Menu

Wiener Kreis

·Voor de leden van de Wiener Kreis was een uitspraak gerechtvaardigd (dat wil zeggen: ‘wetenschappelijk’) als die in de werkelijkheid bruikbaar was.

·Zij werden geïnspireerd door inzichten uit de logica. De logica leerde dat er een verschil kan zijn tussen uitspraken met een schijnbaar identieke grammaticale structuur: bijvoorbeeld tussen de zinnen: ‘het Niets bestaat’ en ‘het collegedictaat bestaat’. Het verschil is dat de eerste uitspraak niet en de tweede wel betekenisvol is omdat de eerste niet en de tweede wel empirisch (dat wil zeggen door waarneming) verifieerbaar is.

·Op grond van inzichten uit de logica kwamen zij tot de conclusie dat de toets voor de bruikbaarheid van een uitspraak de empirische verificatie ervan was. Empirische verificatie is de reductie van een uitspraak tot een uitspraak over de waarneming (reductionisme). Uitspraken die niet tot een waarneming te reduceren zijn, zijn betekenisloos, pseudouitspraken, metafysische uitspraken, niet-wetenschappelijke uitspraken. Dit is het verificatiecriterium van betekenis.

·Het verificatiecriterium van betekenis bleek al snel te streng. De uitspraak ‘alle eenden hebben een snavel’ kan nooit geverifieerd worden. In plaats van het verificatiecriterium van betekenis kwam het zwakkere criterium van confirmatie. Dat is: de mate waarin een theorie door empirische waarnemingen ondersteund wordt. Een bruikbare theorie wordt niet door alle, maar wel door heel veel waarnemingen ondersteund.

·Belangrijke implicaties van het verificatiecriterium van betekenis:

–Er zijn geen synthetisch a priori uitspraken. Er zijn geen uitspraken over de buitenwereld (synthetische uitspraken) die onafhankelijk van de waarneming waar zijn. Elke uitspraak over de buitenwereld moet empirisch geverifieerd worden. Alle uitspraken over de buitenwereld die gedaan worden vóór toetsing met het verificatiecriterium van betekenis zijn analytisch, dat wil zeggen ‘verzinsels’ (= strikt onderscheid tussen analytische en synthetische uitspraken).

–Wetenschappelijke kennisgroei kan het gevolg zijn van: sterkere confirmatie van een theorie; of de keuze van nieuwe analytische uitspraken die bruikbaarder zijn dan andere.

–Elke betekenisvolle uitspraak moet gereduceerd kunnen worden tot een uitspraak over de directe waarneming (= reductionisme).

–Realisme is betekenisloos: de uitspraak dat een theorie die met onze waarnemingen in overeenstemming is ook de wereld achter de waarnemingen beschrijft zoals die is, kan niet met weer andere empirische waarnemingen worden geverifieerd.

·Gevolgen van het verificatiecriterium van betekenis voor het onderzoeksprogramma van de Wiener Kreis:

1. Het streven om uitspraken over waarneming in een universele, theorie-onafhankelijke taal uit te drukken. Als basis voor zo’n taal die alleen het gegevene uitdrukt, kunnen feiten of ervaringen dienen.

-- reductie van uitspraken tot uitspraken over zuivere feiten (= fysicalisme); probleem: er bestond tussen de verschillende takken van wetenschap geen overeenstemming over het karakter van een feit: een natuurkundig feit verschilde van een scheikundig feit en een biologisch feit.

-- reductie van uitspraken tot uitspraken over zuivere ervaringen (= fenomenalisme); probleem: ervaring is persoonlijk.

2. Het streven naar een eenheidswetenschap. Uit alle takken van wetenschap de harde kern van uitspraken over de waarneming destilleren en zuiveren van alle metafysische uitspraken. De leden van de Wiener Kreis zagen dit streven als onderdeel van hun project om het gewone volk te bevrijden uit de ban van theologische, nationalistische en kentheoretische drogredeneringen.

Lees meer...

Ontwikkelingen na Kant

·Kant ging er van uit dat er in de geest een stelsel van onbetwijfelbare, a priori geldige uitspraken over de buitenwereld bestond dat voor altijd vast lag. Verandering in wetenschappelijke kennis was niet mogelijk. Aan het begin van de 20e eeuw bleek dat Kants synthetisch a priori uitspraken niet onbetwijfelbaar waren. Einsteins relativiteitstheorie, de kwantummechanica en grote sociale en culturele revoluties trokken de veronderstelling dat kennis voor eeuwig vast staat in twijfel.

·Het probleem is nu niet langer een verklaring te zoeken voor de mogelijkheid van objectieve kennis, maar voor de verandering en verbetering van kennis. Dit probleem spitst zich toe op de vraag hoe wetenschappelijke van niet-wetenschappelijke uitspraken onderscheiden moeten worden, of hoe verouderde, slechte kennis van nieuwe, betere kennis onderscheiden moet worden, de vraag naar het demarcatiecriterium.

·Hiermee verschuift de vraag van het proces van wetenschappelijke kennisverwerving zelf (= context of discovery), naar de vraag of en hoe een uitspraak (idee, uitspraak, hypothese, theorie) gerechtvaardigd is (= context of justification). Deze filosofische omwenteling wordt de linguistic turn genoemd: de aandacht is vooral gericht op het onderzoek van theoretische uitspraken over de werkelijkheid. Niet, maar.

·Voorbeeld: Friedrich Kekulé kwam door een droom (twee slangen die elkaar in de staart beten) tot een wetenschappelijk gerechtvaardigde oplossing voor de structuur van het benzeenmolecuul; na de linguistic turn besteden we geen aandacht aan hoe de droom in Kekule’s hoofd kwam, we onderzoeken alleen of zijn uitspraken daarna wetenschappelijk relevant (gerechtvaardigd) zijn.

Lees meer...

Immanuel Kant

·Kant ging er net als Hume van uit dat zintuiglijke waarneming niet door het experiment gezuiverd kan worden, maar hij wilde Humes conclusie dat zekere kennis over de werkelijkheid daardoor onmogelijk is niet accepteren. Volgens hem was zekere kennis over de werkelijkheid wel mogelijk en hij onderzocht hoe zulke kennis mogelijk was. Hij deed dit door aan te tonen dat synthetisch a priori uitspraken (zekere uitspraken over de werkelijkheid voorafgaand aan de waarneming) mogelijk waren.

·Zekere kennis over de werkelijkheid is mogelijk door de structuur van de menselijke geest. Onze kennis is zoals die is omdat die vormgegeven wordt door aanschouwingsvormen en categorieën die in de geest zelf aanwezig zijn. Kant noemde ons aangeboren besef van ruimte, tijd, kwantiteit, kwaliteit, relatie (oorzakelijkheid) en modaliteit (mogelijkheid, zijn, noodzaak). De geest registreert niet passief indrukken uit de buitenwereld, maar is zelf actief in het construeren van kennis. Dit wordt genoemd de copernicaanse wending van Kant: zoals Copernicus aantoonde dat de zon niet om de aarde, maar de aarde om de zon draait, toonde Kant aan dat menselijke kennis niet voortvloeit uit het ding, maar uit de geest. Ons kenvermogen speelt een actieve rol in de constructie van onze kennis van de werkelijkheid; kennis is niet een passieve registratie van ervaring. Eigenlijk zegt Kant dat onze geest een gereedschapskistje heeft waarmee kennis van de werkelijkheid in ons hoofd komt: niet maar. Het betekent dat de geest niet de wereld van de dingen zelf (Dinge an sich) kent.

·De vormen en categorieën van de menselijke geest zijn niet empirisch vast te stellen. Zij zijn transcendentaal. Het zijn geen dingen maar voorwaarden zonder welke kennis niet mogelijk is. Tezamen heten die vormen en categorieën het transcendentaal subject.

·Menselijke kennis was volgens Kant niet subjectief, niet volkomen afhankelijk van de individuele geest. De vormen en categorieën waarmee de geest kennis construeerde, waren kenmerken van de menselijke geest als zodanig. Ieder mens beschikt over die vormen en categorieën. Het transcendentaal subject was universeel.

·Volgens Kant waren synthetische a priori uitspraken (zekere kennis voorafgaand aan de waarneming) mogelijk op grond van het transcendentaal subject.

·Ook in de ethiek: naar analogie van de copernicaanse wending: de menselijke geest heeft transcendentale, ethische regels die zijn gevoel in toom houden. Bijvoorbeeld: de gulden regel: behandel een ander zoals je zelf behandeld zou willen worden.

·Kants vertrouwen in de rede (zowel in de filosofie als de ethiek) maakt hem een belangrijke vertegenwoordiger van de Verlichting.

Lees meer...

David Hume

·David Hume trok de uiterste consequentie uit de kloof tussen geest en materie. Voor zijn analyse onderscheidde Hume twee soorten uitspraken:

–analytische uitspraken die alleen ‘in de geest’ ontstaan en waar zijn op grond van definities; op grond van de betekenis van de woorden die er in voorkomen; A=A, vrijgezellen zijn getrouwd. Volgens Hume zijn analytische uitspraken noodzakelijk waar: ze drukken a priori kennis uit: kennis voorafgaand aan de waarneming.

–synthetische uitspraken over de ‘materie’ die waar zijn op grond van feiten: deze stoel is blauw. Synthetische uitspraken drukken volgens Hume a posteriori kennis uit: kennis na waarneming.

·Volgens Hume waren synthetische uitspraken per definitie onbetrouwbaar. Je kunt zintuiglijke ervaring niet door een systematische werkwijze (experimenten) zuiveren:

–inductieprobleem: je kunt niet uit eindige uitspraken tot een universele uitspraak komen; je kunt domweg niet een oneindig aantal waarnemingen doen.

–probleem van causaliteit: causaliteit veronderstelt een noodzakelijke relatie tussen gebeurtenissen A en B. Ook hier speelde het inductieprobleem: je kunt domweg niet vaststellen dat B altijd op A volgt. Noodzakelijkheid is niet logisch dwingend

–consistente waarnemingen zijn onmogelijk; we ontvangen elk moment talloze zintuiglijke prikkels die veranderlijk zijn; als onze kennis op die prikkels gebaseerd zou zijn, dan zouden we aan de waarneming van chaos bezwijken.

·Hume’s conclusies waren zeer bedreigend voor de wetenschap. Zonder inductie, zonder causaliteit en zonder consistente waarneming werd het traditionele beeld van de natuurwetenschap ondermijnd. Hume’s oplossing: zekere kennis over de werkelijkheid is een psychologische illusie; we doen alleen alsof we constante objecten en oorzaak en gevolg waarnemen; voorbeeld van kentheoretisch scepticisme.

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen