De voorkeuren van de consument
- Gepubliceerd in Economie
- Cruciale gedragsveronderstelling
- Persoonlijke voorkeuren: gegeven
- 3 veronderstellingen opdat ons uitgangspunt realiteit benadert
- Cruciale gedragsveronderstelling
- Persoonlijke voorkeuren: gegeven
- 3 veronderstellingen opdat ons uitgangspunt realiteit benadert
Prijzen van beide goederen stijgen proportioneel
- Helling blijft ongewijzigd
- Intercept op horizontale en verticale as verkleint
- = Afname van (reëel) inkomen
Prijzen van beide goederen dalen proportioneel
- Helling blijft ongewijzigd
- Intercept op horizontale en verticale as vergroot
- = Toename van (reëel) inkomen
Proportionele toename (afname) van prijzen en van inkomen: geen verandering budgetrechte
Prijs van goed 1 (2) stijgt
- Kleiner intercept op horizontale (verticale) as
- Budgetrechte wentelt naar binnen
- Zie ook richtingscoëfficiënt
- Vermindering keuzemogelijkheden consument
Prijs van goed 1 (2) daalt
- Groter intercept op horizontale (verticale) as
- Budgetrechte wentelt naar buiten
- Zie ook richtingscoëfficiënt
- Verruiming keuzemogelijkheden consument
Verhoging van inkomen
- Groter intercept
- Evenwijdige verschuiving van budgetrechte naar rechts
- Verruiming keuzemogelijkheden consument
Verlaging van inkomen
- Kleiner intercept
- Evenwijdige verschuiving van budgetrechte naar links
- Vermindering keuzemogelijkheden consument
- Gegeven
- Prijzen p1 en p2
- Budget y
- Consument kiest
- Goederenbundel
- Combinatie van goederenhoeveelheden (q1 en q2)
- Deze bundel moet binnen budget passen
- Formeel:
Figuur 5.1: Budgetrechte en budgetverzameling
Budgetbeperking:
Budgetrechte:
- Geeft budgetbeperking grafisch weer
- Rechte AB
Budgetverzameling:
- Driehoek OAB
Figuur 5.2. Een verhoging van het inkomen
Voor marktevenwicht en verdeling belastingslast:
- Geen verschil tussen belasting op producent dan wel op consument
- Equivalentie gaat enkel op voor perfect competitieve markten
- Arbeidsmarkt: voldoet niet aan perfecte mededinging
- Geen perfecte equivalentie tussen sociale bijdragen werknemer en werkgever
- Wie betaalt?
- Milieuheffingen
- Verhandelde hoeveelheid (vervuiling) terugdringen
- Maar... vergelijk linker- en rechterpaneel in figuur 4.12
- Voedselsubsidies
- Tegen hongersnood
- Maar... aanbod is perfect inelastisch
- Aanbod blijft ongewijzigd
- Subsidie in zakken van graanverkopers
Incidentie van de belasting
- Wie draait uiteindelijk op voor de belasting?
Effect van een belasting van t euro per broodje op vraag naar en aanbod van broodjes:
- Verdeling van de belastingslast
- Via helling van vraag en aanbod
- Concreet: Hoe inelastischer de vraag,
- Hoe kwetsbaarder consumenten voor afwenteling van de producentenbelasting via een verhoging van de consumentenprijs
- Wat gebeurt er als de belasting op de consument een percentage van de prijs bedraagt?
- p^C=p+ζ.p = (1+ ζ)p (ζ>0)
- Wat gebeurt er bij een subsidie op de producent(percentage)?
- p^P=p+ζ.p = (1+ ζ)p (ζ>0)
- Zie oefening Hoofdstuk 3: de markt van broodjes
- Belasting van 1 euro per geproduceerd broodje
- Marktevenwicht
- Kopers stemmen hun gedrag af op consumentenprijs
- Verkopers stemmen hun gedrag af op producentenprijs
Nieuw marktevenwicht berekenen
- Los volgend stelsel op
Producentenbelasting
- Verschuiving van de aanbodcurve naar boven
Effect van een belasting van t euro per broodje op vraag naar en aanbod van broodjes:
- Evenwichtsprijs = 3,6 euro
- Evenwichtshoeveelheid = 240 eenheden (vraaguitval)
- Belastingsontvangst = 240 euro
- Accijnsbelasting: vast bedrag per fysieke eenheid van het product
- BTW: waardebelasting: belasting in verhouding tot de prijs van het goed
- Indirecte belastingen drijven wig tussen
- Prijs die kopers betalen (consumentenprijs, PV)
- Prijs die verkopers ontvangen (producentenprijs, PA)
- Accijnsbelasting op producenten
- Accijnsbelasting op consumenten
- Algemeen:accijnsbelasting
- Waardebelasting op consumenten