Menu

Item gefilterd op datum: januari 2014

De ontvangsten van de monopolist

Monopolist maakt keuze:

- Kleine verkoop bij hoge prijzen enerzijds of;

- Grote verkoopsvolumes bij lage prijzen anderzijds

- Vb.: Marktvraagfunctie naar belegde broodjes (zie hoofdstuk 3):

- Toename ontvangsten:

- Door prijsverlaging of prijsverhoging?

- Dit hangt af van prijselasticiteit van vraag

Verloop van de opbrengsten bij de monopolist

- Interactie tussen prijs, verkochte hoeveelheid en totale ontvangsten gereflecteerd in dalend verloop van marginale ontvangsten

- Marginale ontvangsten liggen onder gemiddelde ontvangsten

- Verschil met vorig hoofdstuk: bij volmaakte mededinging: marginale en gemiddelde ontvangsten steeds gelijk aan gegeven marktprijs

Lees meer...

Winstmaximalisatie bij monopolie

- Monopolist bepaalt zelf prijs, want is prijszetter

- Monopolist kan meer verkopen door prijs te verlagen

- Prijsverlaging betekent echter niet noodzakelijk hogere ontvangsten (zie hoofdstuk 4)

- Perfecte mededinging: zoveel verkopen als men wil, bij gegeven marktprijs

Lees meer...

Definitie

- Eén aanbieder van product zonder goede substituten, gevolg: economische machtspositie

- Echter: weinig voorkomende marktvorm

Lees meer...

Beperkingen van het eerste welvaartstheorema

- Perfecte concurrentie

- Vrije prijsvorming leidt tot welvaartsoptimum in markt met perfecte concurrentie

- Weinig markten vertonen perfecte concurrentie Asymmetrische informatie, productdifferentiatie, weinig aanbieders, prijsafspraken...

- Publieke goederen en externe effecten

- Agenten beslissen zonder rekening te houden met effecten op andere agenten -

- Traditionele marktfalingen

- Verdeling

- Eerste welvaartstheorema zegt niets over verdeling

- Overheidsfalingen

- Doelstellingen overheid stroken niet altijd met doelen van burgers

- Overheid en markt

- Stap 1: Is er een duidelijke marktfaling?

- Stap 2: Wat is daarop het ‘ideale’ overheidsantwoord?

- Stap 3: Wat zijn de gevolgen van de interventie?

- Stap 4: Beslissing

Lees meer...

De signaal- en coördinatiefunctie van het prijsmechanisme

- Marktmechanisme

- Uitkomst van ongecoördineerde handelingen in veranderende omstandigheden op Paretogrens houden

- Juiste incentives

- Juiste allocatie van middelen

- Partieel versus algemeen evenwicht

- Studie van algemeen evenwicht: complex

- Walrasiaans evenwicht: simultaan evenwicht in alle markten

Lees meer...

Het welvaartsverlies bij het niet tot stand komen van het marktevenwicht

- Beschouw gekleurde driehoek in Figuur 8.11.:

- Welvaartsverlies

- Verliesdriehoek

- Deadweight loss

- Excess burden

- Maximumprijs verhindert pareto-efficiëntie

- Producentensurplus: SEK => LMK

- Verlies: LSEM

- Consumentensurplus: SRE => LRQM

- Verlies: TQE

- Winst: LSTM

- Finaal verlies: MQE

Pareto-(in)efficiëntie bij hoeveelheid > bij marktevenwicht

Lees meer...

Het eerste welvaartstheorema

- Eerste welvaartstheorema

- “Wanneer prijsvorming vrij wordt gelaten in markt van perfecte concurrentie, leidt de evenwichtsprijs tot een Pareto-efficiënte situatie”

- Beschouw Figuur 8.10.:

- Voor 200ste broodje: bereidheid tot betalen (hier €4) > marginale productiekosten (€2)

- Potentiële ruilmogelijkheden blijven onbenut

- Stel: extra broodje geproduceerd en verkocht tegen €3,5

- Goed voor consument (bereidheid tot betalen > €3,5)

- Goed voor producent (marginale kosten < €3,5)

- Pareto-efficiëntie: Som van consumenten- surplus en producentensurplus is maximaal

- d.w.z. alle Paretoverbeteringen zijn uitgeput

Lees meer...

Welvaartsinterpretatie van vraag en aanbod

- Veronderstel:

- Waarde van goed = bereidheid tot betalen voor dat goed

- Consumentensoevereiniteit

- Consumentensurplus(stijgt met afname prijs)

- = Totale bereidheid tot betalen (OABC) – Hetgeen alle consumenten samen werkelijk betalen (Op0BC)

- Producentensurplus (daalt met afname prijs)

= Totale opbrengsten (Op1EF) – Totale kosten (ODEF)

- Perfecte concurrentie met identieke ondernemingen (vlakke aanbodcurve): producentensurplus = 0 (niet op grafiek)

Figuur 8.9.: De vraagcurve en de bereidheid tot betalen voor broodjes (a) en het consumentensurplus (b)

Figuur 8.9: De aanbodcurve en de prijs die de productenten vragen voor broodjes (a) en het producentensurplus (b)

Lees meer...

Het criterium van Pareto

“Een maatschappelijke toestand is Pareto-optimaal indien het onmogelijk is om een wijziging door te voeren waarbij de welvaart van tenminste één individu toeneemt, zonder dat de welvaart van ten minste één ander individu afneemt.”

= normatief

- Paretoverbetering: verandering zó dat minstens één individu erbij wint zonder dat iemand erbij verliest

- Grafisch: Paretogrens geeft weer hoeveel welvaart het ene individu maximaal kan verwerven, wanneer welvaart van alle andere individuen is vastgelegd

- Pareto-efficiënt:

- PuntenA,B,C,D,E,…

- Meer algemeen: Paretogrens

- Pareto-inefficiënt:

- Punten M, N, …

- Meer algemeen: onder Paretogrens

- Mogelijke oorzaken van inefficiëntie:

- Weinig aanbieders

- Externe effecten

- Publieke goederen

- Kritiek op criterium van Pareto:

- Veel punten zijn onvergelijkbaar

- Voorbeeld: punten C en M

- Pareto-efficiënte punten, maar welk is ‘best’?

- Voorbeeld: punt A beter dan punt C???

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen