Adorno, Th.
- Gepubliceerd in Geschiedenis
Samen met Horheimer en Marcuse de vertegenwoordiger van de Frankfurter Schule
Samen met Horheimer en Marcuse de vertegenwoordiger van de Frankfurter Schule
Schrijver van ‘Machines as the measure of men’. Stelling: superioriteit van Europa tegenover niet – Europese volkeren in 16de – 20ste eeuw is een constructie van Westerse ideologen, vooral om de kolonisatie te legitimeren
Bruno en Servetus belandden op de brandstapel wegens andere ideeën; ze hebben de onderstroom van het intellectueel scepticisme in de 17e eeuw gevoed, maar niemand kon de uitzonderlijke uitbarsting van radicale en iconoclastische ideeën voorzien die Engeland en in mindere mate Frankrijk en andere Europese gebieden zouden transformeren in de jaren 1650.
Milton
In 1641 schreef Milton al over:
- de beperktheid van de kerk
- scheiding als de enige humane oplossing voor het uiteenvallen van het huwelijk
- de nood aan persvrijheid
- De rechtvaardiging van revolutie door het volk
- De nood aan een contractuele toestemming tussen volk en staat
Hobbes exploreerde in Leviathan (1651) de aard van soevereniteit
Historiografen hebben vaak bediscussieerd wat de impact van zulke nieuwe ideeën was.
Levellers-beweging
Quakers
Restauratie-Engeland veegde veel van het activisme onder het tapijt en fundamentele vragen werden niet beantwoord. Er was een nood aan electorale hervormingen.
De impact van een contract tussen staat en onderdaan werden voor langer dan een eeuw niet uitgewerkt, en we kunnen begrijpen dat na de Restauratie van 1660 Locke & de Dissenters oppasten wat ze zeiden en hoe ze het zeiden. Maar het feit dat zo’n woorden gesproken werden gaf een glimp van wat onder het oppervlak schuilging.
Conclusie
Ook in de 17e eeuw was de sociale verandering traag.
De absolutistische belastingsstaat die als de Europese norm groeide tijdens de 2e helft van de 17e eeuw, leek genoeg fiscale, militaire en institutionele kracht te hebben om redelijk geloofwaardige prikkelingen te geven aan die elementen in de samenleving waarvan ze de steun echt nodig hadden.
Verhaal ter inleiding:
Napels als kenmerkend voor de rellen doorheen de 17e eeuw:
Opmerkelijkere elementen:
Een “gewone” rel over “gewone” grieven veranderde in een complexe rel gesteund door mensen met uiteenlopende problemen: de crisis werd gegeneraliseerd
- Het gebruik van “redelijk geweld” om zo’n patriarchaal systeem te handhaven is wat het meest in strijd is met moderne liberale normen, maar de wet was er wel duidelijk over.
Bv. Deense wet uit 1683 i.v.m. beleid t.o.v. het hoofd van een gezin die kinderen of dienaars strafte
- er was één duidelijke horizontale scheidingslijn, helemaal onderaan: hij splitste de bevolking in degenen die “de rijkdom van het koninkrijk verhoogden” en deze die ze “verlaagden” – betekenend: degenen die rijk genoeg waren om te sparen, en degenen die te arm waren
- Te arm: arbeiders, zeelui, soldaten, dienaars, armen, landlopers, dorpelingen.
- De armen: meer dan de helft v.d. bevolking
ð Dit legislatieve kader bleef gehandhaafd tot de 18e, maar met variaties (Bv: Elizabethaanse armenwet: armenbijdrage geleverd door degenen die zich het konden veroorloven)
- Ook liefdadigheidsinstellingen
=> Het antwoord van de nationale en lokale overheden tijdens de 17e eeuw leidden vaak enkel tot criminalisering van de conjuncturele armoede. Bewijs zijn de vele voorstellen voor het oprichten van arbeidshuizen, ontworpen om bedelaars en vagebonden uit het straatbeeld te verwijderen. Het productieve werk van de geïnterneerden werd gebruikt om financiële zelfvoorziendheid te bereiken.
- Verslagen over de criminaliteit uit de vroegmoderne tijd vertellen ons waarschijnlijk meer over het gedrag van de autoriteiten dan de eigenlijk aard van de misdaden. Zeker is dat niet alle misdaad verbonden was aan armoede, en niet alle misdaad een vorm van sociaal protest was.
Venetië
- administratieve efficiëntie en effectief sociaal beleid = langdurige interne stabiliteit
Amsterdam
- Snelle groei na 1585
- Nooit echt onafhankelijk, maar domineerde ofwel de gehele politiek of verdedigde haar interesses vurig
- Hoge graad van consensus
Hamburg
- Opmerkzaam overleven als onafhankelijke stad
- Een eiland van voorspoedigheid binnen de zee van verwoesting (30-jarige oorlog)
- Trok muzikanten, vakmannen en scheepvaartsondernemers aan
- Veilige haven voor religieuze vluchtelingen
- administratieve centra in natiestaten
- Toch belangrijke groep: administratief, militair en aan het hof gerelateerd personeel
Londen
- kritieke economische & politieke functies
- verdubbeld tussen 1600 & 1650
- Bevatte het hele sociale spectrum (hoge adel, rechters, nijverheidswerkers…)
- Eindeloze mogelijkheden voor personen die hun ideeën wilden uiten (religie, vrouwelijke artiesten..)
- Plaats voor criminele activiteiten
Moskou
Oost-Centraal Europa (Polen, Hongarije…)
- politieke dominantie van de steden door de staat ¹ exclusief Oost-Europees fenomeen:
- De meeste succesvolle Europese steden waren ofwel politieke hoofdsteden die voordeel ondervonden van de effecten van de staatsgroei, of maritieme havens wiens voorspoedigheid hen in de mogelijkheid stelde hun politieke autonomie te beschermen
- vb.: Verenigde Provinciën: * succesverhaal (op vlak van financiën, specialisatie, handel…), maar ook: inlandse steden groeiden niet gelijkmatig + pauperisatie (bv. In textielstad Haarlem)
* Het ‘Nederlandse economische mirakel’ vertraagde rond 1675. De verstedelijking besloeg 40 % v.d. bevolking
Algemene veronderstelling (% adel in gehele bevolking):
Engeland & Frankrijk 1-3%
Duitse landen iets meer
Spanje 5%
Polen 8%
- 70-90% boerenstand (= breed spectrum van lagen: kwekers met land, landloze plattelandsarbeiders,…)
MAAR: omstandigheden waren verre van ideaal.
=> oogsten mislukten => crisis in jaren 1640, ’50 en ’90 => herstel was een lang en kostelijk proces voor boeren en landeigenaars => Europese regeringen legden een fiscale last op => boeren hardst getroffen
Oost en Centraal Europa: exploitatief en repressief op basis van lijfeigenschap ó west Europa: “vrije” boereneconomie
=> in werkelijkheid liep het dooreen; schulden en marktinstabiliteit konden legale/contractuele onafhankelijkheid tot een illusie maken
- Wat echt telde was dus eerde de socio-politieke context en economische realiteit
MAAR: interessen van boeren & landeigenaars waren niet onverenigbaar: bv. Bij anti-fiscale revoltes in Frankrijk in jaren 1920 en ’30 verenigden de boeren zich met de landeigenaars, en soms met de clerus.
- Boven alles stond de angst bij landeigenaars voor een tekort aan arbeid => op vele plaatsen werden daarom beperkingen op de bewegingsvrijheid van boeren ingesteld
- Alle leencontracten bevatten een obligatie van gehoorzaamheid en onderdanigheid aan de landeigenaar
- Landeigenaars probeerden hun winst te verhogen door verplichte landbouw op hun land te vermeerderen
- Deze arbeidseisen veroorzaakte een van de grootste opstanden: 1680 in Bohemen
- Kerken (vooral Lutheranisme) promootten onderdanigheid
- De kroon was zelf landeigenaar – wilde de heerlijke macht dus niet inperken
Toch: geloof in rechtschapenheid en eerlijkheid van de heerster was een universeel ideaal in Europa
Economische ontwrichting => verergering van sociale verschillen
Polen
Rusland
Rusland = een fundamenteel andere gemeenschap, gebaseerd op geweld en sociale ongelijkheid
- Jaren 1630: paulette 1/4e van de staatsinkomens
Echter: Frankrijk was GEEN uitzondering. In andere gebieden was de sociale mobiliteit minder gesponsord door de staat, maar zeker niet minder aanwezig.
Besluit: Sociale afbakening was – in Europese gebieden met complexe politieke structuren – variabel & subjectief, niet langer enkel bepaald door geboorte.