Collectieve actie
- Gepubliceerd in Filosofie
- Economie (eigenbelang) en ethiek (goed doen voor anderen) gaan niet samen stellen velen. Tekst wil aantonen dat de relatie economie-ethiek complexer is dan sommige naïeve economen denken.
- De Sterrenhemel => kennis van Newton, universele
- De Zedenwet => categorische imperatief
1. te rigide => het is manier van denken die te veel van ons eist
2. te formeel => in veel gevallen weet je niet precies wat de categorische imperatief zou voorschrijven
3. te serieus => het lijkt alsof je een morele daad met tegenzin moet uitvoeren als je wil dat ze een morele waarde zou hebben.
- HYPOTHETISCHE IMPERATIEF = alsdan –redenering.
- CATGEORISCHE IMPERATIEF = ik moet dit doen (niet gedreven voor op een goed blaadje te staan bij iets of iemand)
Dieren => worden gedreven door reflexen
De mens => zit hier tussenin en bezit reflexiviteit.
- HYPOTHETISCHE IMPERATIEF = alsdan –redenering.
- CATGEORISCHE IMPERATIEF = ik moet dit doen (niet gedreven voor op een goed blaadje te staan bij iets of iemand)
Dieren => worden gedreven door reflexen
De mens => zit hier tussenin en bezit reflexiviteit.
- hoe kan het dat er goede daden zijn?
- Wat zijn goede daden?
Copernicus draait voor het eerst de zaken allemaal om, wat leidde tot een eenvoudiger inzicht. Hij gaat alles vanuit een nieuw perspectief aanpakken.
Kant doet dit ook. Hij gaat er vanuit dat er kennis is in de wereld. Dit is een totale omwenteling in het denken.
Volgens Kant bestaat deze Copernicaanse wending ook uit het feit dat we alles met een roze blik bekijken. Kant gaat het cogito en de empirie vermengen en niet apart gaan denken zoals de anderen.
vb. De blik op het landschap
=> is volgens hem al onmiddellijk een geconstrueerde blik in bijvoorbeeld tijd en ruimte. De causaliteit is onmiddellijk in actie.
=> we kijken dus met een raster op de perceptie naar de wereld waar we wetmatigheden kunnen uithalen. Dit zorgt voor categorieën zoals tijd & ruimte, causaliteit. Moest het er niet zijn, waren alle dingen gewoon pixels en betekende het niets.
=> Hij spreekt over de synthetische oordelen a priori
GEVOLG: het is heel moeilijk de observatieve blik van de observator eruit te halen en zo objectief te observeren.
Vb. Wat is de bank zelf zonder mijn blik?
= DAS DING AN SICH. Maar volgens Kant weet niemand hoe dit eruitziet zonder je blik want je kan niet anders dan met je blik naar de wereld kijken.
=> Hij maakt een onderscheid tussen de eerste werkelijkheid (die waarin wij leven, FENOMENALE WERELD) + de tweede werkelijkheid (die de ware aard toont van objecten, NOUMENALE WERELD). Maar deze laatste kunnen we volgens hem dus niet kennen.
Opgepast: Kant zijn wending naar het subject (terwijl het vroeger altijd het object was geweest) mag men niet verwarren met subjectivisme!
Het is niet zo dat de werkelijkheid voor iedereen anders uitziet. De categorieën zijn universeel!
Dit probleem van de tweede werkelijkheid geraakt opgelost wanneer HUSSERL komt. Die schrapt namelijk DAS DING AN SICH en de tweede werkelijkheid. Volgens hem is de eerste werkelijkheid de enige die er is.