Strategisch gedrag van de monopolist
- Gepubliceerd in Economie
- Toetreden van anderen bemoeilijken
- Voorbeeld
- Dreigen met dure rechtszaken (dreiging moet wel geloofwaardig zijn)
- Dure advertentiecampagnes
- Toetreden van anderen bemoeilijken
- Voorbeeld
- Dreigen met dure rechtszaken (dreiging moet wel geloofwaardig zijn)
- Dure advertentiecampagnes
- Concurrentieverbod door overheid opgelegd
- NMBS
- Uitvaardigen van licenties voor bepaalde activiteiten
- Aantal apotheken per buurt beperkt
- Aantal lokale radiozenders met zendfrequentie
- Opzegvergoedingen
- Tijdelijke monopolies: onderzoek en ontwikkeling,
- Rank Xerox (kopieerapparaten)
- Schaalvoordelen en natuurlijke monopolies:
- Natuurlijk monopolie: slechts één onderneming raakt uit kosten
- Schaalvoordelen: grotere ondernemingen hebben lagere gemiddelde kosten dan kleinere ondernemingen (o.w.v. dalende GK-curve op LT)
- Schaalvoordelen sterker naarmate monopolist langer in markt (dynamisch van aard) door bv. learning-by-doing
- Netwerkexternaliteiten: meer consumenten kiezen voor hetzelfde product en ondervinden daardoor positieve effecten
- Software
- Exclusief gebruiksrecht van productiefactoren:
- Schaarse grondstoffen
- Aluminiumproducent als eigenaar van alle bauxiet
- Technologische kennis:
- Unieke, niet-imiteerbare kennis
- Coca-Cola
- Vaak productieproces gekend, maar namaak van rechtswege verboden
- Prikkel om toe te treden op markt of markt te verlaten: winst of verlies
- Toetreding nieuwe ondernemingen leidt tot erosie van winst
- Daarom: toetredingsbelemmeringen
- Voorbeeld: Vakantiehuisje huren
- Tijdens pinksterweekend
- Grotere vraag naar huisjes en dus hogere prijs
- Meer vraag bij werkenden
- Klantengroep met hogere reservatieprijs betaalt hogere prijs, niet-actieven kiezen goedkopere gewone weekend
- Zelfselectie zorgt voor evenwicht
- Intertemporele prijsdiscriminatie: prijsdiscriminatie op basis van periode waarin goed of dienst wordt aangeboden. Voorbeeld solden (maar weinig zinvol)
- Vorm van intertemporeel discrimineren: eerst hoge prijs aanrekenen, daarna lagere prijs
- Kwaliteitsverschillen door objectieve technologische verschillen en optreden overheid
- Voorbeeld dieselwagens duurder want
- Goedkoper in brandstofverbruik
- Minder zwaar belast
- Marktsegmentatie doet winst stijgen t.o.v. zonder prijsdiscriminatie (zie figuur 9.4)
- Winst echter kleiner dan bij perfecte prijsdiscriminatie
- Vaststelling: vraag naar bioscooptickets bij jongeren prijsgevoeliger dan bij volwassenen
- Twee deelmarkten:
- Links: jongeren
- Rechts: volwassenen
- MK bioscoopuitbater constant in beide markten
- Winst kan slechts maximaal zijn (MK = MO) als MO in beide deelmarkten aan elkaar gelijk zijn
- Prijs op beide deelmarkten differentiëren: PJ voor jongeren en PV voor volwassenen
- Prijs relatief hoog bij inelastische vraag, en relatief laag bij elastische vraag
- Dumpingpraktijken ook een vorm van marktsegmentatie
- Op buitenlandse markt lagere prijs aangerekend dan op de binnenlandse markt
- Voorwaarde voor marktsegmentatie:
- Onmogelijkheid van klantengroepen om tot doorverkoop van identieke producten over te gaan
- Anders marktsegmentatie geërodeerd
- Transactiekosten kunnen deze mogelijkheid beperken
- Observaties:
- Rechterfiguur: bij perfecte prijsdiscriminatie geen reden outputniveau qM te behouden
- MO = vraagcurve
- Elk verkocht broodje heeft prijs = maximale betalingsbereidheid, B geeft dus optimum weer (snijpunt vraagcurve en MK-curve), output gestegen
- Gekleurde oppervlakte: extra winst t.o.v. onveranderde outputniveau
- In praktijk: zelden prijsdiscriminatie, want meestal maximale betalingsbereidheid van consumenten niet gekend
- Andere strategieën om winst te vergroten: vraagzijde opdelen in verschillende klantengroepen
- Eerste geval: karakteristieken van kopers gebruiken: marktsegmentatie
- Tweede geval: drempels inbouwen die moeilijker te nemen zijn voor consumenten met hoge reservatieprijs, daarna uit eigen beweging onderverdelen in verschillende reservatieprijzen
- Uitgangspunt tot nu toe voor bepalen winst- maximaliserende output:
- Alle geproduceerde eenheden verkocht aan dezelfde prijs
- Figuur 9.3. illustreert hoe monopolist winst vergroot, door aanrekenen van verschillende prijzen aan verschillende consumenten. Dit is prijsdiscriminatie:
- Observaties:
- Linkerfiguur: evenwicht monopolist bij uniforme prijszetting
- Broodjesprijs pM = €4
- qM = 200 broodjes
- Veronderstel dat outputniveau gelijk blijft terwijl prijsdiscriminatie mogelijk wordt
- Monopolist laat sommige consumenten > €4 betalen, wat mogelijk is, want links van A is betalingsbereidheid voor broodjes > €4
- Indien monopolist erin slaagt om elke koper diens reservatieprijs te laten betalen:
- Perfecte prijsdiscriminatie
- Gekleurde driehoek: extra opbrengst, extra winst
- Prijs geen exogeen gegeven meer
- Monopolist bepaalt zelf prijs en hoeveelheid
- MK en MO bij optimale outputniveau lager dan marktprijs
- Dalend verloop vraagcurve: MO altijd kleiner dan GO (= marktprijs)
- Monopolist zet steeds prijs boven MK
- Monopolist kiest altijd punt op elastisch deel vraagcurve (Figuur 9.1.)
- Matewaarin prijs boven MK ligt, wordt de “mark-up” of “price-cost margin” genoemd
- Intuïtie: marktmacht monopolist neemt toe bij inelastischer vraag
- Relatie tussen MO en prijselasticiteit van de vraag:
- Bij winstmaximaliserende outputniveau: MO = MK, dus herschrijven geeft:
- Mark-up, μ, is verschil tussen prijs en MK:
- Onder volmaakte mededinging geen mark-up mogelijk, want ondernemingsvraag perfect elastisch (geen marktmacht):
- Bij eindige elasticiteit neemt marktmacht toe, naarmate elasticiteit kleiner wordt (in absolute waarde)
- Hoe kleiner elasticiteit (in absolute waarde), hoe hoger monopolist zijn prijs kan opdrijven boven de MK
- Abba Lerner (1905-1982): monopoliegraad meten aan
de hand van verhouding μ(p)/p (Lerner-index)
Mark-up: de monopolist zet een prijs boven de marginale kost
- Monopolist kiest dat outputniveau waarbij marginale kosten gelijk zijn aan marginale ontvangsten (qM in figuur 9.2)
Winsmaximerende outputkeuze van de monopolist
Winstmaximalisatie als MK=MO
- Ontvangsten
- Kosten vertonen U-vormig patroon
- Marginale kosten en marginale ontvangsten kruisen mekaar in E
- qM bedraagt 200 broodjes
- Productie < qM :
- MO > MK
- Productie > qM :
- MO < MK
- Prijs is afhankelijk van vraagzijde, hier: pM = €4
- Positieve maximale winst?
- Bij qM:GO>GK
- Indien anders: sluitingsregel gebiedt de productie te staken
- Ook op korte termijn:
- Monopolist houdt enkel rekening met variabele kosten, want vaste kosten spelen geen rol voor bepalen outputniveau
- Pas zinvol te produceren als prijs > gemiddelde variabele kosten
- Op lange termijn:
- Prijs > gemiddelde kosten voor winstgevende productie