Menu

Het kanaal

Zender encoderen Kanaal decoderen Ontvanger

= bindmiddel, contactmiddel tussen zender en ontvanger
[communicatie is contact en contact komt tot stand via de zintuigen:
het auditieve, het visuele, de reuk, de smaak en de tastzin]
Hoe meer zintuigen bij een kanaal gebruikt worden, des te meer een kanaal ‘direct’
wordt genoemd…

DEFINITIE DIRK DEGROOF
Communicatie is het via het kanaal overbrengen of uitwisselen van een boodschap tussen twee of meer personen onder de vorm van tekens en door middel van signalen. Het (communicatie)kanaal is de materie, waardoor een zender en een ontvanger met elkaar in contact staan

àonderscheid multipolair, distributief & interactief

Boodschappen, die door meerdere kanalen tegelijk worden overgedragen, zijn uiteraard beter bestand tegen kanaalruis = is alles wat toegevoegd wordt aan de boodschap, die door het kanaal wordt gestuurd maar wat niet bedoeld is voor de zender.

Verschillen tussen kanalen:

  • Kanaaldichtheid belangrijk:
    - directe aanwezigheid: minder vrij om boodschappen van de ander te negeren
    - boek kan je wegleggen; tv & radio kan je uitzetten
  • Kanaaldichtheid in relatie met het overbrengen van goed en slecht nieuws
  • Mate van openbaarheid van een kanaal

Naast technische middelen ook non-verbale medium! (ontzettend belangrijk!!)
Zonder woorden kunnen we ons ook uitdrukken

(hoe we ons voelen, wat we van onze gesprekspartners vinden en verwachten, hoe we gezien willen worden en hoe onze woorden opgevat moeten worden… )

Vocaal

Non-vocaal

Verbaal

het gesproken woord (auditief)

primair

geschreven/gedrukt (visueel)

secundair

Non-verbaal

spreekwijze, stemkwaliteit, intonatie

primair

Lichaamsgebaren (reuk, smaak,…), visueel, olfatorisch, tactiel, gastatorisch

primair

- non-verbaal / non-vocaal
Groot deel van de communicatie gebeurt non verbaal (70%)

  • de gespreksregulatoren
    = gebaren die comm.stroom regelen. Vb. ogen, armen,…
  • het lichaamscontact
    = gebaren die tactiel van aard zijn. Vb. zoenen, schouderklopje,…
  • de emblemen
    = onderscheidingsteken eigen aan bep. soort taal. Vb. doventaal
  • de persoonlijke ruimte
    = lichamelijk tot elkaar verbonden, cirkel rond een persoon
  • de gevoelsuitingen
    = gelaatsuitdrukkingen,om je gevoelens te uiten
  • de illustratoren

= aanwijzingsgebaren (visualiseren het verbale), ondersteunen verhaal

  • de fysionomie en uiterlijke verschijning

veranderen niet tijdens comm.proces, vb kleren

- non-verbaal / vocaal
komt voor in combinatie met het verbalen medium
(stemkwaliteit en spreekwijze)

- vocaal / verbaal
stem als drager van de in tekens gecodeerde boodschap (auditief)
= het gesproken woord

- non-vocaal / verbaal
= geschreven en gedrukte woord (kanaal is visueel)

De primaire media: non-verbale medium en vocale verbale medium, onontbeerlijk voor de mens om te communiceren.
De secundaire media: het non-vocale medium en massamedia zijn als het ware verlengstukken van de mens:

Zij maken het mogelijk de tijdelijke en ruimtelijke begrenzingen van de primaire media te overbruggen. Zij worden vaak gebruikt om bij het communiceren:

- de zichtbaarheid te bevorderen: bv. Illustraties, bord,…

- de verstaanbaarheid te garanderen: bv. Microfoon

- de verspreiding te garanderen: bv. Alle massamedia

Radio, film & tv: als medium meer geschikt voor het overdragen van non-
verbale informatie
Film & tv: zijn directer dan het gedrukte woord en de radio, omdat ze de kijkers
via één zintuig bereiken

àRoepen meer emotie op bij de toeschouwers

MAAR: gedrukte tekst:
- staat tot onze beschikking waar en wanneer we maar willen
- we zijn vrij om in ons eigen tempo te lezen en kunnen zonodig gedeelten
herlezen

Een kanaal kan door zijn aard geschikter zijn voor bepaalde soorten informatie, maar daarnaast is het ook mogelijk dat mensen aan bepaalde kanalen meer geloofwaardigheid toeschrijven (vb. nieuwsdienst geloofwaardig)

→ Als een bericht 1st gehoord wordt via nieuwsdienst: niet meer nachecken
→ Als een bericht 1st gehoord wordt in massamedia: nachecken

Gedrukte tekst komt ook geloofwaardiger over dan geschreven tekst!

- Bij rampen als overstromingen: media geloofwaardiger, wanneer mensen willen weten wat ze moeten doen,

- Bij maatschappelijke controversen: niet media, wanneer mensen willen weten wat ze moeten denken

Tv & Radio als betrouwbaarst aanzien, als het gaat om informatie en nieuws (Tv schept illusie dat men er bij geweest is).
- op tv: lichaamstaal goed zichtbaar
- op radio lichaamstaal gedeeltelijk waarneembaar [intensiteit van de stem])
→ die waarneembaarheid van lichaamstaal is bepalend voor geloofwaardigheid

Taal aanpassen aan het kanaal:
Een lezer kan een moeilijk woord in een artikel opzoeken, een kijker of luisteraar niet!

Het aantal mensen dat via een kanaal bereikt kan worden, verschilt per kanaal…

Lees meer...

Effectieve informatieoverdracht

-Ruis reduceren
- boodschap redundanter maken
(herhalen, andere bewoordingen, synoniemen, voorbeelden,…)
- structuur
(duidelijke opbouw, normale zinnen, gangbaar taalgebruik)

- Aandacht van ontvanger richten
- vraag stellen + beantwoorden
- beklemtonen: “belangrijk punt”

- Acceptatie van de boodschap
(geloofwaardigheid van zender & kanaal)

- Psychologische structuur

- logische kwaliteit van de boodschap

De boodschap moet voor de ontvanger een schijn van logica hebben.

Daarbij kan nog van belang zijn of de conclusie aan het slot van de boodschap expliciet is of niet. (expliciet → schijnt effectiever te zijn)
Ook de waarheid van hetgeen de zender als boodschap stuurt, speelt rol.

- argumentatie
Tweezijdige argumentatie effectiever dan eenzijdige argumentatie.
(zender moet tegenargumenten geven)

- opbouw van de boodschap
Een zender kan beter niet beginnen met het poneren van een stelling: op het moment dat de zender dat wel doet, gaat de ontvanger immers op zoek naar een tegenargumentatie en hoort hij de argumenten van de zender niet meer of althans slecht. De zender moet in zijn boodschap dus eerst de argumenten geven en pas daarna de stelling, waarbij de (beste) volgorde (waarschijnlijk) is: tegenargument – argument voor – stelling
De sterkste werking als ze aan het begin of aan het einde van de boodschap staan, maar niet in een tussenpositie !

- opiniërend woordgebruik
Hoe meer een bepaald taalgebruik afwijkt van een neutrale manier van uitdrukken, hoe opiniërender de boodschap gevonden wordt.

2 categorieën van woorden/uitdrukkingen kunnen uitspraken opiniërender maken:

- woorden die een bepaalde kwalificatie geven (vb. wss, zeker,…)
- metaforische woorden: met een metafoor in

Sterke opiniërende uitspraken kunnen weergeven hoe de spreker denkt over degenen die het met hem eens of oneens zijn. Weinig opiniërend geven alleen weer hoe de spreker zelf denkt over de boodschap.
hd

Uit onderzoek blijkt dat opiniërende uitspraken, die de houding van de spreker weergeven ten aanzien van degenen die het met de spreker oneens zijn, als sterker worden ervaren dan niet-opiniërende uitspraken

- angstgevoelens bij de ontvanger
zender kan hierop inspelen..
[vb. ..als je niet veilig vrijt, loop je de kans AIDS te krijgen, enz.]
Dit appel kan sterk, mild of zwak zijn

- verwoording van de boodschap
Een goede verwoording is belangrijk om duidelijk en overtuigd over te komen

Lees meer...

Problemen bij het overbrengen van de boodschap

- wie is publiek?
- welk beeld heeft publiek van zender?
- houding tegenover het onderwerp?

Extra factor: RUIS (storingen die accuraat overbrengen van de boodschap
belemmeren)

- omgeving (vb. tunnel → autoradio ontvangst ↓)
- kanaal zelf (atmosferische storingen)
- zender (vb. spraakgebrek, mompelen, merkwaardige tics,…)
- ontvanger (vb. wanneer deze wordt overmand door emoties, die door de
boodschap worden opgeroepen)

! Ruis reduceren om effectieve informatieoverdracht mogelijk te maken !

Lees meer...

De boodschap

= datgene dat uigedrukt en overgedragen wordt naar de ontvanger

  • Een boodschap kan uit één enkel teken bestaan (vb. pictogram nooduitgang), of een complex geheel van woorden, beelden en/of klanken (vb. film, opera, roman)
  • Boodschappen worden gemaakt (geëncodeerd) door zenders en moeten gecodeerd (=vertaald) worden, voordat de ontvanger er iets van kan opnemen of leren

→ MIDDEL OM IETS GEMEENSCHAPPELIJK TE MAKEN

Communicatie kan slechts slagen indien zender en ontvanger over een tekenvoorraad beschikken die zo goed mogelijk overeenstemt.
Bv. zelfde taal, gelijkaardige woordenschat

Ontvanger moet ontvangen telkens juist interpreteren (bedoelde betekenis uithalen)

  • Inhoud
    - manifest (letterlijke betekenis, zwart op wit)
    - latent(de betekenis die aan die manifeste inhoud gegeven moet worden,
    tussen de regels)
  • Vorm
    → overdraagbaar maken van de boodschap (coderen in tekens)

Non-fictie: vaker bestudeerd

  • Functie (van de boodschap)

KLEMTOON OP

- Referentiële functie feiten

- Expressieve functie eigen mening

- Poëtische functie vorm & inhoud

- Conatieve functie beïnvloeding

- Fatische functie contact leggen of instandhouden

[koetjes & kalfjes] (woordvormen)

- Meta-linguistische functie boodschap wil verhelderen,

Verduidelijken door extra taal

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen