Menu

Verschillende vormen van marketing

Afhankelijk van de doelgroep

Twee vragen relevant,

  • Bestaat de doelgroep bestaat uit consumenten of organisaties en
  • Bevind de doelgroep zich in het eigen land of in het buitenland of in allebei

1ste vraag:

Consumentenmarketing = als de afnemers op wie het bedrijf zich richt particulieren zijn.

Businessmarketing: als de afnemers bestaan uit organisaties (bedrijven, instellingen, …) In

2de vraag:

Internationale marketing =als de afnemers in het buitenland zijn gevestigd.

Actief worden in het buitenland is leren om in een andere omgeving te opereren, en inzicht in de culturele verschillen hebben.

Afhankelijk van het product

Product = de fysieke goederen, diensten, ideeën en zelfs ook personen.

 zijn tastbaar, zoals wijn, fietsen, huizen en machines.

Diensten = zijn immateriële producten

Het belangrijkste onderscheid:

  • Dienstenmarketing:

- als de aangeboden producten diensten zijn

- niet tastbaar

- niet op voorraad

  • Goederen:

- bepaald de tevredenheid van klanten

Afhankelijk van winstoogmerk

Non-profit organisaties = organisaties zonder winstoogmerken

Commerciële organisaties = organisaties met winstoogmerk

Lees meer...

Marketing als afdeling

Wanneer nodig?

  • Meestal niet in kleine bedrijven: medewerkers hebben zelf contact met de klanten
  • In grote bedrijven: te weinig direct contact met klanten

Grote bedrijven hebben:

  • fulltime marketeers
  • parttime marketeers

Taken:

  • bedrijf informeren over de markt
  • voorbereiden en uitvoeren marketingactiviteiten
Lees meer...

Marketing als verzameling activiteiten

= verzameling activiteiten die in elke organisatie uitge­voerd moet worden.

 vier marketinginstrumenten of marketingmix

  • bedenken van producten: Product
  • het bepalen van de prijs: Prijs
  • het communiceren over producten: Promotie
  • het beschikbaar maken van producten: Plaats of distributie

+ 5de: Relaties: vaak uit het oog verloren

Lees meer...

Het marketingconcept

Bedrijf moet een markt (of marktsegment) kiezen waarop het zich gaat richten,

 Dan bepaalde wensen en behoeften in de markt te onderkennen en betere oplossingen te bieden dan concurrenten.

Verschil

- Verkoopconcept: product is een gegeven

 'maak producten en verkoop die'

- Marketingconcept: product staat niet vast, maar het is een hulpmiddel om klanten tevreden te stellen.

 'vind behoeften en vervul die'

- Het marktconcept

= doelgroepconcept

= een groep klanten onderscheiden is die overeenkomstige wensen en behoeften hebben.

  • Varianten zijn mogelijk
  • Het past voor iedereen maar het is voor niemand perfect

Het klantconcept

= voorzien in de specifieke wensen en behoeften van elke individuele klant

 Met individuele klanten een relatie op te bouwen, kennis te verzamelen over hun wensen en behoeften te vervullen.

  • Sterk afwijkende voorkeuren
  • Maatwerk
Lees meer...

Het verkoopconcept

 Dit product moet zoveel mogelijk worden verkocht.

Kan succesvol zijn

  • Bij producten waarvan klanten zich niet bewust zijn dat ze daar behoefte aan hebben (niet-gezochte producten).
  • in situaties waar de schaalvoordelen groot zijn.
Lees meer...

Het productieconcept

 cruciaal: goede organisatie bedrijf om succesvol te zijn.

- klanten geven de voorkeur aan producten die beschikbaar en betaalbaar zijn.

Effectief in

  • Groeimarkten: merkten met V groter als A: alles verkocht zonder dat je daar veel moeite voor hoeft te doen.
  • Als de productiekosten erg hoog zijn  V beperkt, omdat het te duur is.

Als een aanbieder kans ziet om goedkoper te produceren, zal de marktvraag sterk toenemen.

  • Monopolies: een aanbieder
Lees meer...

Klantwaarde, klanttevredenheid en kwaliteit.

Bedrijven gebruiken schaarse middelen om hun producten te produceren

 Klanten waarderen de goederen door ze te kopen.

Groot assortiment producten

 Hoe kiezen ?

 baseren zich op waardeperceptie

Klantwaarde = customer value

= het nut dat een klant ontleent aan het kopen, gebruiken en bezitten van dat product.

Totale prijs = productiekost + marketingkost + overige verkrijgingkosten.

Wanneer is nu een ruiltransactie voor beide partijen – aanbieder en vrager – interessant?

Als de aanbieder een voldoende winstmarge realiseert en als er voor de klant een aanzienlijke klantwaarde overblijft.

Klanttevredenheid

- afhankelijk van de verwachtingen van de klant vooraf van het product had.

- prestaties van het product ≠ de verwachtingen van de klant

 ontevreden. (ook andersom)

Tevreden klanten

- doen herhalingsaankopen

- vertellen erover : mond aan mond reclame

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen