Müller
- Gepubliceerd in Psychologie
- Reageer als eerste!
bracht de zintuigelijke fysiologie iets bij door zijn beschrijving van directe subjectieve ervaring door neutrale actie.
bracht de zintuigelijke fysiologie iets bij door zijn beschrijving van directe subjectieve ervaring door neutrale actie.
had een carrière die in twee delen kan onderverdeeld worden. :
Zijn neuro-atomische bijdragen bestonden uit:
Het in kaart brengen van motorische wegen, het identificeren van zintuiglijke zenuwen in spieren, en het opsporen van geleidelijke verdeling van de achterliggende ruggenwervels. Sherrington besloot dat onderliggend aan deze reflexactiviteit de kritieke processen van inwendige en uitwendige acties in de buurt van de zenuwcellen belangrijk zijn; hij noemt deze kruisingen synapsen.
Wat was de invloed van Sherrington op de hedendaagse psychologie?
Sherrington gebruikte de methode van extirpatie in zijn onderzoek. Het is moeilijk om de invloed van zijn werk en zijn betekenis voor de hedendaagse psychologie te veel te -benadrukken. Zijn concept van uitwendige en inwendige processen vormen een centrale plaats in het begrijpen van hersen-gedrag-relaties en bevat de hoeksteen van de conditioneringstheorie. Zijn visie is wijd verbreed, maar vooral bevestigd door zijn briljante studenten en daarvan in het bijzonder John C Eccles.
vond schade in een specifieke zone van de frontale cortex (nu de Broca-zone genoemd), iets wat hij interpreteerde als steun voor de stelling van de functie-lokalisatie door die zone te beschrijven als de fysiologische basis van een expressieve taal.
Veeleer dan te vertrouwen op pathologisch klinisch bewijs opgeleverd door post-motrum onderzoeken, perfectioneerde Flourens de meer gecontroleerde techniek van extirpatie. In essentie wordt er in deze procedure een hersenzone van een levend dier geïsoleerd en daarna chirurgisch verwijderd of vernietigd zonder de rest van de hersenen te beschadigen. Na de hersteltijd wordt het dier geobserveerd voor verlies en herstel van functies. Flourens veronderstelde dat er zes aparte zones bestonden in de hersenen en, dankzij zijn chirurgische vaardigheden, definieerde hij zo de belangrijkste functies van elke zone:
Hoewel dat zijn anatomische aanpak de lokalisatie, die werd benadrukt door de frenologen, weergaf, was zijn nadruk op de gemeenschappelijke eenheid van het systeem een stap weg van het extremisme van Gall.
een professor neuro-anatomie aan de universiteit van Madrid, gebruikte later deze vlekkentechniek ook om de neuron te ontdekken, de basis eenheid van het zenuwstelsel.
In het begin van de negentiende eeuw was de dominante interpretatie van de hersenfuncties bevat in de doctrine van de frenologie, uitgedrukt door Franz Joseph Gall en zijn student J. G. Spurzheim. In een brede manier waren frenologie en gelijkaardige bewegingen binnen de hersenfysiologie een logisch gevolg van het mentalistische model dat vetvat zit in de “faculteit” psychologie door Kant en Wolff bemeesterd. Specifiek probeerde de frenologie om een fysiologische lokalisatie van de mentale faculteiten te vinden. Gall en Spurzheim suggereerden dat er 37 mentale krachten zijn die overeenkomen met een gelijk nummer aan hersenorganen, en dat de ontwikkeling van deze organen karakteristieke vergrotingen van de schedel met zich mee brengt. Frenologie stelde dat de graad van menselijke faculteit of eigenschap van een individu bepaald wordt door de grootte van het hersengebied die deze functie controleert en dat dit geëvalueerd kan worden door de overliggende schedel zone te meten.
Eén wetenschapper van wie het werk hem leidde naar het afwijzen van de frenologie en beter bewijs van hersen-lokalisatie naar voor bracht was Luigi Rolando (1773-1831).
Gebruik makend van pathologische observaties stelde Rolando dat de hemisferen van de hersenen de primaire geleiders zijn van slaap, dementie, melancholie en manie. Hij vond dat elektrische stimulatie meer hevige spiersamentrekkingen opwekten terwijl het stimulatiepunt naar een hoger gelegen hersenzones verschoof.
In 1873 publiceerde Golgi een werk dat verslag deed van zijn gebruik van zilvernitraat om zenuwcellen te kleuren, zodat onder een microscoop de structurele details van de zenuwen zichtbaar werden.
student van Müller- was er in geslaagd om neuro-transmissie empirisch aan te tonen, een wijze waarmee hij de efficiëntie van de empirische wetenschap aantoonde en wete de snelheid van een zenuwimpuls.
Müller heeft ten volle de zogenaamde doctrine van specifieke zenuw-energie uitgelegd. Hij beschreef de bepaalde kwaliteiten van neuro-transmissie en vatte hen samen in tien wetten. De grote implicatie van Müllers doctrine is de expliciete uitspraak dat ons bewustzijn niet van objecten is samengesteld, maar meer van de zenuwen zelf. Zijn werk stimuleerde de studie van het lokaliseren van de functies in de hersenen.
Het begrijpen van de zintuigelijke fysiologie nam een grote stap voorwaarts wanneer ontdekt werd dat de neuro-geleiding een elektrisch proces is, hiermee werd tegelijkertijd een einde gemaakt aan de traditionele opvatting dat de zenuwen “dierengeesten” in zich droegen. Het was een student van Müller, Emil Du Bois-Reymond, die brak met de traditionele visie van “dierengeesten” en die de basis legde voor neuro-transmissie door het beschrijven van de elektrische eigenschappen van de neuro-impuls.
Het onderscheid tussen gevoels- en motorische zenuwen was onafhankelijk gedemonstreerd door het experimentele werk van Charles Bell en François Magendie.
1) In de fysiologie, zorgde onderzoek naar activiteit van zenuwen voor een empirische basis voor vele menselijke functies die daarvoor beschouwd werden als functies van de geest.
2)Duitse ontwikkeling psychofysica genaamd probeerde om de kwantitatieve voor de geest-lichaam relatie te vinden, maar het ging voorbij de psychologische geschriften van Herbart door een empirische benadering te hanteren.
3) De geschriften van Darwin in Brittanië bevestigde een evolutietheorie gebaseerd op het empirische bewijs van natuurlijke selectie. Al deze bewegingen hielpen direct om de formele studie van psychologie vast te leggen.
Zijn beeld van de psychologie:
De dynamiek tussen zelf-behoud en tegenstelling leggen uit hoe er een stroming is tussen de bewuste en onbewuste aanwezigheid van ideeën. Herbart beschouwde deze dynamiek als een soort van geestelijke mechanismen, gelijkend op de fysische mechanismen.
Kant koos ervoor om voelbare wereld en de denkbare wereld te beschrijven.
De voelbare werels betekende voor Kant zintuigelijke informatie of de wereld van de verschijningen, waar de denkbare wereld gemaakt werd door het intellect of de reden. Om dit onderscheid duidelijker te maken, voegde Kant de basispositie toe dat de dimensies van tijd en ruimte niet de eigenschappen van de objectieve omgeving zijn, maar meer perceptuele (zichtbare) vormen eigen aan de geest.
De geest is dus niet de passieve agent gemaakt door ervaringe zoals de empiristen suggereerden. De geest is een actieve entiteit die beheersd wordt door eigen wetten en structuren en die ervaringen vertaalt naar ideeën. De positie van Kant impliceerde een psychologie van geestelijke handelingen die niet enkel op zintuigelijke ervaring stoelde.
Kant formuleerde zijn psychologische visie in zijn monumentaal werk Kritik der Reinen Vernunft (Kritiek op de Zuivere Rede). Met de term “Pure Reden” bedoelde Kant kennis die geen experimenteel bewijs nodig had, iets wat hij a priori kennis noemde.
Hij begon met het verdelen van alle kennis in empirische kennis, die zich baseert op zintuigelijke ervaring, en transcendentale kennis, onafhankelijk van kennis. Kant aanvaardde dat alle kennis begint met ervaringen inzoverre ze stimulaties opwekken die de handelingen van de geest in gang zetten. Eens dat de stimulatie zich heeft voorgedaan, nest de ervaring zich in de perceptie en conceptie, vormen die eigen zijn aan de geest.
Schatplichtigheid aan de leer van Aristoteles op het vlak van mentale categorieën:
- Categorie van kwaliteit: beperking, ontkenning en realiteit
“ “ kwantiteit: meervoud, totaliteit en eenheid
“ “ relatie: materie en kwaliteit, oorzaak en gevolg, activiteit en passiviteit
“ “ wijze: mogelijkheid en onmogelijkheid, bestaan en niet-bestaan, noodzakelijkheid en samenhang
Elk inzicht valt onder één van deze categorieën zodat de inzichten ervaringen zijn die geïnterpreteerd worden door de inherente vormen van tijd en ruimte.
Kennis is een inzicht in de vorm gegoten van een oordeelsidee.
De subjectieve ervaring van het individu is niet het passieve verwerken van zintuigelijke indrukken, maar het product van de geest die een ervaring verwerkt.
In 1788 publiceerde Kant nog een belangrijk werk voor de Duitse filosofie, Kritik der Praktischen Vernunft. Kant wou eerder werk uitbreiden met de overweging van moraliteit om aan te tonen dat deze moraliteit geen a posteriori sociale tradities zijn, maar a priori toestanden van de geest. Kant stelde dat elke persoon een moreel bewustzijn heeft dat bepaald wordt door de structuur van de geest en niet door ervaring. In onze subjectieve wereld van inzichten en ideeën zijn we vrij om oordelen te vormen die ons moreel bewustzijn bevestigen.
Het systeem van Kant hield in dat de objectieve werekd onkenbaar is en dat alle data van de zintuigen beheerd worden door de geest. Alle kennis bestaat dus in de vorm van ideeën.
Ze kozen voor een model van de geest dat duidelijk actief en dynamisch was.
Het was Spinoza, meer dan Descartes, die beschouwd wordt als de intellectuele voorvader van de Duitse filosofie.
Gemeenschappelijk aan de Duitse school was de essentiële activiteit van de geest. Waar de andere scholen keken naar de omgeving en de invloed daarvan op de geest, keken de Duitse denkers initieel naar voorafbestaande dynamieken van de geest die de omgeving kunnen sturen.