Menu

Item gefilterd op datum: december 2012

Cognitieve ontwikkeling.

Piaget was van mening dat kinderen aan de hand van assimilatie en accommodatie kwalitatief verschillende stadia van cognitieve ontwikkeling doormaken. Het preoperationele denken, die kinderen van twee tot zeven jaar doormaken, wordt gekenmerkt door de enorme uitbreiding van het symbolische denken. Deze toename gaat hand in hand met het toenemende begrip van ruimte, oorzaak, identiteiten, categorisatie en nummers. Er zijn geen aanwijzingen meer nodig om geprikkeld te worden of ergens aan te denken. Dit karakteriseert de symbolische functie: het vermogen om symbolen of mentale representaties te gebruiken. Dit tonen kinderen door de groei van doen-alsof spelletjes en taal. De preoperationele fase wordt eveneens gekenmerkt door egocentrisme, het niet kunnen begrijpen dat andere mensen andere gezichtspunten hebben dan het kind zelf. Het gaat erom dat zij ervan uit gaan dat anderen dingen hetzelfde beleven als zij. Volgens Piaget kunnen preoperationele kinderen nog niet logisch nadenken over oorzaak en gevolg, maar redeneren ze door middel van overdracht: ze linken twee gebeurtenissen. Ook begrijpen ze identiteiten beter: het concept dat mensen en veel dingen in basis hetzelfde blijven. Hiervoor is categorisatie nodig.

De meeste kinderen kunnen verbaal hoeveelheden vergelijken als ze vier jaar zijn (groter en meer). Als ze ongeveer drieënhalf zijn kunnen ze het kardinaliteit principe van tellen toepassen: ze snappen dat het laatste getal van de reeks het aantal geeft van de getelde objecten.

Animisme: verwijst naar de moeite die kinderen hebben met het sorteren van hetgeen werkelijkheid en fantasie is. kunstmatigheid: dit verwijst naar het geloof van kleine kinderen dat alle natuurlijke verschijnselen gemaakt worden door volwassenen.

Een belangrijk experiment dat weergeeft hoe kinderen in de preoperationele fase de wereld waarnemen is de conservatie taak van Piaget. Conservatie betekent in dit experiment dat men weet dat een bepaalde substantie van dezelfde hoeveelheid blijft ongeacht de vorm waarin het gegoten wordt (de twee glazen sap). Kinderen jonger dan zeven jaar hebben dit besef van conservatie nog niet. Volgens Piaget heeft dit twee redenen. Ten eerste hebben kinderen geen weet van het begrip omkeerbaarheid. Ten tweede wordt hun redeneren beïnvloedt door de perceptiestijl die centreren wordt genoemd. Dit houdt in dat kinderen zich richten op het meest opvallende kenmerken van hetgeen zij zien.

Kritiek op Piaget bij jonge kinderen: hij heeft de cognitieve vaardigheden van kinderen (net als bij baby’s) onderschat. Daarnaast overdrijft hij het idee van egocentrisme. Kinderen worden zich al op jongere leeftijd bewust van het feit dat iedereen zijn eigen gedachten heeft.

Lees meer...

Gezondheid en veiligheid.

tijdens de kindertijd en adolescentie zijn ongelukken de grootste oorzaak voor het overlijden van een kind. Kinderen uit gezinnen met een lage sociaal economische status lopen een groter risico op ziekten en infecties. Een probleem van de westerse wereld is dat steeds meer kinderen die jonger zijn dan vijf jaar overgewicht hebben (te wijten aan externe factoren). In ontwikkelingslanden zijn juist veel kinderen met een ondergewicht (tekort aan voedsel beïnvloedt groei, lichamelijke conditie, cognitieve en psychosociale ontwikkeling). Kinderen zijn gevoelig voor pesticiden, rook, luchtvervuiling, loodvergiftiging. Hoe lager de sociaaleconomische status van een familie – hoe groter het risico voor het kind op ziekte, verwonding en dood.

Lees meer...

Ontwikkeling bij afwezigheid van het corpus callosum:

Mensen die zonder corpus callosum geboren zijn zijn anders dan mensen bij wie het later is verwijderd. Wat de ontwikkeling van het CC in de weg heeft gestaan heeft zeker ook invloed op de ontwikkeling van de rest van de hersenen op andere manieren.

Bovendien zal de afwezigheid van het CC de verdere ontwikkeling van de hersenen ook beïnvloeden. Mensen die zonder CC geboren zijn kunnen dingen die split-brainpatienten niet kunnen: ze kunnen van elke hand beschrijven wat ze voelen en van elk ook wat ze zien. Ze kunnen links en rechts iets betasten en dan het verschil aangeven. Beschikbare gegevens pleiten tegen het idee dat er in de rechter hemisfeer ook een taalcentrum zou zijn. Een aannemelijke verklaring is, dat elke hemisfeer zijn eigen verbinding met beide lichaamshelften ontwikkelt. Een andere mogelijke verklaring is, dat er een andere plek is ontstaan waar de informatie wordt uitgewisseld. Buiten de CC hebben mensen nog twee andere grote axonale verbindingen in de voorhersenen; de anterior commissure die de oudste delen van de cerebrale cortex met elkaar verbindt en de hippocampal commissure, die de linker hypocampus met de rechter verbindt. Misschien nemen deze gebieden in hun ontwikkeling voor een deel de taak van het corpus callosum over.

Lees meer...

Rijping van het corpus callosum:

Het corpus callosum komt in de eerste 5 – 10 jaar tot ontwikkeling. Dit ontwikkelingsproces is niet zozeer een groei van nieuwe axonen, maar meer een selectie van bepaalde axonen en uitschakelen van andere. In een eerder stadium van ontwikkeling zijn veel meer axonen ontstaan in het corpus callosum dan het in de volwassenheid nodig heeft. Dat komt omdat elke neuron en andere neuron in de andere hemisfeer moet hebben waarmee hij via het corpus callosum correspondeert. Gedurende het embryonale stadium kunnen de genen niet excact specificeren waar die passende neuronen zijn. Daarom zijn er aanvankelijk veel verbindingen in het corpus callosum. Maar alleen die axonen die verbinding hebben met een precies gelijke cel overleven. Omdat de ontwikkeling van het verbindingspatroon jaren in beslag neemt lijkt het gedrag van jonge kinderen soms wel op het gedrag van een split-brain patient. Om de vergelijkinbg van stimuli tussen je twee handen b.v te kunnen faciliteren is de ontwikkeling van het corpus callosum pas tussen het 3de en 5de jaar voldoende ontwikkeld.

Lees meer...

Norman Geschwind en Walter Levitsky

ontdekten dat een sectie van de temporale cortex; het temporale planum bij 65% van de mensen in de linker hersenhelft groter is dan in de rechter. Ook bij kinderen onder de 3 maand bleek dit al zo te zijn (12 van de 14). In de linker hersenhelft was het temporale planum bijna 2 keer zo groot.

Met behulp van MRI-scans van kinderen tussen 5- en 12 jaar bleek; Hoe groter het verschil, hoe beter de resultaten op taaltests. Kinderen bij wie het verschil weinig was, presteerden slechter op taal, maar beter bij bepaalde non-verbale taken.

Kinderen die voor hun 2de jaar een hersenbeschadiging oplopen in de linker hersenhelft ontwikkelen hun taal veel beter dan mensen die die beschadiging later krijgen (vooral volwassenen). Dit duidt er op, dat de rechter hersenhelft deze taaltaak min of meer kan overnemen wanneer zij nog in ontwikkeling is. De vroege kindertijd is een gevoelige periode voor de ontwikkeling van taal. En op je 13e leer je een nieuwe taal sneller dan op je 16e. Kortom; de deur tot gelegenheid tot taalontwikkeling sluit langzaam tussen kindertijd en late adolescentie.

Lees meer...

Specialisatie van hemisferen bij gezonde hersenen:

Een incomplete zin prikkelt alleen de linker hemisfeer om een passend woord te zoeken.

Wanneer we twee dingen tegelijkertijd doen die door dezelfde hemisfeer bestuurd worden hinderen ze elkaar (b.v. praten en schrijven).

Het is overdreven om te stellen dat er “linkshersige” en “rechtshersige” mensen zijn.

Voor elk individu wisselt de balans van de activiteit. Het ligt aan de taak welke hemisfeer het meest actief is.

Lees meer...

John Bradshaw en Norman Nettleton

De linker hemisfeer is sequentieel, analytisch en tijdsafhankelijk. Ervaringen zijn opeenvolgende eenheden.

De rechter hemisfeer daarentegen is synthetisch en holistisch; hij werkt vooral met grotere patronen.

Het onderscheid is niet altijd even duidelijk aan te geven. Bij veel taken zijn beide delen actief.

Lees meer...

De rechter hemisfeer:

Hoewel de rechter hemisfeer zelf de spraak en het schrijven niet controleert begrijpt de rechter hemisfeer eenvoudige gesproken en geschreven taal wel. Hoewel de rechter hemisfeer voor de meeste taalaspecten ondergeschikt is, is deze hemisfeer verantwoordelijke voor de emotionele inhoud van spraak. Ook voor het herkennen van emoties van anderen in de taal of de stem is de rechter hemisfeer belangrijk. Humor en ironie wordt niet herkend wanneer de rechter hemisfeer niet goed werkt. Ook het herkennen van emoties op het gezicht van anderen verloopt vooral via de rechter hersenhelft. De rechter hersenhelft kan ook beter ingewikkelde visuele patronen begrijpen. Mensen met een beschadiging in de rechter hemisfeer zijn soms hun richtingsgevoel kwijt, want ruimtelijk inzicht wordt vooral vanuit de rechter hemisfeer bestuurd. Split-brain patienten kunnen met hun linkerhand beter een puzzel in elkaar leggen dan met hun rechter. Terwijl de rechterhand van deze mensen beter woorden kan schrijven kan de linkerhand beter tekenen.

De rechter hemisfeer is niet verantwoordelijk voor alle visuele- en ruimtelijke taken; mensen die door een beroerte schade hadden in de rechter hemisfeer konden nog wel een afstand schatten of plaatsen op een landkaart positioneren. Maar wanneer de taak een beroep deed op hun interne representatie (zonder aanschouwelijk materiaal) ging het mis; ze hadden geen interne representatie van visuele en ruimtelijke informatie.

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen