader waarbinnen werkgevers en werknemers anders kunnen behandelen dan de vigerende normen op een bepaalde plaats op een bepaald moment voorschrijven. Verwijzing naar zwakke kaders, zwakke kansengroepen: sociale verworvenheden gelden voor hen niet meer en zij moeten onder de norm gaan werken.
Sociale uitsluiting
Autonome ontplooiing: maar hoe autonoom kun je je ontplooien onder een werkgever? Het gaat om vat krijgen op je leven. Een vaste betaalde job is een absolute noodzaak om uitsluiting te voorkomen. Dit heeft niet alleen te maken met individuen maar ook met regio’s en groepen: sommige regio’s laat men links liggen. Er zijn verschillende redenen waarom mensen geen vast werk kunnen krijgen (buiten de wil om om het hen te geven), bv. crimineel verleden.
Perverse integratie
Men stelt vast dat zich naast het formele circuit een hele sector zwartwerk ontwikkelt. Niet alleen drugshandel. De interdependentie tussen beide wordt zeer groot, met al dan niet (politieke) gevolgen. Dit is een belangrijke factor in de sociale dynamiek.