Menu

Communicatie in hoog- en laagcontext culturen

Communicatie gebeurt altijd binnen een bepaalde context. Tijdens het communiceren komt er zoveel informatie binnen via de zintuigen dat de mens filters nodig heeft om te bepalen welke stimuli hij kan ontvangen. Hoeveel of hoe weinig betekenis je uit de context haalt, verschilt van cultuur tot cultuur. Hall onderscheidt hoog- en laagcontext culturen, waarbij hoog of laag niet beter of slechter betekent.

Laagcontext cultuur

  • In een laagcontext cultuur wordt informatie expliciet gecommuniceerd met woorden. De betekenis van een boodschap wordt vooral afgeleid uit de woorden waarmee deze gecodeerd is. In een laagcontext cultuur hebben mensen de behoefte om informatie te structureren in delen. Agenda’s, notulen en contracten helpen om informatieverkeer vlot te laten verlopen. Ook persoonlijke relaties, het werk of dagdagelijkse zaken worden apart gecompartimentaliseerd. Informatie komt niet soepel over. Veel blijft verborgen in die aparte compartimenten.
  • In België is het de norm om vanuit weinig context te communiceren. Dit wil niet zeggen dat iedereen in België zo communiceert, maar wel een groot deel van de Belgische bevolking.
  • Voorbeelden: Noordwest-Europa, Noord-Amerika (VS en Canada), Australië, Nieuw-Zeeland


Hoogcontext cultuur

  • In hoogcontext culturen zit een deel van de boodschap in de persoon zelf en in de context van de communicatie. Er wordt weinig expliciet met woorden overgedragen, maar veel op non-verbale wijze. Wat is de historie, de relatie, de sfeer waarin de gebeurtenis zich afspeelt? Welke non-verbale aspecten spelen een rol?
  • Mensen in hoogcontext culturen leven in grote gemeenschappen en beschikken over brede netwerken, waarbij persoonlijke en zakelijke netwerken op een natuurlijke wijze in elkaar overvloeien. Via hun netwerken houden mensen elkaar op de hoogte van veel informatie.
  • In het zakelijke leven hoeft slechts weinig op papier gezet te worden: contracten zijn er niet of slechts kort en ongedetailleerd. Men beschikt immers over veel meer dan woorden om te bepalen wat men wil communiceren. Je kan een band opbouwen zonder expliciet over de zakelijke inhoud te praten. De bedoeling van de gesprekspartner kan vaak afgeleid worden uit de relatie met de gesprekspartner.
  • Voorbeelden: Zuid-Europa, landen rond de Middellandse Zee, Midden- Oosten, Azië, Afrika, Latijns-Amerika


VOORBEELD

Paul, een Nederlandse architect, kreeg een uitnodiging om te komen praten met een Russische zakenman over een te bouwen hotel in Moskou. Deze zakenman had weinig interesse in de mooie portfolio die Paul had meegenomen. Hij nam hem twee dagen mee op stap langs de restaurants, nachtclubs en galerijen van Moskou. Ze dronken samen heel wat flessen champagne leeg. Hij liet hem zijn huis zien en toonde op een flatscreen foto’s van zijn vrouw en kind op een tropisch strand. Op zondagochtend ontbeet Paul thuis bij het gezin van zijn Russische zakenpartner. Een uur voordat Paul weer op het vliegtuig naar Nederland stapte, trok hij zijn stoute schoenen aan en vroeg de zakenman of hij de opdracht nu ook daadwerkelijk had. Waarop de Rus hem lachend op de schouders sloeg: “Natuurlijk, dat was toch al lang duidelijk? Ze vertrouwden elkaar toch?”. Een contract was niet nodig.


Bron: Hoefnagels & van Egmond, 2010, p. 80

VOORBEELD

Aan studenten in een internationale managementopleiding met diverse achtergronden werd gevraagd om een huis te beschrijven.

  • Veel voorkomende antwoorden van Nederlandse studenten (laagcontext cultuur) waren:
  • Vier muren, een puntdak, een voordeur en ramen. Een vrijstaand huis met een grote tuin, oprit en garage.
  • Voorbeelden van studenten uit een hoogcontext cultuur:
  • Het huis is vol met lieve mensen. Vader, moeder, grootouders en kinderen. Ze eten samen. Als ik ’s avonds laat thuiskom, brandt er nog licht.
  • Het is in een laan met grote oude bomen. Daar woonde vroeger een kunstenaarsechtpaar. Ze zijn overleden en hun dochter heeft het huis verkocht.
  • Het huis is in Barcelona. In een buitenwijk, niet ver van het centrum.
  • Het is modern.
  • Bron: Nunez, Mahdi & Popma, 2010, p. 21-22


Samengevat:

  • In sommige culturen waarin veel is geëxpliciteerd en context minder telt, zoals die van het Noorden en het Westen, komen sprekers bijna meteen ter zake en praten eventueel daarna nog wat door.
  • In culturen waarin weinig is geëxpliciteerd en context veel meer telt, zoals die van het Zuiden en Oosten, wordt vaak gepraat over allerlei andere dingen en de sprekers komen pas na verloop van tijd tot de kern. De gesprekspartners willen elkaar eerst wat beter leren kennen en de onderlinge verhoudingen aftasten alvorens verder op de zaken in te gaan.


Enkele kritische kanttekeningen bij hoogcontext en laagcontext cultuur:

  • De geografische verdeling van laag- en hoogcontextculturen is niet zo evident:
    • De landen in Midden-Europa zijn bijna laagcontext cultuur te noemen, maar zijn vergeleken met Noordwest-Europa toch meer te plaatsen in een hoogcontext cultuur. Je zou kunnen spreken van middencontext cultuur.
    • Oost-Europa ligt tussen hoogcontext en middencontext in.
  • Hou steeds rekening met plaatselijke verschillen en subculturen.
    • Vrouwen communiceren met meer context dan mannen.
    • Ouderen gebruiken meer context dan jongeren.
    • Ook individuele ervaringen kunnen verschillen teweegbrengen in je behoefte aan context.
    • In België kunnen mensen van Marokkaanse afkomst thuis gewend zijn aan hoogcontext communicatie maar op hun werk gewend zijn te communiceren met laagcontext communicatie.

Lees meer...

Basiswaarden volgens Hall: handgrepen voor interculturele communicatie

Edward T. Hall is bekend als de pionier op het gebied van de studie van de non-verbale communicatie en de interactie tussen leden van verschillende etnische groepen. Hij raakte geïnteresseerd in tijd en ruimte als vormen van culturele expressie toen hij in de Navajo- en Hopireservaten werkte in de jaren ’30 van de vorige eeuw. Hij was de eerste om een cultureel model te ontwerpen dat het belang van non-verbale signalen en wijzen van bewustzijn beklemtoonde in plaats van enkel te focussen op de expliciete ‘uitgesproken’ boodschap. Deze inzichten bleken essentieel in de studie van hoe mensen uit verschillende culturen met elkaar omgaan en hoe ze elkaar soms niet begrijpen. Zijn belangrijkste werken publiceerde Hall in de jaren ’50, ’60 en ‘70. Met boeken als The Silent Language (1959), The Hidden Dimension (1966) en Beyond Culture (1976) was hij opvallend modern voor zijn tijd.

Om met andere culturen te leren omgaan, moeten we nieuwe handgrepen krijgen. In het boek ‘Understandig cultural differences’ van de cultureel antropologen Edward en Mildred Hall worden zes handgrepen besproken om beter intercultureel te communiceren. Deze handgrepen worden de basiswaarden van Hall genoemd. De basiswaarden zijn als het ware de sleutels die deuren naar andere culturen openen. Ze helpen om de ongeschreven codes van andere culturen te ‘kraken’. Daarbij beginnen we met het bewust worden van onze eigen culturele programmering en met het waarderen van andere culturele programmeringen. Hall heeft veel invloed uitgeoefend op latere wetenschappelijke studies waaronder die van Hofstede die Halls kwalitatieve data aanvulde met kwantitatieve gegevens.

Lees meer...

Interculturele communicatie

Interculturele communicatie is de communicatie tussen zenders en ontvangers uit verschillende culturen.

De cultuur beïnvloedt de wijze van communiceren en de persoonlijkheid van de leden van een gemeenschap. Wat het precies inhoudt om Belg, Duitser, Chinees of Inuit te zijn, ervaart men het best in een persoonlijke ontmoeting met iemand uit een andere gemeenschap. Vaak al in het eerste contact met de ander komt de cultuur tot uitdrukking: de Fransman schudt de hand, de Amerikaan vraagt ‘How are you today?’, de Chinees glimlacht, de Japanner maakt een buiging en de latino staat klaar voor een omhelzing. Het komt ook tot uitdrukking in de afstand die mensen van elkaar houden tijdens gesprekken. Japanners zijn letterlijk afstandelijker dan Amerikanen, die op hun beurt weer afstandelijker zijn dan Venezolanen. Bij vrouwen lopen de afstanden van cultuur tot cultuur nog eens sterker uiteen dan bij mannen. Interessant is dat de taal waarin wordt geconverseerd ook van invloed is op de afstand. Wanneer respondenten uit Venezuela gevraagd werden Engels te spreken, bleken zij een grotere afstand tot hun gesprekspartner in te nemen dan wanneer zij Spaans spraken. Bij Japanners daarentegen maakte het nauwelijks iets uit of zij Engels of Japans spraken. Elke cultuur heeft dus zo zijn opvattingen, regels en ingeslepen gewoonten over hoe mensen met elkaar moeten omgaan.

Bron: van Oudenhoven, 2012, p. 88

Aangezien we allemaal deel zijn van verschillende (sub)culturen (vb. gezinscultuur, jongerencultuur, vrijwilligersverenigingscultuur, schoolcultuur,sportclubcultuur enz.), is elke communicatie cultureel bepaald (Hoffman). Vaak denken we dat culturele verschillen en misverstanden zich enkel voordoen in gesprekvoering met personen van een andere nationaliteit. Het culturele verschil tussen verschillende naties kan groot zijn. Maar er kunnen zich ook grote verschillen voordoen in gespreksvoering met louter Belgen of Vlamingen.

VOORBEELD

Elke communicatie is cultureel bepaald.

Zo verschilt de omgangscultuur in Vlaanderen al sterk van de omgangscultuur in Nederland. Ook zijn er al grote verschillen tussen de omgangscultuur in Gent of die in een Waalse stad. De cultuur van een overheidsinstelling en de cultuur van een KMO in dezelfde stad kan helemaal anders zijn. Tussen mannen en vrouwen blijken op gebied van communicatie ook grote verschillen te bestaan.

Bij interculturele communicatie gaat het om de bewustwording van de basiswaarden van onze eigen cultuur. En om het herkennen van de basiswaarden van andere culturen.

Alleen zo kan je culturele synergie bereiken.

In het procesmodel van communicatie spraken we reeds over ruis. Ruis kan de boodschap vervormen. Dit kan externe ruis zijn (vb. de tv van de buren) of interne ruis (vb. je bent zenuwachtig). Er kan ook culturele ruis zijn, wat betekent dat culturele programmering de boodschap beïnvloedt.

VOORBEELD

Het juiste volume in een zakelijke presentatie in België kan te zacht zijn wanneer je over zaken spreekt in de VS, maar ook weer te hard voor de Indonesiërs. In beide gevallen wordt de boodschap verstoord.

Bron: Nunez, Mahdi & Popma, 2010, p. 15

Teams die zijn samengesteld uit verschillende culturele achtergronden zijn niet per definitie goed. Als deze teams niet goed aangestuurd worden, kunnen ze veel problemen hebben (vb. begrijpen van elkaar, besluitvorming,…). Als teams met een verschillende culturele achtergrond goed aangestuurd worden en getraind zijn in interculturele communicatie, dan kunnen ze de meest creatieve en dynamische teams worden.

Lees meer...

Stress, burn-out en bore-out

Burn-out is een specifieke vorm van stress. Het is een psychologisch probleem van emotionele uitputting, depersonalisatie en gevoel van afnemende competentie. Burnout leidt tot klachten op lichamelijk, psychisch, emotioneel, cognitief en sociaal gebied.

  • Emotionele uitputting: het verlies van energie, gevoel van frustratie en bedroefdheid, lusteloosheid.
  • Depersonalisatie: men beschouwt zichzelf als een object en niet meer als een individu. Men ontwikkelt een negatieve houding tegenover het werk.
  • Gevoelens van afnemende competentie: een negatief zelfbeeld waarbij men het gevoel heeft minder succesvol te zijn.


Het verschil tussen stress en burn-out is dat men zich bij stress weer snel kan herstellen en in balans komen eens men de oorzaak wegneemt. Bij burn-out blijven de verschijnselen en vindt men de balans niet terug. Burn-out ontstaat meestal door een opeenstapeling van stressoren over een lange termijn, meestal over jaren. Burn-out ontstaat zowel door persoonlijke kenmerken (vb. hoge verwachtingen, loopbaanprogressie, sociale ondersteuning) als door kenmerken van het werk (vb. veel direct contact met mensen, rolconflicten) of organisatiekenmerken (vb. gebrek aan positieve feedback).

Van te veel werkdruk en werkstress kan je een burn-out krijgen. Van het tegenovergestelde, nl. een te gemakkelijke job met te weinig uitdaging, kan je een bore-out krijgen. De symptomen, lusteloosheid en depressie, zijn dezelfde. Uit onderzoek blijkt dat 15% van de werknemers niet voldoende uitgedaagd wordt.

Een bore-out krijg je niet zomaar. Het proces verloopt langzaam. Een werknemer zit in een weinig creatieve job en zijn verantwoordelijke delegeert slecht. Gefrustreerd omdat hij te weinig werk krijgt en te hoog gekwalificeerd is, vraag hij om meer werk. De werknemer krijgt echter enkel nog meer niet-uitdagende en té gemakkelijke taken. Dus vraagt hij na een tijdje geen extra werk meer. Hij doet zijn werk zo traag mogelijk en doet desnoods alsof hij druk bezig is. De werknemer voelt zich nutteloos, leeg en krijgt een hekel aan zijn werk. Hij is ’s avonds geïrriteerd en ploft lusteloos neer in de zetel, hoewel hij niet echt moe is. Het resultaat is ziekteverzuim en efficiëntieverlies. Werknemers die te weinig uitdaging ervaren op het werk, durven dit niet altijd te bespreken met hun werkgever. Ze hebben schrik als luiaard bestempeld te worden. De oplossing voor een bore-out is een job met een grotere uitdaging en verantwoordelijkheid. Soms vindt men dit in dezelfde job, soms moet men hiervoor van job veranderen.

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen