Menu

Item gefilterd op datum: december 2012

Teamprestatie als beloningsgrondslag:

  • Team = groep medewerkers die een gezamelijke taak hebben en die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van die taak.
  • Parallel team = voor bepaalde, tijdelijke klus en slehcts voor gedeelte van de tijd van de MW.
  • Procesteam = permanent, enigzins zelf-managing team meestal rond een functioneel gebied, vaak zelfde functies, zelfde achtergrond, zelfde training.
  • Projectteam = tegenpool van parallel team (voltijdse opdracht voor MW, maar beperkt in de tijd), teamleden uit verschillende disciplines, verschillende achtergronden en ervaringen.
  • Waarom team based play?

* Bijdrage van het individu is moeilijk vast te stellen, terwijl dit voor de groep eenvoudiger is.

* Onderstrepen van het belang van het groepsresultaat t.o.v. het individueel resultaat.

* Kruisbestuiving/ synergie gewenst i.p.v. individuele bijdragen

* Organisaties structureren zich rond klanten en niet rond processen: vraagt een integrale aanpak.

* Snel inspelen op vraag en verandering is noodzaak en vraagt om integratie: geen tijd om ieders bijdrage exact te definiëren.

  • + punten:

* Productiviteit gaat omhoog

* Kwaliteit gaat omhoog

* Klantenoriëntatie wordt versterkt

* Flexibiliteit neemt toe omdat het werk wordt gedeeld

* Minder overheadkosten

  • - punten:

* MW moeten zich verantwoordelijk achten voor hun team

* Aansprakelijkheid is diffuus

* Moeilijker om goede en slechte performers van elkaar te onderscheiden

Lees meer...

Vaardigheden/competenties als beloningsgrondslag

  • Skills zijn alle vaardigheden die een mdedewerker nodig heeft om de functie of set van functies goed te kunnen vervullen.
  • Competenties zijn individuele kenmerken en kwaliteiten die ten grondslag liggen aan succes in een bepaalde positie en houden zowel kennis, vaardigheden als gedragskenmerken in.
  • Als aanvulling op functiewaardering, niet als vervanging
  • Grotere nadruk op ontwikeling en groei van medewerkers
  • Employability (inzetbaarheid) (steeds belangrijker!) => mobiliteit.
  • + punten:

* MW worden gestimuleerd zich verder te ontwikkelen.

* Minder behoefte aan functieomschrijvingen, maar meer behoefte aan concrete leerdoelstellingen en

gewenste competitieve vaardigheden.

* Erkenning dat functie onduidelijker wordt (rollen) en het meer om de MW gaat.

* Salarisverhoging = grotere individuele toegevoegde waarde

* Individuele benadering

* Eenvoudig communiceren/ goed geaccepteerd/ eerlijk

* Integratie met bestaand systeeem mogelijk/ ev op beperkte schaal

- - punten:

* Implementatiemogelijkheden van het ontwikkelde noodzakelijk

* Verwachtingen naar groei bij MW hoger

* Risico verbreding > verdieping (vooral veel competenties ipv expert in 1 domein)

* ‘Zwakkeren’ binnen de organisatie vallen uit de boot.

  • Groep vs. individu: free riding, social loafing + spanningsveld
Lees meer...

Strategische keuzes op verloningsgebied

  • Beloningsgrondslagen:
    • Functie vs. Vaardigheden (kennis en kunde: handig wanneer prestaties moeilijk te beoordelen zijn)

Functie als beloningsgrondslag:

- = verloning rechtstreeks gelinkt aan de ‘functie’ die wordt uitgeoefend (vaak gekoppeld met anciënniteit)

- Typisch binnen de functionele organisaties (vb overheidssector)

- Wanneer moeilijk om MW naar eindresultaten te onderscheiden

- Functiezwaarte = salarisschaal

- Anciënniteit = doorgroei in salarisschaal

- + punten:

* Eenduidig systeem

* Reflecteert het vereiste niveau van kennis en kunde en het benodigde niveau van probleembehandeling

(minder met verantwoordelijkheid).

* Nadruk eerder op collectieve dan op het individuele

* Lange historiek en sterk uitgewerkte systemen beschikbaar

- punten:

* Betekenis van functie in het huidig arbeidsleven? (alles is dynamischer geworden)

* Risico tot Rigiditeit

* Moeilijk om te individualiseren en goede van minder goede performers te onderscheiden.

Lees meer...

Verloningssysteem

  • Discussie: “ Medewerkers zouden meer gemotiveerd zijn wanneer een groot gedeelte van hun salaris variabel (prestatiegerelateerd) zou zijn.”
    • Weinig zekerheid en motivatie, creativiteit daalt, sfeer daalt door rivaliteit
    • Pas wanneer de basisbehoefte vervuld is, dan pas naar de volgende behoefte: ‘Safety’ (basisloon) belangrijker dan ‘Appreciation’ ( variabel loon.)
    • Niet akkoord
  • Discussie: “Hoe groter de financiële beloning om een activiteit uit te voeren, hoe interessanter die activiteit wordt bevonden.”
    • Motivatie om iets te doen:

- Extrinsiek (fianncieel): Theory X:

° People dislike work and try to avoid it

° People need to be forced to work and one should only threaten them with punishment.

° Most people avoid taking responsibility

° Above all, people want job security

- Intrinsiek (activiteit op zich): Theory Y:

° People don’t dislike working

° People don’t like to be controlled and threatened with punishment.

° Under the right conditions, people do not refuse to take responsibility.

° Next to striving for security, people have other needs such as self-actualization.

  • Niet akkoord
  • Discussie: “Zelf wanneer hetgeen ik voor mijn jobuitoefening krijg (loon, vrijheid, verantwoordelijkheid) aanzienlijk minder is dan bij vele anderen met een gelijkaardige job, ik voel me toch OK, zolang ik iets meer krijg dan mensen uit mijn directe omgeving.”
    • Equity theory:

- afweging output t.o.v. input van jezelf (O Me/I Me) en vergelijken met anderen (O others/I others)

- Enkel verschil met referentiekader: slecht gevoel

- Cognitieve dissonantie

  • Akkoord

Lees meer...

Rechtvaadig loon: Hoe bepalen?

  • Interne rechtvaardigheid: In welke mate is de bepaling van het loon het resultaat van een billijke precedure? (input?)
  • Externe rechtvaardigheid: In welke mate kunnen de verschillende lonen als billijk ten opzichte van elkaar worden gepositioneerd? (binnen de organisatie maar ook ten opzichte van loonschalen in andere – vergelijkbare – organisaties.)

Lees meer...

Looncomponenten

  • Basisloon
    • = vast salaris, als resultaat van een intern (binnen bedrijf) en extern (in de regio) vergelijkingsproces.
    • Regeling overuren/shift-premie
  • Vaiabel loon
    • = Bijkomende financiële beloning gerelateerd aan performantie/ vaardigheden/ competenties/ ervaring
  • Voordelen
    • = bijkomende financiële beloning (overuren/ shift-premie/ maaltijdcheques/ bedrijfswagen/ penseioenspaarplan/ stock opties...)
Lees meer...

De "Halo" en "Horn" effecten

Wanneer het positief beoordelen van een aspect of kenmerk van een persoon doorklinkt in een positieve beoordeling op andere aspecten, kan er sprake zijn van een "Halo effect". Hetzelfde geldt voor negatieve aspecten ("Horn effect").

  • Horn-effect: idem maar voor negatieve
  • Vage doelstellingen

- Discussie: “Hoe moeilijker het vooropgestelde objectief is, hoe beter de prestaties zullen zijn.”

+: * positief effect op zelfvertrouwen

* Meer motivatie

* Extra incentive

-: * Kwaliteit kan eronder leiden

* Indien onhaalbaar, demotiverend

- Oplossing: Moeten zoveel mogelijk aan het SMART-principe voldoen:

* Specific

* Measurable

* Achievable

* Realistic

* Time

  • ‘Similar-to-me” effect: mensen die bepaalde kenmerken gelijk hebben met de beoordeler worden positief beoordeeld.
  • Extreem hoog/laag evalueren:

- Milde en strenge samenzetten

- Alternatief: forced distribution

  • Functie-effect

Lees meer...

Beoordelingsgesprek

· ó Functioneringsgesprek: In Functioneringsgesprek:

o Samen overleggen hoe het beter kan => coaching.

o 2 richtingscommunicatie (dialoog).

o “werkbeleving”: bv relaties t.o.v. collega’s.

o Toekomst: Hoe beter doen in de toekomst?

· Definitie Beoordelingsgesprek:

o Een periodiek georganiseerd gesprek.

o Tussen een medewerker en zijn directe chef

o Omtrent de:

- Output (het werkresultaat), het werkgedrag en de interpersoonlijke relaties

o In het verleden (evaluatie over het verleden)

o Met het oog op een optimalisering van deze drie aspecten in de Toekomst

o Dit zowel op korte als op lange termijn.

· Doel Beoordelingsgesprek:

o Feedback naar medewerker: motor van veranderen en verbeteren.

o Afstemmen van referentiekader: verwachtingen chef ó medewerker.

o Afstemmen van lange termijn strategieën met korte termijn tactieken.

o Optimaliseren van: (*eerder functioneringsgesprek)

- Het toekomstig werkrestultaat

- Het toekomstig werkgedrag

- De toekomstige werkrelaties

o Valideren en bijsturen van het selectieproces

o Plannen van promoties (horizontaal), mutaties (ook verticale wijzigingen) en uitwervingen: doordat de organisatie steeds breder wordt verkleint de kans op promotie => Oplossing: mutaties.

· Wanneer en hoe vaak beoordelen?

o Frequentie afhankelijk van:

- Betrokkenheid van het lijnmanagement

- Bedrijfscultuur

- Levenscyclus van de werknemer

- Ondernemingsstrategieën en politieken (geloof bij de top van de organisatie)

o Tijdstip:

- Eindejaarsperiode?

- Verjaardag?

- Beter: berekent op basis van datum van indienstname.

· Twistpunten:

o Spanningsveld tussen personeelsdienst en leidinggevende (uitvoeren)

- Rol personeelsdienst: NIET: actief beoordelen, WEL installeren en opvolgen van het systeem.

- Hoe meer performance management leidinggevend is, hoe beter

o Beoordelen en remunereren:

- Continuum: directe koppeling versus volledige onafhankelijkheid

- Centreel bij beoordelingsgesprek (en bij functioneringsgesprek):

* Vertrouwensrelatie

* Gesprek = onderhandelen

* Het toekomstig functioneren

o ADVIES:

- Beide processen duidelijk scheiden

- Wel in dezelfde lijn handelen.

· Bij een objectieve beoordeling is er kans op een aantal valkuilen Valkuilen:

o Halo-effect: door positieve:

- vorige beoordelingsgesprekken

- enkel recentelijke observaties

- geen nieuws is goed nieuws

wordt het huidige beoordelingsgesprek beïnvloed.

· ó Functioneringsgesprek: In Functioneringsgesprek:

o Samen overleggen hoe het beter kan => coaching.

o 2 richtingscommunicatie (dialoog).

o “werkbeleving”: bv relaties t.o.v. collega’s.

o Toekomst: Hoe beter doen in de toekomst?

· Definitie Beoordelingsgesprek:

o Een periodiek georganiseerd gesprek.

o Tussen een medewerker en zijn directe chef

o Omtrent de:

- Output (het werkresultaat), het werkgedrag en de interpersoonlijke relaties

o In het verleden (evaluatie over het verleden)

o Met het oog op een optimalisering van deze drie aspecten in de Toekomst

o Dit zowel op korte als op lange termijn.

· Doel Beoordelingsgesprek:

o Feedback naar medewerker: motor van veranderen en verbeteren.

o Afstemmen van referentiekader: verwachtingen chef ó medewerker.

o Afstemmen van lange termijn strategieën met korte termijn tactieken.

o Optimaliseren van: (*eerder functioneringsgesprek)

- Het toekomstig werkrestultaat

- Het toekomstig werkgedrag

- De toekomstige werkrelaties

o Valideren en bijsturen van het selectieproces

o Plannen van promoties (horizontaal), mutaties (ook verticale wijzigingen) en uitwervingen: doordat de organisatie steeds breder wordt verkleint de kans op promotie => Oplossing: mutaties.

· Wanneer en hoe vaak beoordelen?

o Frequentie afhankelijk van:

- Betrokkenheid van het lijnmanagement

- Bedrijfscultuur

- Levenscyclus van de werknemer

- Ondernemingsstrategieën en politieken (geloof bij de top van de organisatie)

o Tijdstip:

- Eindejaarsperiode?

- Verjaardag?

- Beter: berekent op basis van datum van indienstname.

· Twistpunten:

o Spanningsveld tussen personeelsdienst en leidinggevende (uitvoeren)

- Rol personeelsdienst: NIET: actief beoordelen, WEL installeren en opvolgen van het systeem.

- Hoe meer performance management leidinggevend is, hoe beter

o Beoordelen en remunereren:

- Continuum: directe koppeling versus volledige onafhankelijkheid

- Centreel bij beoordelingsgesprek (en bij functioneringsgesprek):

* Vertrouwensrelatie

* Gesprek = onderhandelen

* Het toekomstig functioneren

o ADVIES:

- Beide processen duidelijk scheiden

- Wel in dezelfde lijn handelen.

· Bij een objectieve beoordeling is er kans op een aantal valkuilen Valkuilen:

o Halo-effect: door positieve:

- vorige beoordelingsgesprekken

- enkel recentelijke observaties

- geen nieuws is goed nieuws

wordt het huidige beoordelingsgesprek beïnvloed.

Lees meer...

The Performance Management cycle

  • Cascadering:
    • Vanop het hoogste niveau verstrekken met een aantal doelstellingen en die overbrengen naar de laagste niveaus (spanningsveld: rele
    • Bovenaan: 1e luik cascadering
    • Onderaan:

- WN worden doelstellingen opgelegd en gecoached. (beslissingen nemen op loopbaanniveau, goal setting)

- Feedback/evaluatie

- Verloning: differentiëren naargelang prestaties (bonus, salarisverhoging)

- Opleidingen, ontslag

  • Recrutering en selectie
Lees meer...

Critical issues

  • Assessor training:
    • observation ó interpretation: Stel een verschillende score: hebben we hetzelfde gezien? VOOR interpretatie?

Voorbeeld: assertiviteit (score 8) ó agressiviteit (score 2)

=> teruggaan naar observatie: vaak op detaillistisch niveau

Wat is de juiste interpretatie? cultuurgebonden

  • managers ó consultants: Wie zit er als observator bij?

Gros van de observatoren: best managers uit de organisatie, zij kennen de bedrijfscultuur dus kunnen het best interpreteren.

MAAR: als ze daarvoor niet opgeleid zijn is het niks waard, bv politieke inmenging is uit den boze!

  • Selection of exercises: Moeten jobspecifiek zijn! Anders observeert men dingen die niet relevant zijn!
  • High acceptability for candidates: Zitten liever in een assessment center dan in een interview of voor een test op de PC
  • Validity
    • criterion related: .60 => 60% van de variantie verklaard: hoge predictieve kwaliteit
    • but...
  • Cost ó utility
  • Conclusion: it is a good technique but we do not know why

* beperkende factor van de observator: observeert geen gedrag maar een persoon.

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen