Menu

Item gefilterd op datum: december 2012

Zeno van Elea (490-430)

  • volgeling van Parmenides
  • trachtte de schijnbare verandering door een aantal beroemd geworden argumenten te ontmaskeren
  • Zeno toonde aan hoe logisch denken tot conclusies kan leiden, die tegen de alledaagse observaties ingaan en slechts met moeite kunnen worden weerlegd

Vb 1: De snelvoetige Achilles gaat een wedstrijd aan met een schildpad. De laatste krijgt een voorsprong. Wanneer Achilles het punt A bereikt, waar de schildpad kort tevoren was, is de schildpad intussen in punt B aangekomen. Arriveert Achilles in dit punt B, dan is de schildpad intussen aangekomen in punt C, enzovoorts.

Conclusie: de achterstand wordt kleiner, maar Achilles haalt de schildpad nooit in. Dit is een paradox, want in werkelijkheid zou Achilles de schildpad wel inhalen.

Vb 2: Wanneer men een vliegende pijl op een ondeelbaar ogenblik beschouwt, bevindt hij zich op een bepaalde plaats in de ruimte. Ten opzichte van die plaats in de ruimte is hij dus in rust. Maar wanneer hij op elk moment in rust is, dan is hij ook gedurende de hele vlucht in rust. De pijl beweegt zich niet.

Tot in deze tijd hebben denkers zich over deze argumenten het hoofd gebroken.

Zeno's paradoxen lijken vandaag misschien triviaal, maar ze vormden een groot probleem voor de filosofen van de oude tijd en de middeleeuwen. Pas in de 17e eeuw vond men een bevredigende oplossing in de wiskundige resultaten op het gebied van oneindige reeksen en calculus.

Naar moderne inzichten wordt de paradox opgelost door het fundamentele inzicht van de calculus dat een som van oneindig veel termen een eindig resultaat kan opleveren. Het oneindige aantal tijdsspannes dat Achilles nodig heeft om de vorige posities van de schildpad te bereiken, leveren bij elkaar opgeteld een eindige totaaltijd, en dat is inderdaad de tijd die Achilles nodig heeft om de schildpad in te halen.

Opmerking

Filosofen uit Klein-Azië: Thales en Heraclitus → gingen van de natuurwetenschappen uit Filosofen uit Zuid-Italië: Parmenides, Zeno en Pythagoras → gefascineerd door de mathematica en veel minder experimenteel georiënteerd. Deze strijd tussen de 2 grote stromingen uit de vijfde eeuw voor Christus toonden al heel vroeg aan, dat de filosofie de mensen in totaal verschillende richtingen kon laten denken, waarbij we allemaal overtuigd waren, de absolute waarheid te bezitten → crisis in de wetenschap: Italië versus Turkije

Lees meer...

Parmenides van Elea (540-480)

  • zocht naar het blijvende, eeuwigdurende principe van alles, en dat voerde tot absolute ontkenning van elke verandering
  • verandering is schijn en bedrog, het soort gezichtsbedrog dat ons doet geloven dat de zon op- en ondergaat
  • alleen inzicht in het eeuwig blijvende zijnde is waarheid, de rest is een opinie
  • fundamenteel verschil met de presocratici uit Turkije
Lees meer...

Heraclitus (544-486)

  • het vuur, dat alle substantie verandert (zoals hout tot as), leverde de sleutel tot het geheim van het heelaal
  • het was niet zo belangrijk meer te weten wat nu de oerstof was, maar wel in te zien dat het ging om het principe van de voortdurende verandering van alles = logos: de materiële wereld, de mensen, de instellingen
  • logos = het eeuwige verstand dat zich doorheen alle tegenstellingen ontwikkelt

-‘’God (de logos) is dag en nacht, zomer en winter, oorlog en vrede, verzadiging en honger’’

- alles is voortdurend in verandering en alles staat in tegenstelling tot iets anders

Vb.: geen licht zonder donker, geen gezondheid zonder ziekte, geen liefde zonder haat

- kentering in de economie: als fundament van het nadenken moeten we aannemen dat alles veranderd

Hier ligt tevens het begin van het dialectisch denken dat later door Hegel uitvoerig zal worden uitgewerkt.

Heraclitus geloofde in de wijsheid van de logos die voor een verborgen harmonie van alle tegenstellingen zorgde. De mensen moesten deze wijsheid leren inzien en er zich naar schikken. Alleen door dit inzicht en deze aanvaarding van de werkelijkheid kan de mens de rust en de blijmoedigheid bereiken, die het hoogste geluk zal zijn. Dit inzicht in de voortdurende verandering (dynamiek) van al het bestaande leidde tot een tegenbeweging aan het andere uiteinde van het Griekse Rijk, in de Griekse kolonies en Zuid-Italië.

Lees meer...

Thales van Milete

  • interesseerde zich voor de wiskunde (berekenen van een afstand of een hoogte) en voor raadsels zoals de magnetische kracht
  • merkte op dat ijs, water en wolken dezelfde substantie zijn

-hypothese: alles bestaat uiteindelijk uit water

  • water = oerstof
  • actueel: opwarming van de aarde, het inpakken van gletsjers om schade te beperken
Lees meer...

De Grieken voor Socrates: op zoek naar de oerstof en het ordenend principe (pré-Socratici)

In de havensteden van Klein-Azië woonde een klasse van handelaars en politici die er alle belang bij hadden, de resultaten van de wetenschap praktisch, dit wil zeggen materieel te kunnen toepassen op de scheepvaart, de productie, de handel en de politiek

LAND

SCHOOL

EEUW

FILOSOOF

Turkije

Miletische school

7e-6e eeuw v. Chr.

Thales van Milete

6e eeuw v. Chr.

Anaximenes

Geen school

6e-5e v. Chr.

Heraclitus

Zuid-Italië

Eleastische school

6e-5e eeuw v. Chr.

Parmenides

5e eeuw v. Chr.

Zeno van Elea

Pythagoreïsche school

6e-5e eeuw v. Chr.

Pythagoras

Sofistiek

5e eeuw v. Chr.

Protagoras

Lees meer...

Wat kan je ermee doen?

Filosoferen is een gevaarlijke bezigheid omdat doordenken altijd betekent dat je het bestaande overschrijdt. Je vraagt je af waarom de dingen zijn zoals ze zijn in plaats van ze gewoon als zodanig (dus kritiekloos) te aanvaarden.

Filosoferen is tegelijkertijd een onvermijdelijke, noodzakelijke bezigheid voor de mensen, die van nature nieuwsgierig zijn en willen weten, hoe alles in elkaar zit.

Filosoferen is op praktisch niveau volslagen nutteloos en zelfs hinderlijk omdat het je soms verhindert onlogisch of onethisch te handelen, of bepaalde materiële waarden voorrang te geven boven algemeenmenselijke en persoonlijke waarden, die moeilijk kwantitatief gemeten kunnen worden. Aan de filosofie doen berust daarom op een keuze.

Lees meer...

Filosofie: descriptief of normatief

(1) Descriptieve (beschrijvende) filosofie = beschrijft het bestaande, zowel het zijn op zich als de mens wordt beschreven

Het zijn: al wat is en bestaat

  • Ontologie (zinsleer): het onderscheid tussen zijn en worden
  • Metafysica: de vraag naar de oorsprong van de zijnden, naar een oerprincipe of God

De mens

  • Wijsgerige antropologie: wat is de mens?
  • Cultuurfilosofie: wisselwerking tussen mens, tijd en omgeving
  • Sociale filosofie: mens en samenleving

(2) Normatieve filosofie = het juiste denken en handelen trachten te bepalen

Hoe kunnen we juist zijn?

  • Logica: de theorie van het juiste redeneren
  • Kennisleer: wat is de waarde van ons kennen?

Hoe moeten we juist handelen?

  • Moraalfilosofie (ethica)

Lees meer...

Filosofie en ideologie

Het verschil tussen filosofie en ideologie is totaal.

Ideologie = een samenhangend mensbeeld dat steun en zekerheid geeft, al dan niet bewust wordt opgedrongen en antwoorden geeft maar geen vragen laat stellen

→ het is een verstard mensbeeld dat gecontroleerd wordt door autoritaire en absolute gezagsinstanties (priesters, partijleiders, professoren) die geen tegenspraak dulden en de anderen als ketters of dissidenten vervolgen.

→ helpt bovendien de traditionele zuilen in stand te houden

Geloven = het verplicht aannemen bij een ideologie, men stelt geen vragen

Lees meer...

Filosofie en godsdienst

De bovenvermelde vragen naar de oorsprong van de wereld en mens, de zin van het bestaan en het onderscheid tussen goed en kwaad worden zowel door de filosofie als door de godsdienst behandeld, maar de methode (de weg) om tot een antwoord te komen verschilt.

In de filosofie is er geen plaats voor een boven- of buitenmenselijke openbaring, waarin bepaalde waarheden aan de gelovigen worden meegedeeld en door hen worden aanvaard. De filosofie verwerpt deze geopenbaarde waarheden niet noodzakelijk, maar beperkt zich tot een kritisch-rationele benadering van dezelfde problemen.

In bepaalde periodes (bijvoorbeeld de Griekse tijd) gaat de filosofie tegen de overgeleverde religieuze mythologie in. Vandaar dat bijvoorbeeld Socrates van atheïsme beschuldigd werd, terwijl de relatie in andere tijden veel harmonieuzer en conflictloos was.

De godsdienst spreekt zich soms uit op terreinen waar de filosofie geen antwoord kan geven of tenminste de vraag ophoudt.

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen