Menu

De cultuur van het modern imperialisme (22-04-2013)

Kolonialisme werd uitgelegd en gelegitimeerd in termen van een religieuze missie, van een uitkomst van een historische ontwikkeling, van een sociaaleconomische beschavingsmissie en als nationalisme (white man’s burden, mission civilatrice). De koloniale bevolking kan op drie manieren in kunst, literatuur, wetenschap etc. gerepresenteerd worden: met nadruk op ontwikkeling (door Europa), met nadruk op stilstand (ras, cultuur, samenleving) of met nadruk op anders-zijn. Montesquieu deed dat in de 18e eeuw al met zijn Perzische brieven. De wereldtentoonstellingen van de 19e eeuw visualiseerden de koloniale relatie, cultuurverschillen en –overeenkomsten, ontwikkeling of stilstand. Verandering van een koloniale samenleving kreeg vorm in een evolutie-/stadialeer en behoud stond gelijk aan primitivisme. Daarnaast kwamen biologische/ raciale verschillen en culturele quasi-onveranderlijkheden op als grondslagen voor onderscheid.

Etnografie kwam als ‘intellectuele technologie’ in dienst van het kolonialisme. Antikolonialisme kwam tot uiting in 19e-eeuwse (tribale) bewegingen als de Salafia-beweging, de moslim broederschap vanaf 1920 en de Iraanse Revolutie van 1979.

Lees meer...

Burgerlijke cultuur, consumptiecultuur en meer… (15-04-2013)

Het begrip ‘burger’ kreeg al erg vroeg (17e eeuw) een negatieve connotatie. Marx (1818-1883) herkende de burgerij aan haar bezit (materiaal en arbeid). De bourgeoisie maakte kapitalistische waarden tot menselijke waarden en is daarom volgens hem slecht. De eerste letterlijke betekenis was een politieke (poorter) met economische betekenis en een moreler leven dan de spilzuchtige adel. In de Déclaration des droits de l’Homme et du Cistoyen (Franse Revolutie) wordt het uitgebreid van stad naar staat, in Nederland in 1813 (maar i.v.m. censuskiesrecht verbonden met economische status). Rond 1830 komt er een mondiale groep die zichzelf ‘burger’ gaat noemen.

Burgers hadden de mogelijkheid om te consumeren (bij voorkeur in industriële warenhuizen), maar moesten zich ook maatschappelijk profileren. Ook moesten ze weten hoe het hoort en reisden ze veel naar chique hotels. Receptionisten daar konden goed inschatten of iemand een dure kamer kon betalen. Bourdieu (1930-2002): reproductietheorie van klassenverschillen waarbij aan distinctie gehecht wordt (tegen Marx, die dacht dat alles om economie ging).

Het beschavingsoffensief van burgers kreeg vorm in een staat met christelijke waarden. Via communicatiegenootschappen maakten burgers afspraken over burgerlijkheid (gymnasium vs. HBS). Burgerinitiatieven evolueerden uiteindelijk tot nationaal bewustzijn.

Lees meer...

Tussen traditie en moderniteit: God, mens en machine in de 19e eeuw (08-04-2013)

In Luik verspreidden de Engelse vader en zoon Cockerill hun industriële kennis uit Engeland (1817). Die stad was een toonbeeld van moderniteit, want er was in 1794 initiatief van onderaf om de bisschop af te zetten, er reisden miljoenen mensen naartoe voor een wereldtentoonstelling (1903) en de Mens van Spie werd er gevonden (1886, evolutie). Bovendien was het een industriestad geworden.

Hobsbawm introduceerde het begrip ‘duale revolutie’ om de Franse en Industriële Revoluties aan elkaar te linken, waaruit nieuwe ideeën/opvattingen ontstaan die de moderne tijd kenmerken. Moderniteit kan zijn: een periode, een verklaring voor maatschappelijke verandering (westers?) of een op de toekomst gerichte levensstijl. Op de wereldtentoonstelling van 1851 in Londen komen zes miljoen mensen af om de fantastische uitvindingen en macht over de wereld te bewonderen.

Er kwam ook kritiek op religie. Strauß (1808-1874) stelde dat er historisch gezien niets over Jezus te zeggen is. Renan (1823-1892) zag Jezus als anarchistische revolutionair, meegesleept door zijn eigen ideeen. Kritiek op het Oude Testament kwam pas later. Ondanks verzet vanuit de christelijke hoek kreeg de bijbel op termijn steeds meer een allegorische dan een letterlijke betekenis.

Darwins (1809-1882) On the Origin of Species hielp God om zeep; de mens is een dier waarvan de vorm met de beste kenmerken in een bepaalt gebied overleeft – survival of the fittest. Omdat hij de Britten als het ‘meest fit’ zag, accepteerden zij zijn theorieën vrij snel en gemakkelijk. Huxley (1825-1895) wilde met zijn epifenomenalisme (de mens als machine) Darwins theorie populariseren, wat deels het succes van de evolutietheorie kan verklaren. Pitt Rivers (1827-1900) breidde de evolutieleer uit naar samenlevingen, die geleidelijke verandering (moeten) ondergaan. Contemporainen ondergingen en herkenden moderniserende veranderingen.

Lees meer...

Statenorde na 1989 (03-06-2013)

Veel historici zien wel iets in een korte twintigste eeuw/age of extremes van 1914 tot 1989. Rond 1989 waren er in een periode van 5 jaar zo veel ontwikkelingen dat mensen een breuk ervoeren; eindelijk een moment om een periodisering aan te brengen. Nationale staten volgens de Westfaalse statenorde (soeverein op een vastgelegd gebied) overleefden die breuk. Fukuyama waarschuwt voor een saaie geschiedenis,

Huntington voorspelt een beschavingsclash, net als de schrijver van The Other Balkan Wars. Jowitt voorspelt met New World Disorder een constructieve samenwerking om nog bestaande conflicten op te lossen. Een moderne staat heeft, kenmerkend, in het hele staatsgebied evenveel staatsorde. Een staat is: [1] staat door erkenning, maar in de praktijk ontstaat geleidelijk acceptatie van een regime. Alleen aansluiting bij een andere staat kan een staat opheffen. [2] Max Weber zag een staat als een volk en een territorium met een macht over beide, maar hij zwijgt over staatsvorm of erkenning. [3] Erkenning wordt vaak aangevuld met interne en externe plichten om te kunnen functioneren (democratie, welvaart, veiligheid, milieu). Maar staan die eisen niet een gedeelde soevereiniteit toe (je mag niet je volk uitroeien!)? Voor mensen zonder paspoort kwam de Volkerenbond met een internationaal paspoort. De VN en hun suborganisaties vormen de Internationale Gemeenschap. Daar heerst een global anarchy: iedere VNlidstaat is soeverein en gelijk, maar de VN kan wel ingrijpen om schendingen van rechten en veiligheid tegen te gaan. Wanneer moet de internationale gemeenschap interveniëren?

Vóór WO I: interventie op grondslag van religie, nationaliteit en internationaliteit. Na WO I kwam echter het idee van ‘nationale zelfbeschikking’. Om minderheden te beschermen en conflicten te voorkomen vestigde de Volkerenbond soms mandaatsgebieden. De VN willen met name als mensenrechten in het geding zijn wel interveniëren, maar dat kan alleen als er conflicten tussen staten zijn. Maar terwijl die minder worden, stijgt het aantal innerstatelijke conflicten (afscheiding, guerrilla) na WO II en vooral na 1980 wereldwijd.

Na Irak en Afghanistan draait Fukuyama 180° met State Building: in plaats van de idee dat met democratie alles goed komt (The End of History) gaat hij er in dat boek van uit dat een stevig gezag nodig is om alles goed te laten komen.

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen