Menu

Binet

  • Geloofde eerst erg in de invloedrijke kracht van hypnotiseren, maar kwam er na jaren achter dat de effecten na de hypnise voortkwamen door observer-expectancy: suggesties door de hypnotiseur op de patient. Hier leerde hij van objectief te zijn.

  • Individual Psychology: Binet geloofde dat er verschillende soorten van intelligentie waren: verschillende soorten manieren van oplossen bestaan er per persoon.
    • Hij vond ‘Suggestebility’ voorkomen moest worden.
  • Binet gebruikte Projective testen om geheugen, redeneringsvermogen, fantasie vermogen te meten.
  • Later verwierp Binet deze theorie en daarbij verklaarde hij dat men oneindig veel tijd nodig heeft om individuele psychologie goed te bestuderen. Het is niet te meten in korte testen. – Individuele psychologie testen legden een basis voor zijn IO testen.
  • Samen met Simon wilde Binet een test creëren die kinderen kon identificeren die extra scholing nodig hadden.
    • De 1905 Testen: Bij hun eerste poging ging Binet een groep mentaal gehandicapte en een groep ‘gewone’ kinderen testen op verschillende dingen, waarbij het meten van bijv. lezen en schrijven werden vermeden want dat zou de voorwaarde met zich meedragen dat de kinderen goed konden meedraaien op school en ging het zo niet om de intelligentie.
    • Eerst kwamen hier niet overtuigende verschillen uit tussen de twee groepen.
    • Doorslaggevende Oorzaak → leeftijd Normale kinderen leerden op JONGERE leeftijd wat geestelijke gehandicapte kinderen pas veel later of nooit leerden. (Voortaan werd bijv ‘aandacht’ getest etc)

Lees meer...

Skinner

  • Wilde antwoord op vragen die gingen over Waarom mensen zich gedragen zoals ze zich gedragen. Hij vond inspiratie in de ideeën van Pavlov en Watson.
    • Operante conditionering: Vertoond gedrag wordt versterkt/verzwakt door beloning/straf. Stimulus is niet relevant.
    • Hierbij moet er door het dier wel invloed worden uitgeoefend op de omgeving om bijv de stimulus te bereiken: Operante reactie. R-S situatie.
    • Beloning of straf moet direct na gegeven respons optreden anders treed extinctie op.
    • Valt onder behaviorisme.
    • Voorbeeld met de kat in de doos die alleen bij het eten kon komen (stimulus) als hij uit de doos kon komen door aan het hendeltje te trekken. (respons)
  • Skinner Box: Kooi met rat erin. Rat kon drukken op knop om eten te krijgen. Met behulp van deze box bestudeerde hij het leerproces bij ratten.
  • Cumulative Record: Eerst raakte het dier de knop per ongeluk aan en kwam er geleidelijk achter dat er na een druk op de knop eten kwam. Hierdoor ging hij steeds vaker en sneller drukken doordat deze actie werd ge-Reinforced.
  • Contingencies of Reinforcement werd getest door het geven van eten te manipuleren in verschillende Reinforcement Schema’s: (2)
  1. Vaste Interval Schema / Fixed-interval Reinforcement schedule: Het gedrag werd de 1e keer ge-reinforced daarna volgden bekrachtigingen pas na een bepaalde interval (tijd). Concequentie: Het gedrag van de dieren werd frequenter aan het einde van de intervallen, dus als het ongeveer weer tijd was om eten te krijgen (dit kregen ze door) dan werd de knop vaker ingedrukt.
  2. Vast Ratio Schema / Fixed-Ratio Reinforcement schedule: De ratten kregen bekrachtiging nadat ze een bepaald aantal keer een gedrag hadden vertoond (Bijv: 3 keer op de knop drukken = eten). Het gewenste gedrag (reactie) kon beter gestabiliseerd worden als het aantal ‘nodige’ reacties verhoogde zodat de rat aangespoord werd om steeds harder te werken.
  3. Variabele Interval en Ratio Schema: Het aantal beloningen en de intervallen werden constant gevarieerd. Consequentie: De ratten toonden een soort verslavings-gedrag die men ook ziet bij gokverslaafden. De rat had iedere keer ‘hoop’ op een beloning. Het was nu heel moeilijk op het knop-indruk-gedrag af te leren zelfs wanneer er helemaal geen beloning volgde.


· Respondent Condotionering: Het leren van Pavlov noemde Skinner zo.

· Verschillen tussen Operante Conditionerting en Respondent Conditionering in Leren:

  1. Bij Operant conditioneren wordt het gedrag door het organisme ZELF geïnitieerd, terwijl bij Respondent conditioneren LOKT een Stimulus een reactie uit.
  2. Bij Operant conditioneren bestaat het gedrag al, terwijl bij Respondent conditioneren leren er nieuwe stimulus-respons ketens (nieuw gedrag) worden aangeleerd.
  3. Bij Operant conditioneren weet je nooit precies welke stimulus voor het eerst nou voor het gewenste gedrag zorgde, bij Respondent conditioneren kan je zelfs Bepalen wat de Ongeconditioneerde stimulus en de Geconditioneerde stimulus zal zijn.
  4. Bij Respondent conditioneren meet men de Sterkte van de Respons (hoeveelheid kwijl etc) en bij Operant Conditioneren kijkt men naar het Aantal Responsen
Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen