Menu

Publieksonderzoek

Doelstellingen: media- versus publieksgecentreerd

Publieksonderzoek:

  • Meten van feitelijk en potentieel bereik voor boekhoudkundige en reclamedoeleinden
  • Onderzoek naar nieuwe marktmogelijkheden (testen van media-producten)
  • Verbetering van effectiviteit

Kijk en luisteronderzoek (k&l):

  • Tot ontwikkeling in cocurrentiële, commerciële context van vooroorlogse VS-mediamarkt (Na WOII ook in Europa – op nationale basis)

-Duidelijke tendens: meetinstrumenten en het onderzoek werden steeds ----verfijnder; steeds meer ruimte voor meer kwalitatieve aspecten

  • Vragen en problemen:

-Representativiteit

-Nauwkeurigheid van de instrumenten

-Invloed van de kijkmeting op het gedrag

-Onderontwikkeling van meer kwalitatieve aspecten als waardering, voldoening

-Verwerking- en softwareproblemen

  • Vooral toegespitst op behoeften commerciële sector:

Dwang van de cijfers heeft gevolgen voor media-sector

Op organisatorisch vlak; ook op inhoud en vorm; klimaat

  • Binnen deze concurrentiële sfeer wordt ontvanger gezien als een consument en diene verschillende technieken aangewend te worden om zijn/ haar aandacht zoveel mogelijk te trekken

Publieksgecentreerd onderzoek:

  • Vooral door communicatiewetenschappers (evalueren media performance vanuit perspectief van de ontvangers

Onderzoekstradities

3 onderzoekstradities:

Structurele traditie

  • Ontstaan naar aanleiding noden van de media-industrie
  • Bevat de vroegste en meest eenvoudige soorten onderzoeken naar media-publiek (omvang publiek; bereik; samenstelling publiek in sociale termen
  • Kwantitatieve methoden
  • Vroegste vormen massacommunicatieonderzoek: focus op mogelijke effecten massamedia
  • Typische effectenmodel waarbij publiek = weerloos, passief slachtoffer

Gedragstraditie

  • Reactie op vroegere direct-effecten model
  • Centraal: mediagebruik (ipv media-effecten)
  • Mediagebruikers = actief (wat doen mensen met de media)
  • Kwantitatieve methoden

Culturele traditie

  • Op kruispunt sociale wetenschappen en letteren
  • Veel kwalitatieve methoden
  • Aandacht naar studie van de populaire cultuur in al zijn vormen (mediateksten zijn belangrijk)
  • Publiek = lezer (interpretatieve gemeenschap)
  • Mediagebruik = reflectie van de socio-culturele context, als een aspect van de alledaagse ervaring

Onderzoeksmethoden

Kwantitatieve methoden; kritiek:

Studies doen vaak beroep op zelfrapporteringen (self-reports)

  • = respondenten moeten zelf hun gedrag omschrijven
  • Vraag: hoe betrouwbaar? (mediagedrag vaak weinig bewust – moeilijk te omschrijven/ mensen niet altijd eerlijk)

zijn transversaal (cross-sectional)

  • = men ondervraagt een groep mensen/ respondenten éénmaal
  • Opleveren momentopname (niet mogelijk causale conclusies te trekken)

Gebruiken niet uniform gedefinieerde en geoperationaliseerde concepten

  • Men is zeer onnauwkeurig met terminologie en operationalisering
  • Studies spreken elkaar vaak tegen
Lees meer...

Veranderende publieksconcepten

1. Eerste wetenschappelijke visie publiek:

  • Publiek = massapubliek
  • Gekenmerkt door: heterogeniteit, anonimiteit, verspreidheid, non-interactie, gebrek leiderschap, passiviteit, beïnvloedbaarheid, wispelturigheid, ontbreken van verfijnde smaak

Visie in ’50 aangevallen: veel van de eigenlijke media-ervaring, bleek persoonlijk, kleinschalig en sociaal geïntegreerd te zijn.

2. Tweede periode:

  • Publiek = groep
  • Mensen zijn geen passieve en makkelijk manipuleerbare wezens, hebben eigen media-keuzes

3. ’80 door klemtoon op winst en economische aspecten

  • Publiek = markt (groep consumenten)
  • Centraal: economische relatie tussen zender en ontvanger (nadruk op consumptie)
  • Aggregaat van feitelijke/ potentiële consumenten van mediadiensten/producten met bekend socio-economisch profiel
  • Secundair belang: effectieve communicatie en kwaliteit publiekservaring
Lees meer...

Massacommunicatie: het publiek

Publiek = collectieve term voor ontvangers in het eenvoudige procesmodel van communicatie

  • Kan naar verschillende soorten dingen verwijzen:
    • Publiek van 1 programma
    • Publiek van een serie
    • Publiek van een zender
    • Publiek van een medium
    • Publiek dat op bepaald moment kijkt
    • Onderscheid:
      • Feitelijk publiek = mensen die medium of mediumboodscap consumeren
      • Doelpubliek = mensen waarop makers boodschap mikken

Lees meer...

Mediagenres

Kenmerken

Algemeen: genre = een type of soort van cultureel product

  • Maakt duidelijk dat er een soort samenhang is tussen de verschillende mediaproducten (vormen een categorie)

Kenmerken genre:

  • Collectieve entiteit erkend door producenten en publiek
    • Helpen verwachtingen creëren (vanuit standpunt publiek)
    • Heeft invloed op hoe televisieteksten worden geklasseerd, geselecteerd en begrepen (kijkers)
    • Belangrijke omschrijving van project (producenten)
    • Mogelijk studie van een medium op te delen (acedemici)
    • Hun identiteit is gebaseerd op doelstellingen, vorm en betekenis of verwijzing naar realiteit
      • Lacey: elementenrepertoire waarop tv-genres steunen bestaat uit: soorten personages, setting, iconografie, narrative, stijl

Narrative = vragen of taken die beantwoord/ uitgevoerd moeten worden

  • Berger: 4 tv-genres (op basis van 2 variabelen: graad objectiviteit en emotionaliteit met 2 dimensies (hoog/laag))
    • Wedstrijden (competitie en echte spelers)

Echt & emotional involving

  • Actualities

Objectief en niet emotioneel

  • Persuasieve genres (doel om te overtuigen)
  • Drama
  • Kritiek Berger: moeilijk te hanteren schema want constant nieuwe genres

Figuur 57

Identiteit heeft zich over tijd heen ontwikkeld, is uitgegroeid tot conventies.

Genres hebben vaak subgenres (betekenis varianten vaak gebaseerd op omkering van elementen uit originele code) – ook hybride genres

Genres kunnen binnen medium, maar ook over media heen onderscheiden worden.

Voorbeeld van een recent genre: reality TV

Ontstaan eind ’80 binnen ‘nieuwe omroeporde’

  • Bleek op veel bijval van publiek te kunnen rekenen
  • Eerst in VS

Figuur 58

Kilborn: 3 elementen onderscheiden in definitie reality-tv:

  • ‘recording the wing’: camera treed in dagelijkse leefwereld van de mensen registreert bij toeval wat er gebeurt (fly on the wall)
    • Kritiek: mensen gedragen zich anders, wanneer ze zich bewust zijn van camera
    • Simulatie van het echte leven (dramatisering/cliffhangers)
      • Verschil non-fictie: geen lineaire structuur, geen begin of einde
      • Ontbreken duiding en inkadering van de gebeurtenissen en ontknoping
      • Reality credentials (realityclaim of aanspraak op realiteit)
        • Benadrukken realiteitswaarde (toch link ontspanning)
        • Meeste realityshows mix van verschillende genres
        • Authenticiteit centraal
        • Ligt voor groot deel in geloof van kracht van het medium

Reality-tv oorspronkelijk: programma’s waarin interventies werden getoond; maar uitgroeien tot bredere noemer met verschillende subgenres:

  • Reality-magazine (journalistiek magazine dat cases uit het echte leven presenteert)
  • Docu-soap (toont echte plaatsen en echte personen, verbonden met speciale locatie, instelling, interesse)
  • Reality show (serialized vorm van spelprogramma met gewone mensen in buitengewone situaties)

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen