Menu

Recente geschiedenis van de klinische psychologie

Recente geschiedenis van de klinische psychologie

Indeling van komende onderdelen:
1) Theorie
2) Diagnostiek
3) Therapie

Begin 1900 (20ste eeuw)
1940: Binnen de APA werd de sectie klinische psychologie opgericht.
1) Theorie: psychoanalyse
2) Diagnostiek: intelligentieonderzoek
3) Behandeling: therapie volgens de psychoanalyse

De jaren ‘50

1) Theorie
- belangrijke bijdrage door Erikson: eerste stap in de richting vd ontwpsych
- de leertheorieën kwamen meer in beeld
- experiëntiële theorie en de algemene systementheorie ontstonden geleidelijk

2) Diagnostiek: het geloof in de diagnostiek was groot
- intelligentieonderzoek (er was wel kritiek op de cultuurgebonden aspecten; WAIS)
- persoonlijkheidsonderzoek (belangrijke tests: MMPI, Rorschach)

3) Behandeling
- gedragstherapie
- experiëntiële therapie

De jaren ‘60

1) Theorie
* Personal construct theory van Kelly
- gaat ervan uit dat een persoon een geheel aan constructen ontwikkelt
- persoonlijke constructen = representaties van hemzelf, anderen en de hem omringende wereld
- obv deze constructen bouwt een persoon verwachtingen op over het gedrag van
anderen en organiseert hij zijn eigen gedrag in functie van deze verwachtingten

* Systeemtheorie
- wijziging in de opvatting over de causaliteit van psychische problemen
-> lineaire causaliteit wordt circulaire causaliteit
- aandacht voor de invloed van systemen op het probleemgedrag bij personen

2) Diagnostiek
- kritiek op de projectieve technieken: hun betrouwbaarheid en validiteit is ontoereikend
- ontwikkeling van specifieke vragenlijsten
=> bij de ontwikkeling van deze vragenlijsten werd er meer nadruk gelegd op
‘multi method – multi agent’
= er moesten meerdere instrumenten gebruikt worden en meerdere informanten bevraagd worden
Bv. CBCL (om probleemgedrag van kinderen in kaart te brengen)

3) Behandeling
- systeemtherapie ontwikkelt zich vanuit de algemene systeemtheorie
- eerste overzichtstudies nr het effect van psychotherapie gepubliceerd
=> Resultaat
- 1/3 vd cliënten komt er niet beter uit
- Eysenck: percentage vd cliënten die na de therapie verbeterden is evenveel als het percentage spontaan herstel

De jaren ‘70

1) Theorie
- sociaal leren (Bandura): individu verwerft gedrag via observatie
- operante leerparadigma’s (Skinner: OC)
- klassieke leerparadigma’s (Pavlov: KC)

2) Diagnostiek: negatieve visie op het gebruik van testing:
- klinisch interview vs gedragsanalyse
- grote aandacht voor psychometrische kwaliteiten van testen
- toenemend belang aan diagnosestelling en de ontwikkeling vd DSM

3) Behandeling
- toepassing van operante en klassieke conditionering met als belangrijke concepten beloning
en straffen
- systeemtherapie: bekende richtingen:
- communicatietheoretische richting (Palo Alto groep)
- cybernetische richting (Palazzoli)
- structuur-analystische richting (Minuchin)
- strategische richting (Haley)
- partnerrelatietherapie
- onderzoeken naar de effecten van psychotherapie krijgen een belangrijkere rol
=> resultaat: professionalisering vd psychotherapie
- preventie: voorkomen van medische problemen doordat men er meer inzicht in krijgt

De jaren ‘80

1) Theorie: belangrijke concepten die gehanteerd worden bij specifieke problematieken zoals
depressie, verslaving en schizofrenie
- learned helplessness (aangeleerde hulpeloosheid) : belangijk in het kader van depressie
- self-efficacy (zelf waargenomen competentie): belangrijk in het kader van verslaving
- expressed motion: belangrijk bij schizofrenie

2) Diagnostiek
- was nog steeds niet populair
- men begon wel in te zien dat het nodig was
- lancering vd term ‘klinische psychodiagnostiek’
- verdere ontwikkeling van vragenlijsten

3) Behandeling
- opmars vd cognitief gedragsmatige beandering
- verschil in conceptualisering van problemen bij kinderen en adolescenten enerzijds en
volwassenen anderzijds
- als verklaringsmodel voor emotionele, sociale en gedragsproblemen bij kinderen werden
concepten als ontwikkeling, ontwtaken, risico- en beschermende factoren opgesteld
- onderzoek naar de indicatiestelling voor en de effecten van psychotherapie
-> werd meer belangrijk
-> niet eenvoudig
- technieken combineren (=eclecticisme)

De jaren ‘90

1) Theorie: men doet nog steeds beroep op
- leertheorie
- cognitieve theorie
- sociaal leren
- persoonlijkheidstheorie
- bij kinderen: ontwikkelingspsychopathologie

2) Diagnostiek
- diagnostisch proces van De Bruyn
-> integratie van specifieke instrumenten
-> integratie van DSM diagnoses

3) Behandeling
- principe van ‘managed care’: 2 belangrijke karakteristieken:
- geboden hulp gebeurt obv een duidelijke indicatiestelling die de cliënt de beste zorg garandeert
- opvolging (zodat de indicatiestelling, uitvoering en evaluatie
voldoen aan hoge kwaliteitscriteria)

Bevordert de verwetenschappelijking die tot uiting komt in de nadruk op evaluatie en de protocollaire werking (protocol = hierin staat wat je precies moet doen per sessie om een ziekte te behandelen)

De jaren 2000

1) Theorie

- nadruk op werken vanuit de experimentele psychopathologie
-> via wetenschappelijk onderzoek gaat men evidentie zoeken voor bepaalde oorzakelijke werkingsmechanismen vd verschillende psychopathologieën
-> vanuit deze wetenschappelijke evidenties trekt men conclusies naar depraktijk
- evidence based klinische psychologie
= praktijk vd psychologische hulpverlening moet zich baseren op wetenschappelijke
evidentie in de selectie en uitvoering van zijn technieken en methoden

2) Diagnostiek

- diagnostisch proces van De Bruyn is aangepast doorheen de jaren
-> dit heeft geleid tot het empirisch model vr probleemidentificatie, dit model
vormt de basis vh cognitief-gedragstherapeutisch werken

3) Behandeling

- overgang: eclecticisme -> integrationisme
=> poging om tot een overkoepelende theorie te komen

- deze evolutie vindt plaats binnen de cognitieve gedragstherapie die integratie zoekt met
emotietheorieën, met de sociale psychologie en met leertheorieën

Lees meer...

Voorgeschiedenis van de klinische psychologie

De Grieken

Hippocrates:
-> geestesstoornissen moeten beschouwd worden als een ziekteproces dat in principe niet afwijkt van elk ander ziekteproces

=> een psychische ziekte werd beschouwd als een somatische ziekte en de oorzaken werden op het natuurlijk (en dus nt op het bovennatuurlijk) vlak gezocht

  • onderscheid tss psychologische oorzaken (psychogenese) en fysiologische oorzaken (somatogenese)
  • beschikbare kennis over de mens was beperkt door het religieuze verbod op het ontleden vh menselijk lichaam
  • hij veronderstelde dat verschillende geestestoestanden het gevolg zijn van een onevenwichtige verdeling vd 4 lichaamssappen: bloed, gal, slijm en zwarte gal.
  • hij beschreef 3 abnormale geestestoestanden: manie, melancholie en phrenitis (hersenkoorts)

De Romeinen

Dominantie van religieuze of demonische visie op het ontstaan van geestesstoornissen. Ideeën over psychische ziekten waren vooral gebaseerd op religieuze en mythologische opvattingen.

  • Geestesziekte werd gezien als een straf vd goden, met als gevolg dat psychiatrische patiënten vaak ontoerekeningsvatbaar worden verklaard en hun vrijheid werd hen ontnomen (behandeling).
  • Romeinen gingen de oorzaak wel zoeken in het bovennatuurlijke

De Middeleeuwen


Christelijke kerk had veel invloed:

  • Tijdens de Middeleeuwen werd er een religieuze betekenis aan geestesziekten verbonden
  • ‘Geestelijke abnormalen’ waren bezeten door de duivel
  • Genezende praktijken: mengeling van religieuze, magische en medisch methoden (pelgrimstochten, exorcisme, …)
  • Zorg voor de patiënt = taak voor de familie (alleen de gevaarlijke psychiatrisch gestoorden werden geïsoleerd.

De 15de & 16de & 17de eeuw


Ontstaan van intramurale behandeling:
- dolhuysen : bedoeld voor de meest ‘ontembare gekken’.
- tuchthuizen hierin werden mensen ondergebracht die onproductief waren of door hun
- werkhuizen gedrag smet wierpen op de burgerlijke orde (bedelaars, hoeren, …)

Het ontstaan van dol-, tucht- en werkhuizen hing nauw samen met de toenemende verstedelijking en rationalisering vd opkomende kapitalistische m’ij. In deze tijd was er een grote intolerantie voor
onredelijk gedrag (weinig ruimte en begrip voor krankzinnigen).

De 18de eeuw


Franse Revolutie -> grote behoefte aan ongeschoolde en goedkope arbeidkrachten -> onderscheid
tss gekken en criminelen

Criminelen werden aan het Overgang 19de eeuw: humanitaire houding werk gezet tov gekken -> afzondering (gn ketens meer)
-> basis voor de psychiatrie
Door de liberale idealen (vrijheid, gelijkheid
en broederschap)

De 19de eeuw

Pinel (Fr) had een voortrekkersrol bij de ontketening vd psychiatrische patiënten.

Volgens hem : oorzaak geestesziekte = evenwichtstoornis in de emoties
=> Behandeling: herstellen van dit evenwicht dr een combinatie van vriendelijkheid, steun en zachte dwang

1841: Krankzinnigenwet (krankzinnigheid werd erkend als een ziekte)
J. Guislain (Vlaanderen): belangrijk hervormer die pleitte voor reorganisatie vd asielen om de morele en fysieke heropvoeding van de geestesziekten te vergemakkelijken.

Deze hervormingen werden ‘moral treatment’ (MT) genoemd:

=> 3 belangrijke doelen:
- het opheffen vd mistoestanden in de tehuizen en inrichtingen
- staatstoezicht om de inrichtingen te controleren
- een optimistische visie op behandeling en geesteszieken

Opm: - MT werd vooral toegepast bij de beter toegankelijke en rijkere psychiatrische patiënten
- MT heeft slecht enkele tientallen jaren stand gehouden

De 20ste eeuw


Stijging in het aantal psychiatrische patiënten door de industrialisatie en de urbanisatie -> weinig
ruimte voor behandeling => Opberg psychiatrie

  • nadruk op aanbieden van een rustige omgeving
  • aandacht voor natuurwetenschappelijke en medischgeoriënteerde benaderingen

! Kraeplin (D): indeling van psychiatrische ziektebeelden (eerste diagnostisch systeem)

In deze periode gingen psychiaters zich ook meer bezighouden met individuele psychotherapie, dit
leidde tot de ontwikkeling vd psychoanalyse.

=> handvat vr de behandeling
=> meer optimistische kijk op de behandeling

Clifford Beers (Am ex-psychiatrisch patiënt) pleitte voor hervormingen in de psychiatrie
=> Psychohygiënische beweging: aandacht voor sociale en psychologische aspecten

Een ander belangrijke rol in de 20ste eeuw was de ontdekking van de psychofarmaca in 1952
-> men stelde vast dat medicatie voor TBC ook werkzaam was als anti-depressiva
=> doorbraak vd biologische psychiatrie !

Dit gaf de psychiatrische ziekenhuizen de kans om een ander beleid te gaan voeren

  • er waren minder hardere methoden nodig om psychiatrische patiënten kalm te houden
  • psychiatrische patiënten kunnen opgenomen worden op de afdelingen van algemene ziekenhuizen (PAAZ)

Gevolgen:
- vermenselijking van de psychiatrie en verminderde opsluitingen
- nog steeds symptoombestrijding, niet genezend
- gevaar voor passiviteit vd patiënt

Lees meer...

Werkdomeinen en werksettings

6 werkterreinen die zich situeren tss de psychopathologie en de gezondheidspsychologie met hun
bijhorende werksettings

A) Psychopathologie

= het terrein vd mentale stoornissen/ psychische problematieken
= depressie, angst, slaap -, eetstoornissen, persoonlijkheid, trauma
=> CAW (crisishulp)/GGZ/BJZ/PAAZ/Psychiatrie/ziekenhuis/verslavingszorg

B) Forensische psychologie

= het terrein van delinquentie. Psychologen worden betrokken bij het psychologisch onderzoek van verdachten en gevangenen, bij de behandeling van gevangenen en bij het beoordelen of een individu mentaal in staat is om in de rechtszaal te verschijnen
= dader- en slachtofferhulpverlening (vroeger focus op daders)
=> CAW (dader- en slachtofferhulp)/ justitiehuis/ gevangenis

C) Klinische neuropsychologie

= het terrein vd neuropsychologische disfuncties
= ADHD, epilepsie, …
=> Ziekenhuis/ revalidatiecentrum/ GGZ

D) Gerontopsychologie

= het terrein vd psychologische aspecten vh ouder worden
= dementie
=> RVT/ revalidatiecentrum/ expertisecentra dementie/ thuishulp voor senioren/ dagcentra

E) Partner- en relatiepsychologie

= het terrein vd partnerproblematieken
= echtscheiding, seksuele problemen, opvoedingsproblemen, …
=> CAW (bemiddeling, vluchthuizen)/ GGZ

F) Gezondheidspsychologie

= het terrein vd preventie op vlak vd algemene gezondheid
= hartkwalen, astma, eet- en slaapproblemen
=> Ziekenhuis/ LOGO’s/ SENSOA/ VIG/ BIVV

Lees meer...

Populatie

Epidemiologische onderzoek

KLP richt zich tot kinderen, adolescenten, ouderen, gezinnen waarin abnormaal gedrag (mentale stoornis) voorkomt.

Om zicht te krijgen op deze populatie is een veelzijdig epidemiologisch onderzoek uitgevoerd; dit is
onderzoek naar het voorkomen en de evolutie van stoornissen in een bepaalde bevolkingsgroep.

-> Onderzoek: gezondheidsenquête dmv interview door Demarest, Van der Heyden, et. al.

=> Mentale problemen worden in dit onderzoek omschreven als een chronisch en recurrent disfunctioneren vd gedachten, de emoties, de houding tov anderen en/of de relaties met andere.

=> Mentale problemen veroorzaken het lijden of vertegenwoordigen een handicap op een of meerdere domeinen vh dagelijks leven.

Ze situeren zich op een continuüm met aan het ene uiterste zware psychologische syndromen die veelal organisch van oorsprong zijn en aan het andere uiterste extreme gevoelens van stress en ontevredenheid.

=> Mechanismen die de oorzaak zijn van mentale problemen zijn divers en complex:
- samenspel tss organische, psychologische en sociale factoren bepaalt het zich voordoen, de
aard en de evolutie van het probleem
- ontstaan hangt samen met gebeurtenissen in het leven
- veranderingen in levensstijl en snelle sociale veranderingen spelen ook een rol

=> Vaststelling:
- aantal personen dat mentale problemen heeft is groot (25%had ooit psychisch ongemak)
- WGO (wereld gezondheidsorganisatie) verwacht een exponentiële toename

=> Gevolgen op het domein van fysieke en sociale gezondheid:
- sociale gezondheid: isolatie
- fysieke gezondheid: aandoeningen, ongezonde levensstijl

Prevalentie van mentale stoornissen


25% (1/4) meldt op het moment vd enquête psychisch ongemak!

Geslacht:

- vrouwen zijn meer vatbaar dan mannen
- vrouwen op vroegere leeftijd dan mannen
- vrouwen hebben meer specifieke problemen

Leeftijdsgroepen:

- alle groepen evenveel psycho-affectieve problemen (ongemak, depressie, angst)
- oudere groepen meer somatische problemen, slaapproblemen en medicatie

SES:

- lager geschoolden hebben iets frequenter mentale problemen

Urbanisatiegraad:

- gn onderscheid

Gewest:

- nauwelijks verschillen
- Vlaams gewest is iets beter

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen